Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Dít is de perfecte leeftijd om te gaan trouwen

Wanneer wil je precies gaan trouwen en wil je überhaupt wel trouwen? Keuzes maken op het gebied van trouwen vinden veel mensen een lastige opgave. Wanneer is nou het perfecte moment? De wetenschapper Nick Wolfinger zocht het uit. 

Wolfinger is een socioloog aan de Universiteit van Utah, in de Verenigde Staten. Hij ontdekte dat mensen die getrouwd waren tussen hun 28ste en 32ste de kleinste kans hadden op een scheiding, ten minste in de eerste 5 jaar.

Advertentie

Groter risico

Mensen die trouwen in hun late tienerjaren of als ze begin 20 zijn lopen een groter risico op een scheiding. Hetzelfde geldt voor degenen die ouder zijn dan 32. Elk jaar na die leeftijd stijgt de kans op een scheiding met 5 procent, volgens de studie van Wolfinger.

Keuzes en verantwoordelijkheden

Om het simpel te zeggen: je moet dus niet te jong en ook niet te oud zijn. En zo gek klinkt dat niet. Rond die tijd in je leven ben je oud genoeg om te beseffen of je echt samen met iemand wilt zijn of dat het blinde verliefdheid is. Ook heb je al een aantal belangrijke keuzes in je leven moeten maken en weet je wat je verantwoordelijkheden zijn. Verder is dit de leeftijd waarop je waarschijnlijk ook de middelen hebt om voor de ander te zorgen, als dat nodig mocht zijn.

Flexibel

Aan de andere kant ben je nog flexibel genoeg om je een beetje aan te passen aan de andere persoon en is de kans op kinderen uit een vorig huwelijk ook nog niet zo groot.

Oneens

Niet iedereen is het met de wetenschapper eens. De Universiteit van Maryland zegt dat je het beste rond je 45ste kunt gaan trouwen. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden.

De beste artikelen van Libelle in je mailbox? Abonneer je op de nieuwsbrief via Libelle.nl/nieuwsbrief.

Bron: Time. Beeld: iStock

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

6 vragen van onze lezeressen over de CoronaMelder-app beantwoord

Uit een poll onder onze Instagram-volgers blijkt dat 62% de CoronaMelder-app nog niet heeft gedownload. 38% heeft de app wel gedownload en dat is belangrijk, want deze app draagt bij aan het tegen gaan van de verspreiding van het coronavirus. Dus elke download telt. In dit artikel beantwoorden we jullie meestgestelde vragen over het gebruik en de veiligheid van de app.

In opdracht van de Rijksoverheid

Advertentie

1. Weet de app altijd waar je bent?

Nee! De app weet zelfs nooit waar je bent, want CoronaMelder werkt niet met locatiegegevens (GPS). De app gebruikt bluetooth om te zien of je in de buurt bent van een andere app-gebruiker. Om de app te kunnen gebruiken, hoef je ook geen persoonlijke gegevens in te vullen. De app weet dus niet wie je bent en niet waar je bent.

2. Krijg je een melding als je bij iemand in de buurt bent geweest die corona heeft of moet je daarvoor de app openen?

Je krijgt een melding als je bij een app-gebruiker in de buurt bent geweest die later corona bleek te hebben én dit samen met de GGD doorgaf via de app. Hiervoor hoef je de app niet te openen. Om die meldingen te kunnen ontvangen, moet je bij de installatie van de app wél toestemming geven om meldingen te kunnen ontvangen.

Heb je CoronaMelder al een tijd op je mobiel staan, maar nog nooit een melding gehad? Ook dan doet de app gewoon zijn werk. Je krijgt alleen een melding als je bij iemand in de buurt bent geweest die later corona bleek te hebben en dit doorgaf via de app.

3. Wat moet je doen als je een melding krijgt?

Als je een melding krijgt, ben je dicht bij iemand geweest die later corona bleek te hebben. Raak dan niet in paniek: het is niet zeker dat jij dan ook corona hebt. Je hebt extra kans gelopen op besmetting. Als je klikt op de melding, opent de CoronaMelder-app en kun je je laten testen. Ook als je geen klachten hebt. Alle informatie daarvoor staat in de tekst van de melding.

4. Gaat je batterij snel leeg als je de app gebruikt?

Nee! CoronaMelder gebruikt Bluetooth Low Energy (lage energie-bluetooth). Dit is een speciale vorm van bluetooth die op de achtergrond van je mobiel werkt en weinig stroom gebruikt. Hoeveel procent van je batterij de app precies gebruikt, verschilt per telefoon.

5. Wat is het nut van de app als er al bron- en contactonderzoek wordt gedaan?  

CoronaMelder is een aanvulling op het reguliere bron- en contactonderzoek van de GGD. Dankzij de app worden mensen die nog geen klachten hebben eerder gewaarschuwd. De app waarschuwt gebruikers die langere tijd in de buurt zijn geweest van iemand die achteraf corona blijkt te hebben. Dit kan een bekende zijn, maar ook een app-gebruiker bij wie je in de buurt was en die je niet kent. Belangrijk, zeker nu we door de versoepelingen weer meer met mensen in contact komen.

6. Wat moet ik doen met de app als ik zelf positief getest ben op corona?

Als je zelf het coronavirus krijgt, kun je dit (vrijwillig) samen met de GGD in de app doorgeven. De app waarschuwt dan app-gebruikers bij wie jij onlangs langere tijd in de buurt bent geweest. Daardoor weten ze dat ze mogelijk besmet zijn en kunnen ze maatregelen nemen om te voorkomen dat ze anderen besmetten. In de melding staat alleen wanneer ze in contact zijn geweest met een besmet persoon. Niet wie dit is en waar ze die persoon zijn tegengekomen.

Elke download telt

Sinds de lancering van CoronaMelder hebben al meer dan 4,8 miljoen mensen de app gedownload en gaven ruim 160.000 mensen via de app door dat ze besmet waren. Dankzij de app worden mensen die nog geen klachten hebben eerder gewaarschuwd. Dus elke download telt. Het downloaden van de app is altijd vrijwillig. Je kunt de app snel en gemakkelijk downloaden in de App Store of de Google Play Store.

Meer weten over CoronaMelder? Ga naar www.coronamelder.nl of bel gratis met een van de medewerkers van de Helpdesk CoronaMelder op 0800-1280.

 

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Vaccinatie in het gele boekje: waarom noteert de ene GGD het wel en de andere niet?

Het gele vaccinatieboekje is een officieel meertalig vaccinatieregistratiesysteem. Het wordt al jaren gebruikt om reisvaccinaties te registeren. Dat werkt heel goed, waarom gebruiken veel GGD’s het gele boekje dan nu niet ook voor de coronavaccinatie?

We hebben al een boekje waarin heel eenvoudig vaccinaties kunnen worden geregistreerd, en tóch weigert een aantal GGD’s om het gele boekje in te vullen na de coronavaccinatie. Dat zou volgens de SDU (Staatsdrukkerij en -uitgeverij) vooral zo zijn in de regio’s Haaglanden, Drenthe en Noord- en Oost-Gelderland.

Advertentie

GGD’s weigeren gele boekje in te vullen

Volgens de koepelorganisatie GGD-GHOR mogen de GGD’s zelf bepalen of ze het boekje invullen. Het papierenbewijs dat je krijgt na vaccinatie zou volgens de organisatie belangrijker zijn. Beide vaccinatiebewijzen worden overigens niet gezien als officieel vaccinatiebewijs. Dat bestaat nog niet omdat je in Nederland nergens hoeft te laten zien of je gevaccineerd bent, valt te lezen op de website van de Rijksoverheid. Voor het reizen naar andere landen wordt nu een vaccinatiebewijs ontwikkeld dat niet vervalst kan worden.

Europees vaccinatiebewijs is onderweg

Het Europese vaccinatiebewijs (in een app) laat nog even op zich wachten. Daarom erkennen landen als Duitsland, Oostenrijk en IJsland het gele boekje nu wel als officieel vaccinatiebewijs, maar ook veel landen (nog) niet. Dat gaat waarschijnlijk ook niet meer veranderen. Het ministerie van VWS zegt tegen de NOS: “Niet elke Nederlander bezit zo’n boekje, laat staan andere Europeanen. Bovendien wil de EU een vaccinatiebewijs met een interoperabele, digitaal leesbare QR-code. Het gele boekje voldoet daar niet aan.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: NOS.nl, Rijksoverheid.nl

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Vaccinatie in het gele boekje: waarom noteert de ene GGD het wel en de andere niet?

Het gele vaccinatieboekje is een officieel meertalig vaccinatieregistratiesysteem. Het wordt al jaren gebruikt om reisvaccinaties te registeren. Dat werkt heel goed, waarom gebruiken veel GGD’s het gele boekje dan nu niet ook voor de coronavaccinatie?

We hebben al een boekje waarin heel eenvoudig vaccinaties kunnen worden geregistreerd, en tóch weigert een aantal GGD’s om het gele boekje in te vullen na de coronavaccinatie. Dat zou volgens de SDU (Staatsdrukkerij en -uitgeverij) vooral zo zijn in de regio’s Haaglanden, Drenthe en Noord- en Oost-Gelderland.

Advertentie

GGD’s weigeren gele boekje in te vullen

Volgens de koepelorganisatie GGD-GHOR mogen de GGD’s zelf bepalen of ze het boekje invullen. Het papierenbewijs dat je krijgt na vaccinatie zou volgens de organisatie belangrijker zijn. Beide vaccinatiebewijzen worden overigens niet gezien als officieel vaccinatiebewijs. Dat bestaat nog niet omdat je in Nederland nergens hoeft te laten zien of je gevaccineerd bent, valt te lezen op de website van de Rijksoverheid. Voor het reizen naar andere landen wordt nu een vaccinatiebewijs ontwikkeld dat niet vervalst kan worden.

Europees vaccinatiebewijs is onderweg

Het Europese vaccinatiebewijs (in een app) laat nog even op zich wachten. Daarom erkennen landen als Duitsland, Oostenrijk en IJsland het gele boekje nu wel als officieel vaccinatiebewijs, maar ook veel landen (nog) niet. Dat gaat waarschijnlijk ook niet meer veranderen. Het ministerie van VWS zegt tegen de NOS: “Niet elke Nederlander bezit zo’n boekje, laat staan andere Europeanen. Bovendien wil de EU een vaccinatiebewijs met een interoperabele, digitaal leesbare QR-code. Het gele boekje voldoet daar niet aan.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: NOS.nl, Rijksoverheid.nl

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Modeontwerper Claes Iversen: “Ik ben er trots op dat ik met het koningshuis samenwerk”

Claes Iversen (43) maakt geen jurken maar creaties, Máxima kiest vaak voor zijn couture. Prachtig secuur handwerk met liefde voor het ambacht, vaak met opvallende borduursels. “Ik ben een beetje een kunstenaar, dat is wat ik spannend vind aan mijn beroep.”

Niet om de boel af te kraken”, zegt Claes Iversen, “maar Nederland is best plat. Er zijn hier wel mooie gebieden, maar je merkt aan alles dat het een dichtbevolkt land is. Daarbij vergeleken komt Denemarken behoorlijk groot en weids over.”

Advertentie

Plat land of niet, de jeugdige Claes (spreek uit Klees) verliet in 1997 zijn geboortestad Aarhus in Denemarken, waar hij net het gymnasium had afgerond, om een tussenjaar in Nederland door te brengen. “Mijn zus is getrouwd met een Nederlander, dus ik ging eigenlijk bij haar op bezoek en ben nooit meer weggegaan.” Hij bleef iets te lang, vijf jaar ongeveer, hangen in administratieve banen, om daarna flink werk te maken van de couturedroom die hij al van kinds af aan koesterde. Inmiddels is de Deense Nederlander een toonaangevende modeontwerper, niet alleen bekend vanwege de prachtige creaties voor koningin Máxima en Ilse DeLange’s songfestivaljurk, maar ook door andere artistieke uitingen – schilderijen, wandkleden – en zijn deelname aan Wie is de Mol? van vorig jaar.

Je bent aardig vernederlandst, vallen er nog Deense invloeden te bespeuren in je werk?
“Ik ben opgeleid aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, en toen ik begon, hadden ze daar de opzet en structuur afgeleid van de Academie in Antwerpen. Dat was dus ook niet echt Nederlands. Maar ik ben natuurlijk wel opgegroeid in Denemarken. Er heerst daar een bepaald soort trots op Deense producten. Dat zie je ook bij de mensen thuis: ze hebben Deense meubels, een stereo van Bang & Olufsen, ze dragen graag kleding van eigen ontwerpers. Die waardering voor je afkomst zit heel erg in ons bloed, ietsje meer dan hier in Nederland.”

Maar is dat ook aan jouw ontwerpen af te zien?
“Ik ben er niet bewust mee bezig, maar die Deense benadering – zuiver, clean, zonder dat het minimalistisch wordt – zit op een bepaalde manier wel in mijn werk. Tegelijkertijd is het ook een mengeling van het noorden en het zuiden, zoals ik dat altijd noem. Met een heel duidelijke vrouwelijkheid en meer kleurgebruik dan de Deense ontwerpers.”

Je had een tijdje ook een ready-to-wear lijn, maar maakt sinds 2018 uitsluitend couture.
“Couture is geboren in een tijd dat mensen maatwerk droegen. Die tijd is heel erg veranderd, door technologie en noem maar op. Maar voor mij is het altijd de reden geweest waarom ik dit vak wilde doen. Deels uit liefde voor het ambacht, want er komen zo veel disciplines aan te pas. Maar om uit te leggen wat het verschil is tussen couture en ready-to-wear of confectie of hoe je het ook wil noemen: confectie is de realiteit en couture is een droomwereld. Een utopie, iets waar je graag naartoe wil. Toen ik ontdekte dat ik ontwerper wilde worden, was het juist die droomwereld die me zo fascineerde. Dat is altijd blijven hangen. Het schuurt een beetje tegen kunstenaar zijn aan, dat is wat ik spannend vind aan mijn beroep en ook wat ik wil. Ik zou niet gelukkig zijn als ik dag in, dag uit voor een groot bedrijf T-shirts op de computer moet ontwerpen. Al kun je daar meer geld mee verdienen.”

Zie je jezelf als hofleverancier?
“Zo mag ik mezelf niet noemen, hè. Daar zijn heel strikte regels voor. Ik ben sowieso niet lang genoeg bezig, dacht ik. Officieel ben ik dus geen hofleverancier, maar goed: ik werk wel samen met het koningshuis en daar ben ik trots op.”

En als je nou één creatie zou moeten noemen die je voor de koningin hebt gemaakt?
“Ik vind dat lastig. Er zit zo veel werk in die couturestukken – je bouwt een relatie op met elk stuk. De ene relatie is anders dan de andere: bij het ene was het iets ingewikkelder met de patronen, bij het andere met de stof. Het is vaak zelfs een strijd die je moet overwinnen. Ik vind alles wat ik voor haar heb gemaakt heel geslaagd. En ik vind het heel leuk dat ik ook zo veelzijdig heb mogen ontwerpen. We zijn qua kleur en materialen zo veel kanten op gegaan, dat is wel het bijzondere van een klant met zo’n functie. Er zijn weinig mensen die zo’n veelzijdige garderobe nodig hebben, dat is voor een ontwerper heel leuk en geeft enorm veel vrijheid – ondanks dat er ook veel beperkingen zijn. We hebben het wel over iemand die een heel formele functie heeft, dus je moet aan bepaalde dingen voldoen. Je kunt geen decolleté tot de navel ontwerpen.”

Maar binnen het formele kader is ze toch behoorlijk avontuurlijk.
“Dat maakt het ook zo speciaal. Er zitten wel ongeschreven regels aan vast, maar binnen die beperkingen kan eigenlijk heel veel. Couture en het koningshuis liggen dicht bij elkaar, ze gaan allebei over een soort droomwereld, iets wat niet alledaags is.”

Je hebt ook de Deense kroonprinses Mary gekleed. Welk koningshuis is modieuzer?
“Natuurlijk zijn ze dat allebei, ze hebben tenslotte kleding van mij gedragen, haha. Maar het mooie is dat iedereen door middel van hun kleding een deel van hun persoonlijkheid laat zien. Ik vind Mary ook modieus, maar toch totaal anders. Dat past bij haar achtergrond en bij Denemarken, waar je gewoon anders omgaat met kleren. Het zou jammer zijn als alle koningshuizen er hetzelfde uitzien. Wij hebben in Nederland een koningin die heel kleurrijk is en veel kleuren kan dragen. Dat is haar kracht. Prinses Mary is een andere vrouw, een soort klassieke schoonheid, bijna Audrey Hepburn-achtig. Maar dat maakt het werken voor haar zeker niet minder interessant.”

Welke royal staat nog meer op je wensenlijst?

“Koningin Mathilde van België, koningin Letizia van Spanje en het Zweedse koningshuis. Men heeft het vaak over hun uiterlijke kant, hoe mooi ze zijn, maar als je echt kijkt naar de positie die ze hebben… Het zijn meestal fascinerende, hardwerkende vrouwen die enorm veel verantwoordelijkheid hebben. Ze zijn ambassadeurs van hun land en alle ogen zijn op hen gericht. En het is natuurlijk elke keer, wie het ook is, een enorme eer om iets te kunnen bijdragen aan hun functie, aan wat ze uitstralen.”

Wat is de invloed van corona op jouw werk en de mode in het algemeen?

“Wij hebben er ook last van. Net als elk bedrijf, behalve de supermarkten en de webwinkels. Het zet je aan het denken. Je gaat meer kijken naar je prioriteiten: waar wil je heen, wat past in deze tijd? Ik vind het ingewikkeld, maar probeer het ook interessant te vinden. Het biedt ook mogelijkheden. Zo heb ik gewerkt aan mijn boek Transformers, over mijn transformatie en ontwikkeling als ontwerper en kunstenaar. Nu een grote show geven, zou totaal niet kloppen. Maar ik weet ook dat mensen – na zo lang niks te hebben kunnen doen – ernaar verlangen. Zoals gezegd: couture gaat over een droomwereld en juist in deze tijd moeten we heel positief blijven door optimistisch vooruit te kijken en oplossingen te vinden. Wat je al vóór corona zag: veel mensen kiezen voor vegan. We moeten minder vlees eten en het milieu is en blijft een enorm ding. En de modebranche heeft zeker ook veel verantwoordelijkheid. Dat is allemaal aan het verschuiven, maar we zijn er nog lang niet. Zo’n coronavirus zet de dingen op scherp en daardoor, dat hoop ik tenminste, zal er ook meer waardering komen voor het ambacht, voor het kledingstuk. En hopelijk zullen we er niet meer zo op los consumeren en wegwerpen zoals we dat vooral de laatste twintig jaar hebben gedaan.”

Je hebt altijd al bruidskleding gemaakt, Lieke van Lexmond, Renate Gerschtanowitz en Caroline Tensen gaven hun jawoord in jouw creaties. En je schijnt binnenkort met een trouwjurkenlijn te komen.

“Ja, kijk, couture is een heel beperkte markt, vooral in Nederland. Het zit hier niet meer in de cultuur om maatkleding te laten maken. En het is ook echt prijzig. Niet alleen door de materialen die worden gebruikt, maar het zijn vooral de uren die in zo’n kledingstuk gaan. De meeste mensen snappen niet hoeveel werk dat is, want je kunt tenslotte in de winkel ook voor 20 euro een spijkerbroek aanschaffen. In het algemeen kopen mensen dus geen maatkleding meer, behalve voor dat speciale moment: die één of twee keer in hun leven dat ze gaan trouwen. Dat is vaak wel een moment waarop Nederlandse vrouwen graag uitpakken en het middelpunt van de aandacht willen zijn. Dan willen ze die droom van couture beleven.”

Maar niet elke vrouw kan zich zo’n trouwjurk permitteren.

“Ik vond het zo jammer dat ik vaak aanvragen kreeg en merkte dat er behoefte was aan trouwjurken die toch ietsje betaalbaarder zijn. Op dat idee heb ik jarenlang zitten broeden. Het is geen project dat even in een halfjaar is ontstaan. En ook vanwege de omstandigheden door corona dacht ik: we gaan het nou eens iets intensiever oppakken en kijken wat we eraan kunnen doen.”

Toevallig in een periode dat er bijna geen bruiloften zijn.

“Toeval of niet, dit is in elk geval het moment dat wij als team kozen om het volledig uit te werken. Het is heel spannend.”

Hoe komt een couturejurk tot stand, hoeveel inspraak heeft de klant?

“Vooral met bruiden, maar ook in het algemeen bij couture, is het echt een samenwerking tussen ontwerper en klant. Het komt weleens voor dat een bruid heel duidelijk een beeld heeft van wat ze wil, dat het een droom is sinds ze als kind voor het eerst Assepoester zag of zo. Dan zeg ik altijd: “Als je echt heel duidelijk weet wat je wil, ben je hier niet aan het juiste adres, want dan kan ik je niet helpen.” Maar meestal heeft de klant iets van me gezien wat ze heel mooi vindt. Het begint dus eigenlijk een beetje als een sollicitatie: ik moet diegene leren kennen. Gewoon visueel en ook waarmee ze blij is met zichzelf – en waarmee minder. Verder informatie over de dag zelf en uiteraard hun eigen ideeën. Aan de hand van die input en het gevoel dat ik bij de klant krijg, ga ik aan de slag.”

Maar zijn er no-go’s? Wanneer weiger je een opdracht?

“Nou ja, ik vind het belangrijk dat ik mezelf terug kan zien in mijn ontwerpen. Anders moeten ze naar een kleermaker gaan. Ik moet proberen een gevoel van vertrouwen te creëren en als dat er niet is, wordt het heel ingewikkeld. Maar dat gebeurt bijna nooit. Je merkt gewoon of er een match is of niet.”

Dat selecteert zich vanzelf.

“Ja, en dat is heel belangrijk. Uiteindelijk staat er iemand door te passen die uit haar kleren moet, dus er moet een vertrouwensband zijn. Je geeft je wel heel erg over aan ons, niet alleen aan mij, maar ook aan mijn team. Het is niet zo dat je een jurk komt passen en dat is het dan. Het is echt een proces, dat is niet voor iedereen even makkelijk. Helemaal niet als je nog nooit eerder kleding hebt laten maken. Dan kan het soms een beetje moeilijk zijn om te zien waar het naartoe gaat. Het is heel belangrijk voor mij om die vertrouwensband te creëren en uit te leggen – met tekeningen en stofkeuze – wat het gaat worden. Maar ik kan alleen maar zeggen dat het interessante, plezierige samenwerkingen zijn waarbij twee mensen bij elkaar komen.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Tekst: Wim Spijkers. Fotografie: Brenda van Leeuwen

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien