Interview

Ron Fresen: “Als ik niet ziek was geworden, was ik niet gestopt met werken”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Als hij niet ziek was geworden, was hij niet gestopt met werken. Het zal wennen zijn, een leven buiten de schijnwerpers van het achtuurjournaal. Maar Ron Fresen (63) heeft óók zin in de fase die vóór hem ligt: reizen, af en toe wat leuke klussen en opa zijn: “Het is zo simpel: als mijn kleinzoon lacht, ben ik gelukkig.”

José RozenbroekPetronellanitta

Nog even en Ron Fresen (63), politiek duider bij het NOS Journaal, zal nooit meer tegen achten naar het dak van het gebouw van de Haagse redactie lopen. Nooit meer voor hem het zwarte gat van de camera, nooit meer op zijn oortje de stem van Annechien of Rob. Nooit meer zenuwachtig omdat er twee miljoen mensen kijken en hij ‘naakt’ voor de camera staat. Het zal bijna niemand zijn ontgaan: Fresen, die lange man met die kop met witte haren en die licht Haagse tongval, gaat weg bij het NOS Journaal. Hij kondigde het nieuws al in oktober aan in een groot interview in de Volkskrant naar aanleiding van zijn boek dat die maand verscheen: Acht jaar achtuur: Leven op het Binnenhof. In dat interview vertelde hij ook uitgebreid over de prostaatkanker die hij kreeg op zijn 47e – dezelfde ziekte waaraan zijn vader is overleden. Na een operatie was de kanker bij Fresen weg en kon hij door met zijn leven en zijn werk. In 2018, tijdens een routineonderzoek, bleken zijn bloedwaarden niet goed. Fresen wist wat dat betekende: de kanker is terug en nu voorgoed. Hij kreeg een chemokuur en een hormoonbehandeling die de groei van de kankercellen moet afremmen. “Er komen gelukkig steeds nieuwe behandelingen. Niemand die kan voorspellen wanneer de ziekte niet meer te temmen is.” Het is hem niet aan te zien dat hij ziek is. Energiek poseert hij op een stormachtige dag in februari in het Haagse Museum Beelden aan Zee voor de fotograaf. Gewillig laat hij zich de ene lentetrui na het andere zomerse jasje aanreiken. Even later strekt hij zijn lange benen onder een tafeltje in het café en bestelt hij een muntthee.

Als je niet ziek was geworden, was je dan gestopt?

“Dat denk ik niet. Ik vind het nog steeds onwijs leuk werk. Er gebeurt ook weer van alles in de politiek, er is een nieuw kabinet, er wordt weer beleid gemaakt, er wordt weer zichtbaar gewerkt aan oplossingen voor grote problemen. Maar ik was wel al langer bezig met de vraag: ga ik dit tot mijn 67e doen? Mijn vrouw Anneke, die altijd heeft gevlogen, was inmiddels met pensioen. De vrijheid lonkte. Het is ook een zware baan. En ik ben in de loop der jaren minder optimistisch geworden. Er is steeds minder commitment van Kamerleden aan het systeem.”

Wat bedoel je daar precies mee?

“De partijen in het midden nemen verantwoordelijkheid, willen samenwerken, sluiten compromissen, stappen over hun eigen schaduw heen. Aan de flanken zie je steeds meer partijen die dat niet doen en alleen maar aanvallen. Niks doen en langs de kant blijven staan – daar heb ik steeds meer moeite mee.”

null Beeld

Gedesillusioneerd na achttien jaar Den Haag?

“Nee, dat niet. Maar als je steeds vaker denkt: jongens, wat zijn we aan het dóen, dan kom je wel in de gevarenzone. De kijker van het achtuurjournaal verdient het niet om ’s avonds naar iemand te moeten kijken die zegt: wat is dit voor een zooitje, wat hebben ze weer geblunderd vandaag.”

Je hebt jaren bij de regionale radio gewerkt voor je televisie ging maken. Je schrijft in je boek dat je onmiddellijk hooked was.

“Totáál.”

Zit daar ook ijdelheid bij? Toen ik je zojuist met die kleren in de weer zag en zo makkelijk zag poseren…

“IJdelheid, zeker. Maar ook de impact die je kunt hebben met televisie is verslavend. Dat is tegelijkertijd ook de valkuil. Als je valt, dan val je diep. We leven tegenwoordig in een prikkelbaar klimaat, je wordt al snel afgeserveerd. In het begin vond ik Twitter leuk, het was een klankbord, je hoorde wat de mensen in het land van je vonden. Maar nu kijk ik er niet meer op. Het is niet doorsnee Nederland wat daar zit, je hoort vooral de rechts-conservatieve flank, de mensen die denken dat het NOS Journaal nepnieuws verspreidt, die in complotten geloven, die roepen: Ron Fresen, leugenaar, jij komt ook aan de beurt als er een tribunaal komt.”

Het NOS Journaal staat wel midden in de polarisatiestorm die Nederland teistert.

“Ik ben heel erg voor journalistiek voor de stille meerderheid. Voor de gewone mensen, het gros van Nederland, die het vreselijk vinden dat alles zo verruwt en verhardt. Mensen die gewoon een fijn leven willen hebben: voor zichzelf, hun ouders, hun kinderen. Dat het in de zorg goed geregeld is, dat er een leuke school in de buurt is, dat ze op vakantie kunnen. De lezers van Libelle, stel ik me zo voor: ze slikken heus niet alles voor zoete koek, maar ze houden van stabiliteit en een beetje rust. Mensen die niet alleen maar willen horen dat Kaag en Wilders slaande ruzie hebben, nee, ze willen weten: wat doet de politiek aan mijn problemen? Wat zijn de vraagstukken van deze tijd? En wat zijn de oplossingen?”

Het NOS Journaal heeft een brede doelgroep, van laagopgeleid tot academisch gevormd. Op wie richt je je?

“Ik probeer de politiek zo te duiden dat het te volgen is voor lager opgeleiden, maar dat hoogopgeleiden niet denken: doe normaal zeg. Dat iedereen het kan volgen, en dat het voor iedereen de moeite waard is om te horen. Als iemand op straat zegt: je legt het altijd zo helder uit – een mooier compliment kun je me niet geven.”

null Beeld

Scheelt het dat je zelf uit een normaal gezin komt?

“Absoluut. Ik ben een gewone Haagse jongen, mijn vader had een kantoorbaan, mijn moeder was huisvrouw. Een heel gemiddeld gezin. Na de middelbare school wilde ik graag naar de filmacademie, maar daar werd ik niet aangenomen. Bij een les over beroepen hoorde ik over het journalistieke vak. Dat leek me leuk: verhalen vertellen, verslag doen.”

Kon je toen ook al zo goed en makkelijk praten?

“Ik had niet die naam in elk geval. Van origine ben ik best een verlegen jongen. Nog steeds wel. Als ik iemand privé moet bellen, zie ik ertegen op. Maar als ik Rutte moet bellen, geen enkel probleem. Op feestjes kan ik ook stil en teruggetrokken zijn. Dat mensen bij wijze van spreken zeggen: joh, kan hij wel praten? Terwijl ik in mijn werk behoorlijk adhd’erig ben. Ik kan me ook niet erg lang op iets concentreren. Als ik een boek of een tekst moet lezen, een Kamerbrief bijvoorbeeld, dan denk ik al snel: kan iemand ’m voor mij samenvatten?”

Ben je dan niet bang dat je door de mand valt?

“Nee, want ik bereid me altijd goed voor. Ik weet wat ik wil zeggen. Hoewel ik nog steeds na het journaal kan denken: was het wel goed? Waarom sta ik daar? Had iemand anders het niet beter gekund?”

Is die ijdelheid verkapte geldingsdrang?

“Dat is het niet, het is meer erkenning. Ik vind het leuk om gezien te worden, om aandacht te krijgen. Leuk om zo’n prestigieuze baan te hebben en daar aanzien aan te ontlenen, zonder dat ik met mijn borst vooruitloop. Ik zeg ook altijd nee als ik word gevraagd voor talkshows.”

Vroeger zat je vaak bij DWDD.

“Ja, voordat ik eerste politiek duider werd. Toen had ik nog die geldingsdrang. Maar nu… Mijn vrouw Anneke zegt ook: ‘Waarom zou je in een talkshow gaan zitten? Je hebt het mooiste platform dat er is.’”

Hoelang ben je al met haar?

‘Eeehhh… al heel erg lang! Ik denk dat ik zesentwintig was toen ik haar leerde kennen. En ik ben nu drieënzestig.”

Zevenendertig jaar. Zij is de vrouw die…

“… die zegt: ‘Rustig aan, Ron.’”

Er is een promotiefilmpje waarin je achter een fietsende Rutte aan rent.

“Als mijn vrouw dat ziet, zegt ze: ‘Ron, die tijd heb je gehad. Je gaat toch niet als een gek achter Rutte aan lopen?’ Maar dat is mijn speelsigheid, ik heb nog steeds iets jongehonderigs over me. Ik heb helemaal niet het idee dat ik oud en bedaagd ben.”

Als ik jou zo hoor… Realiseer je je wel dat je over een paar weken niet meer op tv bent?

“Toen ik het aankondigde in oktober, was ik er erg mee bezig. Daarna ging het werk weer gewoon door. Maar nu het moment dichterbij komt en mijn laatste optreden wordt gepland…”

Ga je het drooghouden?

“Nou, ik ga echt niet huilen op tv. Desnoods ga ik oefenen thuis. Ik ben best een emotionele man en zit al snel met een brok in mijn keel naar een film te kijken. Verdriet, maar ook schoonheid kan me enorm emotioneren. Ik was een jaar of dertig toen ik in Florence voor het eerst de David van Michelangelo zag. Ik begon spontaan te huilen, overweldigd door de schoonheid ervan. Het zal ongetwijfeld ook te maken hebben gehad met het feit dat mijn vader een paar maanden ervoor was overleden. Of een programma als Spoorloos, dan kan ik me helemaal vereenzelvigen met zo’n vrouw die op zoek gaat naar haar biologische moeder. Het moment dat ze elkaar voor het eerst zien, dat is zo’n oergevoel, dan zit ik met tranen in mijn ogen. Het appelleert natuurlijk ook aan je eigen gevoel voor je moeder of dochter.”

null Beeld

Je bent sinds kort opa van een klein jongetje.

Brede lach: “Thijmen. Hij is zes maanden nu.”

Wat doet hij met jou?

“Hij maakt me zo gelukkig. Terwijl ik het zeg, krijg ik een brok in mijn keel. Alles wat ze erover zeggen klopt. Hij roept alleen maar liefde, blijdschap en geluk in me op. Vannacht heeft hij voor het eerst bij ons geslapen. Ik haalde hem vanochtend om zes uur uit zijn bedje, hij keek me aan en begon meteen te lachen.” Ontroerd: “Het is zo simpel en het is zo geweldig.”

Je kijkt nu heel verliefd.

“Dat ben ik ook. Het is toch ook anders dan bij je eigen kinderen. Toen voelde ik die enorme verantwoordelijkheid, of je het wel goed doet. Dat heb ik nu allemaal niet.”

Was jij heel betrokken bij de opvoeding van je zoon en dochter?

“Mijn vrouw was als purser bij de KLM vaak een paar dagen weg. Dan was alleen papa er. Ook misschien nog wel een oppas of een oma, maar dan moest ik wel aan de bak.” Schuldbewust: “De kinderen zeggen nu: het was vaak chaos. Dat zal best, ja. Het was een hoop geregel met mijn werk en veel gedoe. Nu is er alleen dat kereltje waar ik eindeloos naar kan kijken en luisteren.”

En dan ben je straks alleen maar opa.

“Tja. Mensen op mijn werk zeggen: dat kun je best. Je bent een levensgenieter, jij kunt op een berg zitten en gewoon om je heen kijken en het naar je zin hebben. Aan de ene kant zie ik er een beetje tegen op, ik laat een half leven achter me. Maar ik heb er ook zin in. Ik heb net vanochtend mijn eerste reisje geboekt: met mijn vrouw, dochter en kleinzoon een week naar Zanzibar, lekker buiten het reces. En ik ga nog niet stilzitten hoor, ik wil freelancewerk blijven doen voor de omroep, en als interviewer en dagvoorzitter.”

null Beeld

Je bent een levensgenieter, maar ook ziek. Durf je over de dood na te denken?

“Ik heb hoop ik nog een aantal jaren. En nee, ik ga het onderwerp niet uit de weg. Niet dat ik over mijn eigen dood praat hoor, wel dat ik geconfronteerd word met mijn ziekte en wat het met me doet. Daar heb ik niet zo’n moeite mee. Het heeft ook wel iets moois, vind ik. Ik kan er zelfs gelukkig van worden. Omdat ik dan denk: wat een mooi leven heb ik eigenlijk. Wat kan ik me gelukkig prijzen met alles wat ik heb mogen doen en wat ik heb gedaan en wat nog komen gaat.”

Van tevoren is tegen me gezegd: niet te veel over die ziekte praten.

“Dat was meer omdat ik dacht dat de mensen dan zouden denken: daar heb je hem weer met zijn kanker.”

Ken jij geen depressieve gevoelens?

“Er is heus niet alleen de Ron die altijd vrolijk en gelukkig is terwijl hij kanker heeft. Natuurlijk voel ik me soms neerslachtig. Denk ik: in wat voor een proces kom ik straks terecht? Hoe zal het allemaal gaan? Als ik ergens een pijntje voel, slaat de schrik me om het hart. Maar ik kan er ook weer makkelijk overheen stappen.”

null Beeld

Ik las dat er periodes zijn geweest dat je dekbed je beste vriend was.

“Dat was toen ik net had gehoord dat het was uitgezaaid, dat mijn ziekte ongeneeslijk was. In die periode kon ik ’s ochtends wakker worden en denken: laat mij vandaag maar in mijn bed blijven. Ook nu heb ik weleens ochtenden dat ik tegen mezelf moet zeggen: kom op, Ron. En dan sta ik op en ga ik naar de sportschool. Sporten is een lekkere uitlaatklep, misschien nog wel meer dan werken.”

Dank je, Ron. Ik wens je nog een heel lang en gelukkig leven.

“Dank je wel, José. Ik wens jou hetzelfde toe.”

Dit is Ron Fresen

Ron Fresen (63) werkt sinds 2004 bij het NOS Journaal als politiek verslaggever. Vanaf 2014 is hij politiek duider. Per 1 mei gaat hij met vervroegd pensioen. Fresen woont in Den Haag, samen met zijn vrouw Anneke. Ze hebben een zoon, een dochter en een kleinzoon. Acht jaar achtuur: Leven op het Binnenhof, € 21,99 (Uitgeverij Balans)

In het Libelle TV-programma Wanneer heb je voor het laatst… geeft Ron Fresen antwoord op prangende vragen.

Styling: Hanna Suurland | Haar en make-up: Astrid Timmer | M.m.v. Voorwinden Modemall (colbert en trui Hugo Boss), Only for Men (trui Hugo Boss, jeans Seven for all Mankind, overhemd Xacus, trui Dutch Dandies, riem Profuomo), schoenen privébezit | Locatie: Museum Beelden aan Zee, Scheveningen

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden