PREMIUMnachtmerries, stress, angst en woede-aanvallen

Alles over het posttraumatisch stresssyndroom (PTSS)

null Beeld

Het zijn echt niet alleen militairen die te maken krijgen met het posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). Iedereen kan er last van krijgen na een ingrijpende gebeurtenis – óók jaren later. “Ik dacht dat ik het gedrag van mijn agressieve vader wel had verwerkt.”

Francine Postma

Twee jaar geleden rende het toen zesjarige zoontje van Lindy (35) in paniek de tuin in. Het prikte in zijn mond. “De buurvrouw had hem een paaseitje met hazelnoot gegeven, maar hij heeft een notenallergie. Hij begon over te geven en raakte buiten bewustzijn. In paniek belde ik de huisartsenpost, die een ambulance stuurde. Mijn man had de epi-pen voor noodgevallen gepakt, ik gaf de prik en een minuut later kwam onze zoon weer bij. In het ziekenhuis bleek alles in orde. Eind goed, al goed. Dacht ik.” Maar toen Lindy een paar weken later in huis aan het klussen was, kreeg ze het plotseling benauwd. “Ik vermoedde corona, maar de test was negatief. De benauwdheid ging niet over en ik merkte dat het erger werd als ik vertelde wat er met mijn zoon was gebeurd. Het leek alsof er een riem om mijn borstkas zat die steeds strakker werd aangetrokken.”
Lindy had geen idee bij wie ze moest aankloppen en belde een fysiotherapeut, die haar doorstuurde naar een psycholoog. “Ik bleek alle symptomen van een posttraumatische stressstoornis te hebben. De diagnose PTSS kwam voor mij als een totale verrassing. Ik dacht dat je daarvoor minstens een oorlogstrauma moest hebben. En waarom had mijn man, die hetzelfde had meegemaakt, het niet?”

Zo kun je mensen met PTSS helpen

Mensen met PTSS kunnen onvoorspelbaar zijn, boos reageren of zelfs agressief worden. Het is voor naasten niet makkelijk om daarmee om te gaan, maar voor het herstel is het belangrijk dat patiënten sociale steun ervaren, dus dat hun omgeving blijft proberen contact te maken. Psychotraumatoloog Elisa van Ee: “Je kunt echt helpen, om te beginnen door te luisteren zonder oordeel en met empathie. Daarnaast is het belangrijk om niet mee te gaan in de vermijding.
Een getraumatiseerde persoon trekt zich het liefst terug en lijkt niets te willen. Hoe lastig ook, blijf zo iemand opzoeken en blijf samen dingen doen, al is het maar iets heel kleins.”

Vervreemd van jezelf

Tachtig procent van de mensen maakt in zijn of haar leven iets traumatisch mee, vertelt Elisa van Ee, bijzonder hoogleraar psychotraumatologie in ontwikkelingsperspectief aan de Radboud Universiteit Nijmegen. “Dat kan een oorlog of een gijzeling zijn, een geweldsdelict of seksueel misbruik, maar ook een verkeersongeluk of de dood van een dierbare. Tien procent van hen ontwikkelt PTSS.” Waarom dat bij de een wel gebeurt en bij de ander niet, is volgens Van Ee lastig te zeggen. “Er zijn wel een paar factoren die een grotere kans geven op PTSS, bijvoorbeeld of iemand dissocieert tijdens de traumatische ervaring. Dissociëren is een overlevingsmechanisme van het brein. Het houdt in dat je tijdens een nare ervaring vervreemd raakt van jezelf, alsof je iets niet zelf beleeft, maar er van een afstandje naar kijkt. Uit onderzoek weten we dat deze vervreemding later meer risico geeft op het ontwikkelen van PTSS.”

null Beeld

Daarbij is volgens de hoogleraar van grote invloed of iemand sociale steun ervaart na een traumatische gebeurtenis. Dus: word je opgevangen, is er ruimte om erover te praten, word je serieus genomen en getroost? Is dat niet het geval, dan kan een nare ervaring leiden tot posttrauma-tische stress.

Fysieke signalen bij PTSS

Naast flashbacks, nachtmerries, somberheid, angst- en woedeaanvallen kunnen mensen met PTSS fysieke klachten krijgen, zoals vermoeidheid, stijve spieren of chronische pijn. “Na een trauma wordt de wereld ervaren door een ander zenuwstelsel”, schrijft de Nederlands-Amerikaanse traumatoloog Bessel van der Kolk hierover in zijn boek Traumasporen. De oorspronkelijke titel van het boek, The Body Keeps the Score (het lichaam houdt de score bij), is veelzeggend. Volgens Van der Kolk worden traumatische ervaringen opgeslagen in het lichaam en is het dus belangrijk om bij de behandeling van een trauma niet alleen aandacht te besteden aan de geest, maar ook aan het lijf, bijvoorbeeld door yoga. Wetenschappelijk bewijs daarvoor is er niet, zegt hoogleraar Elisa van Ee. Maar zij erkent dat het zinvol kan zijn om ook lichaamsgericht te werken bij getraumatiseerde mensen “als de reguliere behandelmethoden niet werken”.

null Beeld

Heftige emoties

De bekendste behandelmethode die wordt ingezet bij PTSS is EMDR: Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Bij deze behandeling vertelt de patiënt aan de therapeut tot in detail over de schokkende ervaring terwijl deze een vinger voor de neus van de patiënt heen en weer beweegt. Doordat een deel van de hersenen bezig is met het volgen van die afleidende vinger, wordt het trauma als het ware opnieuw opgeslagen in het brein. In de meeste gevallen neemt daarbij de heftigheid af van de emoties die de patiënt erbij voelt.
Ook Lindy deed EMDR na de traumatische ervaring met haar zoontje. Tijdens de behandeling kwam naar boven dat ze als kind werd mishandeld. “Mijn vader sloeg en schopte mij als ik in zijn ogen iets verkeerd deed. Van jongs af aan ben ik daarom bang om tekort te schieten. Na de heftige gebeurtenis met mijn zoontje was mijn emmertje overgelopen. Door EMDR besefte ik dat ik altijd vanuit angst had geleefd. Mijn man, die uit een warm en stabiel gezin komt, leeft veel meer vanuit vertrouwen.”
Ook Exposure, blootstelling, is een behandelmethode die kan werken bij mensen met PTSS. Hierbij zoekt de patiënt onder begeleiding van een therapeut bewust beangstigende situaties op, om vervolgens te oefenen met alternatief, gezond gedrag.
Tot slot bestaat er een behandeling die Imaginaire rescripting heet. Hierbij gaat de patiënt onder begeleiding van een therapeut in gedachten terug naar de traumatische ervaring en verandert de afloop ten goede. Bijvoorbeeld door in te grijpen of zichzelf in veiligheid te brengen.

Verdrongen verleden

Mirjam (45) ontdekte dat ze PTSS had nadat ze bij de huisarts kwam met een vraag over haar gewicht. “Al jaren tobde ik met mijn gewicht. Behandeling bij een diëtiste hielp niet. Ik viel wel af, maar kwam daarna even snel weer aan. Toen ik de huisarts om advies vroeg, dook hij in mijn dossier. Hij schrok. In mijn jeugd ben ik geestelijk mishandeld. Mijn vader had een antisociale, narcistische persoonlijkheidsstoornis in combinatie met een drankprobleem. Hij kon plotseling heel boos worden, waardoor ik als kind altijd op mijn hoede was.”

null Beeld

Ze dacht dat ze de problemen uit haar jeugd achter zich had gelaten. Mirjam: “Ik wist vaag nog wel wat er was gebeurd, maar de meeste herinneringen had ik verdrongen. Op mijn eenentwintigste heb ik het contact met mijn vader verbroken. Daarna begon ik een nieuw leven met een eigen gezin. Ik dacht dat ik geen last had van mijn verleden. Maar toen de huisarts begon voor te lezen uit mijn dossier, brak ik. Opeens voelde ik weer de machteloosheid en de angst van vroeger. De dokter verwees me door naar een psycholoog en die stelde PTSS vast. De diagnose was een schok. Ik wist wel dat ik angstig was en gevoelig voor stress, dat ik soms heel boos kon worden. Maar bij PTSS dacht ik meer aan ex-militairen. Ik kende er nota bene een, de vader van een vriendin, die niet tegen het knallen van vuurwerk kon. Mijn gedrag leek toch niet op het zijne? Maar de psycholoog legde uit dat er verschillende soorten PTSS zijn.”
Mirjam koos voor imaginaire therapie. “Ik ging terug naar het kleine meisje dat ik was en leerde mezelf de troost te geven die ik vroeger nooit had gekregen. Ook leerde ik dat de boodschap die mijn vader mij als kind had gegeven, dat ik niks waard was en dat zijn gedrag mijn schuld was, niet klopte. Ik was wél wat waard en het was níet mijn schuld dat hij zo deed.”

FEITEN & CIJFERS

· 80% van de mensen maakt iets traumatisch mee. 10% van hen ontwikkelt PTSS.
· Symptomen van PTSS: hartkloppingen, nachtmerries, somberheid of depressie, flashbacks, angstaanvallen, woede-uitbarstingen.
· Vrouwen krijgen twee keer zo vaak PTSS als mannen. Dit hangt samen met een stress-eiwit dat gestimuleerd wordt door het vrouwelijke hormoon oestrogeen.
· Uit onderzoek blijkt dat 50% van het risico op PTSS aangeboren is. Welke genen daarbij precies betrokken zijn, is nog onbekend. Als PTSS tijdig wordt herkend, kan iemand in acht tot zestien weken goed genezen.

Grote verandering

De meeste patiënten met PTSS kunnen na behandeling weer een normaal leven leiden. Een kleine groep met complexe problematiek blijft klachten houden. Psychotraumatoloog Van Ee: “Dat zijn vaak patiënten die langdurig zijn blootgesteld aan traumatische ervaringen, bijvoorbeeld vluchtelingen of mensen die hun hele jeugd seksueel zijn misbruikt. Deze mensen zijn vaak schrikachtig en hebben geen vertrouwen in anderen, waardoor ze geen volwaardige relaties kunnen aangaan en in een neerwaartse spiraal terechtkomen.”
Na de EMDR-therapie gaat het met Lindy weer goed. “De behandeling heeft voor mij een hoop veranderd. Ik leef niet meer vanuit angst en heb vrede met mijn verleden. Met mijn zoontje gaat het gelukkig ook prima.”
Mirjam is na twee jaar intensieve therapie officieel genezen. Dat betekent niet dat ze nergens meer last van heeft. “Nog steeds kan ik worden getriggerd door iets kleins, een opmerking of een bepaalde blik. Ik kan dan nog steeds boos worden, maar ik vlieg niet meer zo uit de bocht als vroeger. Mijn gewicht is sinds mijn behandeling stabiel. Als ik voldoende beweeg, gaat het goed. Soms heb ik een kleine terugval, maar ik heb gelukkig geen eetbuien meer. Tegenwoordig ben ik open over mijn verleden en daardoor ben ik erachter gekomen dat ik niet de enige ben met zulke ervaringen. Dat heeft me enorm geholpen.”

null Beeld

Joyce (40) kreeg twintig jaar geleden de diagnose PTSS.
“Toen ik acht jaar oud was, ben ik in een steegje achter mijn huis aangerand en verkracht door een groep jongens. Ik kon me jaren later nog altijd tot in detail herinneren wat er gebeurd is, daardoor kampte ik met depressies. Toen ik eenentwintig was, werd er PTSS bij mij vastgesteld. In die tijd kreeg je die diagnose eigenlijk alleen als je in het leger zat of bij de politie werkte, dus ik voelde me een vreemde eend in de bijt. Jarenlang zocht ik naar de juiste behandeling om mijn depressies en angsten weg te nemen. Vorig jaar heb ik die eindelijk gevonden bij het Psychotrauma Expertise Centrum in Bilthoven. Daar heb ik Exposure- en EMDR-therapie gevolgd. Het was pittig, maar het heeft mijn leven gered. Als mijn zoon in zijn handen klapt, schrik ik niet meer.
Ik kan weer tegen harde geluiden, heb energie om moeder te zijn, durf contact te maken met mensen op het schoolplein. Ook krijg ik geen hartkloppingen meer als ik op de plek kom waar het is gebeurd. Als ik de jongens tegenkom die me mijn trauma hebben bezorgd, raakt me dat nog altijd, maar minder dan vroeger. Natuurlijk zit er nog verdriet, dat gaat nooit over en mag er zijn. Maar ik ben de schaamte voorbij en durf erover te praten. Ik hoop dat ik hierdoor het trauma niet aan mijn kinderen doorgeef.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden