PREMIUMinterview

Schrijfster Jessica Durlacher: “Ik zoek elke keer naar het verhaal dat het meest pijn doet”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Lang dacht ze dat zwijgen haar lot was, maar door te schrijven stelt Jessica Durlacher (61) zich kwetsbaar op én voelt ze zich gezien. Haar carrière beslaat inmiddels een kwart eeuw. “Ik blijf schrijven tot ik erbij neerval.”

Liddie AustinPetronellanitta

Jessica Durlacher (61) heeft ze bij zich: de romans die in een nieuw jasje zijn gestoken om haar 25-jarig schrijverschap te vieren. Blij stapelt ze ze naast zich op tafel. Voor het nieuwe jasje zorgde zusje Eva Durlacher en zo vormen de boeken nu een coherent geheel, samen met het boekje Baby, een vers verhaal dat lezers cadeau krijgen als ze een van de oudere romans kopen. Hoe het begon? “Ik wilde altijd al schrijven. Ik was journalist en recensent en had samen met een aantal anderen, onder wie Joost Zwagerman, een literair tijdschrift opgericht. Uitgeverijen waren zoals altijd op zoek naar jong talent en benaderden mij of ik iets voor hen had. Naar aanleiding van de verhalen die ik ze stuurde, waren er vier uitgeverijen die graag een roman van mij wilden. Het was mijn droom om dat te doen, maar ik wist niet of ik het kon. Ik dacht ook dat journalistiek werk voor mij de enige manier was om geld te verdienen. En journalistiek en literatuur gaan voor mij niet goed samen: het vraagt om verschillende manieren van denken.”
Ze was toen een paar jaar samen met Leon de Winter, destijds al een gevestigd schrijver. “Hij zag mij worstelen. ‘Schrijf die roman,’ zei hij, ‘dat kun je best. Niet bang zijn. Vraag de uitgeverij om een voorschot en ga een tijdje op een andere plek zitten, zodat je je helemaal op dat boek kunt concentreren.’ We vertrokken met onze babyzoon Moos, hij is nu zevenentwintig, naar Amerika om daar allebei aan een boek te werken. En toen we daar een week waren, ging mijn vader plotseling dood. Dat was verschrikkelijk. Hij was pas zevenenzestig en ik was altijd zo bang geweest dat hem iets zou overkomen.”

null Beeld

Wat was het effect op de roman die je wilde schrijven?

“Achteraf gezien: dat ik over mezelf en over hem kon schrijven. Toen hij leefde, had ik het gevoel dat ik eigenlijk niet mocht schrijven. Hij was de schrijver thuis. (G.L. Durlacher, red.) En óver hem schrijven mocht al helemaal niet.”

Hoe wist je dat?

“Dat merkte ik. Hij zei altijd wel dat ik moest schrijven, maar als ik het deed… Ik kreeg een keer een opdracht van een tijdschrift om een brief aan mijn vader te schrijven, waarop hij dan zou reageren. Ik vond het een leuke opdracht, ik begon er dezelfde dag nog aan. Het werd een heel liefdevolle brief over het fenomeen brieven schrijven. Dat deden we nooit, want we spraken elkaar elke dag over de telefoon. Je doet alsof je mensen wantrouwt, pap, schreef ik, maar ondertussen ken ik niemand die zo veel telefoneert en zo voor iedereen klaarstaat als jij. Tot mijn verbijstering kreeg ik een woedende brief van hem terug. Ik had het mis, hij wilde absoluut niet meewerken aan deze commerciële ellende en hij wilde ook niet dat ik deze brief publiceerde: ‘dan laat je die zilverlingen maar liggen’. Het was heel naar.”

Waarom reageerde hij zo, denk je?

“Ik denk omdat hij een diep wantrouwen koesterde over de wereld en zo geen controle had over wat er over hem naar buiten kwam. Het is altijd lastig om het onderwerp te zijn van iemands verhaal, zeker als je zelf schrijver bent. Zijn reactie was niet erg bemoedigend voor mijn schrijverschap. Ik wilde hem niet van me vervreemden.”

null Beeld

Terwijl het onderwerp zich wel aan je opdrong

“Ja, al had ik dat toen nog niet door. Ik was me er nog helemaal niet bewust van dat ik iets had met mijn vaders verleden. Daar werd tijdens mijn jeugd thuis nooit over gesproken. Er was ons – mijn twee jongere zusjes en mij – in kindertaal verteld dat onze vader tijdens de oorlog vreselijke dingen had meegemaakt en dat zijn ouders toen waren doodgegaan. Meer wisten we eigenlijk niet. Als de oorlog weleens ter sprake kwam, verstarde mijn vader totaal, haast alsof hij een vreemde werd. Hij kon ook voor ons onverklaarbare woede-uitbarstingen hebben. Dat soort dingen is voor een kind beangstigend. Ik wilde niet dat hij aan dingen dacht waaraan hij duidelijk niet wilde denken. Dus was ik heel voorzichtig met hem. Pas toen ik al uit huis was, begon hij te schrijven en in 1985 publiceerde hij Strepen aan de hemel, het boek over zijn oorlogservaringen. Pas toen las ik details over wat ik wel wist, maar nooit naar had durven vragen: hoe hij als jongen in Auschwitz had gezeten, hoe hij zijn ouders voor het laatst zag, hoe hij als enige van zijn familie de holocaust had overleefd. Het maakte diepe indruk op me. Ik had Nederlands gestudeerd, dus ik kon goed met hem over zijn werk praten. Maar dat ik zelf iets zou bedenken of erger nog: over hem zou schrijven – no way. Dat het zo werkte, drong pas tot me door toen hij er niet meer was.”

Want je schreef een ander boek dan je van plan was?

“Ja. We zijn na de begrafenis van mijn vader een paar weken in Nederland gebleven. Daarna gingen we terug naar Los Angeles, waar ik me zoals gepland drie maanden overdag in een hotelkamer opsloot om te kunnen schrijven. Dat was ook fijn: het enige wat helpt tegen verdriet is je concentreren op iets dat je helemaal opslokt. Voor mij was dat die roman. En ik schreef ook over mijn vader, ik kon niet anders. Het geweten gaat over een grote liefde van de hoofdpersoon voor een jongen die haar erg doet denken aan haar vader. Die vader is voor haar vanwege zijn traumatische oorlogsverleden het ijkpunt van alles. Maar daar kwam ze natuurlijk niet verder mee. Daar gaat mijn eerste roman over: je moet je eigen kennis en je eigen geweten ontwikkelen.”

Was je ook gaan schrijven als je vader was blijven leven?

“Ik had het wel geprobeerd, maar het had me denk ik wel veel meer tijd gekost. Dan had ik waarschijnlijk eerst alleen lamme liefdesverhaaltjes geschreven, ik weet het niet. Misschien overschat ik het. Maar pas nadat hij dood was, durfde ik eerlijk te zijn en dat is toch waar het om gaat: dat je je zelf serieus durft te nemen als je schrijft.”
Jessica’s eerste roman Het geweten werd in 1997 gepubliceerd, het jaar dat dochter Moon werd geboren. Het was de start van haar literaire carrière, want daarna volgden De dochter (2000), Emoticon (2004), De held (2010) en De stem (2021). Ze schreef natuurlijk niet alleen romans: er kwamen ook novelles, verhalen, het scenario van de verfilming van De held en samen met Leon het theaterstuk Anne, over Anne Frank. Zit er een rode draad in haar boeken? “Ik zoek elke keer naar het verhaal dat het meest pijn doet, waar ik het meest bij voel en daar speel ik mee. Mijn romans gaan altijd over de grote wereld, waarin dingen zijn die ik niet snap of niet aankan en die dan opduiken in de levens van mensen die ik heel goed denk te kennen. Ik wil laten zien hoe die heftige gebeurtenissen bij hen aankomen en hoe ze ermee omgaan.”

Moederschap is ook een thema in je werk.

“Ja, zeker in mijn latere romans. Daarbij gaat het altijd om angst: dat er iets met de kinderen gebeurt en dat ik hen niet kan beschermen. En over hoe kwetsbaar je bent als gezin. Vroeger was ik bang dat mijn vader iets zou overkomen, nu ben ik bang voor mijn kinderen. Met die angst kan ik iets. Leon ook: hij heeft boeken geschreven die zo eng zijn dat ik ze nauwelijks kan lezen. Om een boek te schrijven ga ik naar mijn allergrootste angsten, ik trek ze naar boven, bekijk ze van alle kanten en ga met wat dat oplevert aan de slag.”

Bezweer je die angst daarmee?

“Ja, enigszins. En Leon bezweert zijn angst ook door ontzettend veel te lezen over wat er allemaal mis is in de wereld en daar columns over te schrijven. Hij redeneert: als je alles weet, kan je niet zo veel gebeuren. Dat heb ik minder. Ik wil het wel, maar het lukt me niet altijd.”

null Beeld

Jij bent meer van de kop in het zand?

“Een beetje wel, ja! Ik zeg altijd dat je alert moet blijven en zo, maar ik betrap mezelf erop dat ik toch vaak denk: vandaag even niet. Wat er nu allemaal in de wereld gebeurt is zo doodeng, ik kan het gewoon niet altijd aan. Oorlogen, het milieu – als ik daar goed over nadenk, hoe het met de kinderen straks moet, en als zij weer kinderen krijgen… Het is te groot om te bevatten.”

Moederschap mag een thema voor je zijn, je moeder komen we veel minder tegen in je werk dan je vader.

“De roman waaraan ik nu werk heeft als uitgangspunt een verhaal dat van mijn moeder komt. Het gaat over iets wat zij van dichtbij heeft meegemaakt. Meer kan ik er niet over zeggen. Maar het is waar, in mijn werk gaat het vaker over mijn vader. Dat komt door zijn verleden, maar het is ook wel iets wat dochters doen. Ik zie het ook bij Leon en Moon.”

Jessica’s dochter Moon komt binnenkort met een tweede roman. Gaat het thuis aan de keukentafel vaak over schrijven? “Als iemands boek bijna af is, hebben we het er wel veel over, ja. Leon is nu in een afrondende fase van een roman; Moon en Leon hadden het ook vaak over haar boek, waarvoor hij allerlei ideeën had. Maar Moon laat zich weinig zeggen, ze is verder dan ik op die leeftijd was! Dus we hebben het er wel over, maar tegelijkertijd houden we alle drie dat schrijven ook wel een beetje voor onszelf. Het is altijd zo persoonlijk wat je doet.”

Zijn jullie weleens het onderwerp van elkaars verhaal? Zijn daar afspraken over?

“Nou, Moon schrijft fantasy. Ik geloof dat in haar nieuwe roman niet eens een moeder voorkomt. In Leons romans zie ik weleens iemand voorbijkomen met herkenbare vreemde gewoontes. Dat is prima. We hebben er geen afspraken over, behalve dat we in principe in ons werk vrij zijn om te doen wat we willen.”
Een kwart eeuw schrijverschap is een mooi moment om terug te blikken. Wat heeft het haar gebracht? “Heel veel. Ik word gezien, dat ten eerste. Dat is natuurlijk heerlijk. En ik heb toegang gekregen tot wat ik maar de andere kant van mijn hoofd zal noemen: de fantasie, het niet-rationele. Dat is voor mij de spannende kant. Mijn beschouwende kant is vrij sterk ontwikkeld. Vanachter een figuurlijk gordijn loeren naar anderen en daar dan allerlei meningen over hebben, dat kan ik goed. Als je opgroeit zoals ik, met een vader die het verschrikkelijkste heeft meegemaakt… Voor mijn zusjes en mij was je mond houden de beste manier om daar recht aan te doen. Wat hadden wij vergeleken daarbij te zeggen? Ik dacht dat zwijgen mijn lot was. Ik ben lang heel stil en bang voor mensen geweest. Door romans te schrijven moest ik me blootgeven, wat ik heel eng vond. Maar daardoor heb ik wel mijn stem kunnen vinden. Ik schreef zoals ik dat wilde. Daarna leerde ik me in het openbaar uit te spreken en me tussen mensen te bewegen. Schrijven heeft me dus een leven gegeven. Soms denk ik wel: is dit het? Wat heeft de mensheid hieraan, had ik niet beter dokter kunnen worden? Psychiater, bij voorkeur? Want daar hou ik van: nadenken over hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze reageren. Met ze praten. Schrijven heeft me in elk geval de kans gegeven om daar toch gelegitimeerd fulltime mee bezig te zijn. En dat blijf ik doen totdat ik erbij neerval.”

Meer Jessica Durlacher

Voordat ze debuteerde als schrijfster, was Jessica Durlacher (1961) criticus en columnist bij de Volkskrant en diverse opiniebladen. In 1997 verscheen haar eerste roman Het geweten, die werd bekroond met de Debutantenprijs en het Gouden Ezelsoor. Jessica woont in Bloemendaal en is getrouwd met schrijver/columnist Leon de Winter met wie ze twee kinderen heeft: Moos (27) en Moon (25).

Productie en styling: Liselotte Admiraal. | Haar en make-up: Maaike Beijer voor M.A.C Cosmetics. | M.m.v.: Vooges Bloemendaal (locatie), Drykorn (herenpak), Fabienne Chapot (blauwe bloes), Caroline Biss (printbloes), Kocca (broek), Ivy Lee (pumps), Steve Madden (laklaarsjes).

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden