null Beeld

PREMIUMDagboek

Dagboek van Willeke: “Ik besef dat niet iedereen het thuis even makkelijk heeft”

Willeke is bij haar moeder die Phoebe als gast heeft uitgenodigd om te blijven eten.

Charlotte Remarque

Ik kijk bedenkelijk naar mijn stoof. Het is niet moeilijk om vegetarisch te eten, maar jackfruit uit blik ziet er eerlijk gezegd afschuwelijk uit, het heeft een hele enge bleekroze kleur. Gelukkig is dat snel verholpen: ik giet een glas rode wijn in de pan en de stoof ziet er meteen uit als echt eten. Ik doe er een extra klont boter in en draai de salsamuziek die Boy heeft opgezet nog wat harder.

Ik hoor mama’s auto. Daarna hoor ik haar de deur dichtslaan en daarna hoor ik ook de andere deur. Wie heeft mama mee naar huis genomen? Robbert? Ik hoop het, ik hoor de laatste tijd heel weinig van hem. Volgens mij is hij gestrest over z’n opleiding en gaat het ook niet goed met Nelson. Aan het begin van het jaar was hij nog zo verwelkomend - nu ben ik weer helemaal z’n kleine zus met wie hij weinig te maken wil hebben.

Geen Robbert. De schelle meisjesstem in de gang herken ik niet, maar zodra een slanke meid in een grote witte pufferjas de keuken instuitert weet ik wie het is. Dit moet Phoebe zijn, de stagiaire van mama. Ze doet haar jas uit en komt naast me staan.

“Mmm, lekker”, zegt ze, en ze hangt met haar gezicht zowat in de pan. Een knap gezicht, een beetje vogelachtig door de prominente spitse neus. “Ik ben Phoebe.”

“Dank je, ik ben Willeke. Mooie, eh, navelpiercing.” Ik vind het echt mooi, het gouden balletje dat glinstert op haar strakke buik. Ik kijk van Phoebe’s buik naar mama’s gezicht. Niet voor nette meisjes, zegt haar blik.

“Ik dacht: Phoebe en ik zien elkaar zo vaak als collega’s, misschien moet ik haar eens meenemen”, zegt mama. “Waar is Boy?”

“Zo terug, friet halen met Tiet.”

“Ik dek de tafel wel, laat jij Phoebe maar even je kamer zien.”

Dat is precies wat ik niet wilde horen. Waarom denken ouders altijd dat je zin hebt om met “leeftijdsgenoten” te chillen? Phoebe is duidelijk ouder dan ik en wil helemaal niet mijn kamer zien. Toch loopt ze voor me uit de tuin in naar mijn omgebouwde tuinhuis. De sprei, de muurverf die ik zo enthousiast heb uitgekozen, ze komen vreselijk kinderachtig op mij over nu Phoebe ernaar kijkt. Maar zij aait de sprei zachtjes en bekijkt zichzelf in mijn grote spiegel. Ze kijkt naar mijn boekenkast die Boy zorgvuldig voor me op alfabet heeft gezet.

“Pfff, wat een mooie kamer”, zegt ze. “Zijn al deze boeken van jou?”

“Ja”, zeg ik schuldbewust, want ik heb een groot deel van de boeken nog niet eens opengeslagen. “Je mag iets lenen, als je wil.”

Ze leek me geen lezer, maar ze gaat geconcentreerd te werk, pakt een stapel boeken uit de kast en leest de achterkanten. Ik schuif stilletjes met een voet mijn knuffel onder mijn bed, uit het zicht.

“Mag ik deze?”, vraagt ze, en ze houdt De verborgen geschiedenis omhoog.

“Ja, tuurlijk”, zeg ik, “maar niet kwijtraken, ik vond deze heel spannend.”

“Ik geef ‘m aan je moeder mee.” Ze lacht me toe. “Je moeder is best wel cool, weet je?”

“Ja hoor”, zeg ik. Wie vindt mijn moeder nou cool? Ik besef dat niet iedereen het thuis even makkelijk heeft.

Zaterdag

Ik sta op het punt om me voor de zoveelste keer ziek te melden bij de broodjeszaak, als ik bedenk dat ik er ook gewoon mee kan stoppen. Sinds oma er niet meer werkt, is er niks aan, de baas is een tiran en als ik in het weekend naar mijn vader ga, levert het ook alleen maar problemen op. Ik neem me voor om vandaag na mijn shift te vertellen dat ik ermee stop. Dan moet ik wel snel op zoek naar een nieuw baantje. Altijd wat.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden