Gerrie en haar man werden overvaren: “Ik nam nog een hap lucht en ging kopje onder” Beeld Petronellanitta
Gerrie en haar man werden overvaren: “Ik nam nog een hap lucht en ging kopje onder”Beeld Petronellanitta

PREMIUMDIML aanvaring

Gerrie en haar man zaten in de watertaxi die werd overvaren: “Ik nam nog een hap lucht en ging kopje onder”

Gerrie Raijmakers (63) zat met haar man Ties in de Rotterdamse watertaxi die op 21 juli in aanvaring kwam met een groot schip.

Krista IzelaarPetronellanitta

“Van onze kinderen hadden we een weekendje Rotterdam gekregen voor ons veertigjarig huwelijk. We gaven onze koffers af bij Hotel New York, want we ­konden nog niet inchecken. We wilden gaan lunchen in het centrum en iemand raadde ons aan de watertaxi over de Maas te nemen. We voeren naar de overkant, pikten nog een Belgisch gezin op, man, vrouw en een kind van zes jaar, en koersten naar de eindhalte. Ineens zagen we de Spido voor ons opdoemen, een grote rondvaartboot. Ik waarschuwde de schipper nog: ‘Kijk uit, bijsturen!’ Maar het was te laat. Een enorme klap, overal water. Plotseling zat ik met mijn hoofd in een luchtbel, in het donker. Ik merkte dat ik kon ademen, maar het duurde even voor ik doorhad wat er aan de hand was. De watertaxi lag ondersteboven in de rivier en wij ­zaten met ons hoofd tegen de bodem aan, water tot aan onze nek. Wat erg dat onze kinderen tegelijk hun vader en moeder verliezen, dacht ik, en onze kleinkinderen hun opa en oma. Ik was ervan overtuigd dat we dit niet ­gingen overleven.”

Watertaxi overvaren

“Toch was er geen paniek onder water, ook niet bij het Belgische gezin. We waren wel bang, maar kalm. ‘Niet praten, dat spaart zuurstof’, zei mijn man praktisch. Ik had geen idee of er hulp onderweg was, we hoorden en zagen niets. Hoe lang dreven we al in het water? Tien minuten? Plotseling begon de boot heftig te bewegen. Nu zinken we naar de bodem van de Maas, dacht ik, dit was het dan. Ik nam nog een hap lucht en ging kopje onder. Als in een wasmachine werden we door elkaar geschud, maar ineens was er licht, een gat waar we ons doorheen konden wurmen, reddingsvesten in het water. Toen ik boven water kwam, zag ik boten om ons heen. Ik zwom naar de dichtstbijzijnde en ging eraan hangen. Een vrouw in een paarse trui hield me vast en zei lieve woorden, mensen probeerden me op de boot te trekken maar dat lukte niet. Uiteindelijk konden we op een andere watertaxi klimmen en werden we naar de kant gebracht. Even later zat ik op de kade met een foliedeken om. Nou, dat is goed afgelopen, dacht ik. Zo meteen lekker douchen en dan uit eten. Pas toen voelde ik hoe vreselijk veel pijn mijn arm deed, ik werd er misselijk van. Ook Ties trok wit weg en werd niet lekker. Met de ambulance werden we naar het ziekenhuis gebracht, waar een heel team klaarstond. Pas toen bleek dat we onderkoeld waren en dat mijn arm gebroken was, die moest worden gezet. Gek genoeg heb ik tijdens die angstige minuten onder water, het bleken uiteindelijk drie à vier minuten te zijn geweest, geen kou of pijn gevoeld.

Die avond nog werden we opgehaald door onze kinde­ren en terug naar Brabant gebracht. ’s Avonds ­trokken we met elkaar een fles wijn open. Pas toen werd duidelijk dat ons ongeluk overal in het nieuws was en begonnen we te beseffen wat we nu eigenlijk hadden meegemaakt. Hoe kon het dat we dít overleefd hebben? We hebben echt heel veel engeltjes op onze schouder gehad, dat kan niet anders.”

Altijd in mijn hoofd

“Ik ben er nog niet uit wat het ongeluk met me gedaan heeft. Ik denk wel dat er een leven vóór en een leven ná 21 juli 2022 is voor ons. Het ongeluk is nog steeds bijna de hele dag in mijn achterhoofd aanwezig. Ik ben lustelozer dan normaal. Niet zeuren, zeg ik soms tegen mezelf, er zijn ergere dingen. Inmiddels weet ik dat ik niet zo moet denken. Dit is ons overkomen en het kost tijd om het te verwerken. Gelukkig krijgen we goede begeleiding: eerst van Slachtofferhulp en nu nog steeds van een praktijkondersteuner van de huisarts. Ook zijn we 1 oktober terug geweest in Rotterdam, waar we een gesprek met de zeehavenpolitie hadden en waar we ook het Belgische gezin weer hebben ontmoet. Dat was heel bijzonder. Gelukkig mankeerden zij ook niets. Er loopt nu een onderzoek naar hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar met de waarom-vraag ben ik niet bezig. Boos op de schipper zijn we ook niet. Ik ben vooral heel, héél dankbaar dat we er nog zijn.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden