Jitske (39) werd mishandeld door haar partner: “Dat ik onze zoon niet kon beschermen, vind ik heel erg”  Beeld Petronellanitta
Jitske (39) werd mishandeld door haar partner: “Dat ik onze zoon niet kon beschermen, vind ik heel erg”Beeld Petronellanitta

PREMIUM

Jitske (39) werd mishandeld door haar partner: “Dat ik onze zoon niet kon beschermen, vind ik heel erg”

Jitske Wierda (39) had zes jaar lang een relatie met een man die haar en hun zoon mishandelde, zonder dat iemand in haar omgeving dat wist. “Ik schaamde me dat ik het liet gebeuren.”

Deborah LigtenbergPetronellanitta

“Een heel bijzondere man. Enthousiast, empathisch én de nieuwe werkgever van mijn vader. Moederziel alleen was hij vanuit de Randstad naar Friesland verhuisd. Mijn vader nam hem op sleeptouw voor een kennismaking met de omgeving en hun gezamenlijke hobby: zeilen. Ik werd nieuwsgierig naar hem. Iedereen vond hem zó bijzonder dat ik hem wilde leren kennen. Meteen was er een bepaalde chemie, een prettige spanning.

Mijn broer was in de periode daarvoor overleden en ik zat niet lekker in mijn vel. Robert* wierp zich op als een soort ridder die mij wilde helpen. Hij is een machtige en succesvolle man, die opereert in Raden van Toezicht en besturen. Het was eigenlijk best fijn dat zo’n krachtige man zich om mij bekommerde. Binnen de kortste keren was ik smoorverliefd.

Ware gezicht

Binnen een jaar waren we getrouwd en zo’n honderd kilometer van mijn familie verhuisd. Zonder dat ik er erg in had, isoleerde Robert mij. Hij kreeg ruzie met mijn ouders, die hij beschuldigde van manipulatie en liever niet meer op bezoek wilde hebben. Mijn vrienden deugden niet. Het sloop er heel langzaam in, waardoor ik uiteindelijk zo’n beetje iedereen kwijt was.

Mijn vader is nog weleens op bezoek geweest, maar hij werd zo geschoffeerd dat hij niet meer terugkwam. Als je man de hele tijd zegt en voorbeelden geeft dat je familie en vrienden uit stugge, autistische Friezen bestaan, ga je daar vanzelf in geloven. In elk geval ging ik er niet tegen in. Robert was zo dominant dat hij mij in zijn macht had. Hij wist hoe de wereld in elkaar zat, wat het beste voor mij en ons was; als ik maar goed naar hem luisterde, kwam het goed. En ik geloofde dat.

Het ging allemaal razendsnel. We waren nog maar acht maanden bij elkaar toen ik zwanger raakte. Ik ging steeds meer zijn ware gezicht zien. Hij kon soms zomaar ineens heel hard en fel van zich afbijten. Bij een klein meningsverschilletje zei hij minachtend: ‘Is dit wat je wilt? Laat je onze relatie zo eindigen?’ Het was zo intimiderend dat ik alles op mezelf betrok. Ja, ik had een stomme opmerking gemaakt of te lang met een vriend van hem staan praten. Ja, natuurlijk had hij alle recht om daar boos om te worden. En nee, ik wilde niet bij hem weg. Ik wilde heel graag geloven dat wij een goed stel waren. Met allebei een prima baan, een prachtig huis, een kind op komst. Alles was toch goed?

Huilende baby

Voordat Tom werd geboren, kon ik nog wel om Roberts slechte buien heen laveren. Ik was zo flexibel als wat. Maar toen onze zoon er eenmaal was, belandde ik in een hel op aarde.

Robert vond mij een slechte moeder en hij zei dat al zijn vrienden dat konden bevestigen. ‘Doe het maar weg, naar een internaat. Of geef het aan een familie die wél blij met hem is’, dat soort dingen zei hij. Over Tom sprak hij als een ‘rotding dat hij niet wilde’. Als Tom huilde, mocht ik hem niet oppakken. Als ik dat wel deed, pakte Robert me bij mijn keel en sleurde me weg. Hij eiste dat hij zijn leven kon houden zoals het was. Niet met een baby die alles verstoorde en geld kostte. Ik werd er enorm nerveus van. Ik hield geld achter om luiers te kunnen kopen en waste plasbroeken van Tom voordat Robert ze zou ontdekken. Als ik wist dat hij thuiskwam, checkte ik of alles in orde was. Het huis netjes, alles opgeruimd, Tom rustig en tevreden, ik de kleding aan die hij mooi vond, zodat er maar niets was wat hem kon laten ontploffen.

Dat hielp natuurlijk niet, Robert werd toch wel woedend. Voortdurend. Als ik hem probeerde te sussen, vond hij me niet meer de lieve, zachtaardige vrouw met wie hij was getrouwd, ik was veel te mondig geworden. Als ik hem vroeg hoe ik iets moest aanpakken, vond hij dat ik me onzeker gedroeg. Als ik initiatief nam, had ik het eerst moeten vragen. Het was gewoon nóóit goed. Ik raakte gevoelloos, een schim van de zelfstandige vrouw die ik ooit was, verdoofd. Ik wilde vrij zijn, maar wist niet hoe ik dat moest aanpakken. Ik durfde ook niet. Het ergste was dat de verbale en lichamelijke agressie zich niet alleen tegen mij richtte, maar ook tegen Tom. Hij werd veel te ruw vastgepakt, waardoor hij blauwe plekken had. Heen en weer geschud, geslagen. Hij werd lange tijd met zijn neusje boven zijn luier gehouden als Robert zich eraan ergerde dat hij een poepbroek had.

Ik wilde hulp vragen, maar wist niet aan wie. Het lijntje met mijn vrienden en familie was flinterdun geworden. Niemand wist wat er bij ons thuis gebeurde. Ik schaamde me dat ik het niet voor elkaar kreeg om een goede vrouw en moeder te zijn, dat ik het geweld liet gebeuren. Het ergste was nog wel dat Robert dreigde dat ik Tom nooit meer zou mogen zien als ik zou vertrekken. Hij is een machtige man, die mensen op hoge posities kent. Ik durfde het er niet op te wagen. Als ik bij hem bleef, kon ik Tom in elk geval nog enigszins beschermen.

Schoppen en schreeuwen

Op mijn werk werd ik enorm gewaardeerd, terwijl Robert me steeds volledig afbrandde en zich daarna als mijn redder opwierp – dan klopte er toch iets niet? Ik zocht contact met vijf exen van hem. Vijf vrouwen die stuk voor stuk door hem waren geïndoctrineerd, geïsoleerd en mishandeld. Toen wist ik dat het niet aan mij lag en zag ik in dat Robert me gevangen hield. Niet ik, maar hij was het probleem. Zijn exen stimuleerden me om weg te gaan. Dit had geen toekomst, het zou alleen maar erger worden. En dat werd het.

Op een koude winterdag in 2016 belde Robert me op mijn werk. Hij was furieus omdat ‘dat kind’ op ‘zijn bank’ had gespuugd. Hij was er klaar mee en hij had Tom buitengezet. Tom was vier, een weerloos jochie. Welke vader doet nou zoiets? Ik liet alles uit mijn handen vallen en scheurde met een noodgang naar huis. Daar trof ik Tom in elkaar gedoken buitenshuis aan. In zijn bespuugde pyjamaatje, blauw van de kou. Ik ging binnen met hem bij de kachel zitten om hem op te warmen. Een teiltje binnen handbereik, maar toen Tom een nieuwe golf van misselijkheid kreeg, was ik niet snel genoeg. Robert was woest. Hij sleepte me aan mijn haren over de grond. Hij schopte, schreeuwde en probeerde me te wurgen. Voor het eerst verweerde ik me, ik heb alles bij elkaar gegild en me los gewurmd.

Ik sloot mezelf samen met Tom op in een kamer en de volgende dag, toen Robert naar zijn werk was, zijn we vertrokken. Onderweg belde ik mijn ouders of ik bij ze terechtkon. Dat kon. Natuurlijk kon dat. We werden met open armen ontvangen. Toen we bij mijn ouders aankwamen, draaide Tom de deur op slot en zei: ‘Hier zijn we veilig, mama.’

De foto’s van de blauwe plekken en verwondingen op Toms lijfje, de verklaringen van Roberts exen, al mijn verslagen en meldingen van wat er was gebeurd, zorgden ervoor dat ik het eenhoofdig gezag kreeg. Roberts praatjes dat hij zichzelf niet was, dat hij het allemaal zo niet had bedoeld, dat hij ziek was geweest, dat hij zich had laten checken door een psycholoog en er niets met hem aan de hand was... ik trapte er niet meer in. Ik voelde me ijzersterk. Deze man ging mij en mijn zoon niet meer raken. In het begin waren er nog wel bezoekjes op neutraal terrein, maar op een gegeven moment verloor Robert zijn interesse in Tom volledig. Voor Tom was dat oké. Zoals hij bij een van die bezoekjes eens tegen Robert zei: ‘Jij bent mijn papa niet, jij bent mijn vader.’

Sterke zoon

Tom en ik zijn allebei in therapie, apart en ook samen. Onze band is enorm hecht, maar we moeten elkaar ook een beetje loslaten. Tom mag kind zijn, onbezorgd. Dat is voor hem heel lastig. Dat Roberts gedrag zulke diepe sporen bij Tom achterliet en dat ik hem daar niet tegen kon beschermen, vind ik heel erg. Inmiddels weet ik ook dat het niet aan mij lag. Als een vliegje in een spinnenweb zat ik volkomen vast, niet in staat te ontsnappen. Totdat het gelukkig lukte om alle draden door te knippen.

Ik ben trots op ons. Op mijn lieve vriend en zijn twee meiden, met wie Tom en ik heel gelukkig zijn. Op mijn dappere en sterke zoon en op mezelf. Niet eens zozeer op mijn kracht; ik was al een sterke vrouw, te sterk misschien wel, waardoor ik het maar bleef volhouden in dat web van manipulatie en geweld. Ik ben er trots op dat ik mijn kwetsbaarheid weer durf te laten zien. Om hulp durf te vragen. Mezelf durf te zijn. Ik hoop dat ik met dit verhaal iedereen die in eenzelfde situatie zit, de steun en het vertrouwen kan geven om ook te vertrouwen op hun gevoel en de kracht en hulp te vinden om eruit te stappen.”

Ruim 60% van het huiselijk geweld betreft (ex-)partnergeweld. Vrouwen (60%) worden vaker slachtoffer van (ex-)partnergeweld dan mannen (40%). Eén op de vijf vrouwen is ooit fysiek mishandeld door een partner of ex-partner. Daarnaast maakte 11% van de vrouwen seksueel geweld in een relatie mee. Neem voor hulp of advies vrijblijvend en anoniem contact op met Veilig Thuis, via het gratis telefoonnummer 0800-2000. Dit artikel kwam tot stand met de hulp van Ester Wijnen. Zij geeft een stem aan de verborgen verhalen over partnergeweld en schreef haar eigen ervaringen op in het boek Jij bent het probleem.

* Om privacyredenen is de naam Robert verzonnen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden