Sur le camping

De beste kampeerverhalen

null Beeld

Of je nu houdt van het campingleven of kamperen juist hartgrondig haat, een week of wat in een tent levert altijd een goed verhaal op.

null Beeld

Miep (66):

“In de jaren negentig hadden we nog geen buienradar op onze telefoon. We hadden überhaupt geen mobiel. Bovendien was het al weken stralend weer, dus we waren totaal niet voorbereid op de storm. Midden in de nacht werden we wakker van donder, bliksem en het geraas van de regen. De tent was toen al aan het lekken. In een mum van tijd stroomde het water langs het tentdoek en zagen we spullen in de voortent voorbij drijven. We gristen lukraak wat dingen mee en besloten de nacht in de auto door te brengen, hopend dat de tent niet zou wegwaaien. Van die paar stappen naar de wagen waren we al doorweekt. Ik ben zelfs nog teruggelopen naar de tent omdat mijn dochter ontroostbaar was – ze was haar knuffel vergeten. De volgende ochtend aanschouwden we de ravage op de camping: alles stond blank, tenten waren ingestort. We hebben alle spullen kletsnat ingepakt en zijn naar huis gereden. Het is vijfentwintig jaar geleden, maar we hebben het er nog altijd over.”

null Beeld

Karen (43):

“Samen met mijn dochter van acht was ik op groepsvakantie met andere eenoudergezinnen. Ik wist niet wat ik moest verwachten, maar vanaf het begin was het helemaal te gek. De sfeer was goed en de kinderen hadden het leuk samen. We gingen survivallen in de Ardennen. Overdag waren er allerlei activiteiten, ’s avonds zaten we met zijn allen rond het kampvuur. Ik was niet van plan om verliefd te worden, maar toen ontmoette ik Erik. We waren net twee magneten die naar elkaar toe werden getrokken, we konden er niet omheen. De vonk sloeg definitief over toen hij me moed inpraatte voor het abseilen. Dankzij hem durfde ik letterlijk los te laten. Ik wilde niet onder het oog van de hele groep iets met hem beginnen, maar de chemie negeren was onmogelijk. Op de laatste avond waren we samen aan het afwassen toen hij plagerig wat zeepsop naar me spatte. ‘Meisjes plagen, kusjes vragen’, zei ik. Erik zei dat hij me inderdaad graag wilde zoenen. Zo geschiedde, bij het sanitairgebouw zoenden we voor het eerst. Alsof er niks was gebeurd liepen we daarna terug naar de groep, maar in mijn buik fladderden honderden vlinders. Na de vakantie zijn we gaan daten en Erik en ik hebben nu alweer twee jaar een leuke latrelatie. Dit jaar gaan we met mijn dochter en zijn zoon kamperen aan de Franse Atlantische kust. En nu mogen de kinderen afwassen.”

null Beeld

Adrienne (43):

“Twee jonge kinderen met buikgriep is thuis al geen pretje, maar op de camping leverde het een horrornacht op. Ik zie me nog lopen met die stinkende slaapzakken naar het wasmachinehok, dat ’s nachts natuurlijk gesloten was. Gelukkig konden we de kinderen wel onder de douche zetten. De rest van de nacht heb ik heen en weer gelopen tussen de tent en het sanitair met emmertjes en koortsige jongetjes. Zij waren de volgende ochtend weer redelijk op de been, maar toen voelde ik mezelf slap en naar worden. Nog nooit zo verlangd naar een hotelkamer.”

null Beeld

Nelly (73):

“Na ons pensioen kochten mijn man Ger en ik een caravan. Jarenlang hadden we plezier van Kobus, zoals we ons rijdende huisje liefkozend noemden. Heel Europa hebben we samen gezien, we genoten van het gevoel van vrijheid dat de caravan ons gaf. Drie jaar geleden overleed Ger vrij plotseling. Ik viel in een diep gat. Nu moet ik Kobus maar verkopen, dacht ik. Ger reed immers altijd met de caravan en voor mij was de lol van kamperen eraf nu hij er niet meer was. Tot een vriendin, ook weduwe, voorstelde om samen op vakantie te gaan. We zochten naar hotels in Oostenrijk, maar kwamen tot de conclusie dat we het toch het leukst zouden vinden om te kamperen. Met klotsende oksels heb ik voor het eerst met de caravan gereden, maar het ging prima! We deden het rustig aan, in vier dagen tijd zijn we naar Oostenrijk gereden. Natuurlijk was het anders zonder mijn man, ik heb hem vreselijk gemist, maar toch heb ik kunnen genieten van onze reis. Dit jaar gaan mijn vriendin en ik weer samen met Kobus op stap. Dat iedereen dan denkt dat we een stel zijn, kan me niet schelen. Ik weet zeker dat Ger trots op me zou zijn als hij me over de Autobahn zou zien scheuren.”

null Beeld

Nelleke (46):

“Als twintigers gooiden mijn toenmalige vriend en ik een klein tentje in de achterbak en reden op de gok naar Zuid-Frankrijk. Iets boeken deden we nooit, we karden gewoon tot we geen zin meer hadden en vonden dan wel ergens een plekje op een camping. Waren we het zat, dan reden we weer door. We zorgden altijd dat we voor het donker ergens aankwamen, maar op een dag hadden we autopech. Nadat we uren in een Franse autogarage hadden doorgebracht, moesten we ’s avonds nog een camping zoeken. We vonden een prachtige plek naast een riviertje en waren helemaal content toen we na deze enerverende dag met een koud biertje voor de tent zaten. De volgende dag keken we wel even vreemd op toen de buurman poedelnaakt ‘bonjour’ zei. In de verte zagen we twee blote mensen jeu-de-boulen. We hadden een uur de slappe lach toen we beseften dat we per ongeluk op een naturistencamping waren beland. Niet echt ons ding, maar ach, we hadden geen zin om iets anders te zoeken en we stonden op een prachtig plekje. Er zat maar één ding op: kleren uit. Want we begrepen al snel dat het hier niet de bedoeling was om gekleed rond te lopen. De eerste paar uur waren we giebelig, maar het wende snel. Ik ontdekte hoe heerlijk het is om in je nakie in een glasheldere rivier te zwemmen. Pas na vier heerlijke dagen op de blootcamping trokken we verder.”

null Beeld

Fieke (37):

“Het was onze eerste vakantie als ouders, dat was sowieso al even schakelen. Niks uitrusten en bijslapen, we zouden net als thuis onze handen vol hebben aan ons zoontje van bijna één jaar. Dat weerhield ons er niet van om te gaan kamperen op Ibiza in een gehuurde tent. We hadden veel te veel spullen bij ons. Een autostoeltje bijvoorbeeld, een buggy en een campingbedje, dat allemaal ook huren vonden we te duur. De heenvlucht was een ramp. Met al die spullen en de baby moesten we met een bus van Rotterdam Airport naar Schiphol omdat het vliegtuig niet vanuit Rotterdam kon vertrekken – iets met een beschadigde startbaan. Uren vertraging hadden we uiteindelijk, en een baby die totaal overstuur was vanwege zijn verstoorde ritme. Midden in de nacht bijna drie uur met een huilend kind in een vliegtuig gaan zitten is geen aanrader, kan ik je vertellen. Diep in de nacht op een camping aankomen ook niet. We moesten een uur wachten voordat iemand het hek voor ons kwam opendoen – de baby sliep gelukkig eindelijk in de buggy. Vervolgens kregen we het zelf meegebrachte campingbedje niet in elkaar. Mijn vriend heeft waarschijnlijk de halve camping wakker gevloekt toen hij het ding niet kreeg opgezet. Toen we eindelijk in het smalle bed lagen, de baby dan maar tussen ons in, hoorden we óók nog de snelweg in de verte. Was deze reis wel zo’n goed idee geweest? Dat gevoel werd versterkt toen ons zoontje de volgende ochtend gewoon om zeven uur wakker werd. Het regende ook nog. Daar zaten we, opgesloten in de tent, geen idee wat we moesten doen. Pas na drie dagen ging de zon schijnen en waren wij een beetje bekomen van alle stress van de heenreis. Heerlijke vakantie gehad uiteindelijk. En die snelweg? Dat bleek het geluid van de zee.”

null Beeld

Nadèche (54):

“Door mijn nieuwe liefde liet ik me overhalen om het toch eens te proberen, kamperen. Ben sprak zó enthousiast over vrijheid en terug naar de natuur dat ik met hem meeging. Stom! Ik wist toch dat ik gewoon meer een hoteltype ben. Met mijn rolkoffer kwam ik aan op de camping en ik vond wer-kelijk alles verschrikkelijk: de tent uit moeten om naar het toiletgebouw te lopen, de kou ’s nachts, al die insecten, gebrek aan privacy, karige maaltijden van het campingpitje… En Ben maar genieten. Ik heb het drie dagen volgehouden, toen heeft Ben me op de trein gezet en ben ik in mijn eentje naar huis gegaan. Mijn eigen bed sliep nog nooit zo zalig. De relatie met Ben hield geen stand.”

null Beeld

Cassandra (48):

“Ken je dat Kinderen voor Kinderen-liedje over een vader die moet ‘knokken met zijn stokken’? Iedere dag probeert hij vol goede moed opnieuw de tent op te zetten terwijl de rest van het gezin cynische opmerkingen maakt. Elke dag moeten ze een nachtje hotel bijboeken omdat het wéér niet is gelukt. Zoiets overkwam mijn gezin een paar jaar geleden ook. Niet verwonderlijk, we zijn nogal een chaotisch huishouden. Via Marktplaats had mijn man voor een habbekrats een oude tent zonder gebruiksaanwijzing op de kop getikt. Hij had voldoende kampeerervaring om die tent omhoog te krijgen, zei hij. Van tevoren testen op een veldje in de buurt leek hem niet nodig. Aangekomen op de camping in Kroatië ging ook hij knokken met de stokken, het bleek een onmogelijke, loodzware tent te zijn. Natuurlijk probeerde ik te helpen, maar dat zorgde alleen maar voor ruzie. Ook een welwillende buurman heeft nog meegeholpen, maar er waren stokken te weinig en er bleek één binnentent te ontbreken. Bovendien stonk de tent naar mottenballen. Uiteindelijk hebben we het ding in de container gekieperd en zijn we op zoek gegaan naar een hotel. Ik heb mijn man nog nooit zo chagrijnig gezien. Het hielp ook niet dat de kinderen en ik maar grapjes bleven maken. De volgende dag hebben we in een grote kampeerwinkel op twee uur rijden een prachtige, veel te dure tent gekocht die in een mum van tijd stond. We moesten nog even terug naar de winkel toen bleek dat we ook de slaapzakken vergeten waren. Maar daarna hebben we een heerlijke kampeervakantie gehad.” ■

  • Fotografie: Getty Images, Stocksy
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden