psychologie

Kijken door een ROZE BRIL kun je trainen

null Beeld Stocksy
Beeld Stocksy

Terwijl de een altijd positief blijft, kan de ander bij een kleine tegenvaller al van slag zijn. Dat heeft vooral te maken met hoop en veerkracht. Goed nieuws: dat is deels aangeboren, maar ook te trainen.

Voor velen was ze een voorbeeld van positiviteit en moed: Bibian Mentel, de meervoudig Nederlands en – na haar beenamputatie – paralympisch kampioen snowboarden. Na twintig jaar strijden tegen kanker overleed ze eind maart. Heel Nederland leek van slag. De vraag die velen zich stelden, was: hoe is het mogelijk dat ze ondanks haar ziekte die al zo vaak was teruggekomen zo vrolijk was, zo optimistisch, zo vol hoop en liefde? En hoe kon het dat ze zich toch nog zo vol enthousiasme wist in te zetten voor anderen?

Verschil in optimisme

In de positieve psychologie, een tak van wetenschap die zich bezighoudt met versterken wat goed gaat in plaats van fiksen wat mis is (building what is strong in plaats van fixing what is wrong), is het hebben van hoop een interessant onderzoeksgebied. In psychologische termen wordt hoop omschreven als: ‘het waargenomen vermogen om via paden gewenste doelen te bereiken, waarbij iemand zichzelf kan motiveren om met behulp van doelgerichte energie deze paden te gebruiken’.

Een mond vol. Waar het op neerkomt, is doelgerichtheid en heel veel motivatie. Ook Bibian beet zich steeds vast in haar doel om kampioen te worden en zag zelfs met een beenprothese kans om dat te bereiken. “Hoop hangt samen met optimisme”, legt Nele Jacobs uit, hoogleraar levenslooppsychologie aan de Open Universiteit. “Ga maar na, mensen met positievere verwachtingen over de toekomst zien hun doelen vaker als haalbaar en het lukt hen ook vaker om die doelen te bereiken. Minder optimistische mensen geven sneller op omdat ze denken dat ze hun doel toch niet zullen bereiken.”

Onnodig om te zeggen dat de meeste mensen het liefst hoopvol en optimistisch zouden willen zijn. Is het aan te leren? “Zeker,” zegt Nele Jacobs, “al blijkt uit onderzoek dat verschillen tussen mensen in optimisme voor ongeveer 25 procent genetisch bepaald zijn.”

Het goede nieuws is dat we aan de resterende 75 procent veel kunnen doen. Er zijn genoeg tips en trucs voor een positiever beeld en een optimistische toekomstverwachting. Visualisaties zijn bijvoorbeeld een beproefd middel: het voor je zien van een mooie toekomst met de nadruk op fijne dingen en prettige gevoelens. Ook positieve en liefdevolle gedachten werken goed.

“HET BEWUST OPMERKEN VAN SCHOONHEID HIELP ME ENORM”

Coach Annemarie Paol (53) leerde met vallen en opstaan hoe belangrijk hoop is. Nadat haar huwelijk op de klippen was gelopen, belandde ze in een crisis. In haar onlangs verschenen boek Buigen als bamboe vertelt ze hoe ze haar veerkracht terugvond.

“Elke keer kwam ik terug bij het geloof in het goede van het leven, het besef dat er lieve mensen zijn en dat ik daar steun moest zoeken. Ik vertelde vaak niet eens wat er speelde, maar laafde me toch aan buren, vriendinnen en familie. Uiteindelijk keerde het tij dan altijd weer. Ook het bewust opmerken van schoonheid hielp mij, zoals in de lente, wanneer een plant morsdood lijkt, en dan opeens toch weer ontspruit. Die steeds terugkerende cyclus van ondergang en opkomst in de natuur geeft een mens óók hoop. Alle momenten van hopeloosheid hebben me iets geleerd en daar houd ik me aan vast in volgende momenten waarop ik het even niet meer zie zitten.”

null Beeld

Hulpeloosheid

Voor wie erop wil durven vertrouwen dat het leven er op een dag weer beter uitziet, is veerkracht een belangrijk element. Waar Bibian Mentel steeds hoopvol doorging, zouden veel anderen de moed allang hebben opgegeven. Waar zij uiteindelijk zelfs in vrede afscheid kon nemen van haar dierbaren, gaat een ander vloekend en tierend ten onder. Ook in deze tijd zien we dat. De een slaat zich heldhaftig door een corona-faillissement heen of begint een bed & breakfast in Nederland, de ander meldt zich met een dijk van een depressie bij de psycholoog.

Veerkracht is het sleutelwoord. Ook dat is een belangrijk onderdeel van de positieve psychologie, die in de jaren zestig is bedacht door de Amerikaanse psycholoog Martin Seligman. Hoe veerkrachtig iemand is, heeft onder andere met ervaringen te maken.

Een bekende theorie van dezelfde Martin Seligman is die van de ‘aangeleerde hulpeloosheid’. Uit een experiment met honden bleek dat dezelfde honden die eerder hadden ervaren dat ze niet aan elektrische schokken konden ontsnappen, in een later experiment de schokken lijdzaam ondergingen, terwijl ze nu wél konden wegkomen. Ze hadden hulpeloosheid aangeleerd. De uitweg die er inmiddels was, zagen ze niet meer.

Gelukkig zouden dit soort wrede experimenten nu nooit meer door ethische commissies worden goedgekeurd, maar de uitkomsten bleken waardevol, ook voor menselijk gedrag. Hoe langer we kennelijk in een uitzichtloze situatie hebben gezeten, hoe kleiner de veerkracht wordt en hoe kleiner ook de hoop dat het ooit weer goed komt (lees: dat we er zelf iets aan kunnen veranderen). Mensen die last hebben van aangeleerde hulpeloosheid accepteren dat zij stressvolle situaties meemaken en dat zij daar geen controle op kunnen uitoefenen. Uit angst om te worden afgewezen of te falen zijn ze nauwelijks meer bereid nieuwe dingen te proberen. Dat kan leiden tot nog meer stressgevoelens en zelfs tot depressiviteit. Op den duur vergeten we dat we dat we het heft in eigen hand kunnen nemen.

Meer veerkracht

Liever dan problemen voortvarend aan te pakken, zijn we geneigd ervan weg te rennen. Op korte termijn misschien een handige strategie, maar uiteindelijk lost het niks op. Toen mijn dochter onlangs had gespiekt bij haar scheikundetoets en een 1 kreeg, zag ze het totaal niet meer zitten. Om de zaak nog enigszins te redden, verzon ze een verhaal waarmee ze zichzelf nog verder in de nesten werkte. Uiteindelijk moest ze van haar vader en mij haar excuses aanbieden aan de docent en een oplossing bedenken voor het ophalen van haar cijfer. Na dat gesprek viel er een enorme last van haar schouders. Ze kwam erachter dat het beter is de realiteit onder ogen te zien en controle te nemen over de situatie in plaats van weg te kruipen of, zoals ze zelf had bedacht, te emigreren.

null Beeld

Jantine Boselie, psycholoog aan de Universiteit van Maastricht, deed onderzoek naar hoe mensen veerkrachtiger (en dus meer hoopvol en optimistisch) kunnen worden. Voor mensen met chronische pijn ontwikkelde ze samen met collega’s het acht weken durende programma ‘Gelukkig zonder pijn’. Doel is het verbeteren van draagkracht en een betere kwaliteit van leven. “Het is best lastig”, zegt ze in een filmpje van de Universiteit van Maastricht, waarin ze uitlegt hoe het programma in elkaar zit. “Van nature zijn we voorgeprogrammeerd om negatief naar de wereld te kijken. Om één negatieve ervaring te evenaren, hebben we twee positieve ervaringen nodig. En om een algemeen positieve stemming te hebben, moet je drie positieve ervaringen hebben. Kun je nagaan hoelang het duurt om het nieuws uit de krant te compenseren.”

Begripvol naar jezelf

Met een groep mensen die dagelijks last hebben van pijn ging Boselie aan de slag. Stap één was het bewust worden van de prettige dingen in hun leven. Dus in plaats van balen van het vroege opstaan omdat de hond eruit moet juist stilstaan bij de frisse lucht, het kunnen bewegen en het met een fris hoofd starten van de werkdag. Een ander onderdeel van het programma was zelfcompassie ontwikkelen: begripvol zijn voor henzelf op momenten dat het moeilijk was. Jantine Boselie: “We kunnen dit vaak heel goed voor anderen, maar voor onszelf vinden we het moeilijk. Een manier om zelfcompassie aan te leren is een brief schrijven aan jezelf, zoals je dat aan een vriendin zou doen.”

Ook wat men in het Engels zo mooi savoring noemt, hoort bij het programma. Dit betekent zoveel als ultiem genieten, bijvoorbeeld door het inplannen van minivakanties thuis: tijd waarin iemand alleen maar doet wat hij wil in plaats van wat hij moet. Voor Jantine Boselie zelf betekent dat drie keer per week twintig minuten een niet-wetenschappelijk boek lezen.

Het programma blijkt goed aan te slaan. In vergelijking met deelnemers op een wachtlijst voelden patiënten zich na afloop van het programma gelukkiger, scoorden hoger op de vraag of ze het leven leefden dat ze wilden, en gaven bovendien aan met meer optimisme naar de toekomst te kijken.

Wat de deelnemers bleken te hebben geleerd, is dat ze zélf controle hebben. Aan de omstandigheden kunnen we niet altijd iets veranderen, maar we kunnen wel bepalen hoe we ermee omgaan. Of, zoals een van de deelnemers zei: “Gelukkig zijn is als een lichtknop. Je kunt besluiten het aan of uit te zetten.”

“HET WAS ALSOF IK EEN BEZEM DOOR MIJN HOOFD EN HART HAALDE”

Irma (49) verloor haar eerste kind door wiegendood.
“Het moment dat ik bij haar bedje stond, heb ik honderd, misschien wel duizend keer herbeleefd. Vlak na de crematie was ik ervan overtuigd dat het leven nooit meer mooi kon worden. Maandenlang kwam ik de deur niet uit, hield ik de gordijnen dicht. Mijn man en familie maakten zich ernstige zorgen. Tot ik op een dag in de keuken stond en de zon door het raam scheen. Er zat een roodborstje op de tuintafel dat me minutenlang bleef aankijken. Toen voelde ik in mijn hele lijf: ik wil leven. Ik huilde vanuit het diepst van mijn tenen en begon vervolgens als een razende schoon te maken. Alsof ik de bezem door mijn hoofd en hart haalde. Een maand later was ik zwanger van ons tweede kind. Dat roodborstje zette me weer ‘aan’ en gaf me hoop. Inmiddels ben ik ook moeder van twee levende kinderen. Als het even niet gaat, dan denk ik aan dat roodborstje.”

MEER LEZEN

Buigen als bamboe,
Annemarie Paol € 22,95
(via paolcounseling.nl)

Ongetemd leven,
Glennon Doyle € 20,-
(Kosmos Uitgevers)

Doe hier de hooptest

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden