Agnes: “Volgens mij heb ik onze hond verpest” Beeld Libelle
Agnes: “Volgens mij heb ik onze hond verpest”Beeld Libelle

PREMIUMColumn

Agnes: “Verdorie, hoe kan ik lekker chillen terwijl mijn furry baby zich zo afgewezen voelt?”

Agnes Hofman

Agnes Hofman geeft het eerlijk toe: ze heeft haar hondje Nacho hopeloos verwend. Ze creëerde het monster helemaal zelf.

“Neem hem meteen maar mee”, besloot Nacho’s pleegvrouwtje vorig jaar mei, na een vrijblijvende eerste kennismaking. Compleet in de war stonden T. en ik met een doodsbang hondje in een koude metalen bench op straat.

Nacho is waarschijnlijk een kleine Portugese podengo: denk aan een kruising tussen een vosje en een jack russel. Al heeft-ie ook iets weg van een corgi, met zijn lange rossige lijfje, korte pootjes en witte wangetjes. Hij heeft grote spitse oren, al is eentje een beetje beschadigd en dus permanent gekruld, als een nachochipje. Vandaar die naam.

Die eerste weken en zelfs maanden waren een drama. Dra-ma! Hij trok T. wel, maar moest niks van mij weten. Niks. Als ik hem uitliet, weigerde hij ook maar één stap te zetten. Zich laten optillen wilde hij niet. Dus ‘sleurde’ ik hem mee naar het park, terwijl mensen het tafereeltje vol afkeuring gadesloegen. Snap ik. Hij deed in het openbaar alsof ik hem mishandelde, terwijl ik Nacho alleen een plas wilde laten plegen.

Gelukkig ontdooide hij beetje bij beetje: tijdens de verhuizing – met een paar vreemde mannen in huis – schuilde hij achter mijn benen, omdat zijn vertrouwde bench al in de verhuiswagen stond. Als nieuwe buren enthousiast kwamen kennismaken, rende snel hij op me af, want ‘eng volk’. Natuurlijk was ik vertederd. Sterker nog, mijn hart explodeerde en ik kon wel janken van trots. En daar ging het mis. Ik was zwak en daarom zag Nacho mogelijkheden, slim als hij is. Nou ja, slim als hij kán zijn. Als het hem schikt.

Eenmaal op de farm begonnen we met training. Ha, dat is een groot woord voor hem leren pootjes geven. Dat snapte hij binnen een dag. Ik zag hem denken: als ik niet alleen met rechts een pootje geef, maar ook met links, krijg ik dan twee koekjes? Het antwoord is ‘ja’. Minstens twee koekjes. Zijn vegan brokjes worden speciaal besteld en hij krijgt er regelmatig supplementen bij. In pindakaas. Op een lepeltje.

Inmiddels loopt hij graag naast me tijdens het uitlaten. Behalve als het regent, want De Nacho doet niet aan neerslag, zo blijkt. Geen probleem, dan til ik hem wel naar huis.

“Je moet strenger zijn”, zei zoon T. hoofdschuddend. Ik knikte, dat wist ik heus wel. Maar natuurlijk deed ik niets met die feedback. Want ik was vooral blij dat Nacho zo snel vooruitging. Zo durfde hij in het begin zijn mand niet uit te komen als het raam openstond. Dook hij ineen als de bel ging. En zat hij te trillen als de klussers over de vloer kwamen. Ik besteedde dus een groot deel van mijn dag aan het troosten van Nacho, door hem te aaien, kusjes te geven en vooruit, mee te nemen op de bank. Alles om hem maar het gevoel te geven dat hij welkom is, dat ik van hem hou. Samen onder een dekentje: ik met de laptop op schoot, terwijl hij zijn hoofd op mijn benen rust. Geef toe, geen slechte deal voor een hond die acht maanden geleden nog in een tochtige schuur sliep en niet werd uitgelaten.

Nu loopt hij zo’n anderhalf uur per dag en flaneert hij zelfverzekerd over bergpaadjes. Daarna maak ik zijn pootjes goed schoon en dan mag hij bij me op de bank. Of in bed. Tot ik dit weekend een keer ‘nee’ zei tegen kroelen op de sofa, omdat ik zo’n last heb van mijn rug. Hij ligt ’s nachts namelijk het liefst zo dicht mogelijk tegen me aan, waardoor ik onbewust verstijf in mijn slaap en dat is killing voor mijn scoliose.

“Nee, ga naar je mandje”, zei ik zaterdag, een soort van streng, terwijl ik me installeerde voor een avondje Netflix. Compleet verontwaardigd keek Nacho me aan. Hij zette een stap in de juiste richting, maar zijn volgende pootje bleef hangen. Weet je het zeker, keek hij vragend. En toen begon hij te protesteren. Met woorden. Denk aan het gejodel van een husky, maar gelukkig iets zachter. Ook iets meer beledigd, getuige zijn gebrom. Nacho was boos. “Wees nu eens streng”, hoorde ik T. weer zeggen. Dus ik knipte met mijn vingers en wees naar zijn fluffy bedje, terwijl ik hem beslist aankeek.

In slow motion liep hij naar zijn mandje, om er met veel drama in te stappen. Hij gaf me nog een laatste boze blik en draaide zich toen om. Ja, hij maakte er een punt van om vooral de andere kant op te kijken. Luid zuchtend en hoorbaar verdrietig. Verdorie, hoe kon ik lekker chillen terwijl mijn furry baby zich zo afgewezen voelde? Ben ik een slecht hondenbaasje als ik nu toegeef, of juist als ik hem laat liggen in zijn mand? Ach, mijn rug is toch al aan gort.

“Kom maar Nacho”, riep ik daarom. Nog nooit sprong hij zo snel en zo blij in mijn armen, terwijl hij mijn gezicht gretig likte. T. schudde zijn hoofd. “Je hebt een verwend monster gecreëerd”, zei hij. Dat klopt. Volgens mij heb ik onze hond inderdaad verpest. Maar verdorie, dat had ik acht maanden geleden niet durven dromen…

In Nederland zitten dierenasiels overvol met lieve honden en katten, maar ook schattige konijnen en cavia’s die op zoek zijn naar een warm thuis. Zie dierenasiels.com voor een uitgebreid overzicht van beschikbare huisdieren.

Agnes Hofman (43) is lifestyle journalist met Nederlandse en Braziliaanse roots. Ze woont in Lissabon met T., haar zoon van 23 en hun asielhondje Nacho. Ze schrijft voor Libelle over haar leven, loslaten en gelukkig(er) worden.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden