Janneke Beeld Getty Images/EyeEm
JannekeBeeld Getty Images/EyeEm

PREMIUM

Janneke & het hospice: “De pijn van het afscheid durven toelaten, dat is de kunst”

Janneke Siebelink

Vlak voordat Janneke naar het hospice gaat, krijgt ze bericht dat meneer V. is overleden en dat maakt indruk.

Hi H.!
Komende vrijdag ben ik er weer en dan maak ik Thaise wortelsoep en lamspita’s. Dit heb ik nodig:
Koriander
Limoen
Zoete aardappel
Wortel (ook voor de lamspita’s) ;-)
Kokosmelk
Pindakaas
Knoflook, ui, gember
Currypasta (kan ik zelf meenemen, laat maar weten)
Tzatziki
(Lams)gehakt
Pitabroodjes

Dank alvast! Janneke

Iedere maandag stuur ik mijn boodschappenlijstje naar collega H. die vervolgens alles bestelt. Voor de zekerheid check ik vrijdagochtend nog even mijn mail. Soms is iets niet leverbaar en dan neem ik het zelf mee. Tussen alle werkmailtjes tref ik geen bericht van H., maar wel van P.:

Op 19-08-2022 is meneer V. op K442 overleden om 02.00 uur.
Verwacht overlijden.
P.,

Verpleegkundige Zorgherberg

Ik leg mijn telefoon neer, veeg met mijn vinger tranen weg en kijk door het raam naar buiten, naar de grote wereld die intact blijft, ondanks het verlies dat dagelijks wordt geleden. Hoe zal het meneer R. (86) nu verder vergaan, zonder de zorg voor zijn partner? Het hondje... Ik pak mijn telefoon, lees het mailtje nog een keer, overdenk de woorden ‘verwacht overlijden’. Ook in een hospice kan overlijden natuurlijk nog altijd onverwacht zijn, afhankelijk van het lichaam, de wil van de geest en de prognose. Ook al is het uiteindelijk wat ons allen te wachten staat. Dan zie ik dat ik te lang heb staan mijmeren; het is tien uur, ik had er al moeten zijn. Ik ben onderweg, verlaat, excuses laat ik H. weten in de appgroep.

Thai

Er wordt gefluisterd en tegelijkertijd heerst er een wonderlijke, opgewonden sfeer als ik binnenkom in de keuken. Het is rommeliger dan ik ben gewend van H. die altijd schoon, efficiënt en snel werkt.

“Heb je mijn bericht nog gelezen?” vraagt H., terwijl ze zich uit een omhelzing losmaakt met een andere collega. “We hebben de Thai vast in de soep gedaan, dan hoef jij er alleen nog maar wortel bij te doen. Dat schreef ik. Flauwe grap. Dat komt...” Ze schraapt haar keel, doet haar haren opnieuw in een staartje. “Sorry. Het komt omdat er twee mensen zijn overleden. Zojuist, deze ochtend en vannacht. Mevrouw F., maar die was hier maar heel even, die heb je niet meegemaakt denk ik? En meneer V. (76, schedelbasisfractuur), die ken je wel. Het blijft altijd verdrietig. Verwacht weliswaar, een kwestie van tijd, toch blijft het onwerkelijk. Sommigen maken een grote indruk. Die blijven bij je.” Ze werkt hier al jaren, heeft al zoveel mensen zien komen en gaan en toch laat het haar nooit onbewogen. Al die jaren hebben haar niet afgesloten van rouw, van voelen. Dat is de kunst; het durven toelaten van de pijn. Anders gaat het zweren, diep van binnen, en explodeert het opeengehoopte verdriet onvermijdelijk op een onverwacht moment.

“Ik las het net voordat ik vertrok”, zeg ik. “Heeft hij pijn gehad?”

“Nee, hij is rustig in zijn slaap vertrokken. Zijn man was erbij. Dadelijk zal hij worden uitgeleid, wil je erbij zijn?”

Definitief

De deuren naar de keuken en de woonkamer en de deuren van de kamers van de bewoners zijn gesloten om eventuele geluiden te dempen. We staan langs weerszijden opgesteld. De een kijkt naar beneden, de ander naar boven. Ik kijk naar het lichaam onder een donkere deken dat aan ons voorbij rolt op een ziekenhuisbed. 76 levensjaren. Er rolt een kind aan mij voorbij, een leerling, een adolescent, een werker, een geliefde, een mens, een voltooid leven. Meneer R. sloft op Adidas slippers achter zijn man aan, de teckel kwispelend naast hem. Zijn pootjes trippelen ritmisch op het linoleum.

H. en ik wisselen een blik uit. Ik zie dat ze huilt, maar dat ze het binnenhoudt, zich groot wil houden voor degene voor wie het afscheid het moeilijkst is. Meneer R. knikt naar ons, zegt “dank jullie voor de goede zorgen” en gaat naast zijn man in de lift staan. De deuren sluiten, H. zucht.

“Ja... zo dus. En nu moet ik hem uit het systeem halen, uit de overdracht. Dat vind ik nog het allermoeilijkste. Een druk op de knop en hij is definitief weg.” We zwijgen. Het getrippel lijkt nog na te echoën in de gang, die eindeloos lang lijkt. Onder ons, vijf verdiepingen naar beneden, rijden meneer V. en R. door de straten van de stad. Hun laatste rit samen. Maar sommigen maken een grote indruk. Die gaan nooit echt weg.

null Beeld

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman Soms sneeuwt het in april.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden