PREMIUMinterview

Jan de Hoop en zijn man Coen: “Het klinkt klef, maar wij vinden kerst het leukst met elkaar”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Presentator Jan de Hoop (67) en Coen Lievaart (60) zijn al 42 jaar ­samen. Hun geheim? Praten. Alles op tafel, elke zondag, met koffie erbij. Twee mannen over kerst vieren, hun nieuwe leven en de liefde.

Caspar PistersPetronellanitta

“Over verschillen gesproken”, steekt Coen Lievaart (60) van wal, wijzend naar de kerstversiering. Hij is de echtgenoot van Jan de Hoop (67), tot voor kort een van Nederlands meest geliefde nieuwslezers. Afgelopen juni zwaaide hij af bij RTL, waar hij 33 jaar lang RTL Ontbijtnieuws presenteerde. De mannen kennen elkaar al van voor die tijd. Al 42 jaar zijn ze een stel, waarvan 21 jaar getrouwd. Libelle is bij hen thuis uitgenodigd in Radio Kootwijk, een dorp op de Veluwe waar de mannen wonen in een prachtig vrijstaand huis met royale tuin van zo’n drieduizend vierkante meter.

Dit interview vindt plaats enige weken voor kerst, maar voor de gelegenheid is het huis alvast sfeervol gedecoreerd – een taak die doorgaans voorbehouden is aan Jan. “Ik heb eigenlijk heel weinig met kerst”, vertelt Coen. “Jan raakt in vervoering van alles wat ermee te maken heeft. Dus de afspraak is: we doen royaal aan kerst, prima, maar Jan haalt de boom van zolder, tuigt de boel op en ruimt het ook weer op.” Hij voegt toe: “Als-ie dan eenmaal staat, vind ik het toch ook wel weer leuk.” Jan: “Ik had begin november al twee kerstfilms weggetikt. Heerlijk. Eigenlijk zijn ze allemaal hetzelfde, mierzoet, en je weet altijd precies hoe het afloopt; ik zou er zo een kunnen schrijven.”

De Hoop is dan wel gestopt bij RTL, de agenda van het koppel staat bomvol. Samen runnen ze een bedrijf dat presentatietrainingen verzorgt. Bij Omroep Gelderland heeft Jan een eigen radioprogramma en hij maakt er ook tv-programma’s. Op YouTube vloggen de mannen regelmatig over hun doen en laten voor ruim zestienduizend abonnees.

Was er na je afscheid bij RTL nog sprake van even helemaal niks doen?

Jan: “Nee... Het is al heel wat... Nou, voor Coen, maar dat moet hij zelf maar vertellen, was het even wennen, want we worden nu natuurlijk elke ochtend samen wakker.”
Coen: “En als Jan wakker wordt, dan gaat-ie praten. Hij wil ook graag het nieuws kijken ’s ochtends. Een heel ander ritueel dan ik gewend was, inderdaad. Ik word graag in stilte wakker, het liefst zonder nieuws. Daar hebben we wel een compromis in gevonden. Op maandag houdt hij zijn mond, op dinsdag mag hij tv kijken.”
J: “En op zaterdagochtend ben ik weg, dan ga ik om een uur of acht al richting Arnhem voor mijn radioprogramma. Dat is een feest voor Coen, dan heeft hij de hele ochtend voor zichzelf.”
C: “Ja, dat is mijn favoriete ochtend.”

null Beeld

In je afscheidsvlog over je laatste dag bij RTL stond je om tien over vier ’s ochtends naast je auto. Hoe laat ging de wekker voorheen?

J: “Om halfvier. Ik wilde wel op mijn gemak een beetje yoghurt eten, me niet hoeven haasten in de douche.”
C: “Van die wekker heb ik overigens nooit last gehad.”
J: “Het wonderbaarlijke is: de wekker staat aan de kant van Coen. Hij drukte hem ook wel uit in zijn slaap. Maar als ik een keer geen gedag had gezegd, want ik zei altijd gedag als ik wegging, dan wist-ie dat wel weer.”
C: “Onbewust heb ik dan toch alles meegemaakt, dus daar kwam ik dan op terug.”

Hoe laat ging je toen doorgaans naar bed?

J: “Om tien uur. Na de uitzending was ik rond tien uur ’s ochtends weer thuis. Vaak ging ik dan wandelen of een stuk fietsen in de natuur, en dan om twaalf uur een paar uurtjes slapen tot een uur of twee, halfdrie.”
C: “De laatste jaren brak hem dat op. In het begin wilde hij nog weleens een dutje overslaan. Dat ging steeds lastiger. Het blijkt een heel ongezond ritme te zijn. Wat ook een van de redenen is dat je gestopt bent toch, Jan?”
J: “Eigenlijk had ik op mijn vijfenzestigste willen stoppen, maar mijn baas wist me over te halen er nog twee jaar aan vast te plakken. Halverwege dat tweede jaar vond ik het wel mooi geweest.”
C: “Tot groot verdriet van de kijkers.”

Je vond stoppen geen moeilijke keuze?

J: “Op een gegeven moment heb je alles wel een keer gedaan. Het kostte me steeds meer moeite om mijn kop erbij te houden.”
C: “En je hebt moeite met veranderen. Dus al die jaren had je dit voor je uit geschoven, om maar niet te hoeven denken aan het moment dat je écht moest stoppen. Ik vul het maar een beetje aan met wat drama, dan wordt het verhaal wat smeuïger.”
J (lacht): “Ik heb de mazzel dat ik het thuis heel leuk heb.”
C: “Toch?”
J: “Jazeker. Toen ze me vierendertig jaar geleden vroegen, heb ik heel bewust gekozen voor de ochtend. Ik wilde ’s avonds gewoon thuis zijn voor het eten.”

Die laatste uitzending was je al vanaf de eerste seconde emotioneel of niet?

C: “Weken daarvoor eigenlijk al.”
J: “Ik schuif inderdaad alles voor me uit. Ik dacht steeds: ach, het is nog een maand, ach, nog een week, ach, komende donderdag pas. Ik had me voorgenomen heel mooi afscheid te nemen. In de autocue had ik alleen wat namen gezet die ik niet wilde vergeten, verder geen tekst. Dat leren we mensen ook op onze presentatietrainingen: praat vanuit je hart, niet vanaf de autocue. Op het moment dat ik de kijker wilde bedanken, ging het mis. De week ervoor had ik heel veel tweetjes en appjes ontvangen, zo’n zestig- of zeventigduizend. Kennelijk had ik een mevrouw door haar chemo heen geholpen. Een ander was haar dochter kwijtgeraakt. Dat ik elke ochtend daar was met mijn stem had haar gesteund. Veel van dat soort berichtjes, waardoor ik werd geraakt. Dus toen ik vooroverboog naar de camera en zei: ‘En jullie thuis...’ Het ging anders dan ik gepland had.”

‘Dit is nog erger dan het afscheid van Toine van Peperstraten’, lachte je tussen twee snikken door. Mis je het werk?

J: “Wel een beetje, ja. De sfeer bij RTL Ontbijtnieuws was heel goed, echt een familie. Ik heb de chef en zijn man nog getrouwd, zo hecht waren we. De stoere hoofdredacteur schoot vol bij mijn afscheid. We gaan binnenkort lunchen, het contact blijft.”

null Beeld

Coen, welke rol heb jij gespeeld in de keuze van Jan om überhaupt te beginnen als nieuwslezer?

C: “In het algemeen ben ik de avonturier van ons twee. Jan is behoudend, voorzichtig, vindt al gauw dingen eng. Ook op het gebied van eten. Jan, wat at je vroeger?”
J: “Toen ik nog niet met Coen ging, moest overal appelmoes overheen, want ik lustte heel veel niet.”
C: “Ik heb hem voor het eerst meegenomen naar de Chinees.”
J: “Ik dronk overal melk bij.”
C: “Koude melk, ook bij het avondeten, dat was hij van huis uit gewend. Er stond altijd een pak melk op tafel. Tegenwoordig komt er wat vaker een wijntje aan te pas.”
J: “Toen ik bij Radio Veronica werkte, en mensen daar begonnen met het opzetten van een tv-zender, gaf jij me een cruciaal zetje. Als je dat niet had gedaan, was ik niet op tv gekomen.”
C: “Het is dat je het zegt, ik kan me dat niet herinneren. Hij met zijn twijfels. Ging je toen ook minder verdienen?”
J: “Nee, meer! Veel meer.”
C: “Ah, ja, er was meer geld te halen, dan geef ik al makkelijk even een zetje.” (Schaterlach)

Is Coen erg bepalend geweest in je leven?

J: “Coen heeft een enorme invloed op mij. Hij is zeven jaar jonger, maar veel wijzer en slimmer. Ik heb veel van hem geleerd qua zelfvertrouwen. In het begin raakte ik helemaal in paniek als mensen me herkenden, dan wilde ik vluchten. Coen is psycholoog, hij heeft me daar enorm mee geholpen.”
C: “Ik zeg altijd dat ik op jou afgestudeerd ben.”

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

J: “Ik was vijfentwintig en werkte in Hilversum bij de Avro. Coen was toen zeventien. Hij was daar als elektricien bezig met het bouwen van een studio, kabels trekken. Drie maanden lang van ’s ochtends tot ’s avonds zagen we elkaar, zo zijn we aan de praat geraakt.”
C: “De vonk sloeg over. We zijn vrij heftig begonnen. Met veel serviesgoed dat kapotging tegen de muur. Maar we zijn steeds dichter naar elkaar toegegroeid en van elkaar gaan houden.”
J (lacht): “We eindigden op een roze wolk.”

null Beeld

Dat is goed nieuws voor iedereen die in die serviesgoedfase zit.

J: “Ja, we zijn tweeënveertig jaar bij elkaar en, dat mag ik namens Coen ook wel zeggen, nog dagelijks stapelverliefd op elkaar.”
C: “Ja. Het geheim? Wat je ook tegenkomt, het zijn niet de problemen die ertoe doen, maar de manier waarop je ermee omgaat. Wij hebben inmiddels geleerd dat wat er ook gebeurt, waarvoor we ons ook schamen, waarover we ons ook schuldig voelen, praat erover. Elke zondag hebben even een weekoverleg en…”
J: “Weekoverleg, dat klinkt zo... Bij de koffie nemen we de week door. Wat was er leuk, wat was er niet leuk.”
C: “Wat werkte wel, wat niet, hoe voelde je daarbij en hoe voel je je nu? Ja, dat is echt een moment voor onszelf. Daarbij zijn we nog steeds verrast over de dingen die we elkaar vertellen, en waar we ons voordeel mee doen.”
J: “Wat leuk is, als we uit eten gaan, is er nooit een moment waarop we elkaar niks te vertellen hebben.”

Heeft zeven jaar leeftijdsverschil jullie ooit parten gespeeld?

J: “Dat is waarom het in het begin niet zo goed ging. Coen is net zo bang voor verandering als ik, dus die bleef wel, maar hij zat nog volop in de leeftijd waarop hij veel uitging. Ik was met drive-in shows op pad, hij ging naar de disco.”
C: “Feesten en de beest uithangen.”
J: “Godzijdank zijn we bij elkaar gebleven. Ik denk dat het beter is als het begin wat moeizaam gaat. Dat je elkaar op je slechtst leert kennen, eruit komt en er wat moois van maakt. In plaats van eerst stapelverliefd en na paar jaar denken: waar ben ik in ’s hemelsnaam aan begonnen?”

Was Jan je eerste vriendje, Coen?

C: “Nee, ik was er vroeg bij. Ik had ook vriendinnetjes voordat ik Jan kende.”
J: “Ik was nog niet uit de kast, durfde het niemand te vertellen. Als mensen bij ons thuis kwamen, zei ik dat Coen mijn neefje was. Tot op een dag een goede vriend langskwam. Coen ging de deur uit en zei: ‘Als ik straks terugkom, dan weet-ie het. Ik heb geen zin om weer je neefje te zijn in mijn eigen huis.’ Die vriend heb ik het als eerste verteld. Hij zei: ‘Ach, de een houdt van erwtensoep, de ander van groentesoep, in die orde van grote zit dit.’ Gelukkig heb ik nooit nare reacties gekregen uit mijn omgeving.”

null Beeld

Wat zijn moeilijke momenten geweest voor jullie?

C (tegen Jan): “Voor jou weet ik het wel, geloof ik.”
J: “Mijn grootste angst is dat Coen iets overkomt.”
C: “Ik ben veel sportiever dan Jan, maar dat is geen garantie voor een gezond leven. Ik blijk erfelijk belast met hart- en vaatziekten.”
J: “Er werd een tuinhuisje gebouwd in onze tuin. Coen had last van brandend maagzuur, dacht hij. Op weg naar de ­doe-het-zelfwinkel zou hij even bij de dokter langsgaan. Asgrauw kwam hij weer naar buiten lopen. Ik heb hem meteen naar het ziekenhuis gebracht. Dat had ik goed gezien, het heeft waarschijnlijk zijn leven gered. Hoeveel bypasses kreeg je?”
C: “Vijf.”
J: “Uiteindelijk is hij in Utrecht geopereerd. Het zou vijf uur duren, ik was bij vrienden die in de buurt van dat ziekenhuis wonen. Na vijf uur: niks. Na vijfenhalf uur niks. Na zes uur: niks. Om zeven uur kwamen die dokters. Nooit in mijn leven ben ik zo bang geweest als toen. Alle scenario’s trokken aan me voorbij. Ik ben mijn vrienden huilend in de armen gevallen. Hij werd nog even in slaap gehouden. De dokter zei: ‘Blijf bij zijn bed, als hij wakker wordt, is het goed als hij jou meteen ziet.’ Ik moest naar de wc, maar ik durfde niet.”
C: “Een bijzondere bijkomstigheid was dat mijn moeder op sterven lag. Mijn broers en ik besloten haar niet over de operatie te vertellen. Maar mijn moeder was verbaasd dat ik haar niet meer bezocht.”
J: “Ze belde mij voortdurend. ‘Is Coen er?’ Ik moest jokken tegen haar. Ze was heel ongerust, maar ik wilde haar op haar sterfbed niet belasten met de wetenschap dat haar kind een openhartoperatie onderging. Na de operatie mocht Coen ook eigenlijk helemaal niks.”
C: “Met katheter en al ben ik toen toch nog naar Rotterdam geweest om afscheid te nemen van mijn moeder.”
J: “Wat mooi is, voor ze overleed, heeft ze ons een walnotenboom cadeau gedaan. Daar ligt zij onder, in haar biologische oplosbare urn.”
C: “De boom gedijt er goed bij.”
J: “Mijn moeder ligt aan de andere kant van de tuin, in zo’n zelfde biologische urn. Ze konden niet zo goed met elkaar opschieten, dus we hebben ze een stukje uit elkaar gelegd.”
C: “Bij de vijver.”
J: “Als ik bij de walnotenboom ben, spreek ik soms mijn schoonmoeder toe. En bij de vijver, op de rand van de vlonder, zit ik weleens met mijn moeder te praten.”

In gedachten of ook wel hardop?

J: “Soms ook wel hardop.”

Hoe ziet Kerstmis er dit jaar uit voor jullie?

J: “Vlak voor kerst zitten we een paar weken op de Antillen. Ik versier wel het huis voordat ik wegga. Leuk als de kerstboom staat als we terugkomen.”
C: “Het klinkt misschien ongelooflijk klef, maar wij vinden kerst het leukst met elkaar eigenlijk.”
J: “We slaan lekkere hapjes in, wat drankjes. We eten heel vaak buiten deur, maar dan juist niet. Al die opgedirkte kerstetentjes, te lang en te uitgebreid. Met een glaasje wijn thuis op bank, dat vinden we heerlijk.”

null Beeld

Dit zijn Jan de Hoop & Coen

Beide mannen kwamen ter wereld in Rotterdam. Van kinds af aan wilde Jan al bij de radio, zijn eerste klus was bij een ziekenhuisomroep. In de jaren 70 kon hij aan de slag bij de Avro op – toen nog – radiozender Hilversum 3. Coen is communicatie-psycholoog. Al 25 jaar verzorgt het koppel mediatrainingen. Jan was van meet af aan betrokken bij de zender die uitgroeide tot RTL 4. Toen hij de omroep na 33 jaar vaarwel zei, werd hij voor zijn verdiensten geridderd.

Styling: Inge Holkenborg | Haar en make-up: Tynke Jeeninga

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden