PREMIUMIndo-Chinese vader, Nederlandse moeder

Louise: “In mijn namen vind je mijn roots terug”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

De vader van Louise Rahardjo (35, programmacoördinator Indisch Erfgoed) was Chinees-Indonesisch, haar moeder Angelina Rahardjo-Koelman (71, docent) is Nederlands en heeft roots in voormalig Nederlands-Indië.

Liesbeth SmitPetronellanitta

Louise: “Voluit heet ik Louise Caroline Rahayu Eline Divera Oh Lian Hwa Rahardjo. In die namen vind je al mijn familiewortels terug: Nederlands, Indonesisch en Chinees. Ik ben trots op mijn afkomst, die je trouwens ook aan mijn uiterlijk kunt aflezen. Ik vind dat zowel bijzonder als heel gewoon, het hoort al mijn hele leven bij mij. Mijn vader was een rustige man, die goed was voor anderen. Hij had een restaurant in Delft en werkte eerder als jurist. Zijn westerse voornaam was Charles, zijn Chinese naam was Oh Tjsoen Tiong. Hij was een zogeheten Peranakan, een Chinees uit Indonesië. Bij ons thuis was dat zichtbaar aan de wajangpoppen aan de muur en de krissen die mijn vader her en der verstopte om ons te beschermen. We nodigden vaak mensen uit, dan maakten we saté in de tuin. Pas toen ik op de middelbare school mijn profielwerkstuk over Indonesië maakte, ging ik vragen stellen die verder gingen dan eten of uiterlijk. Uiteindelijk koos ik voor de studie Talen en Culturen van Zuidoost-Azië en Oceanië, waardoor ik veel leerde over de cultuur, taal, politiek en geschiedenis van dat gebied. Aan mijn vader kon ik toen helaas niet veel meer vragen, hij overleed in 2006. Toen was ik net negentien.”

Angeline: “Ik ben volledig Nederlands, maar mijn grootmoeder woonde ooit in voormalig Nederlands-Indië. Zonder dat ik me ervan bewust was, was mijn ouderlijk huis in Den Haag doordrenkt met Indische gewoontes. We woonden in een van oudsher Indische buurt. Op school had ik veel Indische juffen en Indische vriendjes en vriendinnetjes. Ik vond het Aziatische uiterlijk van mijn man dus niet opmerkelijk toen ik hem ontmoette, al speelde zijn achtergrond wel een rol. We kregen vier kinderen, van wie de eerste toevallig een zoon was, in de Chinese cultuur is dat belangrijk. Daarna kregen we nog drie kinderen. We voedden onze kinderen niet tweetalig op, daar was mijn Indonesisch niet goed genoeg voor. Maar op hun verjaardagen aten we altijd bami, dat staat voor een lang leven. De namen van de kinderen bedachten we samen. Mijn Chinese schoonvader droeg de Chinese en Javaanse namen aan, ik verzon de Nederlandse namen. Ik vond dat leuk. Het was elke keer een verrassing wat we zouden krijgen: een kindje met een Nederlands of een Aziatisch uiterlijk. Er waren weleens mensen die in de kinderwagen keken en vroegen of de baby geadopteerd was, maar daar had ik geen moeite mee.”

null Beeld

Louise: “Mijn Chinese afkomst stamt af van de Mantsjoe en daar ben ik trots op, maar ik heb ook weleens vreemde reacties op mijn uiterlijk gehad. Tijdens mijn studie had ik een bijbaan als thuishulp. Eén keer stelde een nieuwe cliënt bij de kennismaking zo veel vragen over waar ik vandaan kwam, dat ik hem wel moest vertellen dat ik in Leiden een universitaire studie deed. Pijnlijk voor mij, maar het stelde hem gerust. Op straat wordt ook weleens foe yong hai naar me geroepen, maar ik weiger me daaraan te storen. Een jaar na de dood van mijn vader zijn mijn moeder en ik naar China gegaan. Van Indonesië wisten we al vrij veel, maar zijn familielijn in China was onbekend terrein. Met hulp van de Vereniging van Overzeese Chinezen lazen we ons in. Eenmaal daar hebben we enkele plaatsen bezocht waar mijn vaders voorouders hebben geleefd. De reis leidde ons langs veel plekken waar ooit huizen of paleizen hadden gestaan. Gelukkig vonden we wel delen van het huis van mijn vaders overgrootvader. Hij had als gouverneur een hoge functie in het laatste keizerrijk van China, met veel invloed in dat gebied. Toen we daar op de heuvel stonden, voelde ik een siddering door mijn lichaam trekken.”

Angeline: “Ik heb de achtergrond van mijn man altijd als heel rijk ervaren, ook in spiritueel opzicht. In ons huis staat een voorouderaltaar waarin ik op belangrijke dagen nog steeds wierook brand, om steun en bescherming voor anderen te vragen aan onze voorouders. Maar ik doe het ook op alle verjaardagen, onze trouwdag en de sterfdag van mijn man. Ik vind het fijn dat onze kinderen ermee zijn opgegroeid. Toen ik weduwe werd, had ik mijn meisjesnaam weer kunnen gaan gebruiken, maar ik draag nog altijd de naam Rahardjo. Zo is Charles altijd bij mij.”

Interview: Liesbeth Smit | Fotografie: Petronellanitta | Styling: Maartje Bodt | Haar en make-up: Astrid Timmer, Wilma Scholte | M.M.V.: Angeline: Cos (bloes en broek), Mango (schoenen). Louise: Cos (trui), Rafaello Rossi (broek), Manfield (sneakers).

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden