PREMIUM

12 dingen die we moeten weten over vet

null Beeld

Wit, bruin en beige: er bestaan dus drie kleuren vet. Ook is gebleken dat vet een orgaan is dat communiceert met de rest van ons lichaam. Dit zijn de twaalf dingen die we moeten weten over vet.

Hanny Roskamp

1. Voeding & bescherming

We dragen allemaal een voorraad vet bij ons. Gemiddeld bestaat 21 tot 36 procent van het lichaam van gezonde vrouwen uit puur vet. Bij mannen is dat 7 tot 25 procent. Dat is maar goed ook, want als de honger toeslaat, kunnen we op dat vet met gemak twee tot drie maanden overleven. Dat vrouwen meer vet hebben komt doordat een vrouwenlichaam een baby voor en na de geboorte moet kunnen voeden. Behalve als voedselvoorraad dient vet letterlijk als stootkussen. Sommige mensen die afvallen merken dat ze opeens pijn krijgen bij het liggen of zitten omdat ze hun botten voelen. Rond de buik die gevuld is met belangrijke organen als darmen, lever en nieren zit dan ook een laagje vet dat helpt om stoten op te vangen.

null Beeld

2. Vetcellen

Het vet in ons lichaam is keurig opgestapeld en geordend in vetcellen. Die vetcellen liggen in bundels die bij elkaar worden gehouden door bloedvaten, zenuwen en bindweefsel. Volwassenen met een gezond gewicht hebben ongeveer 10 tot 20 miljard vetcellen. Volwassenen met ernstig overgewicht (BMI van boven de 30) hebben er maar liefst 100 miljard. Vetcellen kunnen groter worden als we meer eten dan we nodig hebben. Als ze té groot worden, splitsen ze zich op en groeit je vetpercentage. Is een vetcel er eenmaal, dan verdwijnt hij nooit meer.

3. Verschillen tussen mannen en vrouwen

Mannen en vrouwen slaan vet op een andere manier op. Bij mannen vormt het zich vooral rond de buik, bij vrouwen rond de heupen en de billen. Ook is er een verschil in het type vet dat door een mannen- en vrouwenlichaam wordt opgeslagen. Met dank aan de vrouwelijke hormonen hebben vrouwen (meestal) meer onderhuids vet dat, zoals de naam al zegt, zich direct onder de huid bevindt bij de dijbenen, heupen, billen en buik. Mannen hebben meer visceraal vet of orgaanvet, dat het lichaam opslaat rondom de organen. Te veel van dit visceraal vet is ongezond. Het veroorzaakt bij mannen de bekende bierbuik en houdt verband met hoge bloeddruk, verhoogde cholesterol, diabetes en hart- en vaatziekten. Als vrouwen in de overgang komen, neemt ook bij hen het visceraal vet toe: de taille verdwijnt.

null Beeld

4. Onderhuids vet

Onderhuids vet wordt ook wel subcutaan vet genoemd. Het ligt tussen de huid en de spieren en je kunt het vastpakken (denk: zwembandjes). Onderhuids vet slaat energie op, werkt als stootkussen voor spieren en botten en beschermt het lichaam tegen kou. Bij een huidplooimeting wordt bepaald hoeveel ervan aanwezig is. Dat geeft meestal een aardige indruk van de totale hoeveelheid lichaamsvet. Ook al zijn we het liever kwijt dan rijk, onderhuids vet is relatief onschuldig.

5. Buikvet meten

Een snelle manier om te bepalen hoeveel buikvet iemand heeft, is de buikomtrek meten met een centimeter. Bij mannen mag die niet groter zijn dan 94 centimeter, bij vrouwen niet meer dan 80 centimeter. Bij 102 centimeter (mannen) en 88 centimeter (vrouwen) is sprake van obesitas. Er zijn mensen die nooit zichtbaar dik worden, maar als er een scan wordt gemaakt van hun lichaam, bijvoorbeeld omdat ze opeens suikerziekte krijgen, blijkt de buikholte vol vet te zitten. Ondanks hun slanke uiterlijk lopen ze dezelfde risico’s als alle mensen met te veel buikvet, zoals een grotere kans op diabetes en hart- en vaatziekten.

null Beeld

6. Wit, beige en bruin vet

Het vetweefsel in ons lichaam bestaat uit wit, beige en bruin vet. Wit vet heeft het meeste volume. De witte vetcellen slaan vetten op voor magere tijden. Elke witte vetcel bevat een grote vetdruppel. Van bruin vet hebben we veel minder. Elke bruine vetcel bevat vele kleine vetdruppeltjes en een groot aantal ‘mitochondriën’, een soort energiefabriekjes die de energie uit voeding omzetten in warmte waardoor de lichaamstemperatuur op peil blijft. Dus hoe meer bruin vet je hebt, hoe sneller je verbranding werkt. Baby’s worden geboren met een flinke portie bruin vet tussen de schouders omdat zij veel energie nodig hebben voor het regelen van hun temperatuur. Naarmate we ouder worden, neemt de hoeveelheid bruin vet af. Er is ook nog een ondersoort wit vet die beige vet wordt genoemd. Beige vetcellen liggen verspreid door het witte vetweefsel en zijn net als bruin vet in staat om vet te verbranden en energie om te zetten in warmte, alleen in mindere mate.

7. Bruin vet houdt je slank

Dunne mensen hebben meer bruin vet dan mensen die te zwaar zijn. En hoe meer bruin vet iemand heeft, hoe makkelijker iemand slank blijft. Met kou is het mogelijk om meer bruin vet aan te maken of om bruin vet te activeren. Een onderzoek van de universiteit van Maastricht laat zien dat bij mannen met obesitas de hoeveelheid bruin vet toeneemt als ze tien dagen lang zes uur per dag in korte broek en T-shirt in een kamer doorbrengen met een temperatuur van rond 14 °C. Ook bij mannen met diabetes had deze behandeling positieve effecten. Onderzoeker Wouter van Marken Lichtenbelt: “Koudetherapie is vooral gunstig voor de suikerhuishouding en hart en bloedvaten. Maar om af te vallen zul je toch echt minder moeten eten dan je verbrandt. Door kou krijgen mensen vaak honger en gaan ze misschien meer eten dan het bruine vet extra kan verbranden. Er wordt wel onderzoek gedaan naar medicijnen die bruin vet kunnen activeren, maar die zijn er nog lang niet. De vraag is ook of je dat moet willen. Als je bruin vet niet activeert door kou, verdwijnt het weer. Dus zo’n pilletje zou je je leven lang moeten slikken, met mogelijk vervelende bijwerkingen.”

null Beeld

8. Het hormoon leptine

Hoe kan het dat de een enorme vetvoorraden aanlegt en de ander altijd skinny blijft? Meestal is dat een kwestie van te veel eten en te weinig bewegen, maar in sommige gevallen kan de communicatie tussen lichaamsvet en hersenen ontregeld zijn. Vetweefsel maakt allerlei hormonen aan. Een van de belangrijkste is leptine, dat ervoor zorgt dat de hersenen het signaal ‘vol’ krijgen als je voldoende hebt gegeten. Heb je een poos niet gegeten, dan daalt het leptineniveau in het bloed weer. De hersenen registreren dat en geven het signaal ‘honger’ af. Een constant teveel aan leptine kan ervoor zorgen dat de hersenen er ongevoelig voor worden. Ze denken onterecht dat het lichaam uitgehongerd is, waardoor je meer gaat eten en meer vet opslaat. Ook gaat de stofwisseling omlaag en daalt het energieniveau, waardoor je minder actief bent. Zo blijft overgewicht in stand. Veel mensen komen weer aan nadat ze zijn afgevallen: het bekende jojo-effect. Leptineresistentie kan een van de oorzaken zijn waarom het zo moeilijk is om na succesvol afvallen op gewicht te blijven.

9. Vet en (on)-vruchtbaarheid

Leptine vertelt de hersenen niet alleen hoeveel vetopslag het lichaam heeft, het is ook verbonden met het centrum in de hersenen dat invloed heeft op de vruchtbaarheid. Als het lichaam te weinig leptine aanmaakt, geeft dit centrum niet de juiste signalen af en vindt er geen eisprong plaats. Ook de menstruatie stopt dan, iets wat vaak gebeurt bij meisjes met anorexia en vrouwen die intensief sporten. Het minimum vetpercentage om te kunnen menstrueren is 17 procent. Omgekeerd worden meisjes eerder vruchtbaar en ongesteld als ze te zwaar zijn. Maar dat betekent niet dat een vrouw met overgewicht makkelijker zwanger wordt. Vetcellen maken veel aromatase aan, een stof die mannelijke hormonen (testosteron) omzet in vrouwelijke hormonen (oestrogeen). Te veel oestrogenen in het lichaam remmen de vruchtbaarheid, net als bij vrouwen die de pil slikken. Ook mannen die te zwaar zijn maken meer oestrogenen aan, terwijl de hoeveelheid testosteron daalt. Daardoor worden minder spermacellen aangemaakt en neemt de vruchtbaarheid af.

null Beeld

10. Diabetes door vet

Vet kan de motor zijn achter diabetes. Dat werkt zo: normaal gesproken zorgt het hormoon insuline ervoor dat glucose in het bloed (na het eten van koolhydraten) naar de spieren en organen gaat, die het gebruiken voor energie. De opslag van vet in de buikholte, rond de lever en het hart of de spieren zorgt ervoor dat het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline, waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt. Dit proces kan leiden tot diabetes type 2.

11. Vet en ontstekingen

In lichaamsvet zitten ontstekingscellen (witte bloedcellen) die klaarstaan om ziekteverwekkers zoals bacteriën uit te schakelen. Ook kunnen ze dode of slecht functionerende vetcellen ‘opeten’ zodat het vetorgaan goed blijft functioneren. Ontstekingscellen zijn dus nuttig, maar als ze zich te veel ophopen geven ze continu ontstekingsstoffen af. Deze reizen door het bloed en jagen elders in het lichaam ontstekingsprocessen aan. In de bloedvaten bijvoorbeeld, waar deze ontstekingen voor problemen zorgen zoals trombose of verstopte aderen. In het brein kunnen ze bijdragen aan de kans op depressie en de ziekte van Alzheimer en in de gewrichten wakkeren ze artrose (gewrichtsslijtage) aan.

null Beeld

12. Medicijnen die dik kunnen maken

Veel medicijnen hebben invloed op de vethuishouding of de eetlust:
• Corticosteroïden (dexamethason, hydrocortisol)
• Bloeddrukremmers (bètablokkers, alfablokkers)
• Antidepressiva (mirtazapine, citalopram, paroxetine)
• Antipsychotica (lithium, olanzapine, risperidon)
• Anti-epileptica (carbamazepine, valproïnezuur, gabapentine)
• Pijnstillers (pregabaline, amitriptyline)
• Diabetesmedicijnen (insulin, glimepiride)
• Mogelijk geldt hetzelfde voor maagzuurremmers en middelen tegen allergie (antihistaminica).

Meer lezen

In het boek Vet belangrijk gaan artsen Liesbeth van Rossum en Mariëtte Boon in op alle fabels en feiten over lichaamsvet, voeding, vet-verbranding en verborgen dikmakers. Vet belangrijk, Liesbeth van Rossum en Mariëtte Boon € 15,- (Ambo | Anthos)

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden