Babette (69): “Ik was opgelucht toen mijn man overleed, maar durfde dat niet hardop te zeggen” Beeld Getty Images
Babette (69): “Ik was opgelucht toen mijn man overleed, maar durfde dat niet hardop te zeggen”Beeld Getty Images

PREMIUM

Babette (69): “Ik was opgelucht toen mijn man overleed, maar durfde dat niet hardop te zeggen”

Babette (69) was op, na zeven jaar mantelzorgen voor iemand die haar niet meer herkende. “Ik was zijn vrouw en werd zijn oppas.”

Ella VermeulenGetty Images

“John en ik hebben geweldige jaren gehad. Hij was mijn tweede man, niet de vader van mijn kinderen. We leerden elkaar kennen toen we allebei gescheiden waren, als jonge vijftigers. Veel gereisd, veel genoten. Mijn eerste huwelijk was moeizaam, omdat er zoveel van de zorg voor het gezin en de kinderen op mij neerkwam. Met John had ik een volwassen, gelijkwaardige relatie, en ik ben heel blij dat ik dat heb kunnen meemaken.

Diagnose Alzheimer

We waren dertien jaar getrouwd toen John begon te sukkelen. Hij was toen 64, maar terugkijkend had hij al wel eerder last van vergeetachtigheid, wat ik toen nog afdeed als verstrooidheid. Het werd echter steeds erger. Hij verdwaalde met de auto, ondanks het navigatiesysteem. Hij kon heel boos worden als iets hem niet lukte. Zijn hele persoonlijkheid veranderde. Het duurde niet lang voor hij de diagnose Alzheimer kreeg.

Die diagnose accepteerde hij zelf overigens niet. Hij werd erg paranoïde. We waren volgens hem allemaal tegen hem, we wilden hem een loer draaien. Het was hartverscheurend om dat te zien, maar ook om hem te zien aftakelen. Een simpel plannetje maken lukte niet meer, ik moest zijn brood voor hem in stukjes snijden omdat hij die handeling niet meer kende en gesprekken kon hij steeds minder goed volgen. Dan praatte hij zomaar een beetje mee en lieten we dat zo, om hem in zijn waarde te laten.

Alzheimer is een gruwelijke ziekte. John wist niet meer wat het geluid van de deurbel betekende. Als hij me hielp bij het afwassen, droogde hij bijvoorbeeld de vieze borden af omdat hij de volgorde kwijt was. Hij kon urenlang naar een sportzender kijken, zonder volgens mij iets mee te krijgen. Maar om eerlijk te zijn was ik dan vaak allang blij dat ik even niet op hoefde te letten of hij toch niet was afgedwaald.

Kleine wereld

Het werd heel snel heel stil in onze kennissenkring. Ik neem het de mensen niet kwalijk, want de gesprekken waren ongemakkelijk en John kon – zonder daar zelf iets aan te kunnen doen – boos en bot uit de hoek komen. Zijn kinderen vonden het heel moeilijk om hun vader zo te zien en trokken zich steeds meer terug. Zijn wereld werd steeds kleiner, maar die van mij ook. Ik werkte nog drie dagen, maar gaf dat op om voor hem te kunnen zorgen. Het was niet verantwoord meer om hem alleen te laten, hij was in staat om het gas open te draaien en weg te lopen.

Zo werd ik van zijn vrouw zijn oppas. Zeven jaar lang gebroken nachten, omdat hij dan vaak ging dolen en ik bang was dat hij per ongeluk brand zou stichten. Kindersloten op de deuren. Zorgen, vooruit denken, alles makkelijk voor hem maken, zijn overhemd dichtknopen. In elk gesprek met hem mee gaan. Wel eens een klap opvangen. Niet boos op hem kunnen worden omdat hij niet meer wist wat hij deed. Uiteindelijk ook zorgen dat hij een luier droeg toen hij niet meer wist wat het was om naar de wc te gaan. Hem onvermijdelijk ook vele malen verschonen.

Niet in de steek laten

Ik was doodmoe van alles, maar je kunt iemand die zo ziek en verloren is niet in de steek laten. Heel af en toe was er even een ontroerend moment, dan schemerde er nog een glimp van de oude John door, maar na een paar seconde doofde die weer uit. Heel zelden paste er wel eens iemand anders op, maar eigenlijk beleefde ik dan amper lol aan die paar uur vrij. Als je niet weet wat je mist, schik je je makkelijker in je lot dan wanneer je een middag hebt kunnen ruiken aan gewoon naar de kapper kunnen en koffie drinken op een terras.

De coronatijd is me het zwaarst gevallen, omdat toen het beetje ondersteuning dat we hadden aan dagbesteding wegviel. John kreeg corona, maar overleefde dat. Is het erg slecht van me dat ik hoopte dat hij erin zou blijven en zachtjes zou wegglijden?

Begin dit jaar gebeurde dat alsnog. Ik vond hem in zijn stoel, voor een oude voetbalwedstrijd. Vermoedelijk een hartstilstand. Ik zag meteen dat hij was overleden en ik schaam me voor het feit dat ik naast verdriet ook immense opluchting voelde. De begrafenis, de rouw – het voelde als één groot toneelstuk waarin in de verdrietige weduwe moest uithangen, terwijl ik alleen maar dacht: het is voorbij, ik heb mijn leven terug!

Bevrijd

Hoeveel mensen er niet in de weken daarna hebben gezegd: ‘Je zult wel in een zwart gat zijn gevallen’. Dan kun je moeilijk zeggen: ‘Om eerlijk te zijn voel ik me bevrijd’, want dat klinkt zo egoïstisch en harteloos. Maar wie denkt in vredesnaam dat het een vrije keuze of leuk is om jaren te zorgen voor een man die nog slechts een lege huls is van degene met wie je bent getrouwd? Je doet het uit plichtsbesef, uit liefde voor wat er ooit was. Maar niet omdat het voor de mantelzorger in kwestie nu zo’n fantastische ervaring is.

Toch worstel ik er ook mee. Met uitgesteld verdriet om de verloren liefde, waar ik door het zorgen amper aan toe ben gekomen. Maar ook met de wilde vreugde over weer kunnen gaan en staan waar ik wil. Daar voel ik me schuldig over. John-van-vroeger zou de eerste zijn om te zeggen: ‘Boek een ticket, ga naar de zon’. Maar John-van-vroeger is niet mijn meest recente herinnering aan hem. Dat is die aan de John met de lege blik, waarvan ik me onwillekeurig toch afvraag of ik wel genoeg voor hem heb gedaan.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden