Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Pikante feta en rozemarijndip

Ingrediënten
125 gram roomkaas
125 gram feta, verkruimeld
2 eetlepels zeer fijngehakte rozemarijn
½ eetlepel harissa
De rasp en het sap van ½ citroen
Peper en zout

Bereidingswijze:
Meng alles door elkaar met een vork of druk een paar keer kort op de pulseerstand van de keukenmachine.

Advertentie

Bewaar de verse kaas in een mooi potje in de koelkast en garneer met rozemarijn, rode peper en een partje citroen.

Eet smakelijk!

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Last van Zoom-vermoeidheid? Dít kun je ertegen doen

Na maanden van videobellen is het niet zo gek dat je af en toe je Zoom-meetings helemaal zat bent. Sterker nog: als we wetenschappers moeten geloven, is hier zelfs een naam voor, namelijk ‘Zoom-vermoeidheid’. Maar hoe kun je hier nu het beste mee omgaan?

Wij zetten een aantal belangrijke punten uit een onderzoek van de Stanford Virtual Human Interaction Lab (VHIL) voor je op een rijtje. Voor dit onderzoek werd namelijk gekeken naar wat de psychologische effecten zijn bij mensen die veelvuldig moeten videobellen. Dokter Jeremy Bailenson, oprichter van VHIL én onderzoeksleider, ontdekte dat Zoom-vermoeidheid verschillende oorzaken heeft, maar dat er gelukkig ook genoeg aan te doen is.

Advertentie

1. Overmatig oogcontact van dichtbij

In de juiste context (en met de juiste persoon) kan oogcontact een positief effect hebben op intimiteit en communicatie. Maar juist omdat het zo intiem is, kan te veel oogcontact intens zijn en zelfs stressvol. Tijdens het videobellen ben je genoodzaakt om langere tijd oogcontact met iemand te maken, van eigenlijk heel dichtbij. Denk er maar eens over na: als jij nu in het echt met die persoon een gesprek zou hebben, zou je het gezicht van diegene dan ook zo dichtbij zien?

“Met Zoom krijgt iedereen elkaar non-stop van dichtbij te zien. Dit is een beetje vergelijkbaar met dat je bijvoorbeeld in een overvolle trein zou zitten en genoodzaakt zou zijn om te staren naar de persoon die heel dichtbij je staat, in plaats van dat je naar beneden naar je telefoon kan kijken,” zo schrijft Bailenson in het onderzoek.

Dít kun je eraan doen:

Volgens Bailenson is de oplossing tegen overmatig oogcontact van dichtbij heel simpel: zet je laptop of computer voortaan wat verder van je vandaan of schuif zelf met je stoel wat meer naar achter. Probeer een beetje de afstand na te bootsen die je normaal in het echt met iemand zou hebben.

2. Je moet constant naar jezelf kijken

Waar dansers gewend zijn om de hele dag voor een spiegel te werken, is dat met de gemiddelde persoon natuurlijk wel wat anders. Bij veel mensen zou de Zoom-vermoeidheid dan ook te maken hebben met het feit dat ze ineens constant naar zichzelf moeten kijken. Uit onderzoek blijkt dat mensen geneigd zijn om zichzelf te gaan evalueren wanneer ze zichzelf in spiegelbeeld zien. “Gezien eerdere onderzoeken is de kans groot dat het constant naar jezelf moeten kijken in Zoom voor zelfreflectie zorgt en negatieve effecten heeft,” aldus Bailenson.

Dít kun je er aan doen

Als het uitzetten van de camera geen optie is, dan kun je het beste de optie om jezelf te zien uitzetten bij Zoom. Zo kunnen je gesprekspartners je nog wel gewoon zien, maar hoef je zelf niet de hele tijd naar je gezicht te kijken.

3. Je bent minder mobiel en hebt minder bewegingsruimte

Iets wat ook een grote rol zou spelen in Zoom-vermoeidheid, is dat je weinig beweegt en weinig ruimte hebt. “Tijdens face-to-face afspraken bewegen mensen,” zo legt Bailenson uit. “Ze gaan even rechtop staan, rekken zichzelf uit, kliederen een beetje op een notitieblok, staan voor een bord of lopen even weg om een glas water voor zichzelf te pakken.” Tijdens videomeetings is dit niet zo. Om ervoor te zorgen dat iedereen je goed kan zien, ben je beperkt tot een kleine ruimte om in te bewegen. En dat kan af en toe best vermoeiend zijn.

Dít kun je er aan doen

Probeer jezelf wat meer bewegingsvrijheid te geven door je laptop verder van je af te schuiven en wat meer van je bureau af te gaan zitten. Probeer ook af en toe te switchen naar videobellen als je daar de gelegenheid voor hebt. Zo kun je ondertussen bijvoorbeeld een lekkere wandeling maken.

4. Non-verbale signalen zijn moeilijker te interpreteren

Non-verbale signalen zijn essentieel tijdens het voeren van een gesprek. Uit onderzoek blijkt dat je dit soort signalen in het echt veel beter kunt interpreteren dan op video. Daarnaast is het volgens Bailenson zo dat als jij degene bent die non-verbale signalen geeft, je extra moeite moet doen om dit over te kunnen brengen, wat dus extra energie kost. “Zelfs de manier waarop we tijdens het videobellen praten kost moeite.”

Dít kun je er aan doen

Als je elkaar niet per se voor een gesprek de hele tijd hoeft aan te kijken, dan kun je best voorstellen aan je gesprekpartner(s) om even allebei je scherm uit te zetten zodat je elkaar alleen nog hoort. Draai vervolgens je rug naar je laptop en probeer dan zo de meeting te vervolgen. Zo hoef je even niet ‘aan’ te staan voor een ander.

Met deze 7 tips voorkom je onhandige momenten tijdens het videobellen:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: Mind Body Green. Beeld: Getty

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zo bereidt Elise Schaap zich voor op haar typetjes in 'De tv kantine'

Elise Schaap staat bekend als dé imitatiekoningin van Nederland. Donderdagavond vertelde ze in de ‘achter de schermen’-aflevering van De tv kantine hoe zij haar typetjes voor het programma voorbereidt. 

Donderdagavond kreeg de kijker een klein kijkje achter de schermen van De tv kantine. Zo werden bloopers vertoond, was te zien hoe de acteurs in de grimage zitten en vertelden de acteurs hoe zij hun typetjes perfectioneren.

Advertentie

Imitaties

In het afgelopen seizoen van De tv kantine schitterde Elise Schaap onder anderen als koningin Máxima, styliste Roos, Nicolette van Dam en Fidan Ekiz. De persiflagekoningin van Nederland weet iedereen die zij nadoet altijd perfect te imiteren. En daar gaat behoorlijk wat werk in zitten, laat de actrice weten.

Fidan Ekiz

Zo is te zien dat Elise eerder op de set aanwezig is, omdat ze nog extra wil oefenen voor een nieuw typetje. “Ik ben best wel zenuwachtig voor Fidan Ekiz. Ik heb de héle week naar haar lopen koekeloeren. Zij zit er nog niet zo goed in”, laat Elise weten over de imitatie. Vervolgens is te zien hoe de actrice wordt omgetoverd tot Fidan Ekiz door middel van een andere kaak, een kin, neus, lippen en pruik. Uiteindelijk weet ze toch een heel geloofwaardige imitatie van de presentatrice neer te zetten.

Nicolette van Dam

Ook geeft Elise ons een kijkje in haar voorbereidingen voor de rol van Nicolette van Dam. “Romantischhhh”, oefent Elise achter de schermen nog even. “Ze zit heel erg met de r’en en de t’s en ze houdt een beetje haar tanden op elkaar”, vertelt de actrice tijdens het oefenen. Elise weet haar typetjes dus vooral goed neer te zetten door heel goed te analyseren hoe ze praten en bewegen. En uiteindelijk zorgt dat er ook voor dat haar imitatie van Nicolette van Dam weer spot on is.

Wij vroegen Elise Schaap wanneer ze voor het laatst de stoute schoenen aantrok, iets spannends deed en een complimentje ontving. Haar antwoorden zie je hier:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron & Beeld: De TV Kantine.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Hierom zullen hooikoortsklachten dit jaar een stuk heviger zijn dan normaal

Niezen, snotteren en traanogen: wie hooikoorts heeft zal er komende tijd extra last van hebben. De lucht zit weer vol met pollen en dit jaar kan het hooikoortsseizoen heftiger worden dan normaal. Maar waarom eigenlijk?

Vanwege het warme weer zorgen de Els en de Hazelaar nu al voor de eerste hooikoortsklachten. Dat is best vroeg voor de tijd van het jaar en blijkbaar gaan we een hevig seizoen tegemoet.

Advertentie

Veel pollen tegelijk

Volgens bioloog Arnold van Vliet hebben we met een uitzonderlijke situatie te maken. De combinatie van verschillende factoren zorgt ervoor dat de hooikoorts heftiger is dan de afgelopen jaren. Dat komt bijvoorbeeld door de hele hoge temperaturen. “De bomen komen eigenlijk allemaal tegelijk in bloei en gaan allemaal tegelijkertijd die pollen produceren”, legt hij uit aan RTL Nieuws. “En er hangen ook opvallend veel bloemen aan de bomen dit jaar. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de weersomstandigheden van vorig jaar toen de bloemen zijn aangemaakt.”

Droog, zonnig en warm

En dat is niet het enige. We hebben blijkbaar een pollenwolk met een zuidelijke stroming. Dat betekent dat ook allemaal pollen uit de bomen in Frankrijk en België deze kant op komen, precies over Nederland heen. “En het zijn fantastische vliegomstandigheden voor de pollen: droog, zonnig en warm.” Dat maakt dat de pollen blijven vliegen en voor extra veel klachten kunnen zorgen. Vanwege het mooie weer gaat ook iedereen naar buiten, wat zorgt voor de maximale blootstelling.

Corona

Kortom: de pollen vliegen weer in het rond en dat betekent afzien voor mensen met hooikoorts. Gelukkig kan het dragen van mondmaskers een uitkomst zijn. Mondkapjes kunnen namelijk helpen tegen hooikoortsklachten.

Maar hooikoortsklachten zoals een loopneus, niezen en jeukende of tranende ogen lijken natuurlijk erg veel op de klachten van corona. Maar hoe weet je nu of je last hebt van de pollen of corona? Dít zijn de verschillen tussen COVID-19 en hooikoorts.

Last van hooikoorts? Dokter Rutger vertelt wat je ertegen kunt doen:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: RTL Nieuws. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Zorgenzoon - deel 35: "Ma, ik had wel dood kunnen zijn"

Wegens ernstige gedragsproblemen wordt Lars op zijn vijftiende uit huis geplaatst en belandt in een instelling. Na anderhalf jaar is hij terug in zijn geboortestad Amsterdam, woont bij een begeleid wonen groep en zit op het ROC. Maar er is corona en aan online lessen doet Lars niet. Hij staat nog vaak ‘s nachts bij zijn moeder voor de deur.

Op een zaterdagavond in april gaat om 23.30 uur mijn telefoon. Ik lig net in bed. Het is Lars, die vraagt of ik hem wil komen halen in Almere. Hij is gevallen met zijn nieuwe motorscooter. Een vriend die achterop zat brak daarbij zijn been en is per ambulance afgevoerd naar het lokale ziekenhuis.

Advertentie

“Ma, ik had wel dood kunnen zijn,” zegt hij.

In zijn stem hoor ik een mengeling van angst en boosheid. Ik antwoord hem dat ik hem zeker wil komen halen maar dat het wel drie kwartier duurt voordat ik er ben.

Dat duurt Lars te lang: ‘Tering, dat is kankerlang. Ik bel wel een taxi,” snauwt hij door de telefoon.

Klaarwakker ben ik. Lars die ik al twee weken niet gesproken heb omdat hij boos op me is, belt nu ineens en vraagt om hulp. Wat doet hij midden in de nacht in Almere? En hoe komt hij in godsnaam aan een motorscooter? Hij heeft niet eens een scooterrijbewijs. Ik google het telefoonnummer van het ziekenhuis in Almere en krijg de nachtportier aan de lijn die vanaf zijn plaats kan zien dat Lars buiten staat te bellen. Vijf minuten later is Lars verdwenen. Hij beantwoordt mijn paniekerige telefoontjes niet. Ik lig een uur wakker. Nee, er wordt niet aangebeld. Het blijft doodstil op straat. Ik stuur een app naar de nachtdienst van de woongroep van Lars met het verzoek of ze mij willen informeren als Lars daar is gearriveerd. Binnen tien minuten krijg ik een reactie, Lars is heelhuids aangekomen. Hoe, dat weten ze daar ook niet. Ik stuur vanuit mijn bed dankbaarheid richting het universum.

Puinhoop

Er komen meerdere signalen dat Lars niet goed bezig is. Van zijn mentor op het ROC krijg ik een mail dat hij voor de schoolsluiting in verband met Covid al niet vaak aanwezig was bij de praktijklessen, maar nu er online lessen zijn, hij ook nauwelijks acte de présence geeft. Het in contact komen met hem is moeilijk, schrijft ze. Om zijn voortgang te bespreken zijn Lars en zijn Marokkaanse coach Ahmed laatst uitgenodigd voor een gesprek. Ahmed heeft een betere klik met Lars dan Winfred, zijn mentor van de woongroep. Ik begrijp dat. Ahmed heeft een charisma waar zelf de grootste crimineel ter wereld voor zou vallen. Dus zeker mijn mini-boef. Tijdens dit gesprek is afgesproken dat Lars zich gewoon meldt tijdens de online lessen, hij soms even moet wachten tot de docent zover is en niet uit ongeduldigheid de verbinding moet verbreken. Alsof je een kind van acht jaar moet uitleggen dat hij naar de leraar moet luisteren. Lars heeft beterschap beloofd. Ik heb er een hard hoofd in. Ook omdat de eerder gemaakte afspraken, waarbij Ahmed had toegezegd drie keer in de week anderhalf uur Lars te zullen helpen met zijn schoolwerk om wat meer structuur te krijgen, in praktijk nergens op uitdraait. Omdat Ahmed ontzettend druk is met zijn eigen bedrijf en Lars er zelf nooit op aandringt of op terugkomt. En Winfred gelooft het verder wel. Grrr, wat een puinhoop is het nog steeds. Om wanhopig van te worden. Alsof we onder water zitten en Lars zich voortdurend langs alle zich uitstrekkende waterplanten manoeuvreert en verder zwemt, naar het donkere diepe water verderop.

Racefiets

Ondertussen rukt corona verder op. Bomvolle ziekenhuizen, doodzieke mensen, bange mensen, overwerkte zorgverleners. Ik kan mijn bejaarde moeder van 88 voorlopig niet bezoeken. Te riskant. De vader van een vriendin overlijdt aan corona. Er mogen maar dertig mensen op de uitvaartdienst komen. Complete bevriende gezinnen worden ziek. Shit, het ziet er niet naar uit dat dit snel goed gaat komen. Gelukkig heb ik nog genoeg werk, want er wordt veel gelezen dus de behoefte aan content blijft continu. Om toch genoeg buiten te kunnen zijn, neem ik een abonnement bij een fietsverhuurwinkel. Een paar keer per week huur ik met een vriendin samen een racefiets en trappel door Nederland. Marken, het Gooi, wat is Nederland toch prachtig mooi. Zorgen zijn even ver weg.

Strijders

Voor Lars bestaat er geen corona. Hij gelooft er ook niet in. “Allemaal verzinsels van de overheid. Rutte is gek.” Het is duidelijk dat hij in een andere wereld leeft. Zijn ‘vrienden’ maken elkaar dol met hun complottheorieën. Alles is de schuld van de overheid, politieagenten zijn machtsmisbruikers, ministers zijn er om je een rad voor ogen te draaien en alle hulpverleners zijn leugenaars. Lars wantrouwt alles en iedereen. De enigen bij wie hij zich veilig en geaccepteerd voelt, zijn zijn maten van de straat. Die horen ook nergens bij. ‘Strijders’ noemen ze elkaar. Hij wordt steeds vaker gesignaleerd in een groepje illustere jongeren afkomstig uit onze buurt. Gajes, zou mijn moeder zeggen. Lars is de enige blondie van het gezelschap. Af en toe, als ik op zaterdag naar de markt ben om boodschappen te doen, nodigt hij ze bij mij thuis uit en gaan ze samen koken. Altijd kip met pasta. Hij vraagt dat wel netjes van tevoren, en omdat ik niet voortdurend wil mopperen en niemand wil buitensluiten, stem ik heel af en toe in. Mits het overdag is en als ze zelf alle rommel opruimen. Dat eerste lukt nog wel, maar aan de tweede voorwaarde wordt eigenlijk nooit voldaan. Altijd is het gasfornuis baggervet, liggen de borden op een stapel in de gootsteen in plaats van in de afwasmachine en hangt er een dikke walm omdat niemand op het idee kwam om de afzuiger aan te zetten. De overbuurman houdt het komen en gaan van de scooters bij mij voor de deur nauwlettend in de gaten.

“Hee schatje, alles goed? En met die jongen van jou?” vraagt hij mij regelmatig met een heerlijk Amsterdams accent. “Het is een goeie gozer. Maar die vrienden, daar moet-ie vanaf.”

Hij heeft feilloos door hoe de vlag er bij mij voorhangt. Ik geef Lars de boodschap dat het wegens corona niet meer mogelijk is om zijn vrienden thuis te ontvangen. “Jaaaaaaaa maa, okeeeeeee, zeur niet zo,” luidt steevast het antwoord.

Wanhopig

Hoewel Lars nu toch weer meerdere keren per week bij mij langs komt, zie ik hem verder achteruit gaan. Hij is bozig, vagig, schreeuwt, trekt in Bentes kledinglade op zoek naar sokken of een joggingbroek en is nachten zoek. De woongroep weet het ook niet meer. Van school komt de boodschap dat ze het niet verder zien zitten met hem. Ik ben bedroefd. En boos. En wanhopig. Straks krijgen alle betweters gelijk, gaat Lars richting afvalputje omdat ik hem naar de stad wilde halen in plaats van ergens op te sluiten. Maar ik mag me niet laten leiden door wanhoop. Als de negativiteit het wint, is alles verloren. Ik spreek mezelf streng toe: “Kom op, volhouden, roer recht, handen aan het stuur en door. Het gaat je lukken.”

Volgende week: Op zoek naar een nieuwe school

1

Lars (18) is een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien