PREMIUM

Marian (50) redde het leven van haar dochter: “Haar gezicht was al donkerpaars”

Marian (50) redde het leven van haar dochter: “Haar gezicht was al donkerpaars” Beeld Getty Images
Marian (50) redde het leven van haar dochter: “Haar gezicht was al donkerpaars”Beeld Getty Images

Tijdens een schoonmaakklus werd een sjaaltje om haar nek de dochter van Marian (50) bijna fataal. Ze ademde niet meer, haar hart stond stil. Marian twijfelde geen seconde en gaf haar kind direct mond-op-mondbeademing.

Renée LambooGetty Images

“Een paar uur nadat we met een ambulance bij het ziekenhuis arriveerden, kreeg ik een grijze vuilniszak in mijn handen gedrukt. ‘Hier zijn de kleren die uw dochter vanochtend droeg’, legde een verpleegkundige me uit. Die avond gooide ik de zak thuis in de hoek van mijn washok. Het was te vroeg. Ik wilde in het ziekenhuis naast het bed van mijn kind zitten, haar hand vasthouden, zeggen dat ik van haar hield.

Pas toen ze drie dagen later weer bij bewustzijn was, maakte ik de zak open. Ik zag de gekleurde bolletjes van haar sjaal. Net nieuw. Net als haar broek en shirt. Belachelijk dat ze nieuwe kleren droeg tijdens het werk, zei ik die ochtend nog. Maar je weet hoe jonge meiden zijn. Ik trok haar shirt uit de zak en zag dat de stof kapot was geknipt. Haar broek ook, net als haar bh. Ik had genoeg EHBO-cursussen gevolgd om te weten wat ze dan doen. Als iemand op het punt staat te sterven, trek je niet netjes een trui over het hoofd. En hoewel ik dat wist, moest ik er verschrikkelijk om huilen. Met de kleren tegen mijn borst gedrukt, realiseerde ik me voor het eerst dat het echt kantje boord was geweest.

Ze was hard op weg naar de dood, concludeerde iemand die haar had gezien. Hij werkte jarenlang in de ouderenzorg en kende de fases voor het overlijden. ‘Ik heb ze zelden zo blauw gezien’, zei hij. Meer dood dan levend had ik haar in mijn armen, niet wetend of ze het zou halen. Ik huilde daar, leunend tegen de wasmachine, om de kleur die sindsdien was teruggekomen op haar wangen. En omdat ik mijn kind net niet verloren had.

Sjaal als strop

Als ze was gestorven, dan had ik me de rest van mijn leven schuldig gevoeld. Ze was met mij mee die dag, hielp me tijdens een schoonmaakklus. Ik was verantwoordelijk. Ik had gezien dat ze een sjaaltje droeg. Niet handig, dacht ik nog, gevaarlijk zelfs. Toch hield ik mijn mond. En toen was het te laat. Met haar sjaal kwam ze vast te zitten in de grote voetveegmachine bij de ingang. Waarschijnlijk is ze op haar knieën gaan zitten om hem schoon te maken en is het sjaaltje in de ronddraaiende rollers terechtgekomen. Daardoor werd de sjaal als een strop om haar hals getrokken. Ik vond haar, op haar buik boven op de machine. De emmer sop viel uit mijn handen. Alles nat. Ze lag doodstil, alleen haar voet bewoog even. Als in een reflex. Een grap, dacht ik nog, nee, toch niet. Ik gilde, harder dan ik ooit had gedaan. Een oerkreet. Daarna volgde mijn verstand. Ze moest los. Ik opende de deur en schreeuwde naar de medewerkers in de hal dat ze moesten helpen. Ik rende naar de keuken om een schaar te pakken. Die lag altijd links in de la, maar nu niet. In paniek holde ik terug. Toen zag ik dat medewerkers van het bedrijf haar los sneden met een stanleymes. Op dat moment pas zag ik hoe blauw ze was, paars bijna, tegen het zwart aan.

Haar lippen voelden warm

Ik begon meteen met reanimeren. Een hap lucht, neus dicht, hoofd naar achteren en blazen. Haar borst kwam omhoog, maar haar lichaam reageerde niet. Hoe vaak had ik dit niet geoefend op een pop? Ik was lid van de plaatselijke EHBO-vereniging en volgde trouw alle opfriscursussen. Eigenlijk met mijn ouders in gedachten. En nu lag mijn dochter hier. Wéér een hap lucht die ik in haar longen blies. Geen tijd voor twijfel, paniek of onzekerheid of ik het wel goed deed. Nee, ik deed het gewoon. Haar lippen voelden warm. Ze was er nog, ik voelde het, hoewel haar hart niet meer klopte. Een vriend knielde naast me neer. ‘Laat mij maar’, zei hij rustig. Ik schoof opzij en zag hoe hij met de hartmassage begon. Zijn linker- over zijn rechterhand, hardop tellend. Kom op, lieverd, kom op, dacht ik alleen maar. Ik huilde niet, gilde niet, was ijzig stil. Ze lag er levenloos bij, zo klein en kwetsbaar als ze op haar eenentwintigste jaar nog altijd was. Na de vierde slag was ze er opeens weer. Ze hapte naar adem, zoals wanneer je onder water hebt gezwommen. Haar ogen bleven dicht. Ook ik hapte naar lucht. De politie kwam binnen, ik hoorde een ambulance loeien. Nu kon ik het uit handen geven. Ik had gedaan wat ik kon.

Moeder van de bruid

Drie maanden na het ongeluk, op een mooie dag in april, trouwde mijn dochter met haar grote liefde. De striem in haar nek was weggetrokken, samen met de gesprongen adertjes in haar ogen en haar gezicht. De hersenscans, de beademingsbuis in haar keel, de kunstmatige coma, het leek even heel lang geleden. Net als de angst om hoe ze eruit zou komen. Kon ze praten? Kon ze lopen? Toen ze hier thuis de trap af kwam in haar witte jurk, herinnerde niets aan wat er was gebeurd, maar ik wist beter. Ze had last van geheugenverlies, heftige hoofdpijn, ze was snel moe. Haar lichaam had een paar minuten ‘uit’ gestaan, dat kon onmogelijk zonder gevolgen blijven.

Op de dag van het ongeluk dacht ik meteen aan haar trouwdag. Die dag waarvan ze al zo lang droomde, waarvoor ze al zo lang aan het regelen was. Zou ze april halen? Zou ze het überhaupt halen? Toen ik een week later haar trouwkaarten ophaalde, huilde ik in de auto op weg naar de drukkerij. Het hadden ook rouwkaarten kunnen zijn. Niet het begin van een mooi, gelukkig, nieuw leven, maar het einde van haar leven. Dan was ik nu een moeder met een dood kind, in plaats van de moeder van de bruid.

Ik hou zo veel van haar, net als van mijn andere twee kinderen. Wat een geschenk dat ik haar leven mocht redden. Niet voor mijn eigen ego, maar gewoon omdat ik mijn dochter daardoor nog bij me heb. Dat ik haar kan bellen, haar kan knuffelen, met haar kan praten. Ik wil haar niet steeds lastig vallen met mijn emoties, maar soms als ze hier het tuinhekje opendoet, springen de tranen in mijn ogen. Dan schenk ik snel koffie in en vraag hoe haar dag is. Gewoon, alsof het nooit anders had kunnen zijn.”

De namen zijn om privacyredenen veranderd.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden