Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten” Beeld Getty Images/iStockphoto
Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten”Beeld Getty Images/iStockphoto

PREMIUM

Janneke & het hospice: “Niemand kan de dood strikken, dus je kunt er maar beter een mooie strik omheen doen”

Er zijn drie patiënten overleden in het hospice afgelopen week. Ook mevrouw K., die altijd Rouge Coco op haar lippen droeg en zo positief bleef.

Janneke SiebelinkGetty Images/iStockphoto

De dood strikken

“Ze komen vaak in drieën.” Collega H. staat met haar rug naar me toe, maakt aantekeningen haar dossiermap.

“Wie?” vraag ik, terwijl ik de ingrediënten bij elkaar verzamel voor de romige paprikasoep en frittata met groene asperges en honinggeitenkaas: eieren, ui, knoflook, room, munt.

“De doden.”

“Sorry?” Ik kan de geitenkaas niet vinden. Afgeleid door dit gemis, graaf ik verder in de lades in de koeling, tussen de tomaten, komkommer en gember. Het moet hier ergens liggen.

“Misschien moet ik zeggen: ze gáán vaak in drieën.” H. draait zich om, zet haar bril in haar vrolijk springende haar. “Gisterochtend meneer L. (73, deserteur), gistermiddag meneer D. (70, docent geschiedenis) en vannacht mevrouw K. (60, longkanker, altijd Rouge Coco van Chanel op haar lippen en parfum van jasmijn op haar pols en in haar nek).”

Ik sluit de koelkast. De geitenkaas is plotseling niet zo belangrijk meer.

Verlamd hart

“Ze kon het dus toch niet. Ze kon dus toch niet de dood strikken met haar rode Chanel-lippen,” fluister ik en kijk naar boven, naar het plafond alsof ik verwacht dat mevrouw K. daar een teken van leven zal geven, met haar gelakte nagels, de rouge op haar wangen, haar chocoladebruine haar dat haar smalle gezicht omlijstte. Natuurlijk niet, Janneke, niemand kan de dood strikken. Geen lippenstift kan ons verlossen van dat wat ons mens maakt, wat ons allen gelijkmaakt en verhinderen dat het lichaam op is op een zeker moment.

“Waar kijk je naar?” vraagt H., maar praat zonder te wachten op een antwoord verder terwijl ze in haar map bladert. “Het is niet per se waar natuurlijk wat ik zeg, maar het valt wel op dat er nooit iemand alleen sterft hier, vrijwel nooit. Net zoals je vaak bij lange huwelijken ziet dat als een van de twee overlijdt, de ander snel volgt. Ik ken een verhaal over twee mensen die 71 jaar getrouwd waren en 12 uur na elkaar stierven. Uit een Deens onderzoek blijkt dat de dood van een partner een hartritmestoornis kan veroorzaken, die minstens een jaar kan duren. Ze ontdekten ook dat mensen onder de 60 jaar het grootste risico lopen en dat de 8 tot 14 dagen na het overlijden van de geliefde cruciaal zijn – dan vlakt het risico geleidelijk af. De hartspier kan tijdelijk verzwakt of zelf verlamd raken onder invloed van paniek of angst. Of rouw. Het bewijs dat verdriet dodelijk kan zijn.”

“En mevrouw K.? Hoe is ze gestorven?” Voorzichtig breek ik de eieren een voor en in een glazen kom, strooi er grof zeezout overheen.

“In de armen van een van de verzorgsters. Ze moest naar het toilet. Vaak is dat een teken in dit stervensstadium, een teken dat het lichaam alles loslaat. Ze viel in de badkamer, kon gelukkig nog op de alarmknop drukken. Nadat ze op bed was gelegd, had ze een glimlach op haar gezicht. Een ontspannen glimlach.” Er verschuift iets in mijn gevoel, droefheid verplaatst zich naar lichtheid, het is niet aan te raken, maar het gebeurde zojuist op het moment dat H. ‘glimlach’ zei.

Pak me dan

Op de voorkant van de rouwkaart die ik een paar dagen later per mail krijg doorgestuurd, staat een woest aantrekkelijke, gezonde versie van mevrouw K. in ravissant rode jurk en dito gestifte lippen. Uitdagende ogen die zeggen ‘pak me dan’. Haar glanzende donkere haar opgestoken, nonchalante lokken in haar nek. Een satijnen lint om haar middel. Net zo mooi en glad als het wit satijnen lint aan de kleurklink van haar kamer in het hospice, ten teken dat ze het leven achter zich heeft gelaten. In het hart van de kaart staan namen van familieleden, de locatie waar het afscheid zal plaatsvinden, een link om de dienst digitaal bij te kunnen wonen en de laatste woorden van mevrouw K.: “Niemand kan de dood strikken, dus je kunt er maar beter een mooie strik omheen doen.”

null Beeld

Janneke Siebelink (47) kookt één dag in de week als vrijwilliger in een hospice. Voor Libelle schrijft ze over de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. En leert ze: in de nabijheid van de dood, is het leven groots. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman Soms sneeuwt het in april.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden