Janneke Beeld Getty Images/iStockphoto
JannekeBeeld Getty Images/iStockphoto

PREMIUM

Janneke & het hospice: “De dood wordt op afstand gehouden met affaires, fillers en andere leugens”

Een ruzie zorgt voor een gespannen sfeer tussen meneer V. (76) en mevrouw J. (79) in het hospice. Zo fel zag Janneke ze nog nooit.

Janneke SiebelinkGetty Images/iStockphoto

Het moest er natuurlijk een keer van komen. Het begon met blazen, een bolle rug, een dikke staart die driftig heen en weer zwiepte alsof het heel hard waaide en pootjes schrap op de linoleumvloer. Daar tegenover: geblaf, tanden laten zien. Het was bijna alsof hij lachte. Grommen. Een veldslag dreigde. Meneer V. (76, schedelbasisfractuur) werd bijna van zijn scootmobiel getrokken door teckel King en mevrouw J. (79, zeven keer gevallen) kreeg krassen in haar decolleté van kat Kapitein Sok die zich fel van haar afzette toen hij King in het oog kreeg. Twee zwarte, harige maarschalken in de gang van het hospice, lijnrecht tegenover elkaar. Bloed sijpelde over de borst van mevrouw J., die met een hand voor haar mond vanuit de deurpost van haar kamer verstijfd keek naar de twee dieren. Een paar seconden gebeurde er helemaal niets. De dieren keken elkaar strak aan, de baasjes keken strak naar hun dieren. Je kon de hartjes van de dieren door hun huid heen zien slaan. Bij de baasjes trouwens ook.

Enerverende ochtend

“Maar wat gebeurde er?”, vraagt collega H. ongeduldig, pen en namenlijst in de aanslag om door te nemen wie aan tafel komt eten en wie niet. In een flits zie ik dat de kamers van de drie overledenen van vorige week nog niet zijn ingevuld met nieuwe namen.

“Niks”, zeg ik. “Er gebeurde niks. En dat was misschien wel dankzij het verdwenen kortetermijngeheugen van meneer V., want plotseling draaide hij zijn scootmobiel om en reed terug naar zijn kamer. Vrij haastig, alsof hij iets was vergeten. King, trouw als hij is, rende achter zijn baasje aan. Einde verhaal.”

“Geen veldslag?”

“Geen veldslag.”

“Een enerverende ochtend, ik hoor het al”, glimlacht ze met licht sarcasme. “Gelukkig hebben we nog altijd mevrouw Y. met haar eitjes-en-broodkorstjesoorlog onder haar stoel.” Ze knikt naar de eettafel.

Witte hemden-syndroom

Het is inmiddels 11.30 uur, maar mevrouw Y. (55, smetvrees) zit nog steeds met haar ontbijt voor zich. Alsof ze weet wat ik me afvraag, zegt ze: “Ik moet rustig aan doen. Ook met eten. Ik doe er een beetje lang over. Ik heb stress. Het pellen van een ei en dat het velletje dan niet meegeeft. Stress van dat apparaat. Ik moet het zelf doen, maar ik krijg de band niet strak genoeg en er is iets met de instellingen, met de tijd – die staat nog op winterstand.” Haar stem klinkt paniekerig. “Ik moet zelf twee keer per dag mijn bloeddruk meten. Ze willen uitsluiten dat ik aan het witte hemden-syndroom leidt, dat zei de dokter.” Ik wil graag weten waar haar stress vandaan komt, maar meneer V. snijdt de bocht af.

“Witte hemden?” Hij kijkt op van het roddelblad met veel te bruine BN’ers met veel te witte tanden in badpakken en bikini’s. De wereld buiten dit hospice. De wereld waar de dood op afstand wordt gehouden met affaires, fillers, botox, merkkleding en diamanten uit arme landen en andere leugens. Teckel King zit op zijn schoot, zijn kopje komt net boven het tafelblad uit met een nog enigszins ontregelde blik in zijn ogen door wat er deze ochtend is voorgevallen.

“Witte hemden”, zegt mevrouw Y. beslist en veegt nog wat kruimeltjes op de grond. “Twintig procent van de mensen die naar de dokter gaat, schijnt daar last van te hebben. Dat zei hij tegen mij. Omdat ziekenhuizen en dokters symbool staan voor ellende en ziekte. Voor gevaar. Je lichaam reageert daar op met stress en in twintig procent van de gevallen met een hoge bloeddruk. Het voelt alsof je lijf examen moet doen en vervolgens faalt omdat de meter uitslaat.”

Meneer V. kijkt haar geamuseerd aan. “Witte jassen-syndroom”, grinnikt hij en kijkt naar King, trekt plagerig aan zijn lange oren. “Zwarte katten-syndroom voor jou, hè?”

Gegrom, geblaf en gesis

Het blijft verwarrend hoe het werkgeheugen van meneer V. dan weer wel en dan weer niet hapert, peins ik, terwijl ik stoffer en blik pak om de ravage van mevrouw Y. op te vegen.

“Het heet het witte jassen-syndroom”, herhaalt hij. “Niet witte hemden. Je bent in war met de gele hesjes.”

“Ik ben helemaal niet in de war.” Haar stem klinkt geagiteerd nu. “Hemden zijn toch geen hesjes? En zij doen heel andere dingen. Dat staat allemaal niet in dat flodderige blaadje van je, hè.” Zo fel heb ik haar nog niet eerder gezien. Meneer V. kijkt verontwaardigd naar het tijdschrift op tafel, schuift het met een zoevend geluid naar het uiteinde van de tafel alsof het een sjoelsteentje is en kijkt weer naar mevrouw Y. die met een bolle rug en haar handen aan het tafelblad zijn blik niet loslaat.

Over en weer klinken onredelijke woorden, gegrom, geblaf en gesis. Verhitte gezichten, ogen als streepjes, de blik op scherp gesteld, de lucht lijkt te trillen. Langs de slapen van meneer vallen zweetdruppeltjes op zijn armen, op zijn handen. King likt zijn vingers, kruipt van onder de tafel omhoog, dichter tegen zijn borst aan, likt zijn wangen. De blik van meneer V. verzacht. De woordenstroom valt stil. Mevrouw Y. leunt uitgeput naar achteren. Er zal geen veldslag zijn. Niet vandaag.

null Beeld

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman Soms sneeuwt het in april.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden