PREMIUM10 vakantieverhalen over reddende engelen

Reddende engelen: “De vrouw maakte zonder aarzelen 500 euro naar ons over”

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Een maaltijd, slaapplek of lift: hulp uit onverwachte hoek roert je soms tot tranen toe. Tien lezeressen over die ene behulpzame man of vrouw die ze tijdens hun vakantie tegenkwamen.

Rosa Dammers en Elle SmoldersGetty Images

Overnachting met ontbijt

Yvonne (58): “Veertien jaar geleden maakte ik een reis van twee maanden door Nieuw-Zeeland. De laatste twee weken sloot ik af op Bali en Lombok. Gearriveerd op Lombok, het werd al donker, lukte het me niet een hotel te vinden. ‘Can you help me?’ vroeg ik uiteindelijk aan een toevallige voorbijganger. ‘Follow me, you can sleep with us!’

null Beeld

zei hij. Ik volgde zijn auto en kwam in een dorpje terecht waar de hele bevolking uitliep toen ze hoorden dat er een toerist op bezoek was. Een witte vrouw, helemaal in haar eentje op reis, ik was een bezienswaardigheid. Binnen een mum van tijd werd ik omringd door locals die foto’s van me wilden maken. Ik kreeg de slaapkamer van zijn oudste dochter aangeboden en ’s ochtends stond er een heerlijk ontbijtje voor me klaar. De familie weigerde een vergoeding voor hun lieve gebaar, maar ik heb op mijn kussen een envelopje achtergelaten. Ik was ze zo dankbaar!”

Geen saldo

Karen (48): “Mijn man en ik waren begin twintig en hadden vlak voor onze cruisevakantie een creditcard aangeschaft. Wat we ons alleen niet realiseerden, is dat je daarbij ook een krediet moet aanvragen. Toen we onze rekening op de laatste vakantiedag wilden betalen, bleek onze creditcard dus niet te werken. Contant geld hadden we niet en de pinautomaat op het schip was buiten gebruik.

null Beeld

De crew deed geen enkele moeite ons te helpen, maar bleef ondertussen wel herhalen dat we het schip niet mochten verlaten zonder te betalen. Het zag er niet best uit, totdat ik op het idee kwam de vriendelijke Belgische dame te zoeken bij wie we de avond ervoor aan tafel hadden gezeten. Misschien kon zij ons uit de brand helpen? En ja hoor, ze twijfelde geen moment en maakte meteen 500 euro over, die we pas tien dagen later konden terugbetalen. Bij thuiskomst heb ik haar een grote bos bloemen gestuurd.”

In de waagschaal

Liesbeth (45): “Zeven maanden zwanger van mijn eerste kind maakte ik een tripje naar Marrakech. Op een markt kocht ik, na flink onderhandelen, een prachtige, grote schaal. Maar eenmaal op het vliegveld mocht ik het gigantische ding onder geen beding mee naar Nederland nemen. Terwijl ik met handen en voeten met de vrouw van de douane stond te discussiëren, schoot een vriendelijke Marokkaan me te hulp.

null Beeld

Als ik hem mijn creditcard en paspoort gaf, zou hij het voor me fiksen. Ik twijfelde. Straks ging hij er met mijn documenten vandoor en kwam ik het land niet meer uit. Was dit wel slim? Maar ik besloot op mijn intuïtie te vertrouwen, het voelde oké, ik gaf hem wat hij nodig had. Na een half uur, het zweet liep inmiddels over mijn rug, kwam hij terug. Hij had het voor me geregeld, ik mocht de schaal mee naar Nederland nemen. Veel tijd om hem te bedanken was er niet; hij had door zijn goede daad bijna zijn eigen vlucht gemist.”

Pain du pelgrim

Mariëtte (60): “Ik was als pelgrim onderweg naar Santiago de Compostela en had de nacht doorgebracht in een Frans gehucht zonder restaurant of winkel. Mijn proviand begon op te raken, maar in de ochtend zou de route door een dorp met een winkel voeren. Onderweg bleek dat de route was gewijzigd, waardoor ik de winkel miste. Ik vond een alternatieve route door het bos, maar die bleek kilometers langer. Intussen had ik alleen nog wat crackers op zak, begon het te regenen en had ik nog vijftien kilometer voor de boeg. In de verte zag ik een auto met een Nederlands kenteken staan.

null Beeld

Toen ik het huis met de auto passeerde, kwam er een oudere man naar buiten. Vanwege de St. Jacobsschelp op mijn rugzak herkende hij me als pelgrim. We praatten meteen Nederlands en hij vertelde dat hij de pelgrimsroute zelf eens had gefietst. Onderweg had hij zo veel gastvrijheid genoten dat hij nu iets wilde geven. Of ik zin had om te komen brunchen met hem en zijn vrouw? We bleken uit dezelfde streek te komen en kletsten honderduit over de wonderlijke gebeurtenissen op de camino. De geur van vers stokbrood doet me nog altijd aan die bijzondere middag denken.”

Kiek nou

Nicole (48): “Wat kreeg ik het heet op dat metrostation hartje New York toen ik me realiseerde dat ik mijn camera was vergeten op het bankje in het park waar ik een halfuur eerder had gezeten. Weg camera, weg honderden vakantiefoto’s van mijn reis door Canada en de VS, weg vakantie! Boos, gestrest, verdrietig maar met een sprankeltje hoop besloot ik terug naar het bankje te lopen.

null Beeld

En jawel; een vriendelijk stel zat daar op me te wachten. Ze hadden van een afstandje gezien dat ik mijn camera vergat, maar ik had hen niet horen roepen, dus besloten ze te wachten of ik terug zou komen. Ik was zó ontzettend blij. Van opluchting heb ik wel honderd keer ‘Thank you, thank you so much’ gestameld.”

Kaaskop

Karima (41): “Ik was net twintig en vloog in mijn eentje naar de andere kant van de wereld voor een halfjaar stage in Melbourne. Wist ik veel dat ik die ronde bol Hollandse kaas van vijf kilo, een cadeautje voor mijn stagebegeleider, had moeten aangeven bij de douane. ‘Whose bag is this?’, vroeg de strenge douanier bij de bagageband, nadat een speurhond mijn koffer eruit had gepikt.

null Beeld

De paniek raasde door mijn lijf. Een vriendelijke man zag me stuntelen en schoot meteen te hulp. Hij heeft vervolgens gepraat als Brugman om te voorkomen dat ik een flinke boete moest betalen. Mijn buitenlandavontuur kon beginnen.”

Twee keer gered in Egypte

Marleen (55): “Mijn ouders vonden het niet zo’n fantastisch idee dat mijn zus en ik samen naar Egypte zouden gaan, maar als twintigers meenden wij dat het wel zou loslopen met gevaarlijke mannen en gekke ziektes. Vanuit het zuiden zouden we de nachttrein naar Caïro nemen – een tocht van een uur of tien. Maar mijn zus kreeg een zonnesteek en werd ontzettend ziek, te ziek voor de trein. In ons krakkemikkige hotelletje bleek een handelsreiziger voor een Egyptische farmaceut te logeren die een beetje Engels sprak. Hij keek naar mijn zus, hoorde het ziektebeeld aan en gaf haar een strip pillen. Géén idee wat erin zat, maar het werkte als een tierelier en binnen no time was ze weer op de been. Dat was onze eerste redder in nood. We namen alsnog de trein naar Caïro. ’s Avonds laat kwamen we bij ons hotel aan, een koloniaal gebouw dat betere tijden had gekend. Bij de receptie moesten we onze paspoorten laten zien. Paspoort, paspoort? Die hadden we in de trein laten liggen! Gelukkig hadden we allebei een briefje van vijftig dollar verstopt in onze rugzakken voor het geval dat. Na een slechte nacht liepen we de volgende dag toch maar weer naar het station. In een soort lost & found-kantoortje troffen we drie oudere Egyptische mannen aan: fors, met baard en in traditionele kleding.

null Beeld

‘Ehm, we left our passports in the train and would like to know if someone found them?’ Waarop een van de mannen bulderde: ‘You are the Dutch girls! Are you looking for these?’ In zijn hand had hij onze paspoorten! Iemand had ze dus gevonden én de moeite genomen om ze ergens af te leveren. Ongelooflijk, toch?”

Operatie hondenbeet

Anne (36): “Dat uitgerekend ik als hondenliefhebber op een eiland in Nicaragua in mijn kuit werd gebeten, snap ik nog steeds niet. Ik racete naar de lokale kliniek waar een dokter de diepe bijtwond oppervlakkig schoonmaakte en hechtte. Terug in mijn hotelkamer ging ik googelen. Tot mijn schrik las ik dat je een hondenbeet nooit moet hechten. Twee dagen later was de wond zo ontstoken dat ik terugging naar de kliniek. De arts haalde de hechtingen eruit, wat overbleef was een zwart gapend gat. Ik kon amper lopen en voelde me beroerd, dus hij schreef antibiotica voor. Ik raakte in paniek.

null Beeld

Naar het vasteland reizen zou me zeker drie dagen kosten. Via via hoorde ik over een Duitse oncoloog op het eiland, mijn laatste hoop. Gelukkig mocht ik langskomen. Met een gesteriliseerd visschaartje en een ongebruikte vliegtuigtandenborstel haalde hij het dode weefsel uit mijn wond. Niet in doktersjas, gewoon in zijn zwembroek. Vijf eindeloze minuten crepeerde ik van de pijn, maar ik wist dat ik hem kon vertrouwen. Onder het weefsel bleek een gruwelijke infectie te zitten. De oncoloog maakte alles schoon en eiste dat ik de rest van zijn vakantie elke ochtend langs zou komen voor wondzorg. Als bedankje gaf ik hem en zijn vrouw drie weken lang yogales. In augustus ga ik ze opzoeken in Duitsland.”

Reddende engel

Marit (54): “Ik heb nooit geweten hoe hij heet, maar ik noem hem Alfredo, mijn engel. In Zuid-Amerika reisde ik met een boot vanuit het zuiden van Colombia naar Manaus, Brazilië. De reis duurde vier dagen, maar na dag één werd ik ziek. Na drie dragen overgeven en diarree kwam ik aan in Manaus waar ik op zoek ging naar een hostel met eigen wc. Ik herinner me nog vaag de man die voor het hostel stond te roken. Ik boekte een kamer, kwakte mijn bagage neer rende naar het toilet. Ik was te ver heen om te bedenken dat ik een arts zou moeten raadplegen. Ik weet nog dat ik, ijlend op bed, mijn paspoort op mijn buik legde, voor als ze me dood zouden vinden. Een dag later hoorde ik plots iemand tegen me praten, er werd zachtjes in mijn gezicht geklapt. Het bleek de man die ik voor het hostel had zien staan.

null Beeld

Hij had de eigenaar gevraagd of hij de zieke vrouw nog had gezien. Samen hebben ze mijn kamerdeur opengebroken en me gevonden. Hij bracht me naar het staatshospitaal waar ze me aan een glucose-infuus legden. Hij sprak wat Engels en is de hele dag bij me gebleven om als tolk te fungeren. Toen ik uit het ziekenhuis werd ontslagen, heeft hij mijn spullen opgehaald in het hostel, een taxi voor me geregeld en me naar het vliegveld van Belem gebracht, waar ik op het vliegtuig naar mijn vriendinnen in Suriname kon stappen. Ik kon op dat moment nog steeds niet helder denken en ik heb geen idee hoe ik hem heb bedankt. Wat zou er zijn gebeurd als hij niet naar me had gevraagd, vraag ik me weleens af. Die vriendelijke vreemdeling heeft mijn leven gered. En het gekke is dat hij geen seconde als vreemdeling voelde. Het voelde alsof hij daar had móeten zijn.”

Hotel Ahmed

Saskia (50): “Mijn vader is een enorme tennisfan. Toen hij zeventig werd, trakteerden mijn zus en ik hem op een trip naar Wimbledon. Blij wandelden we het hotel binnen, maar aan de balie was het snel uit met de pret: onze kamer bleek dubbel geboekt en de rest van het hotel zat bomvol. Het was inmiddels zeven uur toen we verslagen een taxi aanhielden. Wat nu? Gelukkig hield onze Pakistaanse chauffeur de moed erin. Terwijl Ahmed ons van hotel naar hotel reed, zocht zijn vrouw vanuit de taxicentrale online mee naar hotelkamers. Helaas zonder succes: om één uur ’s nachts hadden we nog steeds niets gevonden.

null Beeld

‘We hebben nu wel zo’n beetje alle hotels gehad’, zei Ahmed. ‘Er zit maar één ding op: jullie komen bij ons slapen.’ Mijn vader, uitgeput en helemaal ondersteboven van dit groothartige gebaar, pinkte een traantje weg. Nadat Ahmed onze bedden had opgemaakt, gingen hij en zijn vrouw verder met hun nachtdienst. ‘Ben je niet bang dat wij er met jullie huisraad vandoor gaan?’ vroeg ik. Hij lachte. ‘Ik denk niet dat geluk schuilt in materieel bezit. Geluk is er voor elkaar zijn als het nodig is.’ Het meest verlichte antwoord dat ik ooit had gehoord. Ik ben uiteindelijk één nacht gebleven, mijn vader en zus nog een tweede en ze genoten van een heerlijk Pakistaans diner. Drie maanden later viel bij mijn zus een kraamcadeautje op de mat en mijn vader krijgt nog steeds, we zijn inmiddels twaalf jaar verder, een kerstkaart van Ahmed.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden