PREMIUM

Esther (52) ziet haar moeder niet meer: “Soms denk ik: wat als ze ­overlijdt? Krijg ik dan spijt?”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Esther Groenewegen (52) heeft na een moeilijke jeugd al decennialang geen contact meer met haar moeder. Dat zorgt voor een diep gevoel van eenzaamheid. “Nu mijn vader er niet meer is, heb ik niemand meer.”

Nathalie de GraafPetronellanitta

Esther: “Ik was jarenlang model, ben getrouwd, heb twee schatten van kinderen en een eigen bedrijf waar ik veel energie van krijg. Maar de laatste jaren voel ik me eenzaam. Het is een continu gevoel van leegte, van gemis. Het gevoel dat ik er moederziel alleen voor sta op deze wereld. Dan denk ik: als ik geen kinderen had gehad, dan had het voor mij niet meer gehoeven. Niet dat ik iets van plan ben, hoor. Integendeel, maar ik kan me zo somber en zelfs depressief voelen. Angstig ook. Soms krijg ik in de supermarkt opeens een paniekaanval, vanuit het niets. Dan weet ik niet eens meer welke boodschappen ik moet halen en hoe de scanner werkt.

Ik herinner me de momenten dat ik als kind thuiskwam van school nog goed. Vlak voordat ik de deurklink vastpakte en naar beneden drukte, was er altijd dat pff-moment: het moment dat ik bang was om ons huis binnen te gaan en niet wist wat er komen ging. ‘Hai mam!’, riep ik dan zo onbevangen mogelijk. Vaak zat mijn moeder met een boek op de bank. Als ze niets terugzei, voelde ik de bui al hangen. ‘Wat is er?’ vroeg ik dan. ‘Dat weet je dondersgoed!’ snauwde ze terug. Maar ik had geen idee. Net als alle keren dat ik straf kreeg en niet eens wist waarom. Op die momenten wist ik: ze heeft weer een rotbui. Soms riep ze ook ‘Hai!’ terug. Dan kon ik even tot rust komen en hoefde ik niet meteen in de overlevingsstand.

Onveilig

Mijn ouders leerden elkaar op jonge leeftijd kennen. Mijn vader was eenentwintig en had zijn leven goed op orde: hij werkte in een auto-onderdelenwinkel, had een eigen huis en auto. Mijn moeder was negentien toen ze mijn vader leerde kennen en had het thuis niet breed. Ik heb altijd begrepen dat mijn vader voor de looks van mijn moeder ging en mijn moeder voor de stabiliteit van mijn vader.

null Beeld

Ze kregen twee kinderen, ik heb ook nog een broertje. Ik weet niet beter dan dat ik altijd bang ben geweest voor mijn moeder. Ze kwam uit een onstabiel, gewelddadig gezin en was in haar jeugd regelmatig in elkaar geslagen door haar alcoholistische vader. Dat maakte haar zelf ook onberekenbaar. Ze sloeg me niet, maar mishandelde me emotioneel en psychisch. Ze kon boos om niets worden en kleineerde me: ‘Ik blijf alleen voor je broer en niet voor jou’ of ‘Denk je nu echt dat dit vriendje jou leuk vindt?’ Niet dat ik dat als kind doorhad. Voor mij was dat onveilige gevoel normaal. Wel hunkerde ik naar goedkeuring, naar een complimentje. Soms ging ik het hele huis ­opruimen, in de hoop dat ze het zag. Meestal was dat niet het geval. Als ik dan zei: ‘Kijk mama, wat ik voor je heb gedaan!’, reageerde ze met: ‘Dat moest je toch al doen, dat is gewoon jouw taak.’

Niet goed genoeg

Toen ik zes was, ging ik tijdens een vakantie in Nijmegen naar de speeltuin die iets verder op de camping lag. Toen ik daar aankwam, zei een man die eruitzag als een soort boswachter tegen me: ‘Ik weet een andere ingang waar je gratis naar binnen kunt. Dan kun je van het geld dat je overhoudt lekker snoep kopen.’ Dat klonk me als muziek in de oren. Dus ging ik met hem mee. Eenmaal in het bos deed hij dingen met mij die kleine meisjes niet horen mee te maken. ‘Niets tegen je moeder zeggen!’, zei hij na afloop. ‘Ik weet jullie te vinden op de camping!’ Jarenlang hield ik mijn mond. Tot ik in de vierde klas fysieke klachten kreeg, zoals buikpijn, hoofdpijn en slechte concentratie op school. ‘Er is niets lichamelijks aan de hand,’ zei de huisarts na diverse onderzoeken, ‘misschien speelt er iets anders?’ Thuis raapte ik al mijn moed bijeen en vertelde ik wat er was gebeurd. Het enige wat mijn moeder zei, was: ‘Ik had je toch gezegd dat je bij je vriendjes en vriendinnetjes moest blijven!’

null Beeld

Op dat moment knapte er iets. Dat gevoel kan ik nu nog naar boven halen. Een intens gevoel van kilte, leegte, van niet goed genoeg zijn, niet de moeite waard zijn om voor op te komen. Terwijl ik er zó naar verlangde dat ze mij zou vasthouden en zou vertellen dat alles goed zou komen en dat ik nu veilig was. Er is gewoon nooit meer over gesproken.

Vluchten van thuis

Mijn vader was een lieverd, maar hij nam het niet voor me op. Ook hij was bang voor mijn moeder. Bij andere kinderen zag ik dat hun moeders wél lief waren, dat het ook anders kon. Vriendinnetjes bleven bij ons nooit eten. Ze voelden de spanning. Als ik er met mijn vader over probeerde te praten, zei hij: ‘Laat je moeder maar, anders wordt ze weer boos.’ En als ik het waagde om zelf tegen mijn moeder in te gaan, kreeg ik weken huisarrest.

In mijn puberteit werd ik steeds wanhopiger. Waarom moest ze mij altijd hebben? Mijn broertje was haar lievelingetje, hij kwam er beduidend beter vanaf. Af en toe zette ik een grote mond op, maar me écht afzetten durfde ik niet. Op mijn zeventiende werd ik ontdekt als model. Mijn vader was apetrots. ‘Dat kun jij helemaal niet!’, zei mijn moeder toen ik enthousiast thuiskwam. Het modellenwerk werd mijn vlucht uit de thuissituatie. Ik had de ene opdracht na de andere. Mijn vader ging vaak met me mee naar klussen. Of het nu in Nederland, België, Frankrijk of Duitsland was, het maakte hem niet uit. Het waren voor ons bijzondere dagen samen. Voor mij zijn dat dierbare herinneringen nu mijn vader er niet meer is.

Ondertussen ging het tussen mijn ouders steeds slechter. Mijn moeder was stikjaloers dat mijn vader en ik zo veel tijd samen doorbrachten. Het leidde tot hoogoplopende ruzies. Ze zijn uiteindelijk ­gescheiden toen ik achttien was. Toen hij daarna in zijn eentje op reis ging, riep ze naar mij: ‘Nu is je ­vader er niet meer om je te beschermen. Je gaat eruit!’ Ineens stond ik op straat. Gelukkig kon ik bij mijn vriend terecht. Zijn moeder maakte meteen een kamer voor me klaar.

Eenzaam

Ik heb in mijn leven leren ­dealen met het feit dat ik geen moeder heb. Althans, geen moeder zoals een moeder hoort te zijn. Jarenlang was ik bezig om mijn leven op te bouwen en dat lukte me wonderwel. Toch merk ik dat ik een basis mis, een liefdevol nest. Sinds mijn vader vijf jaar geleden overleed, begon dat gevoel te zeuren. Nu heb ik helemaal niemand meer, besefte ik.

Inmiddels heb ik mijn moeder al zo’n vijfendertig jaar niet meer gezien. In de afgelopen jaren heb ik twee keer geprobeerd om met haar te praten, maar het liep beide keren op niets uit. Als ik het met haar wilde hebben over vroeger, ontkende ze alles gewoon glashard. Hoe zij die tijd heeft ervaren weet ik dan ook niet, er was geen gesprek mogelijk. Toen ik alleen gezellig probeerde te babbelen en aangaf dat ze misschien wel een fijne oma voor mijn kinderen kon zijn, sprak ze alleen maar kwaad over mijn vader. Of ze had commentaar. ‘Die kinderen zijn wel druk, hè?’ Daar kon ik niet meer tegen.

null Beeld

Trauma

De laatste keer dat ik haar zag, was op de bruiloft van mijn broer. Ze dronk te veel en de hele dag was superongemakkelijk. Toen ik haar daarop aansprak, ging ze tegen mij tekeer. Ik zou een groot probleem hebben en psychische hulp nodig hebben. Voor de eerste keer had ik de moed om voor mijzelf op te komen. ‘Ik heb zeker psychische hulp nodig,’ zei ik, ‘sterker nog: ik héb al jarenlang hulp om een manier te vinden om hiermee om te gaan.’ Toen wist ik dat het niet meer goed zou komen tussen ons, hoe erg ik ook verlangde naar een moeder. Soms denk ik: wat als ze overlijdt? Krijg ik dan spijt? Had ik haar nog iets ­willen zeggen? Maar nee, het is goed zo.

Door mijn werk met getraumatiseerde kinderen en hun ouders weet ik: mijn moeder is een zwaar getraumatiseerde vrouw die diep vanbinnen, net als ik, een groot verlangen heeft om een liefdevolle relatie met haar kinderen te hebben. Alleen heeft ze nooit de therapie of hulp gehad die je daarvoor nodig hebt.

Ik weet nu dat ze mij niet kan geven wat ze zelf niet heeft ontvangen. Dat geeft mij de motivatie om het met mijn kinderen anders te doen. Ik wil hen elke dag het gevoel geven dat ze speciaal zijn, dat ze ertoe doen, dat ik er voor ze ben, dat ze mogen zijn wie ze zijn. Ik heb mijn moeder vergeven en losgelaten, maar dat neemt mijn gevoel van eenzaamheid en leegte niet weg. Er zijn dagen dat ik het liefst onder de ­dekens wegkruip.”

PS

Esther helpt ­ouders en ­professionals op het gebied van veilige hechting door middel van haar boeken en online ­trainingen: alshechtennietvanzelfgaat.nl.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden