PREMIUMDat lust ik niet

Eetpatroon aanpassen? Zo bepalen aangeleerde gewoontes wat je in je mond stopt

null Beeld

De eerste duizend dagen van ons leven bepalen onze latere eetgewoontes én ons gewicht. Sterker, aanstaande moeders hebben vanaf de conceptie al invloed op wat hun kind later lekker vindt. Kunnen we als volwassenen nog wel wat veranderen aan onze smaakvoorkeuren en eetpatronen?

Francisca Kramer

Chips, snoep en frisdrank: het kwam er bij ons vroeger niet in. Saai, maar nu weet ik dat ik het aan mijn moeder te danken heb dat ik me nog nooit druk heb hoeven maken om mijn gewicht. In ons gezin met zeven kinderen werd uit principe, maar ook uit zuinigheid, vrijwel nooit gesnackt. Waar veel kinderen chips mochten na school, kregen wij een appel.

De eerste duizend dagen

De eerste duizend dagen van ons leven zijn bepalend voor zo ongeveer alles. Dus ook voor onze eetgewoontes en de kans om wel of niet dik te worden. “Vanaf het moment van conceptie tot onze tweede verjaardag worden alle organen aangelegd, de stofwisseling wordt ingesteld en de voedselvoorkeuren worden ontwikkeld”, zegt professor Tessa Roseboom, die al 25 jaar onderzoek doet naar de eerste duizend dagen van ons leven en er drie boeken over schreef.

“Wat vrouwen eten tijdens de zwangerschap beïnvloedt de voedselvoorkeuren van hun kinderen. Dat komt waarschijnlijk doordat de smaakpapillen op de tong al tijdens de zwangerschap worden ontwikkeld. In het derde trimester oefent een baby al met het doorslikken van vruchtwater en proeft daardoor wat de moeders eet. Ook daarna gebeurt dat, als de moeder borstvoeding geeft. Borstvoeding smaakt de ene dag anders dan de andere.”

null Beeld

Eetpatronen tijdens de zwangerschap

Het onderzoek naar de eerste duizend dagen is uiteraard vooral belangrijk voor toekomstige aardbewoners. Roseboom: “Ik leg uit aan zwangere vrouwen dat de baby in de buik al écht iets proeft. Gezond eten tijdens de zwangerschap is dus dubbele winst. Niet alleen leer je een kind uiteen­lopende smaken aan, je zorgt ook voor een zo gezond mogelijk basismateriaal waarmee alles wordt aangelegd. Een hart kan maar één keer worden gemaakt. Ouders hebben enorme invloed op de kwaliteit van de bouwstenen.”

Die invloed op de gezondheid van een kind begint overigens al vóór de zwangerschap en geldt ook voor vaders. De kwaliteit van het sperma is belangrijk, legt Roseboom uit. Of een vader rookt, alcohol drinkt of ongezond eet: het heeft allemaal invloed op de kwaliteit van de cellen van zijn kinderen. Ook zijn gewicht op het moment van bevruchting drukt een stempel op zijn nageslacht. “In het DNA van vaders met overgewicht staan bepaalde genen anders afgesteld. Hierdoor groeien hun kinderen ook anders en hebben ze later meer kans op overgewicht. Hetzelfde geldt voor moeders. Vrouwen die tijdens de zwangerschap te zwaar zijn, geven dit genetisch door aan hun kinderen.”

Fles- of borstvoeding

Of je als baby fles- of borstvoeding hebt gekregen, maakt ook uit. Roseboom: “Bij borstvoeding bepaalt de baby of hij genoeg gedronken heeft, bij flesvoeding willen ouders toch vaak dat het flesje op gaat én complimenteren ze kinderen als dat lukt. Daarmee zeg je feitelijk dat alles wat wordt aangeboden op moet. Het eigen verzadigingsgevoel wordt op die manier niet gestimuleerd en kinderen leren van jongs af aan niet te luisteren naar dat natuurlijk signaal.”

De eerste 1000 dagen

Roseboom deed ook onderzoek naar baby’s die zijn geboren in de hongerwinter. Ze volgt ze nu al 25 jaar. De kinderen die in de winter van 1944/45 zijn verwekt, delen een aantal opvallende kenmerken. Meer dan gemiddeld lijden ze aan hart- en vaatziekten, aan depressie en stress en de vrouwen hebben meer kans op borstkanker. Ook zijn ze vaker te zwaar. “Dit is allemaal terug te voeren op ondervoeding van de moeder”, legt Roseboom uit. Ook is duidelijk geworden dat wanneer je als kind in een buik groeit waarin elke calorie efficiënt moet worden gebruikt, de stofwisseling heel anders wordt ingesteld, namelijk op de spaarstand. Is er dan later in het leven veel meer voedsel voorradig, dan wordt dat ook langzamer verteerd, deze mensen worden dus sneller dik. “Kinderen uit de hongerwinter hebben andere voorkeuren en ze hebben vaak meer vet nodig om energie uit te halen.” Ook blijken de hongerwinter-baby’s vaker diabetes te ontwikkelen. Roseboom: “Omdat hun moeder ondervoed was, hebben ze waarschijnlijk minder eilandjes van Langerhans – celgroepen in de alvleesklier die insuline maken die nodig is om de hoeveelheid suiker in het bloed te regelen. Ze zijn hierdoor ook wat minder gevoelig voor insuline.”

null Beeld

Eetpatroon aanpassen, hoe dan?

Eenmaal aangeleerde eetvoorkeuren en -patronen zijn weliswaar niet makkelijk af te leren, maar het is zeker niet onmogelijk. Motivatie is daarbij erg belangrijk, zegt diëtist Femke van Liere. “Gezondheid is voor veel mensen een goede reden iets aan hun eetpatronen te veranderen. Diabetes type 2 bijvoorbeeld kan ook worden veroorzaakt door een te laag geboortegewicht of vroeggeboorte.” Het is dus ook een kwestie van kennis, waarbij voor verschillende mensen verschillende dingen van invloed zijn. “Een diëtist kan helpen uitzoeken wat gezond is en welke aanpassingen er makkelijk gedaan kunnen worden op individueel niveau. Kleine veranderingen kunnen vaak al een groot verschil maken.”

Wees de verleiding vóór

Toch is een gezond gewicht behouden niet gemakkelijk. Ons lichaam is van oudsher ingesteld op schaarste en heeft daarom een voorliefde voor suiker en vet. Zodra dat er is, geven de hersenen een signaal: eropaf! Zo leggen we een buffer aan voor periodes waarin minder eten voorradig is. Tegenwoordig is alle denkbare voeding vrijwel altijd verkrijgbaar, er zijn overal snelle verleidingen. Van Liere: “De truc is om de verleiding vóór te zijn. Door (gezonde) maaltijden te plannen en bewust tijd te maken om deze voor te bereiden, houd je zowel het brein als de rest van het lichaam tevreden. En eet voldoende. Wie niet of licht ontbijt en als lunch maar twee boterhammen eet, kan die zak chips om vier uur nauwelijks weerstaan.”

Niet snacken maar góéd eten

Met wat hulp lukte het Mieke anders te gaan eten: “Omdat ik mezelf te dik vond, at ik weinig. Dat lukt tot een uur of vijf, dan begon ik te schransen. Koekjes, chocola en vooral chips. Heel bevredigend op het moment zelf, maar na afloop baalde ik zo enorm. Daarna had ik weinig trek meer in het avondeten, waardoor ik om tien uur ’s avonds aan toastjes met kaas begon. Na een paar sessies therapie, waarin we mijn negatieve overtuigingen over mezelf hadden onderzocht, lukte het me om de knop om te zetten. Kennis over gezonde voeding had ik wel. Voor mij ging het erom mezelf een gezond lijf te gunnen en te geloven dat ik kon veranderen. Nu maak ik vaak een grote pan soep voor ’s avonds. Wat over is, eet ik de volgende dag als lunch. Op de dagen dat ik werk, eet ik gewoon mijn boterhammen. Verder maak ik een grote salade, kook ik een ei en stop ik altijd fruit in mijn tas. Zo val ik langzaam maar zeker af op een manier die goed vol te houden is.”

null Beeld

Troostvoedsel en emotie-eten

Tot slot is er nog emotie-eten. Veel kinderen zijn vroeger getroost met een snoepje: “Ach schat, ben je gevallen? Hier heb je een lolly.” Snoepen is zo gekoppeld geraakt aan troost. In de hersenen is een paadje aangelegd: verdriet of pijn, boos of opgefokt? Neem wat lekkers! Het is moeilijk, maar met oefenen zeker te doorbreken. Ook hierbij is bewustwording de sleutel. Uit onderzoek blijkt dat de als/dan-redenering het best werkt: als ik morgenmiddag op weg naar de trein trek krijg in iets lekkers, dan loop ik de kiosk voorbij en ga voor de fruitsalade en noten die ik van huis heb meegenomen. Door zo specifiek mogelijk te zijn, help je jezelf.

Smaken leren waarderen

Gezonder gaan eten, betekent in de hoofden van mensen vaak ook ‘minder lekker eten’. Maar ook dat is een kwestie van gewenning. Zelfs dingen die we niet lusten, kunnen we lekker leren vinden. ‘Ik lust nou eenmaal geen bieten’ of ‘van vis moet ik kokhalzen’ is aangeleerd gedrag en dus ook af te leren, blijkt uit onderzoek met kinderen. Van Liere: “Kinderen hebben een gevoelige fase waarin ze smaakvoorkeuren ontwikkelen. Om het smaakpalet te stimuleren, is het belangrijk zo veel mogelijk smaken te introduceren.” En: geef niet te snel op. Van Liere: “Kinderen kunnen bepaald voedsel wel tien keer weigeren voor ze het accepteren. Ga je te snel overstag, dan krijg je moeilijke eters. Snijd groenten met sterke smaken, zoals witlof, klein en verwerk ze in een stamppot. Een kind leert dan ongemerkt wennen aan die bittere smaak.”

Bij volwassenen is het een stuk moeilijker om iets waarvan we een afkeer hebben, toch lekker te gaan vinden. “Het duurt zo’n dertig tot veertig keer proeven voor we eraan gewend zijn. Dat kost dus doorzettingsvermogen, motivatie en vooral ook nieuwsgierigheid. “Op die manier kunnen we onszelf ook leren gezonder te eten, zelfs al gaat onze voorkeur in eerste instantie uit naar te zoet, te zout of te vet.”

null Beeld
  1. De Schijf van Vijf
    “Veel mensen vinden de Schijf van Vijf ouderwets, maar als iedereen zo zou eten, waren we een stuk slanker en gezonder.”
  2. Zoals de Italianen
    “We eten vaak te weinig en snoepen te veel. Ik heb veel geleerd van mijn tijd in Italië, daar eten ze vrijwel niet tussen de maaltijden door.”
  3. Weet wat je eet
    “Houd een voedingsdagboek bij. Het Voedingscentrum heeft hiervoor een goede app: Mijn Eetmeter. Je kunt er calorieën mee tellen en checken of je alle voedingsstoffen binnenkrijgt. ”
  4. Kwestie van kiezen
    “Gezond eten is als klassieke muziek: je kunt leren ervan te houden. Ik eet graag en veel, en heb mezelf aangeleerd gezond eten lekker te vinden. Een gezonde keuze maken kost me meestal geen moeite.”
  5. Eten waar je blij van wordt
    “Gezond eten gaat prima samen met minder gezonde traktaties. Het gaat niet om wat je vandaag of morgen eet, het gaat om wat je dag in dag uit, gedurende jaren eet. Maak een lijstje van eten waarvan je echt blij wordt, gezond of niet, dat helpt.”
  6. Focus op de voordelen
    “Gezond en gelukkig zijn is het belangrijkst. Ben je te zwaar? Bedenk dan dat een klein beetje gewichtsverlies al heel veel gezondheidsvoordelen kan opleveren. Echt niet iedereen hoeft dun te zijn.”
  7. Onbewerkt en plantaardig
    “Eet zo vaak mogelijk onbewerkt en plantaardig. Gemiddeld krijg je dan minder calorieën binnen en meer vitamines, mineralen, vezels en polyfenolen.”

Kijk voor nog meer gezonde adviezen op libelle.nl/dietiste-wendy

Meer lezen

  • Food, Body, Mind, Wendy Walrabenstein € 21,99 (Spectrum)
  • De eerste 1000 dagen, Tessa Roseboom € 29,50 (De Tijdstroom)
  • Gelijk goed beginnen, Tessa Roseboom € 29,95 (De Tijdstroom)

Fotografie: BeeldigBeeld/Stockfood, Getty Images

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden