Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten” Beeld Getty Images/iStockphoto
Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten”Beeld Getty Images/iStockphoto

PREMIUM

Janneke & het hospice: “Meneer L. vraagt of ik een brief wil posten. Voor zijn zoon in Amerika”

Janneke Siebelink

De zoon van meneer L. woont in Amerika. Hij weet niet dat zijn vader in het hospice ligt. Om zijn leven vredig af te sluiten vraagt hij Janneke een brief op te sturen naar zijn zoon in Amerika.

De televisie bij meneer L. (73) staat op National Geographic. Terwijl hij soep uit een donkerblauwe, plastic beker met oortjes drinkt – het lijkt op zo’n drinkbeker voor baby’s, met een stevige dop erop tegen mogelijk morsen – kijken we naar een documentaire over Queen Elisabeth (96). In het bijzonder over het vuistdikke draaiboek dat klaarligt wanneer zij komt te overlijden. Met militaire precisie is beschreven wie wat wanneer moet doen. Alles begint met de persoonlijke secretaris van de koningin die de premier belt met de boodschap: London Bridge is down, codetaal voor haar verscheiden.

Halfstok

De documentaire eindigt met de protocollen rondom de vlaggen van alle overheidsgebouwen – deze moeten binnen tien minuten na bekendmaking van het overlijden van de koningin op halfstok hangen. Medewerkers uiten met tobberige blik en in upper class English hun zorgen over de haalbaarheid van dit voorschrift omdat niet overal altijd iemand klaarstaat in de betreffende gebouwen om de vlag te hijsen en vervolgens te laten vallen. Ik kijk naar meneer L. en vraag me af wat er in zijn hoofd omgaat.

“Komt vast goed with them flags…”, fluister hij, alsof hij mijn gedachten kan lezen en plaatst de beker naast zich op zijn bedtafel/nachtkastje. In het laatje dat half openstaat bevindt zich zijn dagelijks leven; bril, nagelknippertje, kam, notitieboekje, pennen, medicijnen, aftershave. “Als dat je enige zorgen zijn, de vlaggen.” Hij schikt de draadjes met zuurstof in zijn neus. Ik herinner me de zorgen die mevrouw Q. zich maakte. De zorgen over de erfenis. Over de kunst in haar huis. Haar kinderen, aanhang. Zouden ze er samen uitkomen? Ze had ook een draaiboekje klaarliggen, zei ze de laatste keer dat ik haar zag.

“Je staat er niet bij stil als je midden in het leven staat, maar het is best fijn voor de nabestaanden – ik heb dat zelf gezien bij vrienden die overleden. Het scheel de nabestaanden veel uitzoekwerk. Een boekje met alle namen van mensen die ingelicht moeten worden, alle abonnementen die opgezegd moeten worden. Magazines, televisie, verzekeringen, telefoonnummers en codes, wachtwoorden.” Dat was dus in orde en ze had haar kinderen en kleinkinderen al wel het een en ander laten uitzoeken toen ze nog thuis woonde, maar nog lang niet alles was verdeeld voordat ze overleed, sneller dan ze had verwacht.

Afronden

National Geographic heeft deze dag kennelijk gewijd aan het Britse Koningshuis. De volgende uitzending is gewijd aan Harry en Meghan en hoe de erfenis van prinses Diana ervoor zorgde dat ze een nieuw leven in de VS op konden bouwen. Meneer L. pakt de afstandsbediening uit het laatje met levensbehoeften. “Andere levens, ver weg.” En zet de tv uit.

“Wilt u slapen?” Hij trekt de sprei hoger over zijn borst. Ik stap voorzichtig over de plastic slangetjes die over de vloer kronkelen naar het zuurstofapparaat op de gang en sluit de deur achter me. “Wait”, hoor ik nog net en stap terug de kamer in, loop naar het bed.

“Wil je wat voor me doen?” Ik knik. “Natuurlijk.” Hij draait zich om naar het laatje en haalt er een enveloppe uit. Er staat een buitenlands adres op en is al gefrankeerd. “Can you do this in the mail for me?” Hij ademt in, ademt uit door zijn neus. Heel kalm. “Ik weet dat ik hier zal blijven. Nu moet mijn kind het ook weten.” Ik ga weer zitten in de stoel.

“U heeft één kind?”

A son. Hij is voor werk in Amerika gaan wonen. Still don’t understand.” En ik herinner dat meneer L. als deserteur hier begin jaren ’70 naar toe is gekomen om te ontsnappen aan het Amerikaanse leger. Zijn enige zoon in Amerika. Het moet een vloek voor hem zijn. “Hij kwam niet toen zijn moeder was gestorven. Het was toch al te laat, zei hij. Gelukkig heeft zij het niet geweten. Ze vertrok heel snel, plotseling, she was not ill, heart attack. Hij wrijft over zijn slapen, een bezwerende handeling. “Hij weet niet dat dit de laatste fase is. We bellen niet, daar heb ik te weinig energie voor. Ik wil hem de kans geven om van mij wel afscheid te nemen. Niet voor mij, maar voor hem. To come clean.

Alsof het een kistje met kostbaarheden is, bescherm ik de brief met mijn leven en doe hem in dichtstbijzijnde brievenbus. Meneer L. heeft geen draaiboeken en protocollen nodig. Meneer L. heeft zijn zoon nodig om zijn leven af te kunnen ronden. Om te kunnen stoppen met het koesteren van de illusie dat hij het eeuwige leven heeft en zich over te geven aan dat wat onvermijdelijk is. De vlag halfstok.

null Beeld

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman Soms sneeuwt het in april.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden