PREMIUMEsther deed onderzoek naar geweld tijdens de oorlog in Indonesië

Esther (53) over de oorlog in Indonesië: “Mijn grootouders en vader hebben hun geboorteland verloren”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Als historicus is Esther Captain (53) al dertig jaar bezig met de oorlog in Indonesië. Toen ze onderzoek moest doen naar geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog viel haar dat zwaar. “Mijn familie zat er middenin.”

Bram de GraafPetronellanitta

“O, nee, niet de Bersiap! Dat was mijn eerste gedachte toen mij werd gevraagd me voor het dekolonisatieonderzoek te richten op misschien wel de bloedigste periode van dit project. Twee dagen na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 riep Indonesië de onafhankelijkheid uit. De Nederlanders die uit de Japanse kampen kwamen, maar ook de Indo’s – de mensen van gemengd Indonesisch-Nederlandse afkomst, zoals mijn vaders familie – waren vogelvrij, want er waren nog geen geallieerde troepen om hen te beschermen. Ook was er geweld tegen Indonesiërs die aan het koloniale bestuur hadden meegewerkt. De woede en het extreme geweld tijdens deze zogenoemde Bersiap-periode duurde tot ongeveer het voorjaar van 1946. Ik was als historicus al dertig jaar met de oorlog in Indonesië bezig, en nu kwam er nog eens vier jaar onderzoek naar extreem geweld bij.”

Zware jaren in Indonesië

“Ik heb een Indisch-Chinese vader en een Nederlandse moeder. Mijn Chinese oma is in 1956 met haar Indische man en drie kinderen naar Nederland gekomen omdat haar kinderen hier betere onderwijskansen hadden. De rest van de familie bleef achter in Jakarta. In mijn onderzoek naar de Indische geschiedenis heeft me altijd de vraag beziggehouden: wat houdt mensen op de been als de nood hoog is? Mijn doctoraal onderzoek ging over de Japanse interneringskampen. Maar dat is niet het verhaal van mijn familie: zij zijn als Indisch-Chinees gezin daarbuiten gebleven, omdat ze volgens de Japanse bezetter moesten opgaan in de Indonesische bevolking. Ze moeten het zwaar hebben gehad in die jaren. Er was overal sprake van honger en onderdrukking, maar Chinezen waren altijd extra de klos in tijden van omwentelingen en revoluties. Die bevolkingsgroep behoorde tot de middenstand, als ondernemers werkten ze hard, maar ze werden vaak gezien als buitenstaanders. De Indonesische strijders hadden het tijdens de Bersiap-periode ook op hen gemunt.”

Oma verloor alles en moest opnieuw opbouwen

“Mijn familie in Indonesië woont nog steeds in hetzelfde huis in Kramat, een wijk in hartje Jakarta. Ik ga geregeld terug en slaap dan in mijn vaders kamer. Hij is slechts 59 geworden. We zijn er nooit samen geweest, dat doet pijn. In Kramat voel ik me thuis. Mijn familie daar val ik niet lastig met het verleden. Ook omdat ik dat zelf niet wil: even geen geschiedenis, even geen geweld. Rust. Op foto’s kijkt mijn Chinese oma vaak verdrietig. Ze verloor haar land, haar man – ook hij overleed jong. Alles verliezen en opnieuw opbouwen. Overleven. Verdriet. Misschien dat dit ook op mij doorwerkt. Ik wil van niemand afhankelijk zijn, alles alleen doen. Een onbewust overlevingsmechanisme, terwijl ik het natuurlijk stukken makkelijker heb, omdat ik in Nederland ben geboren en getogen. Ik ben de eerste in de familie die studeerde, die is gepromoveerd. Mijn oma zei altijd: ‘Haal je diploma’s, werk hard.’ Dat was de manier om het in de Nederlandse samenleving te redden en waardering te krijgen. Ik kan terug naar Indonesië, maar mijn grootouders en vader hebben hun geboorteland verloren.”

Het helpt om afstand te nemen

“In mijn vrije tijd ben ik actief als handlijndeskundige. Daarover was ik eerst heel sceptisch, vanwege mijn wetenschappelijke scholing. Toen ik uit nieuwsgierigheid een opleiding handlijnkunde volgde, ontdekte ik dat het accuraat en aanvullend kan zijn. Het is geen kermisattractie; ik kan de toekomst niet voorspellen. Het is eerder omgekeerd: het verleden laat sporen in je handen achter. Handen zijn mijn empirisch materiaal. Hiermee kan ik dingen duiden en zien hoe mensen in het leven staan. Door mijn opleiding ben ik rationeel gevormd, nu ik ouder word komt die andere kant erbij: het onderbewuste, spirituele en non-verbale, wat in de Indische cultuur heel vertrouwd is. Dat staat vaak haaks op de Nederlandse nuchterheid. Het helpt me ook om afstand te nemen van gruwelijkheden die ik tijdens mijn werk tegenkom. Als Indische derde generatie zie ik mezelf als een schakel met het verleden. Oorlog beschadigt; geschiedenis en handlijnkunde kunnen helpen breuken om te smeden tot schakels. Dan kan de zwaarte van die oorlog wegvallen en het verdriet lichter worden. En is de cirkel rond.”

Productie: Marije Ribbers | Styling: Maartje Bodt | Haar en make-up: Astrid Timmer | Kleding Esther: m.m.v. Wehkamp (jurk), Simmi (sandalen).

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden