Lies Visschedijk

“Ik doe alles met hart en ziel”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Nu de laatste Soof wordt uitgebracht, neemt Lies Visschedijk (47) afscheid van haar chaotische, onhandige, lieve en licht alcoholische personage. “Zij was voor mij een beetje een anker, maar het is ook fijn om me nu van haar los te maken.”

In de Kooksoof is het vandaag een drukte van belang. Kasper loopt door de zaak; in een hoek zit Hansje aan een tafeltje met iemand te praten. Er worden exquise hapjes geserveerd en kijk! Daar is Soof zelf ook. Ze heeft kennelijk een vrije dag, want ze loopt zonder schort rond door het restaurant.
We zijn hier niet in de film, al lijkt dat wel zo. Het is de persdag van Soof 3, en die vindt plaats in het restaurant waar een groot deel van de film is opgenomen. Het zijn dus niet Kasper, Hansje en Soof die ik zie, maar Fedja van Huêt, Anneke Blok en Lies Visschedijk. Zo op het oog gaan ze als oude bekenden met elkaar om, haast als familie. Niet zo gek, na acht jaar lief en leed met elkaar te hebben gedeeld op de set van Soof (2013), Soof 2 (2016), de televisieserie Soof: een nieuw begin (2017) en nu Soof 3, vanaf 9 december in de bioscoop. Aan dit verhaal komt nu een einde. “En dat is goed”, zegt Lies Visschedijk (47), opvallend opgewekt, even later aan een van de tafeltjes van de Kooksoof. “Soof was voor mij een beetje een anker: als al het andere was losgeslagen, ging Soof nog altijd door. Maar het is ook fijn om me nu van haar los te maken. Het is zó’n groot project. Als het dan allemaal om jou draait, word je er ook een beetje door geleefd. Ik vind het prettig om weer wat autonomer te zijn, te kunnen denken: ik ga nu een maand niks doen.”

Je hebt actief meegedacht over dit laatste deel. Hoe was dat?

“Het was fantastisch dat dat kon. Dat is ook een van de charmes van zo’n langlopend project. Niet iedereen heeft de hele rit meegemaakt, er zijn nieuwe mensen bij gekomen en dan voel ik de verantwoordelijkheid om het project te bewaken, te vechten voor mijn personage en alles wat ik leuk aan haar vind. Als je drie films over iemand maakt, moet er wel iets in haar leven gebeuren, vind ik. Op haar leeftijd hoort het erbij dat je slecht nieuws kunt krijgen over je gezondheid. Doordat Soof ziek wordt, leert ze dat het een keer over haarzélf moet gaan in plaats van altijd over iedereen om haar heen. Ze moet accepteren dat er ook voor háár kan worden gezorgd. Het leek me een logische ontwikkeling, al is het best eng om een onderwerp als borstkanker in een feelgoodfilm aan te kaarten. Gelukkig zijn er ook de nodige romantische ontwikkelingen in de film die het leed compenseren. Soof heeft altijd een beetje een turbulent liefdesleven, en dat is nu niet anders. Ik vind het fijn om naar de ontroering te zoeken en tegelijkertijd de lichtheid te blijven houden. Dat is ook realistisch: als het heel ellendig met je gaat, wil je juist lachen. Je bent niet de hele tijd aan het huilen, naar de grond aan het staren en elkaar aan het omhelzen. Je bent vaak hyper: je wilt de stad in, iets doen, er niet aan denken. Zo was het tenminste bij mij na de dood van mijn man.”

null Beeld

En zo is het dus ook bij Soof?

“Zij probeert heel lang te ontkennen dat er iets aan de hand is, totdat het gênant wordt. Uiteindelijk stort het natuurlijk allemaal in. Ik heb me laten vertellen dat er best veel mensen zijn die niet aan hun directe omgeving vertellen dat ze kanker hebben. Van een oncoloog hoorde ik dat ze een patiënte had die pas op de eerste dag van haar chemotherapie aan haar man vertelde dat ze ziek was. Dat hebben we meegenomen in de film. Misschien heb ik Soof verder wel een beetje naar mijn hand gezet. Ik weet dat ik haar wat klunziger heb gemaakt dan ze in eerste instantie was. Dat blijft, net als dat net iets te veel drinken van haar. Die lichte zweem van alcoholica die om haar heen hangt heb ik altijd grappig gevonden. Dat zie je namelijk niet zo vaak zonder dat er meteen een groot probleem van wordt gemaakt. Soof is gewoon een vrouw die soms wat te veel drinkt en dan dingen doet waarvan ze later een beetje spijt krijgt. Maar het is niet zo erg dat je denkt: het is tijd voor een interventie. Ze is een gulzig iemand: veel eten, veel drinken, roken, worstelen met gezond leven.”

Soof loopt steeds een beetje op jou voor. Haar kinderen zijn min of meer het huis uit, de jouwe zijn (pre)pubers.

“Mijn zoons zijn nu zeventien en elf, leuke leeftijden. Eigenlijk vind ik alle leeftijden leuk, al denk ik nu wel als ik mensen met van die hele kleintjes bij de zandbak zie zitten: ik zou dat niet meer kunnen opbrengen. Nu mijn jongens wat ouder zijn geworden en ook af en toe even alleen kunnen zijn, is mijn leven als alleenstaande moeder een stuk minder stressvol geworden. Er was jarenlang altijd wat: gedoe met de opvang, lange dagen op de set waarbij ik met mijn concentratie vaak half thuis was omdat daar dan weer iets met een van de kinderen aan de hand was. Ook in contact met familie en vrienden had ik regelmatig het gevoel dat ik er met mijn aandacht niet helemaal bij was. Er waren te veel brandjes die geblust moesten worden. Als ik net alles had geregeld om ’s ochtends om zeven uur op de set te kunnen zijn, kreeg ik ’s avonds om halfelf een mailtje dat ik toch al om zes uur moest beginnen. Als alleenstaande ouder heb je dan een groot probleem. Als ik nu plotseling om zes uur weg moet, bel ik de jongens vanaf de set wakker, liggen er gesmeerde boterhammen voor ze klaar en gaan ze gewoon zelf naar school. Dat is helemaal niet erg. Mijn kinderen zijn ouder en gelukkiger dan een paar jaar geleden. Ik ben zelf ook gelukkiger en meer ontspannen, ook omdat ik minder ben gaan werken. Dat had ik misschien eerder moeten doen.”

Heeft dat besef ook te maken met ouder worden?

“Waarschijnlijk wel. Als je tegen de vijftig loopt, hoef je niet meer alles te doen en mee te maken en héb je natuurlijk ook al veel gedaan en meegemaakt. Ik weet nu: in mijn eigen tuin zitten met een glaasje wijn is net zo leuk als rondsjokken op een festival. Ik sta meer stil bij de gewone dingen des levens: dat mijn tante komt eten, met mijn moeder in het verzorgingshuis bellen. Er is minder ambitie. Natuurlijk: als ik iets doe, dan doe ik dat met hart en ziel en wil ik het ook goed doen. Maar ik denk niet meer dat het meteen het allerbeste moet worden dat ooit is vertoond. Het is goed zoals het is.”

Zeg, heeft jouw opperbeste stemming misschien ook te maken met je nieuwe liefde? Stralend:

“Absoluut! Het leuke is dat ik nu met iemand ben die ook een gezin heeft. Je bent dan ingesteld op met de kinderen zijn, en op het pakken van je momenten samen. Marc wéét: als je met z’n allen naar het strand gaat, moet je veel spullen meenemen omdat je kinderen hebt, en dat is prima. Dat vind ik heel fijn. Zijn kinderen zijn veertien, elf en acht, ongeveer net zo oud als de mijne. We hebben ze allemaal bij elkaar in de grabbelton gegooid en het gaat best goed. Iemand die volmondig ja zegt tegen je gezin is natuurlijk ontzettend aantrekkelijk. Dus ik wil ook graag tegen zíjn gezin volmondig ja zeggen. We hebben veel plezier met elkaar. Deze zomer waren we met z’n allen op vakantie. Ik heb een zevenpersoonsbusje met een dubbele achterbank gekocht, zodat dat kon.” Glunderend: “Het is echt een invasie als wij ergens binnenkomen.”

null Beeld

Jullie kenden elkaar toch al?

“Klopt: hij is een goede vriend van mijn vriendin Ilse Warringa. Op Ilses verjaardag vorig jaar was de eerste lockdown net opgeheven en belandden we in het Vondelpark, en daar verscheen hij ook. Ik had hem een jaar of zeven niet gezien en intussen was hij gescheiden. Wat is hij leuk! dacht ik. De vonk sloeg bij mij meteen over, bij hem duurde het nog even. Ik denk dat Ilse daar nog wel een handje in heeft gehad. Dat is altijd het beste: als wederzijdse vrienden je koppelen. Die willen alleen maar het beste voor je.”

Heb jij er zelf ook werk van gemaakt?

“Ja! We hadden het op die verjaardag over een boekje gehad, dus ik appte hem de volgende dag: wil je dat boek nog hebben? Ja, dat wilde hij wel, dus ik stuurde het op. Daarna nodigde hij mij uit om met hem in het park te kaasfonduen, want hij had voor zijn vijftigste verjaardag van zijn zoon een kaasfondueset gekregen. Moet ik iets meenemen, heb ik wel zeventig keer gevraagd, maar nee, dat hoefde niet. Ik kwam te laat, want bij mij was het natuurlijk weer chaos.”

Wat dan?

“Die middag had ik een fotoshoot in de tuin voor een nieuw toneelstuk. Daarvoor had ik de vijver bijgevuld met de tuinslang, zodat die er weer knap bij lag. Daarna was ik even weggegaan en toen ik thuiskwam, bleek dat ik de kraan niet goed had dichtgedraaid. Mijn hele tuin stond tot aan het terras toe blank, er lagen overal kikkervisjes dood te gaan. Het was verschrikkelijk. Sjef en ik hebben met een zeef en een schuimspaan zoveel mogelijk kikkervisjes geprobeerd te redden, en daarna sprong ik in een taxi naar het park. Daar zat Marc met die kaasfondueset, wijn, stokbrood op een rood geblokt tafelkleed op me te wachten. Dat was ik helemaal niet gewend: om zo verzorgd te worden. We hebben de hele avond jazzrock gedraaid op het boxje dat ik had meegenomen, van die muziek die je opzet als je wilt dat het bezoek weggaat, haha. Het bleek dat we vroeger allebei vaak naar jazzrock luisterden.”

null Beeld

Goed teken. En toen was het aan.

“Nee! Dat duurde nog wel even. Hij ging toen eerst drie weken met zijn kinderen kamperen. Potverdorie, het is nu een jaar geleden, maar het voelt alsof het al honderd jaar is. Dat zit wel goed!”

Als ik het goed begrijp, moet jij dus net als Soof leren om een beetje voor je te laten zorgen?

“Ja, dat is waar. Marc is een heel verzorgende man. Dat is nieuw voor mij. Het zijn ook mijn omstandigheden: als jij thuis altijd de verzorger bent, wordt dat een beetje je tweede natuur, hè? Het is lekker om dat een beetje los te laten, al vind ik het niet altijd even makkelijk.”

null Beeld

En dat je hem al kende toen je eerste man nog leefde, maakt dat nog wat uit?

“Ja, hij kende mijn oude Marc ook. Dat vind ik mooi en bijzonder. Ze mochten elkaar graag. Ik denk weleens: als mijn eerste Marc dit had geweten, had hij het ontzettend leuk gevonden. Dat weet ik wel zeker.”

Is er, nu we Soof gaan uitzwaaien, nog meer wat je van haar gaat meenemen?

“Dat je het leven niet te zwaar moet opvatten. Dat je het mooie moet inzien van iedere situatie, of moet proberen er iets moois van te maken als het in eerste instantie niet mooi is. En dat je als je je rot voelt en vroeg naar bed gaat er wel voor moet zorgen dat je dan lekker ligt: dat het warm en behaaglijk is, dat je iets lekkers te eten hebt. Het is dus niet alleen soms voor je laten zorgen, maar dat vooral ook heel goed voor jezelf doen.” ■

Lies in ’t kort

Lies Visschedijk (47) is actrice. Sinds 2013 speelt ze de rol van Soof in de gelijknamige speelfilms en televisieserie. Ze is nu ook in het theater te zien, in het stuk Margreet heeft de groep verlaten. Lies Visschedijk is moeder van twee zoons, Ko (17) en Sjef (11).

null Beeld

In het Libelle TV-programma Wanneer heb je voor het laatst… geeft Lies antwoord op prangende vragen:

  • Haar & make-up: Inge Holkenborg. Met dank aan: Lab 44, Sissy Boy (witte jeans), Selected Femme (gebreide top en trenchcoat), Mango (laarzen), G-star Raw (jumpsuit) Xandres (geruite jas), Zara (laarzen en gebreide trui)
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden