Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Even bellen met… Hélène van Beek: “Kinderen zijn niet goed af in handen van jeugdzorg”

Volgens de nieuwste cijfers van CBS doet 1 op de 12 jongeren in Nederland een beroep op jeugdzorg. Maar liefst 46.000 kinderen wonen niet hier bij hun eigen ouders. Ze zijn ‘voor hun eigen bestwil’ overgeleverd aan de jeugdzorg. Maar zijn ze daar wel zo goed af? Onderzoeksjournalist Helene van Beek dook er drie jaar lang in.

‘Nederland is kampioen kinderen uit huis plaatsen’, schrijft Van Beek in haar nieuwe boek Kinderen van de staat. Er is geen land bekend waar zóveel kinderen in een tehuis of instelling wonen. Bovendien krijgen deze kinderen en jongeren niet de zorg die zij nodig hebben.

Advertentie

Wanneer belandt een kind of jongere in Nederland in de jeugdzorg?

“Deze vraag is heel lastig te beantwoorden, want wat is jeugdzorg? Eigenlijk komen nu alle kinderen die zorg nodig hebben in de jeugdzorg terecht. Dit loopt uiteen van kinderen met dyslexie of autisme tot kinderen met psychische- of zelfs zware psychiatrische problemen. Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 stapelen zaken waar het misgaat zich op. Ouders met kinderen met problemen moeten nu naar de gemeente voor verdere hulp. Wijkteams bepalen dan of een kind wel of geen zorg nodig heeft, terwijl dat in ieder geval voor GGZ-problematiek gewoon bij de huisarts of medische specialisten zou moeten liggen. Er valt te veel onder jeugdzorg, waardoor gemeenten overspoeld worden. Kinderen met ernstige psychische problemen horen in de GGZ thuis. Zij zouden helemaal niet bij de gemeentelijke ‘jeugdzorg’ moeten zitten.”

Hoe kan het dat er zoveel Nederlandse jongeren in het zorgcircuit belanden?

“Dat is al heel lang zo. De mensen die ik voor mijn boek heb gesproken, zeggen allemaal dat Nederland een soort ‘reddersgeest-mentaliteit’ heeft. Wanneer ouders niet in staat zijn voor hun kinderen te zorgen, heeft de overheid het idee dat ze deze kinderen moeten ‘redden’. Dit kan zijn omdat ouders hen zouden mishandelen, omdat zij niet voor hun kinderen kunnen zorgen of vanwege het gedrag van de kinderen, waardoor ze een gevaar zijn voor zichzelf of voor hun omgeving. Zij worden uiteindelijk kinderen van de staat. Alleen komen deze kinderen vaak helemaal niet goed terecht.”

Wat gaat er dan allemaal mis volgens uw onderzoek?

“De wanhopige ouders worden van het kastje naar de muur gestuurd en kinderen ontvangen daardoor geen, te laat of helemaal niet de juiste zorg die zij nodig hebben. Kinderen met autisme belanden bijvoorbeeld buitensporig veel in instellingen. Sommige kinderen met autisme kunnen agressief worden wanneer ze niet goed benaderd worden en daarom worden ze uit huis geplaatst. Ze belanden in een instelling, of zelfs een gesloten instelling. Maar daar worden ze óók niet goed benaderd. Daar is zo’n kind dus niet bij geholpen.

Bovendien hebben gemeenten ook nog eens beperkte budgetten, waardoor ze moeten bezuinigen. Dat houdt in dat de zorg kortdurend moet zijn en in het gezin moet plaatsvinden. Het idee erachter is natuurlijk heel mooi, maar wanneer bij een verkeerde diagnose, kan dit erg uit de hand lopen. Ook moeten kinderen ‘gelabeld’ worden, bijvoorbeeld gedrags- of opvoedproblemen, of een psychiatrische stoornis. Lukt dat niet, dan wordt zorg vervolgens uitgesteld, waardoor de situatie natuurlijk alleen maar erger wordt.”

Waar maakt u zich het meeste zorgen over op dit moment?

“Dat kinderen niet de juiste zorg krijgen. In plaats van dat ze tijdig adequate hulp krijgen, raken zij en hun ouders verstrikt in de jungle van het jeugdzorgsysteem. Doordat de jeugdzorg nu bij gemeentes ligt, kan de hulp dus ook per gemeente verschillen. Het ligt aan je postcodegebied of je dus wel of geen goede hulp krijgt. Er zijn zelfs mensen die in een andere gemeente gaan wonen, zodat ze wel hulp krijgen. Dat is toch geschift?

Kinderpsychologie en -psychiatrie, ofwel de jeugd-GGZ, horen niet bij de gemeente te liggen. Alleen mensen die ervoor geschoold zijn horen de beslissing te nemen of een kind wel of geen hulp nodig heeft. Daar maak ik me nog het meeste zorgen over.”

Wat raadt u ouders die problemen ervaren met hun kind aan om te doen? 

“Ik raad hen aan om naar de huisarts gaan, vooral als je er niet uitkomt met de gemeente of het idee hebt dat je kind niet de juiste zorg krijgt. Bij de huisarts kan het kind onderzocht worden en als hieruit blijkt dat het kind bepaalde zorg nodig heeft, dan moet de gemeente dit vergoeden. Veel mensen weten dit niet, terwijl het wel zeer belangrijk is. Via de huisarts vind je gespecialiseerde en deskundige mensen die je verder kunnen helpen.”

Meer weten of over de haperende jeugdzorg in Nederland? Je leest het in ‘Kinderen van de staat, jeugdzorg in ademnood’ van Hélène van Beek.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Beeld: iStock

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hoofdredacteur Hilmar Mulder: "Mijn mama was en is een groot voorbeeld"

Moederdag valt dit jaar op 9 mei en is dé dag om moeders eens flink in het zonnetje te zetten. Libelle-hoofdredacteur Hilmar Mulder schrijft over haar eigen moeder, voor wie ze veel bewondering heeft.

Of het nou een bosje bloemen uit eigen tuin was, zelfgemaakte jam of mislukte boterkoek: mijn moeder kwam nooit met lege handen. En ze stond altijd voor iedereen klaar.

Advertentie

Naaimachine

Zoals die keer in mijn laatste jaar aan de kunstacademie, waar ik de moderichting volgde. Vlak voor de eindstreep moesten nog een zestal kledingstukken worden gemaakt, wat natuurlijk nachtenlang doorwerken betekende. Geen nood! Gewapend met haar eigen naaimachine arriveerde ze in mijn studentenhok en bleef me vol goede moed assisteren tot het ochtendgloren.

Gezondheidszorg

Maar dat is klein bier vergeleken met de hele bups pleegkinderen die ze in de jaren daarvoor, naast haar werk in de wijkverpleging, in huis haalde. En ook zieken en bejaarden uit de buurt konden altijd op haar rekenen. Een ritje naar de fysio of een pannetje soep brengen vond ze niet meer dan normaal. In de laatste jaren voor hun pensioen ging ze samen met mijn vader aan de slag in de gezondheidszorg op het Cambodjaanse platteland.

Tijdelijke projecten

Terug in Nederland deden ze tijdelijke projecten: van het opzetten van zuigelingenzorg in Zimbabwe tot een onderzoek in een doven- en blindeninstituut in India – dat werk. Ook reisden ze als vrijwilligers met United Civilians for Peace naar Palestina. Gedurende drie maanden waren ze gestationeerd in de Gazastrook, terwijl de bommen soms letterlijk over hun hoofd vlogen.

Trots

Het is een kleine greep uit het rijke leven van mijn lieve moeder die maar 65 werd. Ze had het vast overdreven gevonden dat ik er, 17 jaar na haar overlijden, nog een stukje aan wijd. Zij was altijd zo bescheiden. En vooral zo vaak veel stoerder dan ik ooit zal zijn. Dus voor één keer wil ik op moederdag schaamteloos over haar opscheppen. Mijn bewondering niet onder stoelen of banken steken. Omdat ik haar helaas nooit verteld heb hoe trots ik op haar was. Dat mijn mama een groot voorbeeld was en is.

Vertroetelen

En iedereen die vandaag wel het geluk heeft om haar moeder op deze dag in de buurt te hebben: vertel haar wat je voelt. Vertroetel haar en vier het leven met haar! En bewaar dat niet alleen voor die tweede zondag van mei.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hoofdredacteur Hilmar Mulder: "Mijn mama was en is een groot voorbeeld"

Moederdag valt dit jaar op 9 mei en is dé dag om moeders eens flink in het zonnetje te zetten. Libelle-hoofdredacteur Hilmar Mulder schrijft over haar eigen moeder, voor wie ze veel bewondering heeft.

Of het nou een bosje bloemen uit eigen tuin was, zelfgemaakte jam of mislukte boterkoek: mijn moeder kwam nooit met lege handen. En ze stond altijd voor iedereen klaar.

Advertentie

Naaimachine

Zoals die keer in mijn laatste jaar aan de kunstacademie, waar ik de moderichting volgde. Vlak voor de eindstreep moesten nog een zestal kledingstukken worden gemaakt, wat natuurlijk nachtenlang doorwerken betekende. Geen nood! Gewapend met haar eigen naaimachine arriveerde ze in mijn studentenhok en bleef me vol goede moed assisteren tot het ochtendgloren.

Gezondheidszorg

Maar dat is klein bier vergeleken met de hele bups pleegkinderen die ze in de jaren daarvoor, naast haar werk in de wijkverpleging, in huis haalde. En ook zieken en bejaarden uit de buurt konden altijd op haar rekenen. Een ritje naar de fysio of een pannetje soep brengen vond ze niet meer dan normaal. In de laatste jaren voor hun pensioen ging ze samen met mijn vader aan de slag in de gezondheidszorg op het Cambodjaanse platteland.

Tijdelijke projecten

Terug in Nederland deden ze tijdelijke projecten: van het opzetten van zuigelingenzorg in Zimbabwe tot een onderzoek in een doven- en blindeninstituut in India – dat werk. Ook reisden ze als vrijwilligers met United Civilians for Peace naar Palestina. Gedurende drie maanden waren ze gestationeerd in de Gazastrook, terwijl de bommen soms letterlijk over hun hoofd vlogen.

Trots

Het is een kleine greep uit het rijke leven van mijn lieve moeder die maar 65 werd. Ze had het vast overdreven gevonden dat ik er, 17 jaar na haar overlijden, nog een stukje aan wijd. Zij was altijd zo bescheiden. En vooral zo vaak veel stoerder dan ik ooit zal zijn. Dus voor één keer wil ik op moederdag schaamteloos over haar opscheppen. Mijn bewondering niet onder stoelen of banken steken. Omdat ik haar helaas nooit verteld heb hoe trots ik op haar was. Dat mijn mama een groot voorbeeld was en is.

Vertroetelen

En iedereen die vandaag wel het geluk heeft om haar moeder op deze dag in de buurt te hebben: vertel haar wat je voelt. Vertroetel haar en vier het leven met haar! En bewaar dat niet alleen voor die tweede zondag van mei.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Sunita (49) werd na 22 ongeboren kinderen toch moeder: "Ik wist: jij hoort bij ons"

Na drie buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, zeven miskramen en zes kortstondige IVF-zwangerschappen accepteerde Sunita Changoe (49) dat ze geen moeder zou worden. Maar het liep anders.

“Op mijn 23e, ik studeerde nog, werd ik voor de eerste keer zwanger. Ik had een relatie maar dacht nog helemaal niet aan kinderen en slikte trouw de pil. Dat mijn zwangerschap als een verrassing kwam, is dus een understatement. Eenmaal bekomen van de schrik was ik bereid om al mijn plannen aan te passen aan de komst van een kindje. Maar in de zevende week werd ik overvallen door heftige, pijnlijke steken in mijn buik. Ik haastte me naar de Eerste Hulp en in het ziekenhuis bleek dat er sprake was van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Het vruchtje groeide niet in de baarmoeder, maar erbuiten. Levensgevaarlijk, want de eileider kon knappen en ik kon sterven. Er volgde meteen een operatie om de zwangerschap af te breken. Ik was ontzettend verdrietig want ik had me er helemaal op ingesteld dat ik een kind zou krijgen.”

Advertentie

Niet oprecht

“Een tijdje later werd ik opnieuw zwanger, wéér door de pil heen. Ook deze zwangerschap bleek buitenbaarmoederlijk te zijn. Tijdens de operatie verwijderde de chirurg een van mijn eileiders. Hij dacht dat het om dezelfde eileider ging als tijdens mijn eerste zwangerschap, maar dat was niet het geval. De arts gaf zijn fout toe en bood zijn excuses aan, maar ik voelde dat hij niet oprecht was. Hij wilde gewoon dat ik geen aanklacht in zou dienen. Dat was ik eerst wel van plan, maar daarmee zou ik mijn eileider niet terugkrijgen.”

Adopteren

“Eigenlijk had ik nooit de behoefte om zelf een kind op de wereld te zetten. Toen ik een jaar of negen was, zei ik al tegen mijn vader: ‘Ik ga uit elk werelddeel een kind adopteren’, maar op mijn 36e kreeg ik een relatie met Carlos en toen we drie jaar samen waren, wilden we een kindje. Adoptie zag Carlos niet zitten. Hij en zijn biologische broer zijn zelf geadopteerd uit Colombia, net als zijn zus van wie hij geen bloedverwant is. Zijn moeder heeft hij nooit gekend, hij weet alleen haar naam, verder niets. Zelfs niet op welke datum hij geboren is. Hierdoor heeft hij zich altijd ontworteld gevoeld.”

Verlies

“Mijn verlangen om zwanger te worden werd sterker na gesprekken met mijn vader. Hij zei: ‘Als je kinderen krijgt, leef je niet alleen je eigen leven, je geeft het ook door.’ Met mijn vruchtbaarheid was niets mis. Ik werd, zelfs met één eileider, meerdere keren zwanger. Maar aan mijn zwangerschappen kwam elke keer voortijdig een eind. Eén keer door wederom een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, andere keren door een miskraam. Een medische oorzaak werd niet gevonden. We gaven niet op. Ik onderging twee ivf-behandelingen en in anderhalf jaar tijd werd ik vijf keer zwanger, telkens van een tweeling. Steeds weer ging het mis en belandden we in een emotionele achtbaan: blijdschap, niet durven hopen, positief blijven, en dan het verdriet om het verlies.”

Schilderen

“Om de gebeurtenissen een plek te geven, ging ik schilderen. Een van mijn schilderijen staat in de slaapkamer. ‘Wat moet die sliert voorstellen?’ vragen mensen soms. Maar mijn zusje zag het meteen: daar staat een zwangere vrouw. Van haar kreeg ik een mooi kaartje met de treffende tekst: Soms ben je even zwanger omdat dat voldoende is voor een ziel. Dat vind ik een mooie gedachte. Sommige zieltjes zijn maar even op deze wereld en het is een geluk dat ik die dan even bij me mocht houden. Mijn ouders zijn van Aziatische afkomst en zij hebben me meegegeven dat er meer is dan we kunnen waarnemen, dat dingen gebeuren om een reden. Dat geeft berusting.”

Laatste kans

“Ik twijfelde over een derde ivf-behandeling, het is een enorme aanslag op je lijf. Maar toen mijn vader kwam te overlijden, besloot ik het toch nog een keer te proberen. In gedachten hoorde ik zijn woorden: ‘Geef je leven door.’ Carlos en ik spraken af: als het deze keer niet lukt, gaan we een Colombiaans kindje adopteren en de moeder op afstand ondersteunen. Opnieuw was ik zwanger van een tweeling. Hoewel het deze keer anders voelde en ik er vertrouwen in had, kreeg ik ook dit keer hevige bloedingen. Toeval of niet: in de nacht dat ik onze kindjes verloor, kreeg Carlos een appje van zijn zus: ze was bevallen van een gezonde zoon.”

Onverwacht verzoek

“Na deze miskraam namen we afscheid van onze kinderwens. We hadden het geprobeerd en het was goed zo. Maar het gezegde ‘als er een deur dichtgaat, opent er een raam’ bleek op ons van toepassing. Mijn schoonzus vroeg of wij voor haar zoontje Sebastiàn wilden zorgen. We waren totaal overvallen door haar vraag. We wisten wel dat de vader niet in beeld was en dat de zorg voor het kindje een uitdaging voor haar zou zijn, maar dit hadden we niet zien aankomen. Over de precieze reden waarom mijn schoonzus niet voor haar zoon kan zorgen wil ik hier niet uitweiden, dat is haar verhaal om te vertellen. Na lang overwegen stemden Carlos en ik ermee in om voor haar kind, ons neefje, te zorgen. Na een aantal gesprekken met Pleegzorg kregen we groen licht en toen ging het opeens snel. Sebastiàn was inmiddels ruim zeven maanden en woonde bij een christelijk crisispleeggezin. Op een maandag gingen we erheen om hem te ontmoeten. Zijn crisispleegmoeder liep met hem in haar armen naar ons toe. Het eerste wat ik dacht toen ik ze samen zag was: jij bent een heel lieve vrouw, maar Sebastiàn hoort bij ons, hij is ons neefje. Hij maakte meteen oogcontact, was enthousiast aan het bewegen. Ik nam hem in mijn armen en ervaarde de betekenis van ‘a bundle of joy‘. Dat was hij. Een schattige, prachtige, flinke, vrolijke baby.”

Mama en mamatua

“Ik ging na het bezoek snel naar een babywinkel en zei: ‘Ik krijg deze week een kind, kunnen jullie mij helpen?’ Twee dagen na de eerste ontmoeting kwam Sebastiàn met zijn crisispleegmoeder bij ons op bezoek en kreeg hij mijn babydekentje mee om aan mijn geur te wennen. Weer twee dagen later hadden we een baby in huis. In het begin weken we geen moment van zijn zijde. Als Sebastiàn sliep, hingen we boven zijn ledikantje. Want daar lag een prachtig ventje voor wie wij verantwoordelijk waren. ‘Wat lijkt hij op jullie’, zei iedereen die hem zag. Een buurvrouw kwam een cadeautje brengen. Ze dacht dat ik zelf bevallen was. Door de ivf-behandelingen had ik een dikkere buik, waaruit zij had opgemaakt dat ik zwanger was. Maar toen ze Sebastiàn zag, werden haar ogen zo groot als schoteltjes. ‘Hoe heb je díe eruit gekregen!’ riep ze. We hebben er hartelijk om gelachen.”

Tijdelijk

“We dachten dat de zorg voor Sebastiàn tijdelijk zou zijn: wij zorgen voor hem en als mijn schoonzus hier zelf weer toe in staat is, gaat hij terug naar haar. Zij zou zijn mama blijven, ik zijn mamatua, dat is Moluks voor oudere tante. Maar in de loop der maanden werd duidelijk dat er niets tijdelijks aan was. Mijn schoonzus vindt geborgenheid erg belangrijk en vroeg aan mij: ‘Wil je hem opvoeden als je eigen kind?’ Ik zei haar in alle eerlijkheid dat ik niet wist hoe het is om een eigen kind te hebben, maar dat ik hem heel veel liefde zal geven en hem altijd zal beschermen. Carlos en ik zijn nu Sebastiàns voogd, wij hebben het ouderlijk gezag, zijn moeder is ouder op afstand. Sebas heeft een vader en twee moeders: een moeder uit wier buik hij is gekomen en een moeder die voor hem zorgt. We houden alle drie van hem. Sebas noemt zijn biologische moeder Tía, dat is Spaans voor tante, met een moederlijke klank. Ze zien elkaar regelmatig en er is ruimte om een band op te bouwen.”

Extra liefde en aandacht

“Sebastiàn is inmiddels acht jaar, een heerlijk kind. Ik schrijf hem elke dag een berichtje waarin staat wat we die dag hebben gedaan en hoe veel ik van hem houd. Die berichtjes kan hij later altijd teruglezen, zodat hij weet dat hij geliefd is en dat er in hem wordt geloofd. Pleegkinderen en geadopteerde kinderen missen een solide basis, dus ik probeer de scheurtjes in de basis op te vullen met extra liefde en aandacht. Ik vertel hem ook dagelijks dat ik van hem houd. De ene keer antwoordt hij: ‘Ik ook van u, mama.’ De andere keer zegt hij plagend: ‘Mahaam, dat weet ik nou wel!’ Er was een tijd dat Sebas een grote broer wilde zijn. Als mijn buik opgezet was, zei hij tegen de juf dat hij een broertje of zusje kreeg. Maar dat zit er niet in. Ik heb 22 ongeboren kindjes, twee keer een elftal in de hemel. Mijn reis naar het moederschap was er een met obstakels en verre van gebruikelijk. Maar ik heb de juiste eindbestemming bereikt. Sebas zei laatst: ‘Mam, ik ben blij dat u geen kindjes van uzelf had. Want als u al andere kindjes had, had ik niet kunnen komen.’ Ik stelde hem gerust: ‘Ook al had ik andere kinderen, voor jou is er altijd plaats.'”

Libelle babbelt met 3 generaties: “Uiteindelijk ben ik hetzelfde als m’n moeder gaan doen”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Interview: Amanda van Schaik. Fotografie: Petronellanitta

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Sunita (49) werd na 22 ongeboren kinderen toch moeder: "Ik wist: jij hoort bij ons"

Na drie buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, zeven miskramen en zes kortstondige IVF-zwangerschappen accepteerde Sunita Changoe (49) dat ze geen moeder zou worden. Maar het liep anders.

“Op mijn 23e, ik studeerde nog, werd ik voor de eerste keer zwanger. Ik had een relatie maar dacht nog helemaal niet aan kinderen en slikte trouw de pil. Dat mijn zwangerschap als een verrassing kwam, is dus een understatement. Eenmaal bekomen van de schrik was ik bereid om al mijn plannen aan te passen aan de komst van een kindje. Maar in de zevende week werd ik overvallen door heftige, pijnlijke steken in mijn buik. Ik haastte me naar de Eerste Hulp en in het ziekenhuis bleek dat er sprake was van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Het vruchtje groeide niet in de baarmoeder, maar erbuiten. Levensgevaarlijk, want de eileider kon knappen en ik kon sterven. Er volgde meteen een operatie om de zwangerschap af te breken. Ik was ontzettend verdrietig want ik had me er helemaal op ingesteld dat ik een kind zou krijgen.”

Advertentie

Niet oprecht

“Een tijdje later werd ik opnieuw zwanger, wéér door de pil heen. Ook deze zwangerschap bleek buitenbaarmoederlijk te zijn. Tijdens de operatie verwijderde de chirurg een van mijn eileiders. Hij dacht dat het om dezelfde eileider ging als tijdens mijn eerste zwangerschap, maar dat was niet het geval. De arts gaf zijn fout toe en bood zijn excuses aan, maar ik voelde dat hij niet oprecht was. Hij wilde gewoon dat ik geen aanklacht in zou dienen. Dat was ik eerst wel van plan, maar daarmee zou ik mijn eileider niet terugkrijgen.”

Adopteren

“Eigenlijk had ik nooit de behoefte om zelf een kind op de wereld te zetten. Toen ik een jaar of negen was, zei ik al tegen mijn vader: ‘Ik ga uit elk werelddeel een kind adopteren’, maar op mijn 36e kreeg ik een relatie met Carlos en toen we drie jaar samen waren, wilden we een kindje. Adoptie zag Carlos niet zitten. Hij en zijn biologische broer zijn zelf geadopteerd uit Colombia, net als zijn zus van wie hij geen bloedverwant is. Zijn moeder heeft hij nooit gekend, hij weet alleen haar naam, verder niets. Zelfs niet op welke datum hij geboren is. Hierdoor heeft hij zich altijd ontworteld gevoeld.”

Verlies

“Mijn verlangen om zwanger te worden werd sterker na gesprekken met mijn vader. Hij zei: ‘Als je kinderen krijgt, leef je niet alleen je eigen leven, je geeft het ook door.’ Met mijn vruchtbaarheid was niets mis. Ik werd, zelfs met één eileider, meerdere keren zwanger. Maar aan mijn zwangerschappen kwam elke keer voortijdig een eind. Eén keer door wederom een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, andere keren door een miskraam. Een medische oorzaak werd niet gevonden. We gaven niet op. Ik onderging twee ivf-behandelingen en in anderhalf jaar tijd werd ik vijf keer zwanger, telkens van een tweeling. Steeds weer ging het mis en belandden we in een emotionele achtbaan: blijdschap, niet durven hopen, positief blijven, en dan het verdriet om het verlies.”

Schilderen

“Om de gebeurtenissen een plek te geven, ging ik schilderen. Een van mijn schilderijen staat in de slaapkamer. ‘Wat moet die sliert voorstellen?’ vragen mensen soms. Maar mijn zusje zag het meteen: daar staat een zwangere vrouw. Van haar kreeg ik een mooi kaartje met de treffende tekst: Soms ben je even zwanger omdat dat voldoende is voor een ziel. Dat vind ik een mooie gedachte. Sommige zieltjes zijn maar even op deze wereld en het is een geluk dat ik die dan even bij me mocht houden. Mijn ouders zijn van Aziatische afkomst en zij hebben me meegegeven dat er meer is dan we kunnen waarnemen, dat dingen gebeuren om een reden. Dat geeft berusting.”

Laatste kans

“Ik twijfelde over een derde ivf-behandeling, het is een enorme aanslag op je lijf. Maar toen mijn vader kwam te overlijden, besloot ik het toch nog een keer te proberen. In gedachten hoorde ik zijn woorden: ‘Geef je leven door.’ Carlos en ik spraken af: als het deze keer niet lukt, gaan we een Colombiaans kindje adopteren en de moeder op afstand ondersteunen. Opnieuw was ik zwanger van een tweeling. Hoewel het deze keer anders voelde en ik er vertrouwen in had, kreeg ik ook dit keer hevige bloedingen. Toeval of niet: in de nacht dat ik onze kindjes verloor, kreeg Carlos een appje van zijn zus: ze was bevallen van een gezonde zoon.”

Onverwacht verzoek

“Na deze miskraam namen we afscheid van onze kinderwens. We hadden het geprobeerd en het was goed zo. Maar het gezegde ‘als er een deur dichtgaat, opent er een raam’ bleek op ons van toepassing. Mijn schoonzus vroeg of wij voor haar zoontje Sebastiàn wilden zorgen. We waren totaal overvallen door haar vraag. We wisten wel dat de vader niet in beeld was en dat de zorg voor het kindje een uitdaging voor haar zou zijn, maar dit hadden we niet zien aankomen. Over de precieze reden waarom mijn schoonzus niet voor haar zoon kan zorgen wil ik hier niet uitweiden, dat is haar verhaal om te vertellen. Na lang overwegen stemden Carlos en ik ermee in om voor haar kind, ons neefje, te zorgen. Na een aantal gesprekken met Pleegzorg kregen we groen licht en toen ging het opeens snel. Sebastiàn was inmiddels ruim zeven maanden en woonde bij een christelijk crisispleeggezin. Op een maandag gingen we erheen om hem te ontmoeten. Zijn crisispleegmoeder liep met hem in haar armen naar ons toe. Het eerste wat ik dacht toen ik ze samen zag was: jij bent een heel lieve vrouw, maar Sebastiàn hoort bij ons, hij is ons neefje. Hij maakte meteen oogcontact, was enthousiast aan het bewegen. Ik nam hem in mijn armen en ervaarde de betekenis van ‘a bundle of joy‘. Dat was hij. Een schattige, prachtige, flinke, vrolijke baby.”

Mama en mamatua

“Ik ging na het bezoek snel naar een babywinkel en zei: ‘Ik krijg deze week een kind, kunnen jullie mij helpen?’ Twee dagen na de eerste ontmoeting kwam Sebastiàn met zijn crisispleegmoeder bij ons op bezoek en kreeg hij mijn babydekentje mee om aan mijn geur te wennen. Weer twee dagen later hadden we een baby in huis. In het begin weken we geen moment van zijn zijde. Als Sebastiàn sliep, hingen we boven zijn ledikantje. Want daar lag een prachtig ventje voor wie wij verantwoordelijk waren. ‘Wat lijkt hij op jullie’, zei iedereen die hem zag. Een buurvrouw kwam een cadeautje brengen. Ze dacht dat ik zelf bevallen was. Door de ivf-behandelingen had ik een dikkere buik, waaruit zij had opgemaakt dat ik zwanger was. Maar toen ze Sebastiàn zag, werden haar ogen zo groot als schoteltjes. ‘Hoe heb je díe eruit gekregen!’ riep ze. We hebben er hartelijk om gelachen.”

Tijdelijk

“We dachten dat de zorg voor Sebastiàn tijdelijk zou zijn: wij zorgen voor hem en als mijn schoonzus hier zelf weer toe in staat is, gaat hij terug naar haar. Zij zou zijn mama blijven, ik zijn mamatua, dat is Moluks voor oudere tante. Maar in de loop der maanden werd duidelijk dat er niets tijdelijks aan was. Mijn schoonzus vindt geborgenheid erg belangrijk en vroeg aan mij: ‘Wil je hem opvoeden als je eigen kind?’ Ik zei haar in alle eerlijkheid dat ik niet wist hoe het is om een eigen kind te hebben, maar dat ik hem heel veel liefde zal geven en hem altijd zal beschermen. Carlos en ik zijn nu Sebastiàns voogd, wij hebben het ouderlijk gezag, zijn moeder is ouder op afstand. Sebas heeft een vader en twee moeders: een moeder uit wier buik hij is gekomen en een moeder die voor hem zorgt. We houden alle drie van hem. Sebas noemt zijn biologische moeder Tía, dat is Spaans voor tante, met een moederlijke klank. Ze zien elkaar regelmatig en er is ruimte om een band op te bouwen.”

Extra liefde en aandacht

“Sebastiàn is inmiddels acht jaar, een heerlijk kind. Ik schrijf hem elke dag een berichtje waarin staat wat we die dag hebben gedaan en hoe veel ik van hem houd. Die berichtjes kan hij later altijd teruglezen, zodat hij weet dat hij geliefd is en dat er in hem wordt geloofd. Pleegkinderen en geadopteerde kinderen missen een solide basis, dus ik probeer de scheurtjes in de basis op te vullen met extra liefde en aandacht. Ik vertel hem ook dagelijks dat ik van hem houd. De ene keer antwoordt hij: ‘Ik ook van u, mama.’ De andere keer zegt hij plagend: ‘Mahaam, dat weet ik nou wel!’ Er was een tijd dat Sebas een grote broer wilde zijn. Als mijn buik opgezet was, zei hij tegen de juf dat hij een broertje of zusje kreeg. Maar dat zit er niet in. Ik heb 22 ongeboren kindjes, twee keer een elftal in de hemel. Mijn reis naar het moederschap was er een met obstakels en verre van gebruikelijk. Maar ik heb de juiste eindbestemming bereikt. Sebas zei laatst: ‘Mam, ik ben blij dat u geen kindjes van uzelf had. Want als u al andere kindjes had, had ik niet kunnen komen.’ Ik stelde hem gerust: ‘Ook al had ik andere kinderen, voor jou is er altijd plaats.'”

Libelle babbelt met 3 generaties: “Uiteindelijk ben ik hetzelfde als m’n moeder gaan doen”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Interview: Amanda van Schaik. Fotografie: Petronellanitta

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien