PREMIUM

Fatima was klokkenluider binnen de politie: “Wegkijken was het makkelijkst geweest”

Fatima was klokkenluider binnen de politie: “Wegkijken was het makkelijkst geweest” Beeld  Brenda van Leeuwen
Fatima was klokkenluider binnen de politie: “Wegkijken was het makkelijkst geweest”Beeld Brenda van Leeuwen

Racisme, discriminatie en machtsmisbruik: voormalig politiechef Fatima Aboulouafa luidde de noodklok over misstanden binnen de politie en werd eervol ontslagen. Ze stapte naar de rechter, maar verloor. “Ik blijf doorstrijden.”

Nienke Pleysier Brenda van Leeuwen

“Na de uitspraak van afgelopen zomer heb ik veel met mijn achttienjarige zoon gepraat. Over hoe ik nu verder zou gaan. Moest ik in hoger beroep gaan of was het beter om het te laten en dit boek dicht te doen? Mijn zoon zei toen: ‘Mam, als je nu stopt, is alles voor niks geweest.’ Ik vroeg hem wat hij bedoelde met ‘alles’.

‘Nou gewoon, alles wat je hebt gedaan voor de mensen voor wie je bent opgekomen, de mensen die hun verhalen en hun pijn met je hebben gedeeld.’ Toen wist ik dat ik door moest gaan. Als ik zou stoppen, zou dat betekenen dat ik elk principe waarin ik geloofde, zou ontkennen.

In mijn werk heb ik dingen gezien en meegemaakt die niet passen bij artikel 1 van de Grondwet, dat in bijna alle politiebureaus hangt, over discriminatieverbod en gelijke rechten voor iedereen. In mijn 27-jarige carrière heb ik altijd het gesprek gevoerd, maar er werd niet geluisterd. Het was waarschijnlijk het makkelijkst geweest om gewoon weg te kijken. Ik had een toffe baan als leidinggevende, mijn carrière zat in de lift: dat had ik allemaal kunnen behouden als ik mijn mond niet had opengetrokken. Maar ik kon de verhalen van collega’s en burgers niet negeren. Dat zit gewoon niet in mij.

Moedig zijn

Mijn zoon zegt weleens zuchtend: ‘Mam, jij moet ook altijd helpen.’ En ja, dat klopt. Ik geloof dat het belangrijk is om elkaar te helpen. En ik geloof ook in actie. Je kunt kinderen met woorden dingen proberen bij te brengen en te leren. Maar ik wil liever dat mijn zoon ziet wat het betekent om ergens voor te gaan staan, om moedig te zijn. En ja, daar heb ik offers voor moeten brengen en die accepteer ik ook. Dat ik de consequenties aanvaard, betekent echter niet dat ik niet strijdbaar ben. Dat ben ik namelijk wel. Strijdbaar, maar zonder zuur of boos te zijn. Ik kies ervoor om geen slachtoffer te zijn.

In juni 2019 ben ik opgestaan tegen de organisatie waar ik toen 25 jaar werkte, nadat collega’s zich bij mij ­hadden gemeld met hun ervaringen met discriminatie, seksueel overschrijdend gedrag en machtsmisbruik binnen de politie. Zo was er een WhatsApp-groep van een politie-eenheid waarin discriminerende ­uitlatingen werden gedaan. Ik maakte hier melding van in een ­bericht op Instagram, nadat mijn interne meldingen bij hogere ­leidinggevenden steeds op niets uitliepen. Drie maanden later werd ik op non-actief gesteld omdat mijn kritiek ‘te veel interne spanningen’ zou veroorzaken en in februari 2021 kreeg ik eervol ontslag vanwege ‘een ­onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie’.

Natuurlijk schoten mijn emoties in het begin alle kanten op. Ik was woedend, gefrustreerd en verdrietig. Het voelde allemaal zo onrechtvaardig. Ik kaartte misstanden aan en werd ontslagen, en de plegers van diezelfde misstanden mochten allemaal stuk voor stuk bij de politie blijven. Ik heb in het begin ook veel donkere momenten gekend. Naast de financiële stress had ik nachtmerries, viel mijn haar uit en kwam ik twintig kilo aan. Collega’s en zogenaamde vrienden lieten me vallen. Dus ook de mensen voor wie ik was opgestaan. Die uitsluiting heeft mij veel pijn gedaan.

Ik heb het ­verdriet, de rouw en de boosheid toegelaten. In het ­begin mag je ook gewoon boos zijn en jezelf al die ­emoties toestaan. Sterker nog, ik denk dat het essentieel is om ze allemaal te doorvoelen, voordat je verder kunt.

Afkicken

Na mijn ontslag werd ik keihard geconfronteerd met mezelf. In eerste instantie moest ik afkicken van mijn werk en het altijd maar druk zijn. Druk met anderen, met helpen, met ‘goed proberen te doen’. Zolang ik me kan herinneren, stel ik mezelf elke avond voor ik ga slapen de vraag: heb ik vandaag meer gegeven dan ­genomen? Het antwoord was bijna altijd ja en dat voelde goed, want zo voedde ik mijn ziel. Intussen heb ik geleerd dat dat altijd maar geven niet ten koste moet gaan van jezelf. Het moet ook geen vlucht zijn. En dat was het lange tijd wel.

Mijn jeugd was op zijn zachtst gezegd erg uitdagend en maakte dat ik me moest aanpassen om te kunnen overleven. Mijn blik was altijd op de ander gericht, ik was constant alert en waakzaam en raakte gehecht aan het helpen van mensen. Het werd mijn beschermingsmechanisme: zo hoefde ik niet stil te staan bij mezelf. Nu begrijp ik dat ik niet de hele wereld kan helpen. Ook is het niet mijn taak om mensen te redden.

Mijn ontslag bij de politie is de ­aanleiding geweest om aan mezelf te werken en te ­helen. En in plaats van weg te rennen of anderen de schuld te geven, besloot ik op onderzoek uit te gaan. Naar mezelf, naar wie ik ben, in de kern, zonder al die labels waarachter ik me altijd had verscholen.

Zonde van de tijd

Ik ben een andere vrouw dan drie jaar geleden. Het voelt alsof ik een transformatie heb doorgemaakt. Mijn belangrijkste ontdekking is misschien wel dat ik nooit meer iemand anders, of dat nou een geliefde of een werkgever is, de macht wil geven over mijn gevoel. Dit inzicht is mijn heilige graal geworden. Het maakt dat ik vrij ben van slachtofferschap. Dat klinkt misschien vaag, maar het is heel concreet.

Als ik boosheid voel en die boosheid er kan laten zijn, dan zakt die emotie vanzelf ook weer weg. Ik ben verantwoordelijk voor mijn ­emoties en weiger om een organisatie die mij zo slecht heeft behandeld zo veel invloed te laten hebben op hoe ik me voel. Hoe zonde van je tijd is het, om te blijven hangen in wrok, verbittering of andere negativiteit? Daarvoor is het leven veel te kort.

Dat betekent niet dat je constant overdreven happy moet zijn. Om mezelf er altijd aan te herinneren hoe kostbaar de tijd is, heb ik op een plankje in mijn woonkamer de eerste baby-Nikes van mijn zoon neergezet. Twee piepkleine sneakertjes met daaronder op de grond zijn huidige gympen, maatje 45. In een zucht zijn die achttien jaar voorbijgevlogen.

Dit bewustzijn maakte ook dat ik afgelopen zomer, toen ik te horen kreeg dat de rechter mijn ontslag terecht achtte, niet onderuit ging. Ja, het was op zijn zachtst gezegd een tegenvaller. Toch was er ook direct een nuchtere blik: kunnen we nog doorstrijden? En wil ik dat? Oké, dan gaan we dat doen.

Uiteindelijk zou ik graag weer bij de politie aan de slag gaan. Ondanks alles wat er is gebeurd, voel ik nog steeds de drive om die organisatie mooier en beter maken. Het benoemen en aankaarten van misstanden heeft zo veel in beweging gezet binnen de organisatie. Hoewel het op sommige plekken nog taai en stug is, zijn er op andere plekken mooie initiatieven gestart om het confronterende gesprek met elkaar aan te gaan over wie wij willen zijn als politie voor en van iedereen. Ik hoop dat ik daaraan kan blijven bijdragen.

Mocht het er niet van komen, dan heb ik de afgelopen tijd ook ontdekt dat ik veel meer ben dan alleen politie­vrouw of leidinggevende. Dat ik over onvermoede talenten beschik, waaraan ik eerder nooit ruimte heb gegeven. Zo heb ik schrijven ontdekt. Door mijn ervaringen te delen met mijn volgers op social media vond ik een nieuwe passie die ertoe heeft geleid dat ik nu een boek aan het schrijven ben over datgene wat ik heb meegemaakt. Verder ben ik me aan het oriënteren op het ­maken van een podcast.

Daarnaast zou ik ook mijn eigen ervaringen wel willen inzetten om anderen te ­helpen, als een soort coach. Als iemand die naast je staat en radicaal openhartig tegen je durft te zijn en je helpt zelf controle over je eigen emoties en gevoelens te nemen. Het lijkt me mooi om mijn eigen ervaringen te delen, in de hoop dat anderen er iets aan hebben.

Niet eerlijk

Als ik mijn verhaal vertel, is de eerste reactie van veel mensen vaak: ‘Het is toch helemaal niet eerlijk wat er met jou is gebeurd?’ Dan denk ik: niet eerlijk? Wie zegt dat het leven eerlijk of rechtvaardig is? Ik denk dat we een hoop lijden kunnen voorkomen als we stoppen met verwachten dat het leven altijd eerlijk is. Het leven is soms keihard en pijnlijk. Ik denk dat ik daar van jongs af aan al van doordrongen ben geweest.

Wij hadden het niet breed thuis, ik heb mezelf altijd overal moeten invechten, ik weet dat ik niets voor niks krijg. Ik heb altijd dubbel zo hard moeten werken en mijn plek aan tafel moeten opeisen. In mijn geval heeft dat ervoor gezorgd dat ik veerkrachtig en weerbaar werd: ik heb karakter opgebouwd en daar profiteer ik nu nog van.

Daarnaast heb ik door mijn geloof ook geleerd om dankbaar te zijn, voor zowel de goede als minder goede dingen. Als ik mijn moeder opbel en vraag hoe het gaat, zegt ze altijd als eerste: ‘Alhamdulillah mijn kind, ik dank God.’ Of het nu goed of slecht gaat, dit is steevast haar antwoord. Het is een gevoel van dankbaarheid, voor het leven en wat zich daarin ook aandient, maar ook het rotsvaste geloof dat het goed komt. Dat zit ook in mij.

Ik weet waar ik voor sta en ik aanvaard de consequenties voor de keuzes die ik maak, omdat ik weet dat het uiteindelijk goedkomt. Er is een oud Grieks gezegde: ‘Een samenleving wordt beter als er mensen zijn die bomen planten in wiens schaduw zij misschien nooit zullen zitten’. Door mijn stem te laten horen over onrechtvaardigheid en ­ongelijkheid, ben ik bomen aan het planten. Misschien heb ik daar geen profijt meer van, maar onze ­kinderen en kleinkinderen, misschien wel. Dat vind ik een mooie ­gedachte.”

PS

De Leidse politiechef Fatima Aboulouafa vroeg in juni 2019 in een bericht op Instagram publiekelijk aandacht voor racisme, machtsmisbruik en pesten binnen de politieorganisatie. Drie ­maanden later werd ze op non-actief gesteld omdat haar kritiek te veel interne spanningen zou veroorzaken binnen haar eenheid. Kort daarna werd duidelijk dat ze niet mocht terugkeren bij de politie-eenheid. In februari 2021 werd ze ontslagen vanwege ‘een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie’. In mei van dit jaar spande Aboulouafa een rechtszaak tegen de politie aan omdat ze haar baan terug wil of een schadevergoeding wegens onrechtmatig ontslag. Beide eisen zijn door de rechtbank afgewezen. De rechtbank gaf de politie gelijk dat de arbeidsverhouding dusdanig verstoord was geraakt dat ze mocht worden ontslagen. Toch gaat ze in hoger beroep: “De uitspraak is de spreekwoordelijke knie op de keel van mij en mijn collega’s. Ik moet doorgaan met wat juist is en in lijn ligt met de ambtsbelofte die ik ooit heb afgelegd.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden