PREMIUMGebarentaal

9 vragen & antwoorden over gebarentaal

9 vragen & antwoorden over gebarentaal Beeld
9 vragen & antwoorden over gebarentaal

Tijdens de coronapersconferenties waren opeens ook de tolken Gebarentaal meer in beeld. Inmiddels is er zelfs een wachtlijst voor dit vak aan de Universiteit van Amsterdam. Negen vragen en antwoorden over praten met je handen.

Sara Madou

Als journalist heb ik de nodige interviews gedaan, maar als ik Eva Westerhoff (45) spreek is het een compleet nieuwe ervaring. Ze is consultant inclusie en toegankelijkheid en was mede-initiatiefnemer van de Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal, die in 2021 in werking trad. Als we elkaar ‘ontmoeten’ via Zoom is de door Westerhoff ingeschakelde tolk een kwartiertje te laat, dus het interview begint via het chatvenster. Zodra de tolk arriveert, gaat het communiceren meteen veel makkelijker en sneller. Ik praat met Eva, kijk háár aan, maar hoor de stem van de tolk, die razendsnel Eva’s gebaren vertaalt. Meteen word ik gecorrigeerd want, zo zegt Eva: “Je had het over een doventolk, terwijl de tolk ook voor jóu vertaalt. Jij spreekt immers geen gebarentaal. Daarom noemen we het tolk Gebarentaal.” Oeps. Er is nog veel onbekend over dit onderwerp, bij mij en ongetwijfeld bij veel anderen.

Eva werd slechthorend geboren en is vanaf haar zestiende volledig doof: “Mijn hele familie is horend, wat voor negen van de tien kinderen het geval is. Ik zat op een horende basisschool, pas vanaf de middelbare kwam ik in contact met andere dove en slechthorende mensen. Tegenwoordig is dat anders. Ouders én kinderen worden al van jongs af meegenomen in het leren van gebarentaal.”

null Beeld

Starende blikken

Dat is handig, want pas als je erop gaat letten, merk je hoe afhankelijk we in het dagelijkse leven zijn van ons gehoor. Van niet-ondertitelde YouTube-filmpjes via een bellende fietser tot de omroeper op het station die zegt dat de trein vanaf een ander spoor vertrekt. Het gesproken woord is overal. Eva: “Gebarentaal is een visuele en compacte taal: met een gebaar kun je veel meer uitdrukken dan met een woord. Vroeger schaamde ik me een beetje en maakte ik mijn gebaren bewust klein, in het openbaar. Dat is veranderd, nu vind ik het alleen maar leuk als iemand me er vragen over stelt. Helaas krijg ik ook nog regelmatig starende blikken, of denken mensen dat ik dom ben. Dat mijn gehoor niet werkt, wil niet zeggen dat mijn brein niks voorstelt.”

Om gebarentaal meer bekendheid te bezorgen, begon Eva een jaar of tien geleden met het lobbyen voor erkenning van de Nederlandse gebarentaal. “Het was geweldig toen gebarentaal in de wet verankerd werd. Daardoor zag je bij de coronapersconferenties een tolk en is gebarentaal op steeds meer plekken in de samenleving zichtbaar. Mijn ultieme droom is dat gebarentaal een keuzevak wordt op school, net als andere talen. Volgens mij heb je daar veel meer aan dan aan bijvoorbeeld Frans.”

null Beeld

“Als ik praat, zie ik in gedachten het gebaar voor me”

Renske Betten (57) wilde – als horende vrouw – al jaren gebarentaal leren.

“Ik ben sowieso een taalliefhebber en deze taal is ook nog eens heel leuk om te zien. Bovendien komt er doofheid in mijn familie voor. Ik ben het gaan leren om met die familieleden te kunnen praten én om mezelf voor te bereiden mocht doofheid mij op latere leeftijd ook nog overkomen. Drie jaar geleden begon ik met een cursus Nederlands met ondersteunende gebaren, waarbij je ook spraakafzien leert. Soms zeg ik iets tegen iemand en dan zie ik in gedachten het gebaar voor mij, op eenzelfde manier als je aan bijvoorbeeld een Engelse vertaling denkt. En op mijn werk heb ik al een paar keer meegemaakt dat ik met dove mensen kon communiceren, waar dit voor mijn collega’s lastig was. Ik vind het zelfs zo leuk dat ik heb meegewerkt aan een project van het Nederlands Gebarenkoor. Daarvoor moest je een filmpje insturen waarbij je tegelijkertijd meezong en gebaarde.”

null Beeld

Is gebarentaal een echte taal?

Absoluut. De Nederlandse Gebarentaal is sinds 1 juli 2021 een officiële taal, met een eigen grammatica en woordenschat. Er is nog een andere versie en die heet Nederlands met Gebaren (NmG). Daarbij ondersteun je gesproken Nederlands met gebaren. Deze tweede versie is de variant die horende mensen meestal leren, omdat de grammatica van Nederlandse Gebarentaal best pittig kan zijn om onder de knie te krijgen. De gebaren zijn grotendeels hetzelfde, maar de zinsopbouw van beide varianten is anders. Gebarentalen zijn volwaardige talen, vergelijkbaar met gesproken versies. Het enige verschil is de vorm waarin hij geuit en begrepen wordt: niet via de mond en de oren, maar via de handen en de ogen. In tegenstelling tot wat sommige mensen nog denken, is het dus niet iets wat je ‘vanzelf’ begrijpt en af kunt lezen: je moet het echt leren.

null Beeld

Verschilt gebarentaal per land?

Jazeker, wereldwijd bestaan er ruim honderd verschillende varianten. Iemand die Nederlandse gebarentaal spreekt, begrijpt dus niet automatisch iemand die Engelse gebarentaal spreekt. Al blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat de kans dat twee dove mensen die elkaars (gebaren)taal niet spreken de ander begrijpen veel hoger is dan wanneer het twee goed horende mensen betreft. Zelfs binnen Nederland bestaan er verschillende dialecten in gebarentaal, van Groningen tot Limburg.

null Beeld

Spreken alle dove en slechthorende mensen gebarentaal?

Nee, niet iedereen met een gehoorbeperking spreekt een vorm van gebarentaal. Sommigen focussen op liplezen oftewel spraakafzien. Een op de tien Nederlanders heeft een gehoorbeperking, (ruim anderhalf miljoen) waarvan dertigduizend mensen afhankelijk zijn van gebarentaal. Dit wil zeggen dat het hun eerste taal is, net als dat gesproken Nederlands de eerste taal is voor de meeste horende Nederlanders.

“Eén gebaar kennen maakt al een verschil”

Bianca van der Horst (40) is slechthorend en richtte de Nederlandse Gebarenchallenge op. Haar missie is om gebarentaal toegankelijk te maken voor iedereen: doof én horend.

“Vanaf mijn geboorte ben ik slechthorend. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik hoorde. In 2018 werd ik geopereerd en kreeg ik een gehoorimplantaat. Dat was héél raar in het begin. Je ziet weleens ontroerende YouTube-filmpjes van mensen die huilen als ze voor het eerst horen, bij mij was het niet zo romantisch. Alles en iedereen klonk als Donald Duck-gekwetter. Toen ik eenmaal gewend was, was ik er blij mee. Opeens hoorde ik fluitende vogels en kon ik makkelijker een gesprek volgen. In het verleden heb ik veel geworsteld met mijn gehoor. Je voelt je erg geïsoleerd als je aan tafel zit met vrienden en het gesprek niet goed kunt volgen. De interesse om gebarentaal te leren was er vaak wel, maar het aanbod niet. Daarom ben ik de Gebarenchallenge begonnen. Een laagdrempelige, online cursus waar je spelenderwijs gebaren leert. Iedere week tien nieuwe, met een ander thema en opbouwende moeilijkheidsgraad. Sommige gebaren zijn logisch, zoals dat voor koffie, waarbij je het bonen malen imiteert. Bij anderen moet ik meer uitleggen over de context. In het begin vinden mensen het vaak eng, zijn ze bang om fouten te maken. Maar één gebaar kennen maakt al een verschil. Gegroet worden met het gebaar voor ‘goedemorgen’ is ontzettend waardevol, ik word er zo blij van als iemand dat onverwachts doet.”

null Beeld

Waarom leerden dove of slechthorende kinderen vroeger geen gebarentaal?

Gebarentaal leren aan kinderen was lang ongebruikelijk in het Nederlandse dovenonderwijs: kinderen leerden vooral spreken. Vaak werd er zelfs gestraft als ze toch stiekem gebaren maakten. Bianca van der Horst, die de Nederlandse Gebarenchallenge bedacht (zie kader hierboven): “Kinderen moesten vroeger letterlijk op hun handen zitten om te voorkomen dat ze gebaren gingen gebruiken. Oók als ze dat veel prettiger vonden in het communiceren. Zelf leerde ik praten met ondersteunende gebaren. Op school zeiden ze dat ik geen gebarentaal hoefde te leren, want ik was ‘alleen maar’ slechthorend en had het zogenaamd niet nodig.”

null Beeld

Wie bepaalt welke nieuwe gebaren erbij komen?

Gebaren ontstaan vaak op een natuurlijke manier. Sommige gebaren worden gemaakt naar aanleiding van de vorm van iets, dit noemt men iconische gebaren. Arbitraire gebaren hebben niets te maken met de vorm van wat je bedoelt. Het gebaar voor vakantie maak je bijvoorbeeld met een ‘B-hand’ in een beweging vanaf je kin. Precies, moeilijk te omschrijven. En waarom dat het gebaar is voor vakantie, weet niemand. Net als dat bij gesproken woorden ook nog maar weinig mensen weten waarom een tafel een tafel heet en een stoel een stoel. Het Nederlands Gebarencentrum verzamelt alle gebaren, legt ze vast en verspreidt kennis daarover.

null Beeld
null Beeld

Waarom zou een horende gebarentaal willen leren?

Misschien heb je een partner, familielid of vriend/vriendin die slechthorend is en wil je goed met diegene kunnen communiceren. Daarnaast zijn er mensen met een taalontwikkelingsstoornis, die niet (goed) kunnen praten en zich door gebaren beter uitdrukken. Ook zijn er niet-praktische redenen. Van der Horst: “De verbindingen in de dovengemeenschap zijn sterk. We kijken elkaar altijd aan, bij horende mensen is dat minder. Die zitten al pratend bijvoorbeeld doodleuk op hun telefoon te kijken. Van horende gebarentaalsprekers hoor ik regelmatig dat ze het ervaren als een manier van praten waarbij er beter naar ze wordt geluisterd. Écht contact hebben is voor iedereen een verrijking.”

null Beeld

Werken doven en slechthorenden altijd met een tolk?

Er zijn ongeveer achthonderd officiële tolken Nederlandse gebarentaal, terwijl het aantal mensen met (regelmatige) behoefte aan een tolk veel groter is. Een tolk wordt meestal vergoed door de verzekering. Voor vergaderingen, sollicitatiegesprekken en andere werksituaties is dat een vergoeding van vijftien procent van het aantal uren in iemands contract. Voor privésituatie is het slechts dertig uur per jaar. De exacte kosten hangen sterk af van onder andere de verzekering. Die uren kunnen bijvoorbeeld worden ingezet bij een bruiloft of een doktersbezoek.
Eva Westerhoff: “Ik moet goed nadenken over wanneer ik een tolk inschakel. Je kunt het ook zelf betalen, maar dat is niet voor iedereen een optie. Toch vind ik het regelwerk vervelender dan de kosten. Spontane afspraken zijn lastig of soms wordt een tolk ziek, waardoor een afspraak op het laatste moment niet door kan gaan. Inmiddels heb ik een aantal vaste mensen met wie het fijn samenwerken is. Je moet er als dove immers op kunnen vertrouwen dat de ander zegt wat jij gebaart. De een bel ik bij privésituaties, anderen schakel ik in voor werkmeetings. Dat houd ik bewust gescheiden, want ik vind het niet echt relaxed om bij de gynaecoloog te zitten met iemand die een week later een werkmeeting tolkt.”

“Mezelf uitdrukken gaat beter in gebarentaal”

Iris Steijvers van Orselen (34), redacteur bij Woord & Gebaar, geeft gastlessen over doof zijn en is zelf doof sinds haar geboorte.

“In mijn familie is verder niemand doof. Mijn ouders leerden gebarentaal zodat ze goed met mij konden communiceren en mijn zusje is horend, maar kon zelfs eerder gebaren dan praten. Zelf zat ik op een speciale school. Dat heb ik als een fijne basis ervaren, het maakte me sterk. Met gebarentaal kan ik alles begrijpen en volgen. Ook mezelf uitdrukken gaat veel beter in gebarentaal. Gebruik ik spraakafzien, ook wel liplezen genoemd, dan begrijp ik zo’n vijftien procent. Meestal kom ik er wel uit, soms is het lastig. Bijvoorbeeld als er iemand tegen me begint te praten en niet snapt dat ik niks hoor. Het lijkt me dan ook geweldig als er ooit een app komt die écht goed kan vertalen wat een horende persoon zegt. En als meer mensen een beetje gebarentaal leren, is dat ook top. Bonus voor horende mensen: het is voor hen superhandig als ze bijvoorbeeld in een drukke ruimte zijn waar je elkaar niet goed kunt verstaan.”

null Beeld

Heeft gebarentaal nog wel nut nu er gehoortoestellen en -implantaten bestaan?

Het aantal kinderen dat van jongs af gebarentaal leert is gedaald, omdat ze meestal al vroeg een CI aangemeten krijgen. Dat staat voor cochleair implantaat, een systeem dat spraak en omgevingsgeluiden via elektrische prikkels direct naar de gehoorzenuw stuurt. Een CI bestaat uit een inwendig deel (het implantaat zelf) en een uitwendig deel (de spraakprocessor). De meeste CI-gebruikers blijven in meer of mindere mate slechthorend, maar velen van hen kunnen bijvoorbeeld zonder problemen telefoongesprekken voeren. Het duurt ook even voordat je gewend bent aan het systeem, omdat de geluiden anders klinken dan voorheen en de hersenen daaraan moeten wennen. Bovendien zijn er mensen die, vanwege de oorzaak of de ernst van hun gehoorverlies, niet in aanmerking komen voor een CI. Zij hebben alsnog baat bij gebarentaal, dus deze taal zal altijd van belang blijven.

null Beeld

Waar kun je het leren?

Je kunt een opleiding gebarentaal volgen bij Hogeschool Utrecht, maar dat is alleen nodig als je tolk wilt worden. Het Gebarencentrum geeft workshops (gebarencentrum.nl) en er zijn online cursussen te vinden. Ook zijn er apps, zoals Mobile Signs, de KinderGebaren-app en Leren Gebaren. Of sluit je aan bij de Gebarenchallenge, op gebarenchallenge.nl.

Beeld: Shutterstock

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden