PREMIUM

Ellen (42) kreeg na de geboorte van haar zoon anorexia: “Ik was gewoon een junk”

Ellen kreeg na de geboorte van haar zoon anorexia Beeld Getty Images/Maskot
Ellen kreeg na de geboorte van haar zoon anorexiaBeeld Getty Images/Maskot

Na haar zwangerschap was Ellen (42) de controle over haar lichaam kwijt. Toen ze veel ging sporten en flink afviel, voelde dat zo goed dat ze doorsloeg en anorexia kreeg. “Ik wist dat ik mijn gezin kon verliezen, maar de stap zetten om te gaan eten was zó moeilijk.”

Deborah LigtenbergGetty Images/Maskot

“Het ergste van mijn anorexia was dat mijn man en kinderen er last van hadden. Dat mijn eetstoornis mijn leven bepaalde en niet zíj, vind ik nog steeds heel verdrietig. Niet dat ik mijn kinderen slecht verzorgde, maar mijn dag draaide om sporten om niet dik te worden. Eerst dat, dan maar wat later met ze naar de speeltuin, zei ik tegen mezelf. Tegen mijn man – die keer op keer zei dat ik ongezond bezig was – loog ik. Als hij de deur uit was, sprong ik op de loopband. Ik rende zo’n vijftien kilometer per dag en at heel weinig. Niet goed, helemaal niet goed zelfs, dat wist ik ook wel, maar ik kon niet anders. Anorexia was een duivel die mij totaal in zijn greep had.

Een complex over mijn buikje

Het begon na de geboorte van mijn jongste, acht jaar geleden. Ik wilde lekker sporten om mijn love handles en zwangerschapsvet eraf te trainen, maar door rugklachten ging dat niet. Na een herniaoperatie dacht ik weer up and running te zijn, maar dat viel enorm tegen. Wandelen ging nauwelijks, laat staan hardlopen. Van het stilzitten werd ik doodongelukkig. Mijn leven lang had ik een beetje een complex over mijn buikje. Ik was zo iemand die altijd haar buik inhield. Nu ik niet kon bewegen, voelde ik mezelf uitdijen zonder dat ik er iets aan kon doen. Dat frustreerde me gigantisch.

Om te revalideren regelde ik dat er een loopband in huis kwam, zodat ik thuis kon oefenen met wandelen. Dat lopen ging zo goed dat ik al snel probeerde te rennen. Dat lukte. Het gaf me een ontzettend goed gevoel. Eindelijk kon ik weer lekker bewegen, ik werd weer mens. Ik voelde me weer Ellen!

Door dat rennen kwam ik strakker in mijn vel te zitten. Ik ging minder eten, zodat het afvallen nog wat sneller ging. Ik nam drie maaltijden per dag en zei tegen mezelf dat dat prima was. Dat die maaltijden veel te klein waren, drukte ik weg. Tussendoortjes nam ik niet, waardoor ik bleef afvallen. Voor het eerst in mijn leven was die buik verdwenen. Ik had zelfs een sixpack! Ik was trots op mezelf en genoot van alle complimenten die ik kreeg. Maar echt genieten was het niet. Weinig eten en sporten waren een obsessie geworden. Ik ben 1,78 meter en woog op het dieptepunt, toen ik 39 was, amper 41 kilo. Omdat ik mezelf niet meer warm kon houden, verstopte ik me in een dikke jas met sjaal en muts. Als ik de kinderen naar school had gebracht, stapte ik eerst in een heet bad om op te warmen. Ik was niet meer ongesteld, mijn haar viel uit, mijn huid was dof en droog en ik kreeg van die kleine donshaartjes op mijn gezicht die je ook wel bij baby’s ziet. Bij volwassenen ontstaan deze als je lichaam te weinig vetreserves heeft om zichzelf warm te houden.

Krankzinnig beweegpatroon

Mijn ouders vroegen geregeld bezorgd of het wel goed met me ging en mijn man confronteerde me er heel vaak mee dat ik écht te mager was. We spraken af dat ik het hardlopen zou afbouwen, maar als hij weg was, sprong ik op de loopband. Als hij vroeg of ik had gerend, loog ik. Natuurlijk gaf dat een rotgevoel, maar als ik niet toegaf aan mijn bewegingsdrang, was ik heel onrustig en kon ik aan niets anders denken. Pas als ik had gerend, voelde ik me goed. Voor even dan, want daarna kwam de onrust weer op. Ik was gewoon een junk. Het dwangmatige sporten en nauwelijks eten waren een verslaving. Inmiddels vond ik mezelf allang niet meer mooi. Ik zag eruit als een wandelend skelet en kon niet naar mezelf kijken. Ik schaamde me dat ik het zo ver had laten komen. Er was een stem in mijn hoofd die zei dat ik moest stoppen met dat krankzinnige beweegpatroon en normaal moest gaan eten, maar de stem die me aanspoorde om ermee door te gaan, klonk altijd harder. Ik was bang om door te slaan naar de andere kant en dikker te worden dan ik ooit was geweest. Dat vond ik pas echt een nachtmerrie.

Diagnose: anorexia

Elke keer als mijn man en ik het er over hadden, moest ik huilen. Ik voelde dat hij van me afdreef en dat ik dan misschien mijn gezin zou kwijtraken, maar de stap zetten om te gaan eten vond ik zó moeilijk. Als ik terugkijk, snap ik mezelf ook niet, maar die eetstoornis was mijn veiligheid geworden. Ik ging naar een diëtiste en sprak met haar af dat ik tussendoortjes zou nemen, maar in de praktijk was dat niet meer dan een Liga. Naast de boterham ’s ochtends, de twee tussen de middag – allemaal met mager beleg – en een klein beetje avondeten, zette die ene koek geen zoden aan de dijk. Zeker omdat ik stiekem zo achterlijk veel sportte. Toen de diëtiste over calorierijke shakes begon, maakte ik geen nieuwe afspraak meer. Calorierijk? Dank je de koekoek.

Na de diëtiste kwam ik bij de huisarts terecht. Hij stelde de diagnose: anorexia. Het was heel confronterend om dat te horen. Jeetje, het was het echt zo erg? Ja, dat was het, ik was zo licht dat ik dreigde opgenomen te worden. Weg bij mijn gezin, dat wilde ik absoluut niet. De huisarts stuurde me voor hulp door naar de ggz. Ook al wilde ik beter worden, bij de psycholoog die ik daar kreeg, ging ik er weer niet echt voor. De angst om aan te komen was te groot.

Ik heb me vaak afgevraagd waar die angst vandaan kwam. Was het door dat buikje van vroeger? Oké, dat had ik, maar ik ben nooit te zwaar geweest en had daar ook geen complex over. Ik denk dat het vooral te maken heeft met controle. Na de zwangerschap van mijn jongste was ik de controle over mijn lichaam kwijt. Door die hernia had ik totaal geen grip meer. Toen ik eindelijk weer aan mijn lijf kon werken, voelde dat zo goed dat ik doorsloeg. Voor mij is het een bevestiging dat anorexia iedereen kan overkomen. Niet alleen jonge meisjes, maar ook volwassen vrouwen die hun leven goed op orde hebben. Het is gebeurd voordat je het weet.

Het moment van de waarheid

De knop ging om toen we twee jaar geleden op vakantie naar Italië zouden. Vlak voor de vakantie hoorde mijn man dat hij vanwege zijn werk maar een paar dagen mee kon. Dat betekende dat ik alleen met de kinderen in Italië zou blijven en in m’n uppie 1600 kilometer moest terugrijden. Kon ik dat? Had ik daar genoeg energie voor? Dat soort dingen spookten door mijn hoofd. En vooral ook: wat voor een moeder was ik eigenlijk dat ik niet eens in mijn eentje voor de kinderen kon zorgen? Ik moest sterk zijn, dit was is het moment van de waarheid.

Het was heel gek, maar ineens kon ik alle dingen loslaten die ik mezelf had opgelegd. Ik kon de kinderen natuurlijk niet alleen laten op de camping, dus ging ik niet rennen. Boeien. Zo voelde ik dat echt. Normaal eten ging ook. Ik genoot zelfs van Italiaans ijs! Ik realiseerde me dat ik al die tijd heel moeilijk had gedaan. Keer op keer zei ik tegen mezelf: ‘Je bent met je kinderen in Italië, geniet nou eens gewoon!’ Ik had mijn trigger om beter te worden gevonden; mijn twee kinderen, voor wie ik een leuke, ontspannen en gezonde moeder wil zijn.

De kilo’s vlogen eraan

Die vakantie gaf zo’n boost dat ik thuis in dat ritme doorging. De kilo’s vlogen eraan en bezorgden me niet eens stress. Ik was zelfs blij als ik grotere broeken moest kopen. Bij de geboorte van de oudste was ik gestopt met werken en nu vond ik een baan. Precies wat ik nodig had, iets van mezelf. Jammer genoeg werd ik drie dagen voor mijn eerste werkdag aangereden. Mijn knie was gebroken en die baan kon ik wel vergeten. Achteraf denk ik dat het zo moest zijn. Ik dacht dat ik er al weer was, maar was nog niet stabiel genoeg. Door dat ongeluk kon ik drie maanden nauwelijks gewoon lopen, maar toen mijn boosheid om het ongeluk was gezakt, werd ik stabieler dan ik lange tijd was geweest. Ik moest altijd van alles van mezelf, nu kon ik dat loslaten. Voor het eerst in járen voelde ik geen stress. Ik kon bijkomen en voelen dat ik nooit meer terug wilde naar die dunne Ellen. Dat was namelijk totaal geen leuk mens.

Bang voor de weegschaal

Hoe goed het ook gaat, ik durf niet op de weegschaal. Ik ben tegenwoordig Hollands welvaren en oké met mezelf, maar bang dat ik schrik van dat getal op de weegschaal en dat ik terugval. Als ik op een verjaardag een stuk taart, een wijntje, een toastje én een chipje heb gegeten, hoor ik dat stemmetje van de anorexia heel in de verte weer. Tegenwoordig ben ik een open boek tegen mijn man en deel ik dit soort gevoelens met hem. Als hij zegt dat het heel normaal is om af en toe uit de band te springen, ben ik weer gerustgesteld. Niks aan de hand. Gewoon doorleven en vooral genieten! Dat is alles wat ik nodig heb.”

Omdat Ellen een nieuwe start wil maken, wil ze anoniem blijven.

PS

Dat anorexia vaker vrouwen treft (95% is vrouw) dan mannen, komt waarschijnlijk doordat 50-80% van de Europese vrouwen zichzelf te dik vindt, terwijl het ideaalbeeld vaak ‘slank’ is. In Nederland lijden ongeveer 5600 mensen aan deze ziekte. Circa 45% van de patiënten herstelt volledig, 30% verbetert gedeeltelijk en 25% herstelt niet. Tussen de 5-10% van de patiënten overlijdt aan de gevolgen van anorexia. Heb je hulp nodig bij een eetstoornis? Maak een afspraak bij je huisarts. Hij of zij kan je verder helpen.
Bron: novarum.nl

M.m.v. voedingspsycholoog Diana van Dijken.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden