Anton, Carina en hun gezin Beeld Petronellanitta
Anton, Carina en hun gezinBeeld Petronellanitta

PREMIUM

Carina en Anton zitten allebei in een rolstoel: “We denken altijd in oplossingen”

Als tieners belandden Anton (54) en Carina (41) ieder afzonderlijk door een dwarslaesie in een rolstoel. Jaren later sloeg de vonk over, met een groot, samengesteld gezin als gevolg. Carina: “Als ik ons gezin moet samenvatten: praktisch. We zullen wel moeten.”

Liesbeth SmitPetronellanitta

In de keuken van hun huis, in een dorp in de Gelderse Betuwe, zitten Anton en Carina de Rooij rustig naast elkaar aan tafel. Het is etenstijd, maar vanwege hun drukke agenda’s vol sporttrainingen is het handig dat het gesprek nu plaatsvindt, via Zoom. Op de achtergrond zie ik Amber (16) langslopen. Carina: “Zij gaat helemaal haar eigen gang en is hartstikke zelfstandig. Jij zal zo wel weer moeten oppassen, hè?” Ook dochter Vajèn (9) komt even zwaaien. Er wordt gelachen en húp, ze is weer weg. Een normaal, huiselijk tafereel, met als enig opvallend detail dat Anton en Carina beiden in een rolstoel zitten. Zelf vinden zij het helemaal niet zo bijzonder. Sterker, het is nuchterheid troef in Huize De Rooij. Carina: “Als ik ons gezin moet samenvatten, is het: wij blijven altijd praktisch, we zullen wel moeten. Dat is deels noodgedwongen, maar tegelijkertijd heel normaal.”

Allebei in een rolstoel

Toch was het woord ‘rolstoel’ ooit een groot thema in hun beider levens. Carina: “Vroeger turnde ik op nationaal niveau. Op mijn achttiende deed ik een element op de brug. Door een moment van twijfel ging het mis. Normaal gesproken wist ik waar ik was als ik viel, maar deze keer werd alles zwart en wist ik meteen: dit is niet goed. De volgende dag werd ik geopereerd in het UMC in Utrecht. De artsen hebben een stukje bot weggehaald en een deel van mijn ruggenwervels met pinnen vastgezet, zodat het weer aan elkaar kon groeien. Maar de feiten lagen er, ik had een incomplete dwarslaesie. Dat betekent dat ik verlamd ben tot aan mijn knieën, dus sindsdien zit ik in een rolstoel.”

Na het ziekenhuis volgde een revalidatietraject in Utrecht. “Daar leerde ik binnen anderhalf jaar hoe ik op elk vlak van mijn leven een nieuwe levensinvulling had, zodat ik weer vooruit kon. Ik woonde nog bij mijn ouders, zij hadden de mogelijkheid om beneden een zelfstandige unit voor mij aan te bouwen met een eigen zit-, slaap- en badkamer. Ik zou fysiotherapie gaan studeren, maar dat was niet handig meer. Het werd dus psychologie, met kinderen als afstudeerrichting. Eigenlijk was alles dus vrij snel opgelost. Mentaal was het moeilijker. Ik was jong, wat er was gebeurd was heftig en sommige dingen zouden makkelijker zijn als het me niet was overkomen. Op de jeugdafdeling van het revalidatiecentrum zag ik jonge mensen door wie ik dacht: het kan veel erger, want ik kan vrijwel alles nog. Zo ben ik er altijd naar blijven kijken, en mijn omgeving ook. We hebben altijd gedacht in oplossingen. Omdat iedereen er positief in stond, was het makkelijker om ermee om te gaan.

Vroeger - toen ik nog geen weet had van hoe het is om niet meer te kunnen lopen - had ik misschien wel gezegd dat het voor mij niet meer zou hoeven als ik ooit in een rolstoel zou terechtkomen. In werkelijkheid verlegde ik die grens vrijwel direct naar: ik wil weer zelfstandig worden. Goed, ik kan geen traplopen, maar dat heb je ook niet per se nodig in het leven. Verder kan ik alles zelf en heb ik weinig hulp nodig. En dat is mijn graadmeter voor geluk.”

Leren leven met wat er op je pad komt

Anton: “Ik was negentien toen ik tijdens een motorcrosswedstrijd een motor in mijn rug kreeg, waardoor ik een complete dwarslaesie had. Net als Carina lag ik eerst in het ziekenhuis en kreeg daarna revalidatie, maar ik was na zes maanden al thuis. Al snel werd er een aangepaste woning gevonden, daarmee had ik geluk. En net als Carina leerde ik meteen alles zelfstandig te doen. Ik was automonteur, maar mijn oude baas gaf me een kantoorfunctie die ik nog twaalf jaar heb gedaan. Het is allemaal alweer lang geleden. En ik heb gemerkt dat in elk mens overlevingsdrift zit. Voor ons beiden was de vraag of we ooit nog een partner zouden vinden eigenlijk nooit aan de orde. In het begin ben je vooral met jezelf bezig. Er waren wel mensen in revalidatie die al een relatie hadden. Ik denk dat het best moeilijk kan zijn om daar samen mee om te gaan, zeker als je zo jong bent. Als je pas na zo’n ongeluk iemand tegenkomt, zoals in ons geval gebeurde, weet je beiden waar je voor kiest.”
Carina: “Het was leren leven met wat er op je pad komt, en daar iets van maken.
Anton: “We konden onze situatie niet veranderen, maar je kunt nog steeds zo veel leuke dingen doen.”

Anton en Carina Beeld Petronellanitta
Anton en CarinaBeeld Petronellanitta

Verliefd, verloofd, getrouwd

Het sportbloed kroop intussen ook waar het niet gaan kon, want Carina en Anton kwamen, los van elkaar, tijdens hun revalidatie in aanraking met rolstoelbasketbal. Zo leerden ze elkaar kennen, dertien jaar geleden, omdat ze bij dezelfde club in Zwijndrecht speelden. En die liefde ontstond zo’n beetje zoals wanneer je een collega op het werk ontmoet.
Carina: “Anton was iemand van wie ik meteen dacht: o ja, leuk, interessant. We kletsten een beetje, kregen steeds meer contact en spraken uiteindelijk af. Hij heeft een sterke persoonlijkheid, maar is eigenlijk heel lief. En hij is een heel harde werker.”
Anton: “Ik vond Carina meteen een heel knappe vrouw (dochter Vajèn, plagend tussendoor: ‘O, dan heb ik dat toch van iemand!’) en zo kwam van het een het ander. Ze is enorm zorgzaam. We hebben al heel lang een heel fijn leven met elkaar.”
Dus werd er getrouwd – Carina: “Een heel relaxte dag met mooi weer” – in het stadhuis van Culemborg. Op 14 juni 2012, want Anton speelde in die tijd met rugnummer 6 en Carina met nummer 14.
Carina: “Ik was al zwanger tijdens de bruiloft, maar het viel niemand op dat ik geen alcohol dronk.”
Want ja: kinderen krijgen kon nog steeds, er waren gelukkig geen medische belemmeringen op dat vlak. Dat wisten ze allebei al, want Anton had al zoons Mitchell (24) en Nick (18), Carina had dochter Amber (16). En die konden, uiteraard, wél lopen. Speelde dat een rol?
Carina: “Er waren wel wat aanpassingen nodig toen de kinderen klein waren. De bedjes en de box moesten bijvoorbeeld iets hoger staan omdat ik ze niet in een ledikantje kon leggen. Ik had de Maxi-Cosi standaard in de auto, mijn baby’s nam ik eerst in de draagzak mee en toen ze wat ouder waren op schoot, in de auto deed ik ze dan in hun stoeltje. Een kinderwagen besturen met een rolstoel gaat ook prima, dan gebruik je één hand voor de stoel en eentje voor de wagen.”
Anton: “Kinderen vinden dat normaal, het gaat allemaal zo makkelijk.”
Carina: “Toen ze eenmaal konden lopen, zette ik ze bij mij op schoot met hun gezicht naar voren, om te voorkomen dat ze weg zouden rennen en buiten mijn bereik zouden gaan. Daardoor ontwikkelden ze een heel goed evenwichtsgevoel. Soms riepen ze wel dat ze zulke vermoeide benen hadden omdat ze iets minder liepen dan andere kinderen, maar nu zijn ze niet meer naar binnen te slepen, hoor. Dat is helemaal goed gekomen.”

Heel soms zijn er nog starende mensen

Anton: “Vroeger gingen we weleens met alle vier de kinderen op vakantie, mijn twee zoons, Amber en Vajèn. Dan zag ik mensen wel kijken: wij met z’n tweeën in een rolstoel voorop en die vier kinderen die erachteraan hobbelden.”
Carina: “Eventuele vragen kregen we hooguit van kinderen. Als die vijf zijn, willen ze aan je wielen zitten. En oudere kinderen willen weten of wij pijn hebben, of hoe we die stoel in de auto krijgen. Ik vind dat helemaal niet vervelend, een klein antwoord is meestal voldoende. Heel soms komen we nog mensen tegen van wie ik meteen weet: die hebben dit nog nooit gezien. Die gaan dan staren, of omkijken. Maar ik merk dat rolstoelgebruikers de laatste tijd beter in beeld zijn. Grote sportmerken gebruiken vaker modellen in rolstoel of met een prothese, steeds meer bedrijven zijn ermee bezig om ook mensen aan te nemen die niet onder ‘de massa’ vallen. Ik vind dat fijn, al hoef je het ook weer niet te overdrijven. Want wij zien onszelf niet als bijzonder. Als mensen dus zeggen dat ze het ‘knap’ van ons vinden, denk ik: wat precies? Dat ik gewoon mijn leven leef?”
Anton: “Nu hebben wij het ook wel goed voor elkaar, hè? Allebei een goede baan, we gaan regelmatig op vakantie, ons leven is net als dat van andere werkende mensen.”

Voorbereiden op het WK in Dubai

Natuurlijk zijn Carina en Anton door hun topsport wel wat vaker weg van huis dan andere werkende mensen. Want dat leven bracht ze soms wekenlang naar toernooien en wereldkampioenschappen in alle hoeken van de wereld. Carina is tot op de dag van vandaag fulltime professioneel rolstoelbasketbalspeler, Anton nam in 2017 afscheid en is nu assistent-bondscoach bij de heren en helpt bij het opleiden van de jeugd. “Ik speelde ruim dertig jaar in het nationaal team en werd daar met 759 interlands recordinternational. Ook maakte ik vijf Paralympische Spelen mee waarin we een keer goud en een keer zilver haalden, het was allemaal geweldig. Carina en ik reisden de hele wereld rond. Toen Vajèn geboren werd, namen we haar gewoon mee. Onze teams reageerden daar heel mooi op; niemand vond het een probleem dat wij een kleintje bij ons hadden op trainingskamp of tijdens grote toernooien.” En dat reizen doen ze dus nog steeds: hij als trainer, zij als speelster. Goed, tijdens de coronaperiode was dat even minder, maar inmiddels staan er weer mooie dingen op de jaarkalender in huize De Rooij.
Carina: “November 2022 is het WK in Dubai, we hopen dat iedereen dan weer mee kan reizen: de kinderen, mijn ouders en Antons moeder. Bij die grote toernooien probeerden we dat altijd zo te doen, omdat het zo’n bijzondere ervaring is. En als het niet kan, vanwege school bijvoorbeeld, is het een kwestie van dingen goed plannen.”
Anton: “Daar zorgt Carina voor, zij is erg goed in de leiding en overzicht houden in huis.”
Carina: “Ook buiten de topsport gaan veel mensen er net zo mee om als wij. Er is een enorme groep Nederlanders die in een rolstoel zit.”

Een heel nieuw leven terug

Vraag dat maar aan Anton, die naast zijn sportcarrière ook werkt bij een bedrijf dat actieve rolstoelen aanmeet. “De mensen die ik daar spreek, hebben vaak vragen die lang niet altijd gaan over alleen het aanmeten van een rolstoel. Het praat makkelijker als ze mij ontmoeten, en al helemaal als ik ze vertel over mijn vrouw. Sommigen zijn door progressieve ziektes als MS bang geworden om het huis uit te komen, daar dreigt sociaal isolement. Dan geef ik een oefenrolstoel mee en zeg: ga er eerst maar eens even lekker mee naar de stad.
Carina: “Uiteindelijk word je vaak juist minder gehandicapt als je in een rolstoel gaat zitten.”
Anton: “Precies. Die mensen komen dus ook meestal met een big smile terug. Dat vind ik mooi om te zien. Want door een rolstoel hoef je niet per se je leven te verliezen. Je kunt er zelfs een heel nieuw leven voor terugkrijgen.”
Carina: “Wel een ander leven dan ik ooit had gedacht, maar nog steeds een goed leven.”

Anton, Carina en hun kinderen Beeld Petronellanitta
Anton, Carina en hun kinderenBeeld Petronellanitta

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden