PREMIUM

Jan & Janneke Siebelink: “Wij hebben aan één woord genoeg”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Na zoon Jeroen schreef ook zijn dochter een roman: Soms sneeuwt het in april. Maar Jan en Janneke Siebelink blijken nog veel meer gemeen te hebben. Janneke: “We zijn allebei eigenlijk best bepalend. Ja, jij ook.”

Astrid TheunissenPetronellanitta

Appje van Janneke. De locatie wordt gewijzigd. Haar vader stond al op het station in Ede, maar er was gedoe met de trein, dus komt Jan Siebelink alsnog met de auto naar Amsterdam. En dan rijdt hij liever naar het huis van zijn jongste dochter in Zuid dan naar het geplande café. In een licht linnen jasje met roze pochet en fuchsia suède schoenen van Italiaanse snit neemt hij plaats aan de eettafel. De zonnebril blijft op. Niet uit ijdelheid, maar vanwege oogproblemen. Toch is de schrijver opgewekt. En trots, vanwege het succesvolle debuut van zijn dochter: Soms sneeuwt het in april. Recensies laten nog op zich wachten, maar het boek staat op nummer 43 in de Besteller 60, en in een paar weken tijd is er nu al een vijfde druk.

null Beeld

Was het spannend om dit eerste boek van je dochter te lezen, Jan?

“Zeker. Ik ontving het pas anderhalve dag vóór de boekpresentatie. Gelukkig kwam ik geen zinloze zinnen tegen. Janneke heeft een sensibele stijl en gebruikt sprekende details. De roze kopjes, de witte officiershandschoenen. Heel mooi. Ik heb de hele nacht doorgelezen. Na de laatste bladzijde heb ik haar meteen een briefje geschreven en holde ik naar de brievenbus om het nog op tijd te kunnen posten.” Janneke staat op, haalt een getypt briefje. ‘Je hebt een bizonder boek geschreven’ staat er. En: ‘Soms komt er een zinnetje tevoorschijn dat een glimlach teweegbrengt. Die plant heeft al die tijd geen ambitie getoond om te groeien’. Janneke, terwijl ze een hand op Jans arm legt: “Bizonder met een i. Mooi oud-Hollands, pap.” Dan: “Papa schrijft altijd briefjes. Hier was ik heel blij mee. Natuurlijk vond ik het spannend wat hij van het boek zou vinden. Mijn moeder heeft het boek doorgenomen om me te behoeden voor historische foutjes. Zo waren er in de jaren veertig nog geen theezakjes. Papa had nog niets gelezen.”
Jan: “Ik kende het verhaal alleen van negen jaar geleden.”

Lag het verhaal al die tijd te wachten?

Janneke: “Ja. Voor anderen heb ik jarenlang familiegeschiedenissen opgeschreven, en negen jaar geleden kwam ik in contact met Eleonora, de hoofdpersoon in mijn roman. Zij ontdekte dat haar moeder toen ze tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat, verliefd was geworden op een Duitse officier en zwanger van hem raakte. Voor Eleonora had ze altijd verzwegen wie haar vader was. Ik vond het zo’n bijzonder verhaal, dat wilde ik fictionaliseren, maar het duurde lang voordat ik eraan toe was.”

Had je het idee dat je het moest opnemen tegen je vader en je broer, beiden succesvol schrijver?

“Dat heeft me er zeker een tijd van weerhouden om het boek te schrijven, maar het duurde ook lang omdat ik me schatplichtig voelde aan Eleonora’s leven. Dat moest ik loslaten voordat ik er mijn eigen verhaal van kon maken.”

null Beeld

Jan: “Eleonora was op de boekpresentatie en ik zat haar te bekijken – zij is in Jannekes boek verwerkt. Curieus dat ze een romanpersonage is geworden.”
Janneke: “Daar moest zij ook aan wennen!”
Jan: “Snap ik. In Knielen op een bed violen heb ik vooral de benauwdheid van dat strenge geloof uit mijn jeugd belicht, waardoor iedereen dacht dat ik uit een vreselijk gezin kwam. Terwijl het bij ons thuis ook een vrolijke boel kon zijn.”

Jan & Janneke Siebelink

Jan Siebelink (1938) was docent Frans en is auteur van tientallen boeken. Zijn bekendste roman, Knielen op een bed violen, is geïnspireerd op zijn jeugd in een streng christelijk gezin. Jan is getrouwd met Gerda, vertaler van Franse literatuur. Ze hebben drie kinderen: Anneleen, Jeroen en Janneke. Ook Jeroen publiceerde meerdere boeken.

Janneke Siebelink (1974) tekende lange tijd levensverhalen op via haar bedrijf La Storia Della Vita. Zo kwam ze in aanraking met het verhaal dat ze heeft verwerkt in haar roman Soms sneeuwt het in april. Ze werkt parttime voor het CPNB en werkt eens per week als vrijwilliger in een hospice. Janneke woont in Amsterdam met Nard en hun twee kinderen, Vasco en Alana.

In ‘Soms sneeuwt het in april’ zijn de familierelaties verstoord. Hoe is jullie band?

Janneke: “Wij, mijn ouders, mijn broer Jeroen, zus Anneleen en ik, zijn allemaal oké met elkaar.”
Jan: “Als Janneke thuiskomt, is het huis meteen vol leven. Ze pakt meestal ook gauw een fles wijn en als zij een glas inschenkt, is het van een gulzigheid die snel overkolkt.”
Janneke: “Wat zeg je nou? Nu lijkt het alsof... nou ja...”
Jan: “Janneke en ik hebben een open relatie.” Janneke, lachend: “Een open relatie pap, haha!”
Jan: “We vertellen elkaar alles wat op ons hart ligt. Ik heb met mijn twee andere kinderen ook een goede verhouding, maar elk kind is anders. Janneke en ik hebben aan één woord genoeg.”
Janneke: “Wij lijken op elkaar, absoluut.”
Jan: “Als wij een plan hebben, moet dat onmiddellijk uitgevoerd worden. Willen we eten, dan moet dat eten meteen bereid worden. Willen we een boek, dan moet het onmiddellijk worden gekocht.”
Janneke: “We zijn ongeduldig.” Tegen Jan: “Zegt mama ook dat je aan mensen voorbijgaat? Ik dacht altijd dat ik vrij meegaand was, maar eigenlijk zijn we allebei best bepalend. Ja, jij ook. Het gebeurt regelmatig dat we met het gezin in een restaurant zitten en dat papa ineens weg wil omdat de muziek te hard staat of de bediening niet leuk is. Ik begin dat ook steeds meer te krijgen.”

null Beeld

Jan: “Dan zit ik daar en denk ik dus: ik wil hier niet zijn.”
Janneke: “Maar dan hebben we soms al besteld. We reageren ook allebei secundair, waardoor ergernissen zich opstapelen en we ineens boos worden over iets wat voor een ander een futiliteit lijkt.”
Jan: “Dat gebeurde ook weleens in mijn tijd als leraar Frans. Maar thuis was ik een tolerante vader, toch?”
Janneke: “Je bood ons geld als we ons ziek meldden voor school, omdat je het zo gezellig vond als we overdag thuis waren.” Had Jan destijds wel tijd voor de kinderen, als docent én auteur...
Janneke: “Na school reed hij ook nog weleens met zijn deux-chevaux naar Parijs om een interview af te nemen. Dat werkte hij ’s nachts uit. Toch had ik het gevoel dat papa er altijd was. Mijn kamertje grensde aan zijn werkkamer, en ik werd steevast wakker met dat vertrouwde geluid van de typemachine. Als ik naar bed moest, verstopte ik me onder zijn bureau en deed papa alsof hij dat niet doorhad. Hij schoof zijn stoel aan en ging typen. Maar hij was ook een vader die niet was zoals alle andere vaders. Ik heb even op hockey gezeten. En dan ging hij langs de lijn staan met...”

... die roze stappers aan?

Janneke: “Nee, ha, die had hij nog niet. Hij droeg zo’n bruine, lange regenjas en hij ging juist niet bij de andere ouders met hun kakkersjaals staan. Ik vond het jammer dat hij niet was zoals die andere vaders en niet mengde met de dorpsgenoten, al ben ik daar achteraf natuurlijk trots op.”
Jan: “Wat ik goed vind aan Janneke, is dat ze aandacht heeft voor anderen. Ze doet al jarenlang vrijwilligerswerk in een hospice.”
Janneke: “Daar kook ik elke week.”

null Beeld

Hoe kwam je in dat hospice terecht?

Janneke: “Ik had zeven jaar lang schrijvers geïnterviewd voor bol.com, en viel in een groot gat toen ik daarmee stopte. Ik raakte in paniek, dacht dat ik niets meer voorstelde. Toen begon de huisarts over zinvol werk in het hospice. Ik was meteen geïnteresseerd, en sinds ik daar werk ben ik dankbaarder voor alles in het leven. Als je mensen in hun laatste fase ontmoet, weet je weer dat het niet telt wat voor werk je hebt gedaan. In een hospice telt ambitie niet, daar valt alles van me af. Normaal ben ik aan het passen en meten met de tijd, maar als ik daar ben, dan ben ik daar. Dan maak ik lekker eten dat ik serveer op het mooiste servies dat in de kast staat.”
Jan: “Ze gaat ook naar de bloedbank.”
Janneke: “Jij ook.”
Jan: “Janneke is ook jarenlang met me mee geweest op tournee om passages voor te lezen uit mijn boeken.”
Janneke: “Dat was bijzonder, maar nadat je weer een nieuw boek had uitgegeven, zei ik: ‘Ik ben een volwassen vrouw. Het voelt niet goed meer’. Ik was al in de veertig en het was een loskoppeling die heel gezond was. We zagen elkaar in die tijd wel heel veel.”
Jan: “Ik begreep het, maar ik vond het jammer dat het voorbij was. We kunnen beiden niet zo goed tegen dingen die voorbij zijn. We neigen beiden naar een lichte vorm van melancholie.” Janneke knikt instemmend.

Waarin verschillen jullie?

Janneke: “Ehm… Moeilijke vraag.”

Waar erger je je aan?

Jan: “Dat wil je echt niet weten...”
Janneke: “Mag ik het vertellen, pap? Fijn. Toen bij de fotoshoot voor dit interview werd gevraagd of je iets anders wilde dragen, zei je: ‘Nee, dat ga ik dus niet doen’. Dan denk ik: pap… doe het nou gewoon.”
Jan: “Maar die styliste had eerst tegen mij gezegd dat ik zulke ontzettend leuke kleren aan had. Vervolgens wil ze dat ik andere kleding aandoe. Dat is toch raar?”

Hoe pakte het uit?

Janneke: “Papa hield zijn kleren aan. Hoewel... Nee, je hebt een ander jasje aangedaan!”
Jan: “En andere sokken.”

Is Jan ijdeler dan jij, Janneke?

Janneke, gekleed in kekke leren broek: “Ik ben ook ijdel, hoor. Of onzekerder. Ik maak me zelfs op als ik boodschappen ga doen. Dat doe ik voor mezelf. Ik voel me er beter door.”
Jan: “Dat hebben we ook gemeen. Als ik het huis verlaat, doe ik altijd een jasje aan. Ik heb ook grote moeite met oud worden. Ik vind het wel fijn dat mijn kinderen dingen van mij overnemen, want daardoor ga ik toch niet helemaal verloren.” En al die boeken herinneren aan jou!
Jan: “In augustus komt mijn nieuwste uit. Brengschuld heet het. Ik moest als jongen van een jaar of tien de huur van het ouderlijk huis naar de huisbaas brengen. In dit boek ontstaat een probleem in dat gezin omtrent die brengschuld. Het betreft een morele kwestie. Meer vertel ik niet.”

null Beeld

Janneke: “Dat boek is al af. Ben je alweer met een nieuw boek bezig?”
Jan: “Nee, ik denk dat ik het hierbij laat.”

Geloof jij het, Janneke?

Janneke, lachend: “Nee.”
Jan: “Als ik nog een boek schrijf, gaat het Licht heten. Ik heb al vanaf mijn achtendertigste problemen met mijn ogen, glaucoom.” Hij zet zijn zonnebril af en wijst op zijn linkeroog. “Alleen aan de rand zit nog iets van licht.” Janneke slaat haar arm om hem heen. “Kom, we gaan haring eten.”

Wat ze komende Vaderdag gaan doen?

Tegelijk: “Wijn drinken!”

null Beeld

Janneke Siebelink & het hospice

Voor libelle.nl schrijft Janneke elke week een column over de bewoners van het hospice waar ze vrijwilligerswerk doet. Lees de columns op libelle.nl/het-hospice.

Styling: Ora Bollegraaf | Haar en make-up: Carmen Gonzalez | Met dank aan: Kasteelcafé de Zalmen | Kleding Jan: Zara (beige colbert), overig privébezit | Kleding Janneke: Zara (witte bloes), Mango (broek, jeans en hoed), Vero Moda (gestreepte top), Unisa via Omoda (sandalen), Primark (muiltjes)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden