Judiths dochter werd doodgeschoten op een zorgboerderij: “We leven, maar het is vooral overleven” Beeld Brenda van Leeuwen
Judiths dochter werd doodgeschoten op een zorgboerderij: “We leven, maar het is vooral overleven”Beeld Brenda van Leeuwen

PREMIUMDIML

Judiths dochter werd doodgeschoten op een zorgboerderij: “We leven, maar het is vooral overleven”

Ze hield zo van paarden, de zestienjarige Ann-Sofie Pors. Juist op de zorgboerderij waar ze zo graag was, werd ze op een dag in mei zomaar doodgeschoten. Haar moeder Judith Pors (47) heeft geen idee hoe ze verder moet. “Het is of ik aan een reddingsboei hang en net niet kopje onder ga.”

DEBORAH LIGTENBERGBrenda van Leeuwen

“Sinds ze een klein meisje was, was Ann-Sofie verliefd op paarden. Achter de school van mijn zoon zat het vmbo voor dierenverzorging. Voordat we hem ophaalden, wilde Ann-Sofie altijd graag even kijken bij paardrijlessen, het longeren, het op- en afzadelen, alles wat bij paarden komt kijken. ‘Later mama, dan wil ik dat ook’, ik hoor het haar nog zeggen. Mijn hart breekt als ik hieraan denk.

Door een zeldzame chromosoomafwijking had Ann-Sofie een licht verstandelijke beperking en kon ze moeilijk leren. Op het eerste gezicht zag je niets aan haar, maar ze had moeite met spreken, lezen, schrijven en cijfers. Abstracte begrippen als ‘straks’, ‘morgen’ of ‘over een uurtje’ zeiden haar niets. Het vmbo dierenverzorging kon ze met haar niveau niet halen. Maar daar liet ze zich niet door uit het veld slaan. Als ze een drempel tegenkwam – en dat waren er nogal wat – zocht ze naar een andere manier om haar droom om paardenverzorgster te worden te verwezenlijken. Op haar zestiende was ze bijna waar ze wilde zijn. Ze mocht stagelopen bij de manege die de praktijklessen voor de opleiding verzorgde, reed voor bij het beginnersgroepje en liep daarnaast stage bij zorgboerderij Tro Tardi. Fantastische plekken, waar ze helemaal opbloeide. Wat op school niet lukte, ging hier wel. Ze sprak met mensen, kreeg dingen onder de knie en voelde zich veilig en zeker. Ik was zo trots op haar als ik zag hoe ze kinderen voor hun paardrijles hielp met opzadelen. Zo geduldig en lief. Bij de paarden was ze op haar gelukkigst. Het is zo wreed dat ze op die fijne plek zomaar werd neergeschoten.

Op slag dood

6 mei begon als een prachtige dag. Het was de laatste dag van de meivakantie en ik had voorgesteld om een dagje naar een dierentuin te gaan. Ann-Sofie wilde liever naar Tro Tardi, lekker naar de paarden. We gaven elkaar een dikke knuffel en mijn man Maarten bracht haar weg met de auto. De slingerweg naar de zorgboerderij was misschien wel dezelfde die de dader lopend aflegde. Misschien hebben ze hem wel ingehaald. Totaal onbewust van het verschrikkelijke onheil dat naderde, namen Maarten en Ann-Sofie afscheid bij het hek. Ze draaide zich nog een keertje om en zwaaide met twee handen boven haar hoofd gedag. Dat was het laatste wat Maarten van haar zag. Twee uur later was ze dood. We weten niet waarom de dader deed wat hij heeft gedaan, dat wordt hopelijk tijdens de rechtszaak volgend jaar duidelijk. Wel weten we dat Ann-Sofie een willekeurig slachtoffer was. Ze had een fijne ochtend, waarin ze samen met een vriend in de wei de paarden verzorgde. Rond kwart voor elf vertrokken ze naar de kantine. Er zouden nieuwe vesten worden uitgedeeld met het logo van Tro Tardi erop. Ann-Sofie keek ernaar uit, dat vest zou ze met trots gaan dragen. Toen die jongen en zij schoten hoorden, dachten ze dat de boer ganzen verjaagde. Ze wilden naar buiten om te kijken wat er precies aan de hand was, toen ze in de hal de dader tegen het lijf liepen. Hij aarzelde niet en schoot op Ann-Sofie. Ze was op slag dood. Haar vriend raakte hij ook. Daarna is hij vertrokken.

Totaal verslagen

Het is rond tien voor elf gebeurd. Ik dacht altijd dat je het zou voelen als je kind zoiets ergs overkomt, maar Maarten en ik zaten gewoon thuis in de zon koffie te drinken. We hadden het er nog over dat Ann-Sofie zo’n lekker dagje had met dit mooie weer. Twee uur later werden we gebeld door de stagecoördinator van school, die vertelde dat er een schietpartij was geweest in Alblasserdam. Achteraf heb ik geen idee waarom niemand van de zorgboerderij belde, het was er vast te hectisch. Ik opende de website van het AD en las vluchtig een bericht over een schietpartij en een interviewtje met een jongen die veilig was. Ik zag een foto en herkende de boerderij van Tro Tardi. Al mijn gevoel trok uit me weg. Ik dacht er niet aan dat Ann-Sofie dood zou kunnen zijn, maar wist wel dat ze ons hoe dan ook nodig had. Voortdurend belden en appten we haar, maar we kregen uiteraard geen gehoor, wat we ook niet gek vonden. We gingen ervan uit dat iedereen uit zijn doen was. Daarom belde ik de politie, die ik pas te pakken kreeg toen we onderweg waren naar Tro Tardi. Maarten draaide net de snelweg op toen er ‘gecondoleerd’ door de carkit klonk. De auto slingerde, ik riep: ‘Hou ’m recht!’ De agent aan de andere kant van de lijn schrok en vertelde dat we naar het politiebureau moesten komen.

Het is een wonder dat we er heelhuids aankwamen. Net als Maarten was ik totaal verslagen, maar ik voelde ook de hoop dat ze het fout hadden. Dit kon niet, het moest een vergissing zijn. Ann-Sofie moest nog leven. Agenten droegen van die papieren handdoekjes aan om onze tranen te stelpen, ze waren hier totaal niet op voorbereid. Ik wilde vooral informatie hebben, wat was er gebeurd? Hoe was ze overleden, had ze pijn gehad en waar was ze? De politie kwam met een verhaal dat ze in een weiland was neergeschoten, dat ze nog in het gras lag en in kader van het onderzoek daar moest blijven liggen. Geen idee hoe ze daarbij kwamen, maar dat beeld vond ik verschrikkelijk. AnnSofie vond het heel moeilijk om alleen te zijn. De gedachte dat ze daar zomaar lag, was onverdraaglijk.

Net een film

We mochten niet naar Tro Tardi, dat was een plaats delict geworden. Pas de volgende avond konden we Ann-Sofie zien, in het mortuarium. Een plek waar je gewoon niet wil zijn, in een scène die er eentje uit een film leek. Ann-Sofie had haar eigen kleren niet meer aan, maar was gewikkeld in een soort ziekenhuishanddoek. Zo stil en bleek. Maar als ik aan haar denk, is dat gelukkig niet het beeld dat verschijnt. Ik herinner me haar veel liever als het natuurkind dat ze was. Een vrolijk meisje, dat me altijd wist op te beuren als ik eens chagrijnig was. Zoals vorig jaar, toen we naar een huis in Emmen wilden kijken. We zochten iets waar we een studiootje voor Ann-Sofie konden maken, zodat ze zelfstandig kon opgroeien. En waar ze misschien een eigen paard kon houden. Door haar beperking was het niet haalbaar dat ze helemaal op zichzelf ging wonen. Maar iets van haarzelf, van waaruit ze zelf op de fiets naar de dagbesteding kon, dat gunden we haar. Op de foto’s zag het huis in Emmen er prachtig uit, maar toen we aankwamen, was meteen duidelijk dat de folder van de makelaar het allemaal veel te rooskleurig had geschetst. Er zat asbest in en er moest voor minstens een ton worden verbouwd. Toen ik tegen de makelaar mopperde dat het aardig misleidend beschreven was, antwoordde hij: ‘Ja, wat dach-ie dan?’, met een Drents accent. Ann-Sofie maakte er op de terugweg iets leuks van, waardoor mijn humeur meteen opklaarde. Lol makend reden we het hele eind weer naar huis. ‘Wat dach-ie dan’ werd haar gevleugelde uitspraak die me altijd aan het lachen maakte als iets anders liep dan gepland. Die lichtheid en haar gezelligheid, die mis ik zo... Ik mis háár zo. Onze levens waren heel nauw met elkaar verweven. Elke dag kreeg ik bergen appjes van haar. Ik mis het dicht tegen elkaar aan boekjes lezen. Ze vond lezen moeilijk, maar was zo gedreven om het te leren. Ze heeft eindeloos geoefend, en het is haar gelukt! Dat het zo goed met haar ging, dat ze bijna elke dag bij de paarden was, hielp daarbij. Samen lazen we elke avond. Op het laatst las ze zelf boekjes op AVI-4 niveau. Ik barstte van trots toen ze het helemaal zelf kon lezen. Dit meisje was zo sterk. Ondanks haar beperking zou ze het wel redden, daar hadden Maarten en ik alle vertrouwen in.

Alleen maar pijn

Hoe ga je om met zo’n groot gemis? Ik heb eerlijk gezegd geen idee. Ik doe alles op de automatische piloot en mijn hoofd is een zeef. Het verdriet overvalt me keer op keer. Gisteren wandelde ik met mijn schoonzusje in het bos. De zon scheen, de natuur was prachtig, ik genoot ervan. Ik stelde voor om koffie te drinken in een tentje waar we vroeger veel kwamen. Toen we het zagen liggen, kwamen er opeens zo veel herinneringen aan ons gelukkige gezinsleven boven. Op zo’n moment is er alleen maar pijn. Het voelt alsof Maarten, Mika en ik aan een reddingsboei hangen. We gaan nog net niet kopje onder, maar worden geregeld overspoeld door ruwe golven. We leven, maar het is vooral overleven. Ons leven staat stil, de tijd gaat door. Ann-Sofie verstond de kunst van verwonderen, accepteren en dankbaar zijn. Op school werd haar vinger eens uit de kom getrokken. ‘Dat doet ontzettend zeer en dat moet je echt nooit meer doen, maar je bent nog steeds mijn vriendin’, zo stond zij in het leven. Ik houd me vast aan haar wijsheid. Ik ben zó dankbaar dat ze mijn dochter was, ís, want ze is in alles en overal. Ik hoop dat het verwonderen en accepteren op een dag ook komt, al weet ik niet hoe. Ik vertrouw erop dat liefde mij helpt. Die is er in de kaarten die we nog steeds van verschillende mensen op elke zesde van de maand krijgen, zo’n mooi gebaar dat ons laat voelen dat we niet alleen zijn. Die is er in berichtjes van mensen die ik krijg over Ann-Sofie, leuke, gekke en lieve dingen. Precies zoals ze was. Ik denk dat de sleutel om met dit verlies om te gaan in Ann-Sofies manier van leven zit.

Heel veel liefde

Twee dagen na haar dood gingen we naar Tro Tardi, samen met onze ouders, broers, zussen, hun kinderen… iedereen was er. Ja, ik wilde naar die plek waar ze was gestorven. Dichterbij kon ik niet komen. Daar hoorden we van getuigen wat er was gebeurd. Dat ze niet was weggerend en neergeschoten in een weiland, maar in de hal. Dat ze het waarschijnlijk niet eens echt beseft heeft, omdat het zo snel ging. Tijdens die bijzondere bijeenkomst voelde ik heel veel liefde. Liefde voor Maarten en mij, voor onze zoon Mika en voor Ann-Sofie. Zij was liefde, dat wist ik al, maar na haar dood is dat nog veel duidelijker geworden. Allerlei mensen zetten zich in om een afscheid voor Ann-Sofie te maken dat passend voor haar was. Cowboy Billy Boem was haar lijflied: ‘En wie rijdt er op z’n paard door de prairie? Dat is cowboy Billy Boem, door de boeven zeer gevreesd. Er is in het Wilde Westen nooit een cowboy geweest, die zo dapper was als cowboy Billy Boem’. We hebben het uit volle borst voor haar gezongen.”

PS

Bij een schietpartij op 6 mei bij de zorgboerderij Tro Tardi in Alblasserdam kwam behalve Ann-Sofie ook een 34-jarige vrouw om het leven. De dader bekende later twee dagen eerder in Vlissingen een 60-jarige man te hebben omgebracht. Bij de rechtszaak die volgend jaar start, zal Judith Pors gebruikmaken van haar spreekrecht. Ze wil de dader vertellen wie het meisje was dat hij zo koelbloedig doodschoot.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden