Het gezin van toeslagenouder Natasja (34) leefde in armoede: “Ik vond dat ik als moeder had gefaald” Beeld  Brenda van Leeuwen
Het gezin van toeslagenouder Natasja (34) leefde in armoede: “Ik vond dat ik als moeder had gefaald”Beeld Brenda van Leeuwen

PREMIUM

Het gezin van toeslagenouder Natasja (34) leefde in armoede: “Ik vond dat ik als moeder had gefaald”

Als gevolg van de toeslagenaffaire raakte het gezin van Natasja Dipai (34) in diepe schulden. Dochter Anashya is nu het gezicht van de SIRE-campagne over armoede. “Ze vertelde dat ze vroeger best vaak honger had.”

Deborah Ligtenberg Brenda van Leeuwen

“Ga maar eventjes naar je kamer, liefie”, zegt Natasja Dipai terwijl ze haar tienjarige dochter even over de rug wrijft. “Waarom?”, vraagt het meisje. “Omdat mama dingen gaat vertellen die vervelend waren voor ons. Of wil je erbij zitten?” Aïcha schudt haar hoofd, nee, het is oud nieuws voor haar. En ze heeft huiswerk. Verder is het stil in huis: de jongste dochter is naar logopedie, de oudste, Anashya, is een weekje op vakantie met oma. “Ze kon het gebruiken, even ertussenuit en in de watten worden gelegd.”

Moedig kind van een toeslagenouder

Anashya is nu dertien en kreeg landelijke bekendheid toen ze het gezicht werd van de SIRE-campagne over armoede. ‘Ik dacht dat ik er met niemand over mocht praten’, vertelt ze in de camera – de beelden verschenen op tv, online en op reclameborden door het hele land. Natasja glimlacht. “Moedig kind heb ik, hè”, zegt ze. “Aan heel Nederland vertellen wat wij jarenlang verborgen hebben gehouden. Ik ben zo trots.” Ze zet twee glazen thee op tafel en gaat zitten, laat maar komen, hoor, dat gesprek over die vervelende dingen. “Elke keer als ik erover praat wordt de chaos in mijn hoofd weer een beetje meer geordend, dan voelt het iets lichter. En dat moet, het moet lichter worden.” Natasja is één van de duizenden gedupeerden van de inmiddels beruchte toeslagenaffaire. Ze is met haar man en drie dochters ‘de financiële afgrond in gedenderd’, zoals ze het zelf noemt, en het gezin is daar nog steeds niet helemaal uit geklauterd. “Mensen zien dit huis, met meubels, een auto voor de deur, en ze denken: die hebben het goed. We hebben het nu beter dan toen, maar we hebben nog steeds schulden. Armoede zie je niet altijd aan de buitenkant. Ik zou het liefst van de daken willen schreeuwen wat er is gebeurd. En tegelijkertijd weet ik niet of ik de woorden kan vinden. Pas nu, meer dan tien jaar later, besef ik wat er allemaal is gebeurd. Dan denk ik er meteen achteraan: ik geloof het gewoon niet. Ik geloof niet dat ons dit is overkomen.”

We schrijven 2010, Natasja is 21, net moeder van Anashya. Ze is jong, ja, maar vastberaden: dit meisje gaat niets tekortkomen. Natasja en haar vriend trouwen, ze verhuist naar hun nieuwe koophuis in Rotterdam. Omdat ze allebei werken, hebben ze opvang nodig. Fulltime. Dus Natasja vraagt toeslag voor kinderopvang aan bij de Belastingdienst. Niet veel later raakt ze haar baan kwijt, omdat het bedrijf waarvoor ze werkt failliet gaat, dus Natasja zet de toeslag stop. Dan volgt een bericht van de Belastingdienst: ‘Het bedrag aan de opvang is al uitgekeerd’. ‘Maar ik zit niet meer bij die opvang, mijn kind is daar niet geweest’, is Natasja’s verweer. Daar hebben ze bij de Belastingdienst geen boodschap aan, want Natasja moet uiteindelijk drieduizend euro terugbetalen. Ze heeft alleen geen idee hoe. “Achteraf gezien hadden alle bellen moeten gaan rinkelen, hadden we destijds alles moeten doen om het op te lossen. Maar ik zat thuis met een baby, was hard op zoek naar een baan, kreeg afwijzing na afwijzing, raakte in een depressie en we zaten midden in een verhuizing. Het was chaos.”

Beduveld door de kinderopvang

Van de stress komt Natasja tien kilo aan, waardoor ze niet in de gaten had dat ze ondanks de pil zwanger is van haar tweede kindje. Ze belandt met gezondheidsklachten in het ziekenhuis en wordt naar huis gestuurd met een recept voor weeënremmers. Op dat moment is ze in blinde paniek: nog een baby? Hoe dan? Nog steeds weet ze niet hoe, maar ze deed het. Haar tweede dochter wordt na 37 weken geboren, drie maanden na haar bevalling heeft Natasja een nieuwe baan. “Ik leerde vroeger van mijn alleenstaande moeder al: zorg dat je je eigen broek kunt ophouden. Ik vond dat zó belangrijk.” Ze laat zich omscholen, gaat studeren én werken in de zorg. Nu moet het goedkomen, denkt ze. Maar het komt niet goed, want om te kunnen werken, heeft ze opvang nodig. Ook door de nieuwe opvang wordt ze beduveld. Want opnieuw wordt toeslag aangevraagd voor veel meer uren dan Natasja aan opvang nodig heeft. De opvang krijgt het geld, Natasja ontvangt de rekeningen en aanmaningen. Vertwijfeld vraagt ze zich ook af: ben ik te naïef geweest? “Op slechte momenten ga ik bijna kapot aan zelfverwijt.”

Natasja, haar man en haar drie dochters werden hard geraakt door de toeslagenaffaire. Beeld  Brenda van Leeuwen
Natasja, haar man en haar drie dochters werden hard geraakt door de toeslagenaffaire.Beeld Brenda van Leeuwen

Armoede en te veel schaamte

Natasja kan er een boek over schrijven, maar kort samengevat: de financiële ellende neemt toe, want de schuld bedraagt inmiddels negenduizend euro. Natasja: “En toen deden we iets wat we nooit hadden moeten doen. We namen een lening om de schulden af te kunnen lossen. We dachten dat we het dan even zouden kunnen uitzingen.” Terwijl ze dat zegt, komt haar derde dochter Aradhya binnen, samen met papa. Ze gaat naar boven, terwijl Natasja’s man op de bank neerploft: “Lange dag.” “Maar niet zo lang als vroeger”, vult ze hem aan, en even kruisen hun blikken elkaar. Ze weten het nog goed: hoe hij dagdiensten draaide, Natasja nachtdiensten, hoe ze in hun vrije uurtjes en weekends zwartwerkten. “Als ik het nog een keer zou moeten doen, zou ik omvallen. We zagen elkaar amper, de schuld groeide, we staken onze koppen in het zand. Wat moesten we anders?” Erover praten deden ze niet. Niet met elkaar, geen tijd voor, maar ook niet met anderen, te veel schaamte. Natasja komt uit een Hindoestaanse familie, in die cultuur hang je de vuile was niet buiten, vertelt ze. “En wij hadden drie waslijnen vol, want we belandden ook nog eens in een huwelijkscrisis.” “Alleen mijn moeder lieten we hier nog toe. Zij wist het en hielp zonder het te benoemen. Dan zei ze: ‘Kom op, trek je jas aan, we gaan naar de Lidl en je gooit de boodschappenkar vol met álles wat je wil en wat de kinderen lekker vinden. Ik betaal.’” De post werd dwingender, ‘In naam der koning’, stond er dan. En: ‘Dwangbevel’. De deurwaarders volgden, de politie eveneens. “We leerden de kinderen: als er wordt aangebeld, doe je heel stil, ze mogen niet weten dat we thuis zijn. Dus die kinderen liepen op hun tenen door het huis als de bel ging. Ook als vriendjes aanbelden.” Natasja’s dochters zijn getraumatiseerd. “Ik liep laatst met de kinderen door de straat en toen stond er een politieauto. Ik zag de meiden angstig kijken: voor ons?” Anashya heeft laatst voor het eerst een paniekaanval gehad. “Hier, gewoon, in de woonkamer”, zegt Natasja terwijl ze voor zich uit wijst. “Ik zág het gewoon gebeuren.” Ze is gepest, op school, ze heeft het later pas verteld. Net zoals ze later pas vertelde: ‘Ik had best wel vaak honger.’ “Dat is wat kinderen doen. Die zien: papa en mama hebben het moeilijk, we ontzien ze. Kinderen hebben het dóndersgoed in de gaten als er iets aan de hand is.” Een lege ijskast, tweedehandskleren en op een gegeven moment ook niet meer douchen. In 2017, tijdens een ijskoude decembermaand, ging de ketel kapot. Er was geen geld om hem te repareren. “We vulden het bad met koud water en kookten dan water dat we erbij gooiden”, vertelt Natasja. “Dus wat doe je dan? Even snel een kattenwasje.” Ook weet ze dat ze stonken. Dat maakte Anashya doelwit van de pestpartijen. “Als ouder doe je alsof alles normaal is. Ik maakte overal grapjes van.” Haar man, vanaf de bank: “Zoals toen we geen verwarming meer hadden.” Natasja: “We hadden nog ergens zo’n terrasverwarmer staan, die zetten we overdag in de hoek van de kamer, zodat het daar warm was, en ’s avonds voor bedtijd zetten we die boven neer, op één kamer, waar we dan met z’n vijven sliepen. ‘Gezellig met z’n allen’, riep ik dan, terwijl ik in elke vezel voelde: dit is erg.”

Met z’n vijven op één warme kamer

Er waren instanties die geld eisten, maar geen instanties die hulp aanboden. “De school kwam niet hier, die schakelden meteen Veilig Thuis in. Vreselijk, weet je nog?” Haar man knikt en zegt: “Elke dag opletten of ze geen gaten in hun kleren hebben, die broodtrommels zo vol mogelijk doen, zodat niemand argwaan kreeg.” “We sliepen met z’n vijven in de enige warme kamer.” Natasja: “Ik voelde me zo leeg en vond dat ik als moeder had gefaald.” De schulden waren inmiddels opgelopen tot 250.000 euro vanwege de lening, boetes, onbetaalde rekeningen. Ook de druk op hun relatie loopt op, met een scheiding tot gevolg. Natasja verhuist naar een appartementje op vier hoog en via een maatschappelijk werkster is er alleen geld voor een bed voor de kinderen. “Het was de eerste hulpverlener die zich om ons bekommerde en een fonds aanvroeg.”

Revalideren na een beroerte

De kinderkamers zijn dan wel ingericht, Natasja slaapt die periode op een matras in de kale woonkamer. En dan komt de dag waarop Natasja’s lijf aangeeft dat het te veel is. Ze krijgt een beroerte en komt in het ziekenhuis terecht. Daarna volgt een revalidatie in een kliniek en later thuis. Daar wordt ze gedwongen hulp te accepteren van haar moeder, andere familieleden en van haar ex-man. “Ik had niet eens een fatsoenlijk bed, ik kon nergens op- of afkomen. Vreselijk, die afhankelijkheid.” Het worden weken van keihard knokken. Verbaal, met haar ex-man, maar ook fysiek, om weer te kunnen lopen. “Ook hier denk ik: hoe deed ik het? Toch is er één goed ding uit voortgevloeid, want mijn man en ik zijn weer samen. Het was niet makkelijk, ik schold hem de huid vol, maar hij was er. En hij bleef.” Inmiddels heeft het gezin geen bewindvoerder meer. De ijskast is weer gevuld en er vloeit weer warm water onder de douche. Natasja deelt haar verhaal en volgt daarmee het voorbeeld van Anashya. “Ik vroeg mijn dochter of ze zeker wist dat ze dit wilde, met die SIRE-campagne. Toen zei ze: ‘Mam, als wij ons niet zo hadden geschaamd, was er misschien wel eerder hulp gekomen.’ Zo wijs.” Anashya is prijsbewust, merkt Natasja. Ze krijgt zakgeld, maar geeft het nooit uit. “Dat wil ik pas gebruiken als ik het nodig heb”, zegt ze dan. “Toen we laatst zagen dat er vijf euro was afgeschreven van haar rekening bij McDonald’s maakten we er een grapje over aan tafel: ‘Zo, heb je jezelf eindelijk eens verwend?’ Toen vertelde ze dat ze een hamburger had gekocht voor haar vriendinnetje dat al een tijdje niet had gegeten.”

Langzaam helen

Natasja slikt. “Mijn tranen, ze zitten de laatste maanden zo aan de oppervlakte.” Adem in. Adem uit. “Mijn dochters zijn te volwassen voor hun leeftijd. Het gaat nu redelijk goed met ons, we zijn langzaam aan het helen, denk ik. Ik leer de kinderen dat ze mogen voelen wat ze voelen. Ze mogen huilen en overal over praten. Ik heb dat zelf ook te lang niet gedaan. Nu leren we dat, samen, als gezin. Maar de kindertijd van die meiden, die is hun voor een deel afgenomen. En die kan ik voor geen enkel bedrag meer terugkopen.”

PS

Zonder nieuw beleid daalt de koopkracht van huishoudens dit jaar met 6,8%, om volgend jaar met 0,6% slechts licht te herstellen, aldus het Centraal Planbureau in augustus. Het koopkrachtpakket van het kabinet dat een maand later bekend werd gemaakt, leidt ertoe dat honderdduizenden mensen minder in armoede terechtkomen en de koopkracht volgend jaar voor een doorsnee huishouden beter herstelt. Hierdoor verwacht men dat in 2023 het aantal mensen in armoede daalt naar 833.000. Ook het aantal kinderen dat in armoede opgroeit, daalt waarschijnlijk: van 234.000 in 2021 naar 219.000 volgend jaar.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden