PREMIUMinterview

Acteur Benja Bruijning: “Ik doe geen dingen om erbij te horen”

null Beeld Ellen van Bennekom
Beeld Ellen van Bennekom

Hij is misschien een beetje een gesloten boek, geeft Benja Bruijning (39) toe. Maar als acteur kan hij zichzelf laten zien. “Mensen aan het huilen of lachen maken, daar word ik blij van.”

Liddie AustinEllen van Bennekom

“Hoe laat is het?” Benja Bruijning, vrijwel altijd te laat, is op tijd in het restaurant waar we hebben afgesproken. “Geen reden tot schouderklopjes”, voegt hij daar meteen aan toe. “Vanochtend was mijn vriendin voor het eerst sinds een tijdje weer thuis en heb ik me toen de kinderen zich meldden nog eens lekker omgedraaid. Het was haar beurt. Maar om tien over halfnegen schrok ik wakker: ik moest om negen uur op de set zijn!”
Het zijn drukke tijden voor de acteur. Niet alleen is hij volop bezig met de opnames van de musicalfilm Net als in de film, ook staat hij in het theater met de monoloog Een leven. Een stuk van de Britse scenarioschrijver Nick Payne, door hem hoogstpersoonlijk naar Nederland gehaald, vertaald en dus gespeeld.

Waarom dit stuk?

“In een podcast hoorde ik de Amerikaanse acteur Jake Gyllenhaal er op zo’n manier over vertellen dat ik er nieuwsgierig naar werd. Met enige moeite wist ik het te vinden en ik vond het supermooi. Het gaat over een man wiens vader overlijdt en die rond die tijd zelf een dochter krijgt. Ik was toen al een tijdje op zoek naar een voorstelling die ik kon maken met regisseur Olivier Diepenhorst. We wilden graag een keer samen iets doen en dit stuk leende zich er goed voor.”

Wat maakt het stuk zo goed?

“Grote thema’s als leven en dood zijn er prachtig in gevangen, zonder dat ze worden opgeblazen. Die vader gaat dood aan hartfalen. Stapsgewijs gaat het steeds slechter met hem en dan overlijdt hij. Spoiler! Dat kind wordt gewoon geboren: geen vacuümpomp, geen spoedkeizersnede, niemand is in levensgevaar. Toch is de intensiteit groot. Daar hou ik heel erg van. Het gaat bij acteurs niet om het tentoonspreiden van emoties. Het vechten tegen de emotie, zoals in dit stuk gebeurt, de falende poging om die te verbergen – dat vind ik veel mooier.”

null Beeld

Je herkent er ook iets in, toch?

“Dat is waar. Mijn vader is ook overleden, mijn eerste kind is ook een dochter. Dus er zijn de nodige persoonlijke raakvlakken, maar ook de nodige verschillen. Het is niet mijn verhaal. Wat ik wel herkende was: je bent nooit klaar voor die grote veranderingen in je leven, want je weet niet wat ze gaan brengen. Maar als ze gebeuren, blijk je er toch klaar voor te zijn, want je doet het.”

Het vaderschap kwam bij jou eerst, heb ik begrepen. Was je daar klaar voor?

“Dat kwam op een moment in mijn leven dat ik eraan toe was. Ik had er samen met Anna zelf voor gekozen. In het begin was alles overweldigend, maar wat mensen weleens zeggen, dat ze meteen verliefd op hun kind waren… Nee, dat had ik totaal niet. Anna en ik wisten van tevoren niet of we een jongen of een meisje zouden krijgen, dus het was een verrassing. De eerste paar dagen zeiden we dingen als: ‘Moeten we hem, eh haar, eh Lea niet verschonen?’ Je moet iemand leren kennen, de band moet groeien. Maar ik kan me als beginnende vader geen grote onzekerheden herinneren. Lea’s eerste paar maanden waren zorgeloos.”

En toen verloor je je vader?

“Hij werd ziek toen Lea vier maanden oud was, hij stierf toen ze vijf maanden was. Dat was wel heftig.”

Was het meteen duidelijk dat het zo snel zou gaan?

“Ja, maar dat kwam niet binnen bij mij. Vrij klassiek, ik klampte me vast aan de verhalen van mensen in mijn omgeving die een ouder hadden die een doodvonnis had gekregen, maar die twee jaar later nog gezellig meeging op familieweekend. Dat komt natuurlijk ook voor. Dat was bij mijn vader bepaald niet het geval. Op een gegeven moment waren ze erachter dat hij leverkanker had en kreeg hij een chemobehandeling die een levensverlengend effect zou kunnen hebben. Er was tachtig procent kans dat die chemo zou aanslaan, maar kleine kansen komen ook weleens uit. Pech op pech. Ik ging met Lea bij hem op bezoek in het ziekenhuis, warmde daar flesjes voor haar op. Hij was zo ziek… Het was een emotionele tijd. Toch was het ook fijn dat hij tot bijna op het laatst bij zinnen was en iedereen tegen hem heeft kunnen zeggen wat hij of zij nog wilde zeggen. Er waren geen onuitgesproken dingen tussen ons. Dat hielp bij het verwerken.”

null Beeld

Had je een goede relatie met je vader?

“Ja. Niet intens, hij was de laatste jaren van zijn leven hard aan het werk. Toen ik klein was, was hij pianoleraar bij ons aan huis. Op een gegeven moment, hij was toen de vijftig al gepasseerd, was hij daar klaar mee en kwam hij via het uitzendbureau bij de internethelpdesk van de Postbank terecht. Van daaruit klom hij op in het bedrijf. Ik denk dat hij dat werk veel leuker vond dan die pianolessen. Daar was hij door zijn ouders in geduwd. Hij was heel muzikaal. Maar omdat mijn oma toen ze zwanger was van hem toxoplasmose kreeg, was hij bijna blind. Daarom dachten zij dat hij dan maar het muzikale wonder moest worden.”

Wat merkte je van zijn blindheid? Moest je als kind voor hem zorgen?

“Helemaal niet. Hij zag maar met één oog. Daarmee keek hij als het ware door een rietje en wat hij dan zag was maar veertien procent scherp. Hij liet zich door die beperking niet tegenhouden. Op een gegeven moment fietste hij zelfs gewoon door de stad. Volstrekt onverantwoord, natuurlijk. Wij maakten ons zorgen, ook wel enigszins terecht, maar ik ben vergeten te waarderen hoe dapper hij was. Daar heb ik nu weleens spijt van.”

In wat voor een gezin groeide je op?

“Heel veilig. Maar naarmate ik ouder werd, was er wel steeds meer ruzie. Dat was niet leuk. Op mijn zeventiende gingen mijn ouders uit elkaar. Dat vond en vind ik nog steeds verdrietig. In veel gevallen is het beter als mensen uit elkaar gaan, maar voor een kind zijn weinig dingen erger dan de scheiding van je ouders. Ik hoop dat Anna en ik dat onze kinderen kunnen besparen. Als kinderen in twee huizen wonen… ik vond dat zelf naar. Mijn moeder woont nog wel in het huis waar ik ben opgegroeid, maar het is niet meer wat ‘thuis’ ooit was.”

null Beeld

Wat voor gezin heb je nu zelf?

“Anna en ik zijn óf allebei veel aan het werk, óf veel vrij. Nu hebben we het toevallig druk. Die onregelmatigheid is de regelmaat. Het is elke keer anders. We hebben allebei ambitie in werk, maar ook in ouderschap. We willen echt een moeder en vader zijn voor onze kinderen en niet alleen financieel een steentje bijdragen aan hun opvoeding. Zo maken we onze keuzes over wat we op werkgebied wel en niet doen. Er voor hen zijn, dat is voor mij het belangrijkst. Ik wil mijn kinderen de veiligheid bieden die ik van mijn ouders heb gekregen. Van daaruit hebben ze de vrijheid om zichzelf te ontwikkelen. Op mijn geboortekaartje stond: ‘Om te worden wie hij is – Benja’. Een beetje pretentieus, maar ook wel mooi en profetisch.”

Heb je er lang over gedaan om te worden wie je bent?

“Nee, juist niet. Het paste alleen de ene keer beter dan de andere. Op de basisschool werd ik gepest, toen was wie ik was dus minder succesvol. Maar ik kon niet anders, ik ging geen dingen doen om er wel bij te horen. Dat was met roken later ook zo. Ik had geen zin om te gaan roken om maar cool te zijn. Het kostte me trouwens ook niet zo veel moeite. Nu snap ik wel dat dit soort dingen om ruggengraat vraagt.”

Hoe past het acteren daarin?

“Ik doe dat in elk geval niet om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Ik ben er al vroeg mee begonnen, omdat ik wilde stoppen met vioolles en mijn ouders vonden dat ik dan iets anders cultureel verantwoords moest doen. Maar het is wel zo dat ik er als kind al een bepaald gevoel bij had. Toen ik een jaar of acht was, moesten we in de klas een versje van Annie M.G. Schmidt uitbeelden: Het wielewalenweeshuis. De juf vroeg: wie wil het musje zijn? Tot op de dag van vandaag weet ik niet waarom ik toen onmiddellijk mijn vinger opstak. Ik had niet echt een plek in de klas, dat was moeilijk. Misschien was het daarom? Hoe dan ook, mijn musje was een enorm succes. Daardoor kreeg ik de smaak van het optreden te pakken. Mensen aan het huilen of lachen maken, daar word ik blij van. Ik hoopte vurig dat ik de hoofdrol zou krijgen bij de eindvoorstelling van groep acht. Dat zei ik tegen niemand, ook niet tegen de juffen of meesters die over de rolverdeling gingen. Ik zat gewoon stilletjes te hopen in een hoekje. En toen kreeg ik die rol! Laatst vertelde mijn moeder dat ik daar thuis niks over heb gezegd. Ze kwamen er pas achter bij de uitvoering. Ik ben gewoon niet zo’n enorme verteller. Als ik onder vrienden ben, denk ik weleens: ik moet ook eens vertellen hoe het met mij gaat, daar hebben ze recht op. En terwijl ik dat doe, denk ik: wat boeit het?”

null Beeld

Heb je dat met je vriendin ook?

“Ja, eigenlijk wel. Als ik thuiskom van de set en zij vraagt hoe het was, zeg ik: leuk. Veel meer heb ik doorgaans niet te melden. Anna kan dat wel goed, een heel verhaal vertellen.”

Vind je dat leuk?

“Enig! Ik hou erg van mensen die honderduit vertellen en veel energie inbrengen, zoals Anna. Daar krijg ik zelf ook energie van. In die zin houden we elkaar goed in balans.”

Mis je dat, als ze er niet is?

“De afgelopen weken was zij in België aan het werk, dus ik was veel met de kinderen. Ik had de mazzel dat ik in Amsterdam en omstreken aan het draaien was, dus ik kon ze ’s ochtends uit bed halen, ze naar school en de crèche brengen en ’s avonds in bed leggen. Superleuk, maar ook pittig. Ik wilde zelf eigenlijk ook meteen naar bed als de kinderen erin lagen. Ik ben van nature een beetje lui. Maar dan moest ik nog teksten leren. Ik ben blij dat ze er nu weer is.”

null Beeld

Dus kon je vanochtend meteen ook uitslapen.

“Heerlijk!”

Meer Benja Bruijning

Acteur Benja Bruijning (39) is bekend van zijn rollen in de films Dichter op de Zeedijk en Alles is familie, en op tv in Vechtershart en Moedermaffia. De komende maanden is hij te zien in Een leven, een theatermonoloog van Nick Payne. Benja woont met actrice Anna Drijver in Amsterdam. Samen hebben ze een dochter en een zoon: Lea (6) en Jona (3).

Styling: Maartje van den Broek. | Haar en make-up: Jitske Serné voor ILIA Beauty en Maria Nila. | M.m.v.: Strellson (geruite jas), Filippa K (grijze coltrui, bruine trui), Uniqlo (broek), s.Oliver (jasje), Dries van Noten Vintage via Labels Inc (laarzen), Bugatti (jas)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden