The unrecognizable young adult woman leaves her house carrying a purse.  She is leaving through the front door. Beeld Getty Images
The unrecognizable young adult woman leaves her house carrying a purse. She is leaving through the front door.Beeld Getty Images

PREMIUM

De partner van Xandra (50) overleed plotseling: “Ik wilde niet dat het leven van mij en mijn kinderen óók stopte”

Vijfenhalf jaar geleden overleed de partner van Xandra (50) aan een hartstilstand. Ze bleef achter met drie kinderen, destijds 6, 8 en 12 jaar oud. “Iedereen ziet een sterke vrouw. Dat ben ik ook, maar mijn rouw heeft ook ruimte nodig.”

Sanne Eva DijkstraGetty Images

“Ik was thuis toen ik een telefoontje kreeg: Bas had zich ineens niet lekker gevoeld en was op straat in elkaar gezakt. Een vriend, met wie hij samen op weg was naar een afspraak, belde dat hij in de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Tegen de tijd dat ik daar aankwam, amper een half uur later, was hij al overleden. Hij was nog maar 46, in de bloei van zijn leven, en door een hartstilstand was het einde verhaal. Uit de autopsie bleek later dat hij eerder een hartinfarct moet hebben gehad, maar we hadden nooit iets gemerkt van hartklachten. We waren dertien jaar samen en hebben drie kinderen. Bas had als fiscaal jurist zijn praktijk aan huis, was dus altijd veel thuis en heel erg betrokken bij de kinderen. Ineens stond ik er alleen voor. Ik weet nog dat ik in het ziekenhuis tegen mezelf zei: ‘ik kán dit. Ik moet dit doen en ik kan het ook.’

Dagelijks ritme

Het eerste jaar na zijn overlijden bestond vooral uit regelen. Eerst de begrafenis, maar daarna begon het eigenlijk pas. De hypotheek en ons energiecontract moesten op mijn naam, ik moest zorgen dat ik zijn bankrekening tot mijn beschikking kreeg, het testament moest afgehandeld, enzovoorts. En bovenal was er de zorg voor mijn kinderen, die verder moesten zonder vader – aan rouw kwam ik helemaal niet toe. Ik móest door, en dat wilde ik ook. Het was erg genoeg dat Bas dood was, ik wilde niet dat ons leven ook eindigde.

Een dag na zijn overlijden gingen de kinderen weer naar school en ik pakte mijn werk ook al snel weer op. Het gewone dagelijkse ritme gaf ons houvast. Mijn grootste wens is dat mijn kinderen als volwassenen kunnen zeggen dat ze ondanks het verlies van hun vader een fijne jeugd hadden. Dat neemt niet weg dat ik kapot was en de wereld onder mijn voeten vandaan geslagen was. Het verdriet, de rouw en het trauma zijn er nog steeds, je ziet ze alleen niet direct.

Permanent gat

Bas’ was amper een jaar lang dood toen een kennis vroeg: ‘Heb je het al een plekje gegeven?’ Wat een idiote vraag, natúúrlijk niet. Ik geloof niet dat dat überhaupt kan en heb ook een hekel aan het woord ‘rouwproces’. Het impliceert dat je een aantal stappen doorloopt en dat het daarna klaar is. Mensen hebben vaak een beeld van hoe rouw eruit moet zien en hoe lang het mag duren. ‘Alle seizoenen moeten er een keer overheen, dan gaat het beter’, zeggen ze dan bijvoorbeeld. Maar zo werkt het niet. De dood van Bas heeft een permanent gat in ons leven geslagen. We leren steeds beter om dat gat heen te cirkelen, het is minder nadrukkelijk aanwezig, maar het blijft altijd.

Het gaat goed met mijn kinderen en mij en ik heb sinds anderhalf jaar een nieuwe liefde. Ik vond het niet vreemd of ingewikkeld dat ik verliefd werd op een andere man, en mijn omgeving gelukkig ook niet. Maar het betekent natuurlijk niet dat ik niet meer rouw om de dood van Bas. Eind vorig jaar kreeg ik klachten, ik zat helemaal niet goed in mijn vel en was heel verdrietig. Nu krijg ik hulp van een psycholoog. Bij het verwerken van mijn trauma, maar ook bij het zichtbaarder maken van mijn verdriet voor anderen, zodat ze er rekening mee kunnen houden. Want iedereen ziet vooral een sterke, gelukkige vrouw. Dat ben ik ook, maar mijn rouw heeft ook ruimte nodig.

Onzichtbaar verdriet

Ik moet leren aangeven dat er ook nu, na ruim vijf jaar, nog dingen zijn waar ik moeite mee heb. Zo ben ik altijd in mijn eentje verantwoordelijk voor mijn kinderen en als enige ouder bij belangrijke momenten in hun leven. Bepaalde herinneringen, zoals de geboortes van onze kinderen, die ik alleen met Bas deelde, zijn nu van mij alleen. Vooral op verjaardagen van de kinderen vind ik dat een ding. En als ik hoor over mensen die plots zijn overleden, brengt dat verdrietige herinneringen naar boven. Omdat ik echt weet hoe het is om zoiets mee te maken en om dat gevreesde telefoontje te krijgen, komt het extra hard binnen.

Als we aan iemand vragen hoe het met hem of haar gaat is het antwoord meestal ‘goed hoor’. En dat is comfortabel, want dat ontslaat jou als vraagsteller eigenlijk van de plicht om verder te vragen of hulp te bieden. In de eerste maanden na een verlies word je als nabestaanden overladen door bezoekjes, maar na een half jaar wordt dat steeds minder tot er uiteindelijk niets overblijft. Terwijl hulp juist dan zo welkom is. In het begin heb je als weduwe of weduwnaar naast mentale steun vooral behoefte aan praktische hulp, iemand die de kinderen eens naar school brengt of van de sportclub haalt, bijvoorbeeld. Nu vind ik het vooral fijn als mensen zich realiseren dat ik echt áltijd alles alleen moet doen en alle verantwoordelijkheid in mijn eentje moet dragen.

Bij gescheiden vriendinnen denk ik weleens: hartstikke vervelend dat je je kinderen mist als ze op vakantie zijn met je ex, maar ik zou dat ‘probleem’ dolgraag hebben. Want dat zou betekenen dat mijn kinderen nog een vader zouden hebben, en dat ik ook eens een paar dagen vrij zou kunnen nemen. Ik heb echt lieve vrienden die helpen hoor, zodat ik ook eens in mijn eentje weg kan, maar écht vrij ben ik nooit. Als er iets gebeurt met mijn kinderen, moet ik natuurlijk wel bereikbaar zijn.

‘Houd vol’

In een ideale wereld zou je niet om hulp hoeven vragen, want het is echt niet vreemd dat je na zo’n ingrijpende gebeurtenis steun nodig hebt. Helaas gaat het niet altijd vanzelf. Daarom probeer ik opener te zijn naar mijn familie en vrienden en duidelijk aan te geven hoe ze er voor mij kunnen zijn. Bedenk dat iemands rouw niet stopt na een half jaar of een jaar. Blijf vragen hoe het gaat, en vraag door. Niet uit plichtsgevoel, maar oprechte interesse. Je kunt er op veel manieren zijn voor iemand. Haal de kinderen eens een dag op, of neem iemand wat anders uit handen. Iets kleins betekent veel.

Toen Bas net dood was appte iemand: ‘houd vol, houd vol, houd vol’. Dat maakte zo’n indruk op me, omdat het klopt: volhouden is alles wat je kunt in zo’n periode. ‘s Ochtends opstaan, douchen en ‘gewoon’ je dingen doen. Eerst een dag doorkomen, dan een week, dan een maand. Er komt een dag dat het beter gaat. Echt waar, het wordt lichter.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden