PREMIUMnu alvast lezen

Het nieuwe LIBELLE BOOKAZINE: ‘Het geheim van Raven Hall’

null Beeld

Tot haar verbazing wordt actrice Sadie Langton gevraagd mee te doen aan een murder mystery event op het landgoed Raven Hall. Maar ze kan het geld goed gebruiken en wat heeft ze te verliezen? Tegen de avond voelt ze dat er iets niet klopt. Wie zijn haar medegasten en waarom is zij uitgenodigd?

Emma Rous

Beth – juli 1988

Het huis stond op een zacht glooiende helling in het verder vlakke landschap, alsof het zichzelf als een kasteel beschouwde in dit koninkrijk van drassige natuurgrond, waterwegen en ruisende groene velden. Lichtgrijze muren, brede treden van het aangeharkte grind tot aan de voordeur, rijen en rijen blinkende vierkante ramen en…“Is dat een tóren?” Ik keek reikhalzend door mijn zijraampje. “Is dit allemaal echt maar voor drie mensen?” “Vier, als je je gedraagt.” Caroline liet de auto met een flinke ruk aan het stuur de oprijlaan in draaien, zodat ik terug op mijn stoel viel. “Denk om je manieren, Beth. Niet staren.” De oprijlaan was langer dan de straat waarin ik had gewoond toen mijn ouders nog leefden, maar iemand binnen moest naar ons hebben uitgekeken, want de voordeur zwaaide al open. Er kwamen drie gestalten tevoorschijn, die ons zij aan zij boven aan het bordes opwachtten, als een echt welkomstcomité. Zelfs van deze afstand herkende ik Leonora’s goudblonde krullen en Markus’ dikke, strogele haar al. Ik had Leonora en Markus nog maar één keer eerder gezien, een week geleden, toen ze zich aan me kwamen voorstellen na mijn zomerconcert. Markus had me gecomplimenteerd met mijn spel terwijl Leonora me met een indringende, meelevende blik opnam. Vervolgens had ze me meer over mijn leven in het kindertehuis ontlokt dan ik ooit aan iemand had toevertrouwd. Tussen hen in stond een slank tienermeisje, en ik wist dat dit hun dochter Nina moest zijn. Het ging om Nina. Zij was de reden dat ik hier was uitgenodigd. Ik kon haar gezichtsuitdrukking nog niet zien, maar ik kruiste mijn vingers en probeerde hetzelfde te doen met mijn tenen in mijn te krappe sandalen. Als ze me maar aardig vindt. De auto kwam knerpend tot stilstand op het zondoorstoofde grind en een lang moment bewoog er niemand. Leonora, Markus en Nina keken vanaf het bordes op ons neer. Caroline gaf me bij wijze van uitzondering geen bitse adviezen.

null Beeld

Ik omklemde de hendel van het portier met klamme vingers, hield mijn adem in en keek naar Nina. Die glimlachte niet. Vervloekte ze dit idee van haar ouders? Zou Caroline me vóór deze dag voorbij was – met op elkaar geklemde kaken en wit uitgeslagen knokkels op het stuur – regelrecht terugbrengen naar het kindertehuis? Er klonk een misprijzend gekwaak, we keken allemaal op naar een overvliegende gans en de spanning was doorbroken. Ik wurmde me uit de auto en Leonora ving mijn blik. Toen kwam ze met uitgestrekte armen de treden af. “Beth! Caroline. Wat fijn jullie te zien. Welkom op Raven Hall.” Ik gaf me over aan Leonora’s omhelzing. Haar parfum rook naar poederige rozenblaadjes, zacht en geruststellend. Toen ze me losliet, schudde Markus me hartelijk de hand. Toen keek hij over zijn schouder naar zijn dochter, die nog weifelend op het bordes stond. “Nina, kom eens gedag zeggen.” Het enige wat ik van Nina wist, was haar leeftijd. Toen ik Caroline onderweg om meer informatie had gevraagd, had ze gesnauwd dat ze al haar aandacht nodig had voor het rijden. Ik had mijn blik dus maar op de nevelige velden gericht en geprobeerd me het gesprek te herinneren dat ik met Leonora en Markus had gevoerd; op het moment zelf was ik me totaal niet bewust geweest van het belang ervan. Leonora had zich laten ontvallen dat hun dochter onlangs veertien was geworden, maar dat was het dan ook; meer herinnerde ik me niet. Het betekende dat we bij elkaar in de klas zouden komen, want ik was maar een paar maanden ouder, en we zouden natuurlijk nog veel meer gemeen hebben… Maar toen ik zag hoe Nina de treden af huppelde en licht op het grind neerkwam, werd ik door twijfel overvallen. Ze was niet alleen kleiner dan ik, maar ook veel dunner en kinderlijker. Haar ondeugende gezicht straalde een afstandelijke humor uit en ik plukte verlegen aan mijn t-shirt. Wat moest ik zeggen? Niemand had me uitgelegd wat er hier van me verwacht zou worden; ik wist niet eens hoelang ik hier zou blijven. Caroline had alleen gezegd: “Je kunt hun dochter een tijdje gezelschap houden tot ik je in huis kan nemen.” Nina en ik namen elkaar aandachtig op. De volwassenen ­keken zwijgend toe, alsof we nieuwe dieren in een dierentuin waren. De overtuiging dat ze me ging afwijzen zwol aan in mijn borst tot het lichamelijk pijn deed. Toen wierp ze me een onverwacht schuchtere glimlach toe. “Hoi,” zei ze. “Ik ben Nina. Ik hoop echt dat je het hier naar je zin krijgt.” Ik slaakte een zucht van verlichting. “Ik ook,” zei ik. “Ik bedoel, dank je.” Ik maakte een onhandig gebaar naar het imposante grijze huis achter haar. “Dat komt vast wel goed.” Toen stapte Leonora tussen ons in en legde haar ene hand op mijn achterhoofd (ze was amper langer dan ik) en de andere op Nina’s donkere haar. “Kijk nou toch,” prevelde ze. “Geen enkele gelijkenis.” Ik verstijfde. Nina leek mijn komst best leuk te vinden; Leo­nora had zich toch niet bedacht? Maar ze had eerder peinzend dan teleurgesteld geklonken, en Nina stapte bij haar vandaan en wierp me een verontschuldigende blik toe. “Mam, mag ik Beth haar kamer wijzen?” Leonora knipperde met haar ogen, alsof ze in gedachten elders was geweest. “Wat? O ja, natuurlijk.” Ze wendde zich tot Caroline. “Kom je nog een kopje thee drinken? Je mag natuurlijk ook blijven eten…”

null Beeld

Maar Caroline reikte al in haar kofferbak en zette mijn tassen en vioolkist op het grind. “Nee, nee, ik moet terug. Lange vlucht morgen, snap je?” Ze klapte de kofferbak dicht, liep naar het portier aan de bestuurderskant en keek me strak aan. “Gedraag je, Beth.” Ik knarsetandde. Wanneer had ik me ooit misdragen? Ik had er nooit over geklaagd dat Caroline haar werk belangrijker vond dan mij, ook al hadden we allebei geen andere familie meer. Bij haar vage beloftes dat ik nu echt snel bij haar mocht komen wonen had ik altijd geglimlacht alsof ik haar geloofde. Zelfs vanochtend nog, toen ze (buiten gehoorsafstand van de medewerkers van het kindertehuis) had bekend dat ze nog niet in staat was me zelf in huis te nemen, maar dat ze een pleeggezin voor me had gevonden, had ik alleen maar beleefd geknikt. Nu trok ze afwachtend haar wenkbrauwen naar me op. Ik kon een glimlachje opbrengen. “Ja, tante Caroline. Bedankt dat je me hierheen hebt gebracht.” Ik stond tussen Leonora en Nina in te kijken hoe Carolines auto de oprijlaan af reed, in het besef dat dit mijn laatste kans was om me te bedenken. Als ik het nu op een lopen zou zetten, als ik nu met mijn armen zwaaiend achter haar auto aan rende, zou Caroline me in haar spiegel zien en voor me remmen; ze zou me meenemen, weg van die mensen, die vreemden. Ze zou me naar het kindertehuis terugbrengen voordat ze naar Istanboel vloog, naar Sydney of waar ze morgen ook maar voor haar werk naartoe moest. Ik keek van links naar rechts, van Leonora naar Nina. Maar waarom zou ik hier weg willen, van die mensen die zo gastvrij leken en van dit huis dat er zo sprookjesachtig uitzag?

“Niet eens een kop thee,” prevelde Leonora met haar blik op de auto gericht, maar ik wist dat ze haar afkeuring uitsprak over Caroline, niet over mij, dus trok ik het me niet aan. Nina richtte zich tot mij. “Kom op. We brengen je spullen naar boven en dan geef ik je een rondleiding.” “Nog één ding, Beth,” zei Leonora, die zich ook afwendde van de verdwijnende auto. “Doe of je thuis bent.” Ze nam me onderzoekend op en knikte toen, alsof hetgeen ze van mijn gezicht las haar beviel. “Ik meen het. We willen dat je jezelf als een gezinslid beschouwt.” Heel even was ik mijn stem kwijt. “Dank je,” zei ik toen. Leonora’s blik gleed over mijn schouder naar het huis en haar stem kreeg weer die afstandelijke toon. “Raven Hall kan eenzaam zijn voor een enig kind. Het zal fijn zijn voor Nina om een speelkameraadje te hebben…” Ik kromde mijn tenen in mijn plastic sandalen en probeerde te blijven glimlachen. We waren veertien; een beetje te oud om ‘speelkameraadjes’ te zijn, dacht ik, maar Leonora mocht niet denken dat ik ondankbaar was. Nina hield een hand boven haar ogen tegen de zon, tuurde omhoog naar Leonora en zei geërgerd: “Ma-ham.” Leonora schudde haar hoofd en knipperde met haar ogen. “Oké, ga maar, meisjes. Ik moet van alles doen. We eten om zeven uur. Gedraag je intussen.”

Sadie – januari 2019

Sadie schuift de voordeur herhaaldelijk heen en weer om de berg folders en kranten die hem tegenhouden los te werken. In de smalle gang lijkt het nog kouder dan buiten, en er zit een vochtplek in de vloerbedekking op de plek waar de mat vroeger lag. Haar moeder zette de verwarming altijd hoog in de winter; dan pelde Sadie laagjes kleding af en klaagde dat het benauwd was, waarop haar moeder bromde dat haar verkilde botten dat nodig hadden. Maar de cv is nu al weken buiten bedrijf en er hangt een muffe leegstandsgeur binnen, die maakt dat Sadie haar moeder nog sterker gaat missen. Ze raapt de post van de vloer en legt hem bij de rest in de kartonnen doos in de hoek, die al aardig vol begint te worden. Met een beetje geluk is dit de laatste keer dat ze hier moet zijn; het hele proces heeft meer tijd gekost dan ze had verwacht. Het huis is al grotendeels leeg, maar er moet nog een laatste lading meubilair worden opgehaald door de daklozeninstelling. De nieuwe huurders, een jong stel met een baby, schijnt het, komen volgende week. Sadie hoopt dat de huurbaas het huis voor ze zal opwarmen, maar ze hoopt vooral dat hij de borg van haar moeder meteen zal terugstorten zodra ze de sleutels heeft ingeleverd. Sadie is het afgelopen jaar twee deeltijdbaantjes kwijtgeraakt en haar acteerwerk is geen regelmatige bron van inkomsten. Ze zit te springen om het geld van die borg. Als haar moeder er nog was, zou ze achter de brievenbus op de plaatselijke kranten zitten te wachten, vacatures voor Sadie omcirkelen met haar zwarte viltstift en ze aan Sadie laten zien zodra ze over de drempel stapte…

null Beeld

Sadie zucht en loopt door naar de woonkamer, waar alleen nog een oud dressoir en twee verschoten armfauteuils staan. Op de schoorsteenmantel ligt nog een halfvolle zak van die toffees waar haar moeder zo dol op was, en ze stopt hem in haar jaszak voordat ze om zich heen kijkt om te zien of ze nog iets vergeten is. Haar blik wordt naar het dressoir getrokken. Het heeft krasjes, maar het is van massief hout; een meubelstuk dat haar zo vertrouwd is uit haar kindertijd dat het haar nog niet was opgevallen. Ze strijkt er met haar gehandschoende vingers over, zoekend naar meer beschadigingen, en haar hart bonst schuldbewust; haar moeder wilde per se dat al haar meubels naar een bepaalde instelling voor daklozen zouden gaan, maar wat zou dit op eBay kunnen opbrengen? Genoeg om haar huurachterstand volgende maand in te lopen? Haar telefoon zoemt onder de toffees in haar zak en ze trekt haar hand van het dressoir weg alsof ze hem heeft gebrand. De naam van haar impresario licht op op het scherm en ze neemt het gesprek meteen aan. “Wendy, wat zeiden ze?” Sadie drukt de telefoon aan haar oor. “Ben ik het geworden?” De tactvolle zucht aan de andere kant van de lijn zegt haar al genoeg. “Sadie, het spijt me ontzettend. Ze vonden je fantástisch, maar ze zoeken iemand met iets meer…” Sadie is bijna misselijk van teleurstelling. Zal ze echt tegen de medewerkers van de daklozeninstelling moeten zeggen dat ze het dressoir toch niet mogen meenemen? En hoe moet het volgende maand? Zal ze moeten zwichten en het enige mooie sieraad dat ze heeft, de bedelarmband die ze op haar zestiende verjaardag van haar moeder heeft gekregen, moeten verkopen? “Iets meer wat?” vraagt ze mismoedig. “Statuur, zeiden ze.

null Beeld

Maar luister…” “Statuur?” herhaalt Sadie verontwaardigd. “Om een zeemeermin in een speelgoed-reclame te spelen?” “Speelgoed is een gewichtige zaak.” Wendy klinkt verbazend vrolijk. “Maar luister, ik heb veel beter nieuws voor je, een fantastische klus. Het is een bedrijf in moordspellen, net begonnen, en ze willen hun spel uitproberen zodat ze foto’s voor hun website kunnen maken, met glamoureuze kostuums en een chic diner, dat werk. Het is in een groot oud huis in The Fens, een schitterend buiten met een duister verleden…”

Sadie vergeet het reclamespotje en recht haar rug. “Wanneer is de auditie?” “Dat is het mooiste, Sadie. Er is geen auditie. Je hoeft alleen maar ja te zeggen en het honorarium is uitstékend.” Sadie zet grote ogen op, maar dan wordt haar aandacht getrokken door een beweging achter het raam. De vrachtwagen van de daklozeninstelling is aangekomen en blokkeert met knipperende alarmverlichting de weg terwijl de chauffeur een parkeerplek zoekt. Recht tegenover het huis schuift een donkere Audi weg van de stoeprand en Sadie probeert erin te kijken; ze heeft die auto hier al een paar keer gezien. De bestuurder schermt haar gezicht echter af met haar hand en Sadie vangt alleen een glimp op van een wit sporthorloge en een eveneens witte scrunchie om de knot op haar achterhoofd. De vrachtwagen wordt onmiddellijk op de vrijgekomen plek gemanoeuvreerd. “Wacht even, Wendy,” zegt Sadie. “Ik ben bij mijn moeders huis. Ze komen net de laatste meubels halen.” “O, sorry,” zegt Wendy. “Ik wacht wel.” Sadie doet de voordeur open en wuift verontschuldigend met haar telefoon. “Sorry, ik ben aan het bellen, kunnen jullie…?” Ze gebaart naar de woonkamer. “Toe maar, kind.” De vrouw van de instelling geeft een meelevend klopje op haar arm en zij en haar assistent trekken hun dikke werkhandschoenen aan terwijl ze recht op het dressoir afstevenen. “Dus, wat schuift het?” vraagt Sadie aan Wendy. Ze hoort het antwoord en schiet in de lach. “Echt waar? Voor één weekend? Natuurlijk zeg ik ja.” Ze rent de trap op, gegeneerd dat anderen kunnen horen hoe dringend ze om geld verlegen zit, maar opgelucht dat ze probleemloos de huur van volgende maand zal kunnen betalen, en van de maand erna. “Dus, vertel. Wat moet ik doen?” “Nou, ik heb de uitnodiging hier voor me liggen.” Wendy klinkt een beetje amechtig. “Ik stuur hem naar je door, je zult hem prachtig vinden, met reliëfletters en zo. Op de voorkant staat: U bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan een spel op Raven Hall...” Beneden hebben de medewerkers van de daklozeninstelling de laatste meubels van Sadies moeder in de vrachtwagen geladen en trekken de voordeur zachtjes achter zich dicht.

Het geheim van Raven Hall

Actrice Sadie Langton wordt uitgenodigd deel te nemen aan een murder mystery event op het landgoed Raven Hall. De geheime uitnodiging verbaast haar, maar ze kan het geld dat ze ermee kan winnen goed gebruiken en het spel vindt plaats op een prachtige plek. Naarmate de dag verstrijkt begint Sadie te voelen dat er iets niet klopt aan de glamoureuze andere gasten. Langzaam dringt het tot haar door dat er een spelletje wordt gespeeld, óók met haar…

null Beeld

Over de auteur

De Engelse Emma Rous was ooit dierenarts en nu is ze succesvol bestsellerauteur. Begin 2019 debuteerde ze met De tweeling van Summerbourne. Dit Libelle Bookazine Het geheim van Raven Hall is haar tweede roman.

PS

Lees het hele verhaal van Sadie in Libelle Bookazine 7, dat ligt vanaf 23 juni in de winkel. Of bestel Libelle Bookazine 7 via LosseBladen.nl.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden