Caroline (44) heeft spijt dat ze niet bij haar moeder introk: “Toen ik terugkwam lag mijn moeder in coma” Beeld Getty Images
Caroline (44) heeft spijt dat ze niet bij haar moeder introk: “Toen ik terugkwam lag mijn moeder in coma”Beeld Getty Images

PREMIUM

Caroline (44) heeft spijt dat ze niet bij haar zieke moeder introk: “Toen ik terugkwam lag ze in coma”

Caroline (44) betreurt het nog dagelijks dat ze niet bij haar moeder is ingetrokken, toen zij vijf jaar geleden hoorde dat ze ongeneeslijk ziek was.

Astrid TheunissenGetty Images

“Waarom niet? Waarom ben ik niet bij mijn moeder gaan wonen toen de arts haar vertelde dat ze uitgezaaide kanker had? Ik was haar enige kind, haar oogappeltje voor wie ze het altijd opnam. Zij hield zielsveel van mij, en ik van haar, maar ik heb haar in de moeilijkste fase van haar leven in de steek gelaten. Zo voelt het.

Het was duidelijk dat mijn moeder heel ziek was en niet lang meer te leven had. Zes weken na die verpletterende diagnose stierf ze, eenen­tachtig jaar oud. Het is inmiddels vijf jaar geleden, maar er gaat nog steeds geen nacht voorbij waarin ik niet diepbedroefd wakker word en me afvraag waarom ik op het einde van haar leven niet bij haar ben ingetrokken.

Destijds hield ik mezelf voor dat het onpraktisch was. Mijn moeder woonde in Deventer, ik werk en woon in Den Haag en ik kon mijn kinderen niet missen. Als ik me verdrietig voel, wil ik het liefst dicht bij mijn twee dochters zijn. Achteraf denk ik dat ik het vooral heel moeilijk vond om mijn moeder kwetsbaar te zien. Ook denk ik dat ik haar wilde behoeden voor mijn verdriet. Zij kon het niet aan mij verdrietig te zien. Misschien kwam het juist door onze innige band dat ik er onbewust voor koos afstand van haar te houden tijdens haar ziekteproces.

Blij maken

Onze band was zo sterk dat die soms beklemmend kon zijn. Ik voelde me verantwoordelijk voor haar en voor haar geluk. Mijn moeder was een stoere, geestige, uitgesproken vrouw, een feministe pur sang, die geregeld de hort op ging met vrolijke vriendinnen en graag een glas wijn dronk. Maar ik wist ook dat ze zich alleen kon voelen. En alles wat haar verdrietig maakte, raakte mij, en des te meer omdat ze een hard leven achter de rug had.

Mijn moeder groeide op in armoede, ging naar een school met nonnen die haar sloegen, had een nare vader die vreemdging en haar eigen man ging er vandoor met een andere vrouw. Toen ze eindelijk een lieve vriend had gevonden, overleed hij na een ongeluk. Ik heb in de tien jaar dat ze alleen was, heel erg mijn best gedaan haar blij te maken door haar geregeld op te halen om bij mij te eten, logeren, een museum te bezoeken of te winkelen. Elk jaar gingen we een lang weekend op reis.

Klaplong

Bij het slechtnieuwsgesprek wist ik uiteraard niet dat ze nog maar zó kort zou leven, anders had ik vast een andere keuze gemaakt, en het is niet zo dat ik mijn zorg voor haar tijdens haar ziekte heb laten afweten. Om de dag ging ik naar haar toe, ik was bij alle ziekenhuisgesprekken en ik heb een fijn zorghotel voor haar geregeld, waar ze een leuke laatste zomer heeft gehad – vriendinnen kwamen langs en het was prachtweer.

Maar toen het na de eerste bestraling misging, deden zich opnieuw twee momenten voor waarop ik heb gefaald. Mijn moeder verging van de pijn en ik troostte haar, maar ik had een scan moeten eisen – later bleek dat ze een klaplong had. Vervolgens heb ik nogmaals ten onrechte op de artsen vertrouwd, die zeiden dat ze alles onder controle hadden en ik gerust mijn kinderen, na wat hun laatste bezoek bleek, terug naar Den Haag kon brengen. Toen ik eenmaal thuis door de verplegending werd gebeld, lag mijn moeder al in coma. Bij mijn terugkomst kon ik alleen nog tegen haar aan praten.

Even gerustgesteld

Ik heb haar verteld dat ze een goede en lieve moeder is geweest, dat ik ongelooflijk veel van haar hield, dat ik haar verschrikkelijk ging missen, maar dat ik me zou redden in het leven. Nog liever zou ik weten of ze me heeft gehoord. Ik heb er goede hoop op, want terwijl ik tegen haar sprak, rolden er tranen over haar wangen. Maar mijn hart breekt als ik denk dat ze zich in de steek gelaten heeft gevoeld.

Ik heb al onze appjes teruggelezen om te achterhalen of zij me iets verweet. Dat was niet zo. Volgens mijn moeders vriendinnen had ik niet beter voor haar kunnen zorgen. Ook mijn eigen vriendinnen proberen mijn schuldgevoel weg te nemen door mij ervan te overtuigen dat er in zo’n tumultueus ziekteproces altijd momenten zijn waarop beslissingen worden genomen die achteraf misschien niet de beste waren. Dan ben ik even gerustgesteld. Maar ik blijf spijt houden. Ik had op zijn minst bij haar kunnen intrekken. Ik heb het niet gedaan en dat vervult me met zelfhaat. Elke dag weer.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden