Inge (37) en haar drie kinderen hebben geen vaste woonplek Beeld Petronellanitta
Inge (37) en haar drie kinderen hebben geen vaste woonplekBeeld Petronellanitta

PREMIUMDIML wooncrisis

Inge (37) en haar drie kinderen hebben geen vaste woonplek: “Een eigen huis vinden lijkt onmogelijk”

Al anderhalf jaar hebben Inge van Hofwegen (37) en haar drie kinderen van 9, 7 en 4 jaar geen vaste woonplek. Momenteel wonen ze tijdelijk in een blokhut. “Het lijkt of we er niet mogen zijn.”

JANNEKE JUFFERMANSPetronellanitta

“Ik woon nu samen met mijn drie jonge kinderen in een blokhutje, midden in de weilanden bij Zoetermeer. In april moeten we eruit. Al anderhalf jaar heb ik geen plek die ik ‘thuis’ kan noemen, waarvan ik weet dat ik er mag blijven. De eerste vier maanden na mijn scheiding verhuisden we vijf keer. Ik zit nu tijdelijk hier, maar ik woon hier niet: ik verblijf hier. Een subtiel maar wezenlijk verschil. Ik vind hier geen echte rust. Maar een eigen plek vinden lijkt onmogelijk.

Geen vaste woonplek na scheiding

Nadat duidelijk werd dat we gingen scheiden, hebben mijn ex en ik – tijdens de ingewikkelde coronaperiode – nog bijna een jaar samengewoond. Ook dit gedwongen samenwonen is een gevolg van de wooncrisis. Anders hoef je na het besluit om te scheiden niet op elkaars lip te blijven zitten. Het leverde veel spanning op, hoezeer ik die ook probeerde te vermijden. Ook voor kinderen is dat ongezond. Uiteindelijk ging ik er fysiek aan onderdoor, ik kreeg allerlei klachten en kon niet anders dan vertrekken. Tijdens de mediation dacht ik dat ik urgentie zou krijgen, omdat ik grotendeels voor de kinderen zorg. De mediator sprak dit niet tegen en gaf zelfs aan dat we inderdaad snel urgentie zouden regelen zodra de scheiding rond was.

Dat bleek een fabeltje. Ik krijg geen urgentie omdat de kinderen volgens de gemeente ook bij hun vader kunnen wonen. Ondanks het juridische document waarin we hebben afgesproken dat ik voor de kinderen zorg en ze dus grotendeels bij mij verblijven.

Afgewezen voor huurwoning

Omdat ik geen vast adres heb, kan ik geen kindgebonden budget aanvragen, al is de alimentatie daar wel op berekend. Ik kan niet intrekken bij vrienden die in hun eentje wonen, want dan word je fiscaal partner. Bij een stel kan ik lastiger gaan inwonen met mijn kinderen en ik mag me er ook niet inschrijven als ik er niet fysiek woon, dat is illegaal. En een postadres hiervoor heeft de gemeente me nog niet willen toekennen.

In het begin reageerde ik bijna obsessief op sociale huurwoningen. Maar telkens weer werd ik afgewezen. Ik kan niet op tegen mensen die langer ingeschreven staan of tegen degenen die wel urgentie krijgen. En voor een koopwoning verdien ik te weinig, hoewel ik de hypotheeklasten wel kan betalen. Van de overheid en alle vangnetten durf ik niks meer te verwachten; zonder huis val ik overal tussendoor. Met de aanvulling van het kindgebonden budget zou ik een huis in de vrije sector kunnen betalen, maar door de inkomenseis die woningcorporaties en andere partijen op de woningmarkten hanteren, kom ik niet in aanmerking. Ik heb vrienden van mij die borg willen staan, maar ook dat wordt genegeerd. Ik hoop daarom te groeien in mijn baan en salaris, zodat ik iets in de vrije sector kan huren. Inmiddels heb ik een betere baan. Omdat ik voor de kinderen zorg, is dat parttime. Mijn werkgever biedt me met deze baan wel een kans om te groeien. Dus heb ik de afgelopen anderhalf jaar naast mijn werk, de kinderen en alle spanningen gestudeerd om die kans te pakken.

Overlevingsstand

De tijd dringt, want in april sta ik op straat en ben ik ook mijn werkplek kwijt. Ik werk vanuit huis en heb dagelijks online meetings. Zonder verblijfplaats weet ik niet waar ik kan werken, terwijl dat juist mijn enige kans lijkt. Ondertussen sta ik in de overlevingsstand. Ik zorg, werk, studeer, zonder tijd voor echte ontspanning. Ook m’n sociale contacten zijn in het slop geraakt en waardevolle vriendschappen zijn verwaterd. Van een simpel appje ‘hoe gaat het’ sla ik dicht. Wat moet ik daar in vredesnaam op antwoorden?

Al mijn contacten zijn nu óf op werk gericht of op een huis krijgen. Gelukkig val ik ’s avonds redelijk goed in slaap, ik ben moe genoeg, maar bijna elke nacht word ik wakker van spierkrampen, en slaap ik moeilijk verder. Iedereen heeft die basisbehoefte aan een plek voor jezelf. Dat gebrek verplettert mijn eigenwaarde. Waarom mag ik er niet zijn? Mag ik mijn kinderen geen thuis geven? Een klein huis is genoeg. Als ik daar echt mag zijn, geeft dat enorme rust en kan ik weer ademen. Ik blijf me aan de kleine dingen optrekken. De kinderen spelen hier heerlijk buiten. Gisteravond was de zonsondergang magisch mooi, maar ik raak aan het eind van mijn Latijn. Ik hoor heel vaak ‘het komt goed’. Dat geloof ik ook wel, maar het is hoog tijd voor ‘het ís goed’.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden