Ilenka Beeld Petronellanitta
IlenkaBeeld Petronellanitta

PREMIUM

Ilenka (35) werd jarenlang mishandeld door haar man: “Alsjeblieft niet voor het oog van de jongens, dacht ik nog”

Na een onveilige jeugd kreeg Ilenka opnieuw te maken met geweld: bijna tien jaar lang was ze samen met een man bij wie geregeld alle stoppen doorsloegen. “Ik dacht dat het aan mij lag.”

Deborah LigtenbergPetronellanitta

“De dag was moeilijk begonnen. Mijn dochter was jarig, maar haar vader was er niet. Die ochtend had hij me verteld dat hij een vrouw had leren kennen die hem in drie weken zogenaamd meer had gegeven dan ik in de dertien jaar waarin wij bij elkaar waren. In plaats van samen een ontbijt te maken voor onze oudste, vertrok hij naar die vrouw. Tegen de kinderen verzon ik de smoes dat papa al vroeg was gaan werken. Ik was een expert geworden in excuses bedenken voor de ruzies die er waren, de blauwe plekken op mijn lijf. Ik wilde dat het leven voor mijn kinderen zo normaal mogelijk doorging. Dus zei ik dat we er met z’n viertjes een leuke dag van zouden maken. Dat we gezellig naar een tante zouden gaan, dat er taart was. Mijn ongerustheid, het nare gevoel dat Bernd* was vertrokken, parkeerde ik. Mijn dochter werd negen, ik zette mijn vrolijkste gezicht op. Uiteindelijk werd het een gezellige dag, met de jarige als stralend middelpunt.

Thuisgekomen besloot ik de jongste twee onder de douche te zetten voordat ze naar bed gingen. Ik spoelde de zeep uit hun haren, toen ik voelde dat er iemand achter me stond. Bernd. Hij keek me spottend aan. Ik weet niet waar ik het opeens vandaan haalde, maar wierp hem voor de voeten dat ons huis geen duiventil was en dat hij niet zomaar in en uit kon vliegen. Als hij bij die vrouw wilde blijven, dan kon hij zijn sleutels inleveren. BAM! Ik schrok van zijn vuistslag op de douchecabine. De jongens: ik moest ze beschermen, zij mochten geen getuigen zijn van de razernij van hun vader. Ik wist dat hij me zou afranselen, maar alsjeblieft niet voor het oog van de jongens. Ik probeerde Bernd de badkamer uit te duwen, maar hij pakte me bij mijn haar en sloeg me tegen de wastafel. Ik viel op de grond, waar ik zijn doffe schoppen op mijn lijf stil verdroeg. Toen Bernd bij zinnen kwam, schrok hij van mijn bebloede gezicht en onze huilende kinderen in de douche. Hij deinsde achteruit en vertrok.

Duizend kilo lichter

Een vriendin nam mijn kinderen mee en ik ging naar de huisarts om mijn hoofdwond te laten hechten. Hij wist van het huiselijk geweld, had mijn eerdere verwondingen gezien, maar was vanwege beroepsgeheim altijd blijven zwijgen tegen de politie. ‘Ilenka’, zei hij, ‘dit kan zo echt niet langer. Ik wil dat je nu de politie belt.’ Ik wist dat hij gelijk had. En ik was er klaar voor. Ook al probeerde ik het voor ze te verbergen, mijn kinderen wisten echt wel wat er aan de hand was. Ze hadden onze ruzies gehoord, mijn gegil als Bernd me pijn deed. Ze hadden het alleen nooit gezien. Bernd was te ver gegaan. Al heel vaak, maar nu echt. Ik had al zo vaak gefantaseerd over weggegaan bij hem. Het kon ook. Ik was financieel onafhankelijk, het huis was van mij en stond op mijn naam. Zijn dreigement dat als ik vertrok, ik de kinderen nooit meer zou zien, had ik te lang geloofd. Het was klaar. Ik belde de politie.

Toen Bernd die avond opeens naast mijn bed stond, schrok ik niet. Ik had hem wel verwacht. Ik pakte mijn telefoon en belde het nummer dat de politie me had gegeven. Ik hoefde alleen maar over te laten gaan en dan zouden ze meteen komen. Bernd lachte me uit toen ik zei dat ik de politie waarschuwde. Ik had daar al zo vaak mee gedreigd, maar het nooit gedaan. Dit was anders. Ik wilde niet meer, echt niet. Dit ging van kwaad tot erger. Zou hij de volgende keer de kinderen slaan? Bernd was overdonderd toen de agenten binnen tien minuten op de stoep stonden. Wat was het een opluchting. Alsof er duizend kilo van mijn schouders viel.

Als kind maakte ik het geweld mee tussen mijn ouders. Mijn moeder mishandelde mij vanaf mijn dertiende. Geweld was onderdeel van mijn leven, een soort van gewoon. Maar dat was het natuurlijk niet. Door eindelijk hulp te vragen, kon ik het geweld in mijn leven voorgoed stoppen. Voor het eerst vertrouwde ik op mijn eigen kracht en koos voor mezelf.

Hetzelfde riedeltje

Bernd heeft een paar dagen in de cel gezeten en kreeg een voorwaardelijke celstraf van een jaar. Ik was dolblij met het contactverbod dat hij van de rechter kreeg, waardoor er rust kwam. Dat was hard nodig. Ik moest werken aan het herstel van mezelf en van mijn kinderen. Ik heb me erg schuldig gevoeld naar hen toe. Mijn ouders hadden een gewelddadige relatie, wat mij tot een onzeker en eenzaam kind maakte. Ik had me zó voorgenomen om dit mijn kinderen te besparen en nu was dat niet gelukt. Ik ben in therapie gegaan om mijn jeugd en mijn relatie met Bernd te verwerken. En ook om naar mezelf te kijken. Waarom had ik toch in godsnaam niet eerder een punt achter onze relatie gezet?

Ik was vijftien toen ik Bernd leerde kennen. Door de heftige ruzies tussen mijn ouders, waarbij ze soms met messen tegenover elkaar stonden, had ik een enorme muur om me heen gebouwd. Bernd was mijn ontsnapping uit die gevangenis; een knappe jongen uit een goed milieu, heel anders dan ik. Ik keek tegen hem op, hij was lief en gaf me aandacht, iets wat ik nauwelijks kende. Op mijn zeventiende liep ik weg van huis om bij hem te gaan wonen. Zijn gewelddadige kant zag ik voor het eerst op mijn negentiende, zes maanden zwanger van onze oudste. Ik had op zijn telefoon het berichtje ‘Ik vraag me ook af hoe het zou zijn geweest tussen ons’ zag binnenkomen. Het was van een vrouw. Wat was dit? Had hij een verhouding?

Het perfecte plaatje

Toen ik hem ermee confronteerde werd hij ontzettend nijdig. Hij liep rood aan en gaf me een duw. Ik schoot in de reflex van vroeger en vluchtte naar de wc, waar ik op de grond als een bolletje in elkaar kroop, wachtend totdat dit overging. Toen hij de deur opendeed en ik in zijn ogen keek, zag ik hem genieten van mijn angst. Van dat hij mij in zijn macht had. Ik weet het, dit was hét signaal dat ik in een heel foute relatie zat. Dat ik moest gaan. Maar ik ging niet, omdat ik dacht dat het aan mij lag. Na het geweld in mijn jeugd en nu ook in mijn relatie, moest er wel iets mis met míj zijn dat mensen me pijn wilden doen. Ik bleef ook omdat hij na zo’n bui altijd sorry zei en heel charmant en lief deed. En omdat ik mijn kinderen met twee ouders in één gezin wilde opvoeden. Ik wilde het anders doen dan mijn ouders, die gescheiden waren. Dus creëerde ik een wereld die er aan de buitenkant perfect uitzag. Ik had een goede baan, een mooi huis en reed de kinderen naar alle hobby’s en sporten die ze wilden doen. Dat de leegte die ik vanbinnen voelde steeds groter werd, negeerde ik. Bernds agressie verdroeg ik. Na zo’n bui krabbelde ik weer op. Omdat hij me nooit in mijn gezicht raakte, kon ik de blauwe plekken verbergen en doen alsof er niets aan de hand was. Een paar vriendinnen wisten wat er speelde en moedigden me aan om te vertrekken, maar ik kon het niet. Ik durfde niet. Ik was bang voor wat er dan op me af zou komen, of ik het alleen zou redden. Kennelijk moest het nog erger worden voordat ik de stap kon zetten.

Co-ouderschap

Ik ben nu zeven jaar weg bij Bernd en het gaat goed met me. Heel goed. Dankzij de therapie is de emotie geluwd. Ik kan erover praten, maar het overspoelt me niet meer. Ik voel me eigenlijk sterker dan ooit. Ik heb een leuke baan, lieve vriendinnen en een nieuwe vriend. Iemand bij wie ik mezelf kan zijn, bij wie ik veilig ben. Met Bernd heb ik nog steeds contact. Hij heeft co-ouderschap gekregen. Dat is heel dubbel. Ik vind dat de kinderen hun vader moeten zien, maar ik vertrouw hem niet. Terecht, want laatst heeft hij zich agressief gedragen tegen onze zestienjarige dochter. Afschuwelijk, dat had ik haar zo graag willen besparen. Aan de andere kant was ik ook trots. Ze heeft namelijk meteen van zich afgebeten en gezegd dat ze niet meer bij hem wil logeren. Ondanks dat zij net als ik twee ouders had die vochten, lukt het haar om voor zichzelf op te komen. Om ‘Stop, tot hier en geen centimeter verder’ te roepen. Wat mij nooit lukte, heb ik haar gelukkig wel geleerd. Ik ben meteen naar de politie gegaan en Bernd heeft een officiële waarschuwing gekregen, waardoor hij weet dat hij zoiets nooit meer moet flikken. Mijn zoons gaan nog wel, ik probeer erop te vertrouwen dat het goed gaat. En als er iets gebeurt, dan weet ik dat ze sterk genoeg zijn om hun grenzen aan te geven. En ik ben sterk genoeg om ze op te vangen.”

*Om privacyredenen is de naam Bernd verzonnen.

Ruim 60% van het huiselijk geweld betreft (ex-)partnergeweld. Vrouwen (60%) worden vaker slachtoffer van (ex-)partnergeweld dan mannen (40%). Eén op de vijf vrouwen is ooit fysiek mishandeld door een partner of ex-partner. Daarnaast maakte 11% van de vrouwen seksueel geweld in een relatie mee. Neem voor hulp of advies vrijblijvend en anoniem contact op met Veilig Thuis, via het gratis telefoonnummer 0800-2000. Dit artikel kwam tot stand met de hulp van Ester Wijnen. Zij geeft een stem aan de verborgen verhalen over partnergeweld en schreef haar eigen ervaringen op in het boek Jij bent het probleem.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden