PREMIUM

Francisca vangt Oekraïense vluchtelingen op: “Ineens zit de oorlog bij ons aan de keukentafel”

null Beeld

Na het zien van beelden van de oorlog in Oekraïne, wil psycholoog Francisca helpen, écht helpen. Twee weken later heeft ze een gevlucht gezin in huis. Speciaal voor Libelle houdt ze een dagboek bij.

Francisca Kramer

3 maart 2022

“Moeten we niet iets doen?”, zeg ik terwijl ik met mijn man naar het journaal kijk. Na het zien van de oorlogsbeelden in Oekraïne voel ik me machteloos. We moeten toch iets voor de mensen daar kunnen betekenen? “Als dit zo blijft, wel”, vindt hij. Dat is dat. We besluiten ons via een website aan te melden voor de opvang van Oekraïners. En ik app een oud-cliënt die tot zijn vijftiende in Oekraïne heeft gewoond: ‘Als mensen een plek nodig hebben, mag dat bij ons’.

9 maart

Geldt jullie aanbod nog, appt hij een paar dagen later. De vrouw van zijn neef is al twee weken onderweg, met hun baby. Eerst moet ze via een corridor Kiev uit zien te komen. Daarna achthonderd kilometer rijden naar Polen, waar haar man, een vrachtwagenchauffeur, op haar wacht om een vlucht naar Amsterdam te nemen.

1. Op de verjaardag van Mark, die we vieren met een BBQ, vlnr Ties, ik zelf, Olesia, Mark, Glib, Rob, Puck 2. Olesia met onze hond Baloe 3. Olesia, Glib en Mark met hun hond Marty vlak bij hun huis in Kiev Beeld
1. Op de verjaardag van Mark, die we vieren met een BBQ, vlnr Ties, ik zelf, Olesia, Mark, Glib, Rob, Puck 2. Olesia met onze hond Baloe 3. Olesia, Glib en Mark met hun hond Marty vlak bij hun huis in Kiev
null Beeld

17 maart

Twee uur voor de kennismaking belt mijn contactpersoon. Even flitst het door mijn hoofd dat het misschien niet doorgaat. Onze gasten gaan gebruikmaken van mijn praktijkruimte in het souterrain, met eigen ingang en kitchenette, grenzend aan een logeerruimte met eigen badkamer. Zo hebben onze gasten de ruimte, en wij ook. Het betekent alleen wel dat ik therapie aan de keukentafel zal geven en meer wandelsessies inplan. Ik ben nerveus. Wat staat ons te wachten? Maar zodra ik de voordeur opendoe en Glib en Olesia zie staan, een lief jong stel met een prachtige baby, voel ik: dit is helemaal goed. Tijdens een kopje thee komen de tranen, Olesia huilt om haar ouders en grootouders, die in Kiev zijn achtergebleven. Bedrukt proberen we ons voor te stellen hoe ze zich moeten voelen. Mijn kinderen van achttien en vijftien komen schuchter een hand geven. Opeens zit de oorlog bij ons aan de keukentafel.

null Beeld

18 maart

Ik maak het bed op, zet het babybedje neer met een slaapzakje en de gekleurde babydeken van mijn eigen kinderen. Ik ruim de kast leeg en schud de kussens op de bank op. Mijn man doet boodschappen, zet fruit neer, een bosje tulpen en gaat koken. Het ziet er gezellig uit en ik ben trots dat we dit samen kunnen doen. Mijn contactpersoon had vooraf gevraagd of ze na de kennismaking meteen konden blijven, maar dat wilde ik liever niet. Ik wilde eerst weten of het voor iedereen goed zou voelen. Die nacht hadden ze met z’n tienen in een huis geslapen, op een matras op de grond, de baby tussen hen in…Tijdens het avondeten zegt Glib dat hij het slim vond om eerst kennis te maken. Daardoor voelde het vandaag beter voor hen, omdat ze wisten waar ze naartoe zouden gaan. Ik ben hem dankbaar.

19 maart

De kinderen nemen onze gasten mee het dorp in om ze te laten zien waar de winkels zijn. “Your children are so polite”, krijg ik na afloop te horen. Wat? Mijn kinderen? Opgelucht constateer ik dat het ook tussen hen klikt.

20 maart

Mijn man is jarig. Glib en Olesia met baby Mark wachten ons ’s ochtends op in de woonkamer met cadeautjes en een geweldige felicitatie: “You look like 50 and you are our cool hero.” Hij wordt 67, dus zijn dag kan niet meer stuk. ’s Middags komen vrienden lunchen en voetbal kijken. De een neemt een oven/magnetron mee, de ander een koelkast, mijn zus brengt een kookplaatje, mijn stiefdochter een babybadje en -kleertjes. Iemand geeft zelfs een fles Oekraïense drank. De volgende dag appen vrienden dat ze fietsen hebben geregeld voor Glib en Olesia.

22 maart

Mijn aanvankelijke nervositeit is helemaal weg. Ik wist niet dat daadwerkelijk iets doen zo’n bevrediging kon geven. Daarnaast besef ik opnieuw hoe onwaarschijnlijk goed wij het hebben. Om acht uur nestelen mijn man en ik ons met een espresso op de bank voor het journaal. Elke dag komt het nieuws harder binnen, want de oorlog heeft een gezicht gekregen. Drie gezichten, om precies te zijn.

23 maart

Mijn man is ongerust. Hij heeft Glib om zeven uur ’s avonds de scooter meegegeven om boodschappen te doen. Als hij om halftien nog niet terug is, begin ik me zorgen te maken. Het is donker, hij kent de weg niet… Ik app hem, maar mijn man zegt dat ik niet zo moederlijk moet doen. Ik stuur het appje toch en vijf minuten later hoor ik hem thuiskomen. De volgende dag blijkt dat hij met de scooter op de snelweg heeft gereden. Hij maakt zich zorgen of we een boete zullen krijgen of dat er straks een agent voor de deur staat. Dat schijnt te gebeuren in Oekraïne.

24 maart

Mijn man neemt Glib mee naar ons vakantiehuisje om te snoeien. Als hij terugkomt, is hij vol lof. Zo’n harde werker! Ik leg Olesia uit hoe de wasmachine werkt en we lachen over mijn nonchalance, die zo anders is dan de gestructureerdheid van mijn man. Ze vindt ons een geweldige combinatie. Als ik terugkom, heeft ze de was opgevouwen en draait er al een nieuwe was in de machine. Fijn!

25 maart

Het is prachtig weer en in colonne fietsen we naar het gemeentehuis, de baby voorop bij zijn vader. Opnieuw voel ik me dankbaar. Al een tijdje was ik aan het nadenken over hoe ik me maatschappelijk zou kunnen inzetten. Mijn kinderen hebben me minder nodig, de oudste gaat bijna studeren, ons huis is af, mijn praktijk loopt goed. Hoewel we Glib en Olesia en hun baby natuurlijk hadden gegund dat ze in hun eigen land konden blijven, ben ik blij dat we hen hebben ontmoet. In het gemeentehuis merk ik dat Glib nerveus is. Zal alles goed gaan? Mag hij hier wel blijven? Na het inschrijven zegt Glib plechtig: “Thank you for your help to our country.” Die middag schenkt Mark me zijn eerste lachje als ik met een pen aan een koordje voor zijn gezichtje beweeg.

null Beeld

26 maart

“We kunnen van alles voor ze regelen, maar dat ene, terug naar hun land zonder oorlog, dat kan ik niet.” Mijn man heeft last van het ‘druppel op een gloeiende plaat’-gevoel. Ik weet dat hij denkt aan zijn vader, die vier jaar ondergedoken zat en na de oorlog geen familielid meer over had. We gaan een weekend weg en mijn man geeft instructies voor ’s avonds: gordijnen dicht, lampje aan. Als ik vertel dat er ook een vriend bij mijn zoon komt logeren, vraagt Glib of die vriend ‘vriendelijk’ is. Het antwoord is natuurlijk ja, maar ik realiseer me weer dat ik te maken heb met mensen die met dreiging hebben geleefd.
Onderweg evalueren mijn man en ik de eerste week. “Het valt me duizend procent mee”, zegt hij. We herkennen gelukkig niks in de verhalen van mensen die wanhopig aankloppen bij de gemeente omdat ze de opvang niet meer aankunnen. Conflicterende etenstijden, gedoe over de afstandsbediening, drukke kinderen die zich niet aan regels houden: niks van dat al. Onze gasten leiden hun eigen leven, koken hun eigen potje en alleen als ze vragen hebben, schieten we te hulp. Af en toe ga ik mee naar de gemeente, de supermarkt of een sollicitatiegesprek. Alleen de dankbaarheid die we dagelijks over ons uitgestort krijgen, voelt wat ongemakkelijk. “Hij moet nu wel kappen hoor, met die dank-je-wels”, bromt mijn man.

28 maart

Na het weekend vertelt Glib dat hij bij elk geluid is gaan kijken. Olesia vertelt dat huizen in Oekraïne niet zulke grote ramen hebben waardoor iedereen zomaar naar binnen kan kijken. Oei, hadden we misschien beter even kunnen wachten met ons weekend weg? Nee, vindt mijn man. “Daar moeten ze aan wennen, en voor ons is het belangrijk om af en toe met z’n tweeën te zijn.”
De vroegere basisschooljuf van mijn kinderen heeft een betere fiets met zitje voor onze gasten, compleet met windscherm. “Hij staat hier toch maar in de schuur.” Mijn dochter fietst met Olesia achterop naar haar toe om de prachtige moederfiets op te halen. Ze krijgt ook nog een tas babykleertjes mee. Gaaf dat zo veel mensen zo behulpzaam zijn.
Na een oproep op Facebook heeft Glib al zijn derde sollicitatiegesprek. Overal kan hij aan de slag, hij vindt het moeilijk om te beslissen. We bespreken de voor- en nadelen en pluizen loonstroken uit. Uiteindelijk kiest hij voor een bouwbedrijf met projecten in de buurt, goede arbeidsvoorwaarden en een collega uit zijn eigen land. Om zeven uur ’s ochtends begint hij, om vier uur ’s middags is hij klaar zodat hij voldoende tijd heeft voor vrouw en kind.
Intussen ontploft de WhatsApp-groep in het dorp waar alle inwoners met Oekraïners in huis bij zijn aangesloten. Hoe zit het met leefgeld? Mogen ze nu wel of niet gratis met de trein? Waar kunnen ze elkaar ontmoeten? Veel vragen blijven onbeantwoord. Mijn man belt ’s avonds met de burgemeester. Er blijken in ons dorp zo veel gezinnen mensen op te vangen dat de gemeente het niet aankan. Maar het komt goed, belooft hij.

null Beeld

29 maart

Mijn praktijk loopt door, dat gaat prima. De meeste sessies doe ik aan de keukentafel of wandelend in de duinen. Mijn cliënten vinden het geen probleem om hun vaste plekje op te geven. Het vergt alleen wat meer planning. Vóór 10 uur moet iedereen ontbeten hebben en opgeruimd, dreig ik in de familie-app. Terwijl dochter op het nippertje de keuken verlaat, veeg ik vlug de hagelslag van de vloer, voordat mijn eerste cliënt voor de deur staat.
Aan het eind van de dag loop ik vaak even bij onze logés binnen. De baby lacht nu elke keer als hij me ziet en het contact met Glib en Olesia wordt vanzelfsprekender. Olesia deelt mijn liefde voor psychologie. Als we bij de boekenkast staan, wijst ze verschillende boeken aan die zij ook heeft gelezen.

1. Voor het eerst met Mark op de fiets (mama-bike van de oud-juf van mijn kinderen) 2. Etentje bij onze Italiaan op mijn verjaardag, vlnr Glib, Rob, ik zelf, Puck, Ties, Olesia, Mark Beeld
1. Voor het eerst met Mark op de fiets (mama-bike van de oud-juf van mijn kinderen) 2. Etentje bij onze Italiaan op mijn verjaardag, vlnr Glib, Rob, ik zelf, Puck, Ties, Olesia, Mark

30 maart

Ik ben jarig en ook ik krijg een geweldige speech, kennelijk is dat de gewoonte in Oekraïne. “We wish you a happy day full of smiles for a cool and sexy woman.” Lachend omhelzen we elkaar en ontroerd laat ik Glib het armbandje om mijn pols knopen dat ik van hen krijg, samen met een heerlijk pakket verzorgingsproducten. ’s Avonds gaan we naar de Italiaan in het dorp. De eigenaar kent mijn kinderen van jongs af aan, hij heeft mij zien eten met mijn ex én met mijn huidige man, en nu verwelkomt hij onze Oekraïense familie.

1 april

Glib en Olesia hebben borsjtsj gemaakt. Eerst een slokje wodka, dan een hap brood met spek en rauwe knoflook, dan de soep van bieten, wortel, aardappel en vlees. We vinden het heerlijk. Voordat we aan tafel gaan, scrol ik met Glib door de foto’s op zijn telefoon. Een prachtig jong gezin met hun witte labrador Marty, een trotse opa en oma na de geboorte van Mark, een stralend stel met kinderwagen op 31 december, nog maar drie maanden geleden, vuurwerk op de achtergrond. Van mijn professionele afstand blijft elke dag minder over. Op Facebook heb ik er een vriendin bij: Olesia’s moeder Natalya. We zijn even oud en voelen ons ondanks tweeduizend kilometer afstand diep verbonden.

3 april

Het weer is omgeslagen, na twee weken zon is het grijs en nat. We lazen al in de krant dat er bij veel vluchtelingen na een paar weken een omslagpunt komt. De realiteit dringt verder door. Dit is het dan, we weten niet voor hoelang. Ik zie Olesia en Glib somber worden en ik maak me zorgen. Op tv zien we de gruwelijke beelden uit Boetsja.

11 april

Mark is ziek. Hij hoest al een paar dagen en de koorts loopt op. Het zijn tandjes en een virusje, maar het is duidelijk dat er qua stress niks meer bij kan. Gelukkig is mijn man huisarts geweest en vertrouwen Glib en Olesia hem. Zijn geruststelling is minstens zo belangrijk als de zetpillen. Na een paar dagen is Mark beter. Olesia gaat een paar uur naar de stad en ik wandel met Mark door het park onder de roze blaadjes van de Japanse kersenbomen.

1. Kiev, 1 januari 2021, Glib en Olesia met baby Mark in de kinderwagen 2. Mark 1 jaar 3. Hij wordt overstelpt met kaarten Beeld
1. Kiev, 1 januari 2021, Glib en Olesia met baby Mark in de kinderwagen 2. Mark 1 jaar 3. Hij wordt overstelpt met kaarten

27 april

Met een barbecue vieren we de eerste verjaardag van Mark. Ik heb iedereen die ik ken gevraagd om een kaart te sturen, dus hij wordt overstelpt met post. ’s Avonds stuur ik een berichtje aan zijn oma Natalya plus een foto van haar kleinzoon met het cadeau van zijn ouders: de Ark van Noach. Een boot om te schuilen, voor dieren en mensen. Als Noach na een jaar een duif laat wegvliegen, komt die niet terug. Dan weet Noach: de aarde is weer bewoonbaar.

PS

Glib, Olesia en baby Mark zijn op zoek naar woonruimte in de omgeving van Haarlem. Tips zijn welkom via franciscakramer@gmail.com. Benieuwd hoe het nu met ze gaat? Kijk op libelle.nl/dagboek-oekraine voor een update.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden