PSYCHOLOGIE

De helende kracht van schilderen, schrijven en rennen

Lekker bezig Beeld Kayleigh Cornet & Renée Frinking
Lekker bezigBeeld Kayleigh Cornet & Renée Frinking

Ja, praten helpt. Maar iets dóen werkt soms net zo goed bij psychische problemen. Over de helende kracht van schilderen, schrijven en rennen.

De Amerikaanse Julia Cameron was op een punt in haar leven beland waarbij ze dacht: wat nu? Ze had een filmscript ingeleverd. Op één enthousiast telefoontje na, hoorde ze daar nooit meer iets over. Ze wist het niet meer en voelde zich depressief. Om zichzelf te troosten, begon ze elke ochtend alles op te schrijven wat in haar opkwam. Ze deed dat expres direct na het ontwaken, omdat dan dat kritische stemmetje in haar hoofd zich nog niet zo roerde. Zo ontdekte ze de helende kracht van creativiteit. Het boek dat ze daarover schreef, The artists way, ging miljoenen keren over de toonbank.

Natuurlijk, bij psychische problemen kan het heel goed helpen om erover te praten. Maar soms werkt het nog beter om iets te gaan doen. Het kan namelijk behoorlijk lastig zijn om te voelen wat er mis is en dat ook nog eens onder woorden te brengen bij een therapeut. Door creatief of actief aan de slag te gaan, worden emoties op een andere manier ervaren en geuit.

Dat kan door te schrijven, zoals Cameron dat deed, maar ook door onder begeleiding van een therapeut te gaan beeldhouwen, kleien, schilderen, tekenen of dansen. Deze laatste soorten vallen onder de noemer vaktherapie (voorheen creatieve therapie). “De nadruk ligt hierbij op doen”, vertelt Susan van Hooren, hoogleraar vaktherapie aan de Open Universiteit.

“De therapeut stelt vervolgens vaak wel vragen naar aanleiding van wat diegene gemaakt heeft. Waarom juist dat? En welke gevoelens kwamen daarbij boven? Maar in tegenstelling tot de meeste therapievormen staat praten niet centraal.”

Schrijf het van je af

Bij de levensverhaalmethode, ontwikkeld door de Nederlandse psychologen Gerben Westerhof en Ernst Bohlmeijer, is het idee dat iemand zijn nare ervaringen opschrijft en daar een zo positief mogelijke draai aan geeft. Dit kan door na te gaan welke goede dingen eruit voortgekomen zijn. Op die manier kan een open wond helen. Want, zo zeggen zij: het zijn niet zozeer de feitelijke gebeurtenissen die een negatieve impact hebben, maar de verhalen die we onszelf daarover vertellen. Door dat verhaal te veranderen, verandert de impact ook. Ter afsluiting kunnen de schrijfsels daarna worden weggegooid of verbrand. Uit een Spaans experiment bleek dat de proefpersonen hierdoor nog beter konden loslaten.

Connectie tussen lichaam en geest

Iedereen met psychische klachten kan baat hebben bij ‘doe-therapie’. Het is een goede manier om uit die continue gedachtestroom te stappen, en stress, boosheid, verdriet, angst of sombere gevoelens op een andere manier te uiten en zo los te laten. Zeker mensen die sterk ‘in hun hoofd’ zitten, kunnen soms moeilijk bij hun gevoel komen en herkennen de signalen die hun lichaam geeft niet goed. Door met een therapeut op een non-verbale manier aan de slag te gaan, kan de connectie tussen lichaam en geest worden versterkt.

Van Hooren: “Soms heeft iemand al veel gesprekken gehad en komt maar niet verder, dan kan zo’n heel andere aanpak het proces weer in beweging brengen. Verder kan vaktherapie heel geschikt zijn voor mensen die vanuit zichzelf niet zo goed kunnen praten. Ook kinderen en mensen met dementie of een verstandelijke handicap hebben er vaak baat bij. En trouwens ook als je een kort lontje hebt. Door boosheid op tijd te herkennen en dit op een constructieve manier te leren uiten, wordt de kans op ontploffingen een stuk kleiner.”

Vertrouwen hebben

Dat vaktherapie werkt, is inmiddels wetenschappelijk aangetoond. Maar hoe weet je nu welke vorm het beste voor je werkt? Hoewel voor bepaalde klachten wel specifieke vormen worden aanbevolen, is nog niet duidelijk of je nou beter kunt gaan beeldhouwen of dansen als je bijvoorbeeld een depressie hebt. Van Hooren: “Omdat er zes verschillende vormen van vaktherapie zijn en er nog veel meer soorten klachten bestaan, is dat lastig om uit te zoeken. Er wordt op dit moment wel allerlei onderzoek naar gedaan, dus hopelijk is daar over een paar jaar meer over bekend.”

De doorverwijzing naar een vaktherapeut verloopt via de huisarts, maatschappelijk werker of een behandelend psycholoog of psychiater. “Zo’n behandelaar zal misschien een advies geven over de vorm, maar juist keuzevrijheid is belangrijk, benadrukt Van Hooren. “Je moet er zélf vertrouwen in hebben dat het je gaat helpen.”

Talent speelt daarbij geen rol, want het gaat niet om mooi of artistiekerig. Maar wie zich doodongelukkig voelt op de dansvloer zal waarschijnlijk niet voor danstherapie kiezen. Hoewel: uit je comfortzone stappen, kan juist ook veel losmaken. Kiest iemand bijvoorbeeld voor muziektherapie, dan hangt het van de hulpvraag af wat voor opdracht de therapeut bedenkt. Stel dat iemand kampt met spanningen, dan kunnen tempoverschillen in muziek die verminderen. Zo kijkt elke therapeut binnen zijn of haar vakgebied wat het meest passend is.

Zelfhelend

Vaktherapie wordt zowel in groepsverband als individueel gegeven. Ook hierin ben je vrij om te kiezen. Voor wie veel last heeft van competitiedrang is groepstherapie minder geschikt. Het is namelijk niet de bedoeling dat je gaat vergelijken. “Maar veel mensen vinden het juist fijn om met lotgenoten aan de slag te gaan”, weet Van Hooren. “De herkenning en het wederzijds begrip kunnen een enorme steun zijn.”

En thuis zelf gaan dansen, tekenen, kleien, met een bal gooien of op een trommel slaan? Dat kan ook positief werken, zegt Van Hooren. “Hoewel ik mensen die hun emoties moeilijk kunnen reguleren niet zou aanraden zonder begeleiding te gaan boksen of beeldhouwen. Bij lichte, meer alledaagse klachten helpt het ook om zelf iets creatiefs of actiefs te gaan doen. Het kan vaak voor nieuwe inzichten zorgen en trekt je in een plezierige flow. Daar knap je enorm van op.”

6x doe-therapie

Beeldende therapie

Bij beeldende therapie wordt gewerkt met verf, hout, steen, klei, textiel of digitale middelen. Het idee is dat je iets concreets maakt waarnaar je kunt kijken. Je kunt bijvoorbeeld je angsten verbeelden of juist iets maken wat een geluksgevoel oproept. Het levert inzichten op die ervoor kunnen zorgen dat je anders met problemen leert omgaan.

Danstherapie

De gedachte achter deze therapievorm is dat lichaam en geest samenwerken. In de bewegingen die iemand maakt, zijn emoties als pijn, verdriet, of boosheid dus terug te zien. Door te dansen kunnen die emoties worden onderzocht, uitvergroot en verwerkt. Daarnaast helpt dansen tegen stress.

Dramatherapie

Bij dramatherapie wordt zowel met fantasie als echte situaties gewerkt. Bijvoorbeeld in de vorm van een rollenspel, door deelnemers te laten improviseren of een situatie te laten uitbeelden. De gedachte is dat zo op een veilige manier kan worden geoefend met ander gedrag, het herkennen en uiten van gevoelens en het aangeven van grenzen.

Muziektherapie

Je kunt zowel zelf muziek maken of er alleen naar luisteren. Verschillende klanken, melodieën en ritmes worden ingezet om spanning te verminderen en emoties te ervaren en te uiten. Dat kan met behulp van instrumenten, maar ook door te zingen. Zeker samen zingen werkt verbindend en helpt sociaal vaardiger te worden. Muziektherapie wordt vaak ingezet bij kinderen, mensen met dementie of autisme en bij gedragsproblemen.

Psychomotorische therapie

Met bewegingsopdrachten wordt de connectie tussen lichaam en geest versterkt. Mensen met bijvoorbeeld een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kampen vaak met sterke lichamelijke reacties bij angstaanvallen of herbelevingen. Door die signalen tijdig te herkennen, kunnen zij een paniekaanval of ‘bevriesreactie’ voor zijn. Deze vorm wordt ook veel ingezet bij (jonge) kinderen die zo zonder woorden kunnen laten zien wat ze voelen en een nieuwe manier kunnen testen om zich te uiten.

Speltherapie

Deze vorm is speciaal bedoeld voor kinderen die niet lekker in hun vel zitten. Bijvoorbeeld na een scheiding, verhuizing, verlies van een ouder of als het gepest wordt, maar ook bij faalangst, verlegenheid of eenzaamheid. De therapeut volgt het kind in zijn spel en brengt onder woorden wat er gebeurt. Spel is hierbij dus eigenlijk de taal van het kind.

“Mijn zoon stapt nu uit zichzelf op andere kinderen af”

Jolien (43) “Onze zoon van vijf was snel boos en gefrustreerd. Hij was dan nergens voor te porren. Speltherapie heeft hem geholpen zijn emoties spelenderwijs te uiten. Sindsdien is hij een stuk vrolijker en heeft hij minder driftbuien. Ook lukt het hem nu beter aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten. Hij wil nu vaker bij iemand spelen en stapt in de speeltuin soms ook uit zichzelf op andere kinderen af. Dat deed hij eerder nooit, dus daar zijn we heel blij mee.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden