Janneke & het hospice Beeld Getty Images/EyeEm
Janneke & het hospiceBeeld Getty Images/EyeEm

PREMIUM

Janneke & het hospice: “Ik voel iets in mijn handen. Mevrouw J. heeft er een zakdoekje in gelegd”

Janneke raakt in gesprek met mevrouw J. (79) over huilen, júíst ook als je gelukkig bent.

Janneke SiebelinkGetty Images/EyeEm

Nog voordat ze wakker werd, kwamen de tranen al. “Terwijl het een heel mooie avond was, geen vuiltje aan de lucht.” Mevrouw J. (79, zeven keer gevallen) snuit haar neus in een met kant afgezet, smetteloos wit zakdoekje. Haar ogen zijn roodomrand. “Het was echt heel gezellig met m’n zoon, geen onvertogen woord, geen onafgemaakte zinnen of gesprekken. Of juist zinnen die nog een beetje toelichting behoeven. Niets van dat alles. Een mooie, ronde avond. We zaten op het balkon, de avond was vol leven. En dan toch die tranen…” Ze pakt een nieuw zakdoekje uit het laatje van haar nachtkastje, glimlacht voorzichtig. “Ik denk dat ik een beetje last heb van melancholie.” Ze schudt haar hoofd, haar witte engelenkrulletjes wuiven mee, trekt het laken strak over haar lichaam, strijkt het glad. “Maar genoeg nu. Wat ga je maken?”

“Kippensoep. Ik vond een recept met de titel ‘Prima bij ongelukjes: Mijn Troostsoep’. In het geval van de eigenaar van dit recept gaat het over een lichamelijk ongelukje, maar het werkt ongetwijfeld ook bij een gekneusde geest. En ik las dat het sodium ervoor zorgt dat je vocht vasthoudt, wat goed is met dit warme weer.” We kijken elkaar aan, haar mooie grijsblauwe ogen, vochtig nog. “Maar of het de tranen binnenhoudt, durf ik niet te garanderen.”

Wat tranen en mensen doen

“Ik heb het opgezocht”, zegt mevrouw J. als ik haar na de lunch weer opzoek. “Luister: melancholie is een zwaardere gemoedsaandoening, met vaak meer diverse gevoelens veroorzaakt door een droevige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen. Het wordt weleens geassocieerd met de Blues en de Fado, het droevige levenslied, de cafard, neerslachtigheid, van een eenzame dronkenlap op een terras, de tranen van Eline Vere. Een dromerige blik op een midzomerzonsondergang, de mijmeringen van Wim Sonneveld in Het dorp. Kortom, romantische sentimenten.”

“Mensen die altijd vrolijk zijn, geloof ik niet.” Ik pak een stoel en ga bij haar bed zitten. “Je kunt niet altijd vrolijk zijn. Dan leef je ergens overheen. Het leven is gewoon soms, vaak, een beetje ingewikkeld. Het hoofd dat altijd maar allerlei ongewenste gedachten laat rondgaan, naar waarheden zoekt, bevestiging, bestraffen…” Ik stop met praten, plotseling overvallen door mijn eigen tranen. Ik sluit mijn ogen. Even lijkt de wereld stil te staan in deze kamer. Een zeldzaam roerloos moment in de tijd. Dan voel ik iets in mijn handen. Mevrouw J. heeft er een zakdoekje in gelegd.

Ik ken de tranen van mevrouw J., ik heb ze ook júíst na een mooie avond. Tegen het einde van een vakantie, soms ook op zondagavond. Nu. Ze laveren tussen ernst en lichtvoetigheid, tussen een begin en een einde en weer een nieuw begin. Er zit een vleugje perspectief in de tranen, dat maakt ze zo vol en intens. De tranen gebieden je dat opgeven geen optie is en dat wil je ook niet, maar toch schuurt het.

“Niet meteen wegvegen. Het zijn tranen om te koesteren. Wees er maar niet bang voor”, fluistert mevrouw J.. “Het zijn gevoelstranen, ze maken je tot mens. Wij zijn het enige dier dat zich bewust is van de eindigheid van dit alles. Het is de tol die we betalen doordat we te veel weten over onszelf.” Ze maakt een wijds gebaar met haar armen. “Dat laatste heb ik niet zelf bedacht hoor, maar het is wel precies zoals het is. En dit is wat ik weet: ze rollen al eeuwen over vele wangen. Over die van m’n moeder, m’n voormoeders, m’n tantes, m’n verre nichten, m’n overleden zussen. Ze vallen in de schoot van m’n vriendinnen en in die van mijn zoon. En daarna drogen ze weer. Want dat is wat tranen en mensen doen: ze komen en ze gaan.” En daar gaat nog een zakdoekje. “Kennelijk zijn genieën kwetsbaarder om in het moeras van de melancholie te verdrinken dan gewone stervelingen. Daar houden we ons dan maar vast, hè meis?”

Luistertip: https://radio1.be/een-klein-beetje-ongelukkig-kunnen-zijn-dat-de-kunst-van-het-leven?view=app

null Beeld

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman Soms sneeuwt het in april.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden