Janneke Beeld Getty Images/iStockphoto
JannekeBeeld Getty Images/iStockphoto

PREMIUM

Janneke & het hospice: “Ze vroeg hoe ze zelf dood kon gaan”

Janneke Siebelink

Mevrouw T. wil niet meer, ze probeert haar adem in te houden om te stikken.

Tandeloze tijd

Terwijl ik de ingrediënten voor de kip-kokossoep met kokosgehaktballetjes en omeletreepjes uitstal, flaneert mevrouw T. (89) de woonkamer binnen en buigt over het muurtje dat het kookblad en mij van haar scheidt.

‘Het mag af hoor,’ zegt ze en plukt met haar hand aan mijn mondkapje. Van schrik doe ik een stap naar achteren.

‘Wat bedoelt u?’

‘Sinds 21 maart hoeft het niet meer, zo is besloten van hogerhand.’ Ze werpt een blik naar het plafond. ‘Eindelijk,’ verzucht ze. ‘Eindelijk kan ik jullie koppies weer zien en jullie verstaan. Dus doe maar af,’ zegt ze gebiedend en ik zie haar voor me als de directrice die ze vroeger zal zijn geweest van dit hospice en het vier verdiepingen tellende verpleeghuis eronder. Quasi streng, doch rechtvaardig. Met een knipoog. Parels in de oren, roodgelakte nagels – zoals ze nu nog steeds heeft. De oorbellen hangen nu, ruim 20 jaar later, wat lager en de lak is wat minder strak. Het maakt niet uit. Iedereen hier is dol op haar. Haar directieve gedrag is haar vergeven. En zelf is ze het ook alweer vergeten. Ze schuifelt naar het raam dat openstaat en nestelt zich in de zon die vandaag weer uitbundig schijnt.

Fundament

‘Zeg, heb jij je eigen tandjes nog?’ vraagt mevrouw T. vrij plotseling, maar met oprechte interesse aan mevrouw Y. (55) na de lunch.

‘Zeker,’ antwoordt ze alsof het de normaalste vraag van de wereld is. ‘Ik heb ze nog allemaal.’

‘Zozo, toe maar. Alle tanden.’ Mevrouw T. knikt goedkeurend en vervolgt glunderend: ‘Ik heb nog twee tandjes.’

Gesprekken gaan over niks, maar voor de goede verstaander over alles.

‘Beter dan niks toch?’ Mevrouw Y. veegt wat kruimels op de grond. Ze heeft smetvrees maar die vrees beperkt zich alleen tot de gebieden die binnen haar gezichtsveld liggen. Onder haar stoel is het een slagveld van stukjes ei, broodkorsten en papieren servetten.

‘De tandarts zegt,’ mevrouw T. verlaagt haar stem, ‘zo lang mogelijk houden hoor, die tandjes, die zorgen voor versteviging. Dan zakt de kin niet in.’ Ze trekt aan de huid bij haar nek.
Niet te hard, denk ik. Niet te hard aan trekken. Haar huid oogt kwetsbaar. Maar ze blijft eraan sjorren alsof ze wil bewijzen dat de twee tandjes hun werk goed doen.

Adem in, adem uit

Collega H. lacht terwijl ik buk en de resten bij elkaar veeg onder de stoel van mevrouw Y. als de bewoners naar hun kamer zijn.
‘Lach maar ja,’ roep ik over mijn schouder in haar richting, ook lachend. ‘Lach maar.’ En ik weet niet welk gevoel me nu precies overvalt, maar ik voel me bevrijd. Vrij van zorgen, vrij van verleden, vrij van toekomst, vrij van het nieuws, van onrecht, vrij van iets willen en iets moeten. Ik ben hier, nu. Ik veeg ei en kruimels van een blik in de prullenbak en het is goed. Maar zodra ik dit denk, is het alweer weg. Of komt dat door wat H. me vertelt?

‘Weet je het van mevrouw T.?’

Ik schud mijn hoofd, veeg het blik af met een tissue. Naïef, ik weet het. Ik ben hier niet in een luxe resort waar de mensen even naartoe gaan om hun vrije tijd op te maken.
‘Ze wil niet meer. Ze huilt de hele dag op kamer.’ Ik zeg nog steeds niks, kijk haar vragend aan. ‘Toen ik gisteren op haar kamer kwam, zag ik hoe ze haar adem in probeerde te houden. In de hoop dat ze zou stikken, zei ze zelf.’ Verschrikt doe ik voor de tweede keer vandaag een stap naar achteren.

‘Maar aan tafel…’ sputter ik, ‘ze heeft praatjes voor tien. Ze leest nog altijd de krant, ze wilde een tweede kop soep vandaag. Dat klinkt niet als iemand die niet meer wil, toch?’ Ik hoor mezelf bijna smeken.

‘Ze vroeg, nadat ik haar had uitgelegd waarom adem inhouden niet zo veel zin heeft, hoe ze dan wel zelf dood kon gaan.’ H. pakt de keukenreiniger, sprayt een paar keer op een doekje en veegt de tafel schoon. ‘Ze heeft een zoon die heel lief voor haar is, maar hij geeft ook toe dat het goed is. Dat haar leven voltooid is. Ze ervaart dat zelf heel bewust. Nu nog wel. Het probleem is dat ze niet zomaar een euthanasieverklaring krijgt, omdat ze niet fysiek ziek is. Ze is slechts op.’ Bij het woordje ‘slechts’ maakt H. het gebaar van twee aanhalingstekens. ‘Haar dementie zal verergeren, maar niemand weet waar het kantelpunt ligt.’

‘En als ze nou stopt met eten en drinken?’

‘Dat is een serieuze optie, maar daar moet ze met de artsen over praten.’

‘Even voor de goede orde,’ zeg ik, ineens alert en bevreesd dat ik straks ter verantwoording zal worden geroepen, ‘ik bedoelde meer dat dat kán: bewust afzien van eten en drinken om de dood te bespoedigen. Niet dat ik haar geen eten meer zal geven.’ Ik pak mijn telefoon. ‘Hier staat het: voor de wet is stoppen met eten en drinken om de dood te bespoedigen vergelijkbaar met het weigeren van antibiotica of beademing, waardoor het overlijden volgt.’ We kijken elkaar zwijgend aan. H. gooit de tissues weg, ik ruim de vaatwasser in. We proberen elkaars gedachten te raden. Ik kijk naar de glanzende, schone tafel. Klaar voor weer een nieuwe maaltijd, een nieuw gesprek, nieuwe gasten. Uit de koekjestrommel pak ik twee stroopwafeltjes, druk op ‘cappuccino’ op het koffieapparaat en loop de gang op.

‘Mevrouw T.?’ Ik zie haar zitten in een stoel bij het raam, haar rug is bijna zo rond als een hoepeltje, ze frommelt een geblokte zakdoek onder haar plooirok.

‘Wilt u koffie en een koekje?’

‘Heb jij je tanden nog?’ vraagt ze.

‘Ja, mevrouw T.. Allemaal.’

‘Dat is geweldig hoor, allemaal. Dat houdt de boel bij elkaar. Ik heb er nog twee. Dat is net voldoende, zegt de tandarts. Net voldoende om niet in elkaar te zakken.’ Ze doopt de stroopwafel in de koffie en sabbelt tot het koekje uiteenvalt in haar mond. En ik gun het haar; de tandeloze tijd.

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots.

null Beeld

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden