null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Nouveau

Mirjam (51) stapte uit de schaduw van een depressieve moeder: “Ik groeide op met het gevoel dat je altijd moet knokken”

Actrice, zangeres en schrijfster Mirjam Vriend (51) groeide op met een moeder die aan depressies leed. Ze schreef een roman, getiteld Genade, die is gebaseerd op dit gegeven.

Renate van der ZeeGetty Images

“Als kind werd ik heel weemoedig als ik ‘s avonds in bed lag en ik mijn moeder piano hoorde spelen. Maar ik wist niet waarom”, vertelt actrice, zangeres en schrijfster Mirjam Vriend. “Er hing in ons huis een sfeer die anders was dan in andere huizen. Er hing iets zwaars in de lucht. Er was nooit het geruststellende gevoel dat het wel goed zou komen.”

Haar moeder leed aan depressies, maar ze sprak daar niet over – ze was een heel gesloten vrouw. “Het uitte zich in een soort vlakheid en gereserveerdheid”, vertelt Vriend. “Ze reageerde nooit primair. Ze zat in haar cocon en keek van daaruit voorzichtig naar de wereld. Als kind weet je natuurlijk niet beter dan dat wat er om je heen gebeurt normaal is. Maar onbewust wist ik wel: mijn moeder is anders dan andere moeders.”

Niet autobiografisch

Mirjam Vriend publiceerde een roman, getiteld Genade, over een meisje dat opgroeit met een depressieve moeder en zich aan haar jeugd probeert te ontworstelen. Haar eigen jeugdervaringen vormden het uitgangspunt voor het boek. “Maar de moeder uit het boek is zeker niet mijn moeder. En de gebeurtenissen zijn niet gebaseerd op mijn eigen leven”, haast ze zich te zeggen.

De schaduw die over haar hoofdpersoon hangt, is echter wel dezelfde als die over haar eigen jonge leven hing: een moeder die het geestelijk zwaar heeft en worstelt met het bestaan. En dat doet iets met een kind.

“Mijn ouders scheidden toen ik heel jong was en ik heb het gevoel dat mijn moeder daar nooit overheen is gekomen. Mijn moeder kwam uit een streng, katholiek gezin en was heel naïef gehouden. Ze ging als een gevoelig, ongewapend meisje de grote wereld in. Mijn vader was een redelijk vrijgevochten man, mijn moeder meer een huismus die met eenvoudige dingen blij was.

Ze pasten niet bij elkaar en dan maak je elkaar ongelukkig. De breuk met mijn vader greep haar diep aan, maar ze moest door. Als alleenstaande moeder was ze voortdurend aan het overleven. Ze verdiende de kost als pianolerares. In het weekeinde had ze vaak migraine, dan kwam een vriendin van haar op mij passen en zag ik haar alleen zo nu en dan groen uit de slaapkamer komen. Zo groeide ik op met het basisgevoel dat het leven geen feest is. Dat je altijd moet knokken.”

Gevoelig voor moeder

Mirjam veranderde in een voorzichtig kind. Altijd bezig te vermijden dat haar moeder zich zorgen zou maken. “Ik had een nogal symbiotische relatie met mijn moeder. We zaten op elkaars lip in een klein huisje. Ik wist niet zo goed waar haar stemming ophield en waar de mijne begon. Ik was een bang kind: bang voor het donker, bang voor spoken, inbrekers, vreemde mensen. Ik voelde me ook heel verantwoordelijk voor mijn moeder. Ik ontwikkelde een gevoelige antenne voor de stemmingen van anderen en een neiging me daar verantwoordelijk voor te maken.

Ik liep altijd op mijn tenen. Als ik moest nablijven op school, zat ik te piekeren: mama moet weten waarom ik nog niet thuis ben. Op sportdagen probeerde ik vooral te voorkomen dat er ongelukken zouden gebeuren. Het was een worsteling, want ik wilde ook heel graag kind zijn. De echte Mirjam was extravert, druk, lawaaiig, ondernemend, had geen zitvlees. Nu zouden ze me misschien de diagnose ADHD hebben gegeven. Maar ik moest rustig en stil zijn, terwijl ik het gevoel had dat ik ontplofte.”

Mirjam durfde niet te puberen

Toen ze in de puberteit kwam, kreeg ze langzamerhand door wat er speelde. “Als kind koppelde ik de sfeer in huis niet rechtstreeks aan mijn moeder. Maar toen ik wat ouder werd, zag ik dat het er in andere gezinnen heel anders aan toe ging. Dat lang niet iedereen het leven als moeizaam ervoer. Toen besefte ik dat er iets met mijn moeder aan de hand was. Maar ja, indertijd gingen we anders om met psychische problemen. Nu hebben mensen veel meer de neiging eens goed te kijken naar wat er met iemand aan de hand is. Toen probeerde je er gewoon het beste van te maken. Dat betekende dat ik haar voortdurend ontzag. Ik puberde bijvoorbeeld niet.”

Op haar zeventiende ging Mirjam het huis uit. Ze was toegelaten tot de toneelacademie in Maastricht, ver weg van haar ouderlijk huis. Ze werd meteen helemaal op zichzelf teruggeworpen. “Die toneelschool was best een harde omgeving. Er werd van alles van je gevonden, je kreeg allerlei commentaar en daar moet je tegen kunnen, je moet in staat zijn dat niet persoonlijk op te vatten. We kregen les van middelbare mannen die zonder blikken of blozen zeiden: ‘daar krijg ik geen stijve van’.

Het was een onveilige omgeving voor een jong meisje dat niet goed in haar vel zit. Ik was erg gevoelig en dat kan een mooie eigenschap zijn, maar alles komt wel keihard binnen. Er liepen op die school leraren rond die veel te makkelijk diepe emoties bij leerlingen lospeuterden zonder dat ze wisten wat ze daar verder mee moesten. Dat heeft niet geholpen om me krachtiger in het leven te laten staan, integendeel.”

Steeds onzekerder, steeds dunner

Ze was twintig toen ze van de toneelacademie af kwam. Al snel kwam ze erachter dat het leven van een actrice niet zo’n sprookje was als ze had gehoopt. Het bleek niet makkelijk om werk te vinden en ze raakte bovendien verstrikt in een destructieve relatie. “Hij reageerde bagage uit zijn jeugd op mij af. Ik moest compenseren wat niet te compenseren viel. Ik moest bewijzen dat ik te vertrouwen was en dat ik van hem hield door volledig met hem samen te vallen en in alles met hem mee te gaan.

Dat kan natuurlijk niet, maar ik dacht dat dat aan mij lag. Ik dacht: er is iets niet in orde met mij. Daarom doe ik dingen verkeerd en stel ik deze man teleur. Ik werd steeds onzekerder en dunner. Ik ontwikkelde een eetstoornis die vooral een buffer tegen de buitenwereld was – want die was ik net zo spannend gaan vinden als mijn moeder. Ik had het gevoel dat ik buiten de wereld stond, dat ik anders was. Ik kon in een kamer vol vrolijke mensen zitten en opeens diep bedroefd zijn.”

Het zware basisgevoel dat ze uit haar jeugd had meegenomen, ontwikkelde zich gaandeweg tot een depressie. Die depressie was zo hevig dat ze zelfs suïcidale gedachten kreeg. Er waren ook periodes dat het beter ging, maar de depressies kwamen steeds weer terug. “Elke volgende depressie is griezeliger. De situatie zei tegen me: ‘Daar is de depressie weer en hij doet nu nog meer pijn, wanneer kom je nu eindelijk op voor jezelf?’

In een boek van Linda Kohanov, een coach die veel met paarden werkt, las ik: ‘Depressie is het stopsein van de ziel’. Een teken dus dat je geestelijk niet meer verder kunt in een bepaalde situatie. Ik herkende dat en ik wist dat ik een omslag moest maken.

Eindelijk leren grenzen aangeven

Het keerpunt kwam toen ik op het juiste moment de juiste therapeut tegenkwam – ik was toen inmiddels met een andere man en had al twee kinderen. Die therapeut hielp me te accepteren en te respecteren wie ik ben. Ik leerde eindelijk mijn grenzen aan te geven, zonder bang te zijn om iemand verliezen.

Vervolgens veranderde er veel voor me. Ik leerde te leven met hoe ik in elkaar zit. Dat het soms fijn is om gevoelig te zijn en dat het veel oplevert, maar dat het soms verdomd lastig is. Gevoelige mensen kunnen mooie dingen creëren, maar ze kunnen het soms ook zwaar hebben. Ik kan het nu wat meer accepteren en waarderen dat ik zo in elkaar zit.

Mijn moeder is jaren geleden overleden aan kanker en ik heb haar intensief verzorgd. We hebben uiteindelijk wel een gesprek gevoerd over hoe het voor mij was om met haar op te groeien. Ik zei tegen haar: ‘Ik had niet het gevoel dat jij toen erg vrolijk was’. Dat beaamde ze. Ze zag dat het geen beschuldiging was, maar simpelweg een constatering. Dat was heel wijs van haar.

Ze zei: ‘Ik heb sommige dingen niet goed verwerkt, dat had misschien anders gekund en dat had veel uitgemaakt’. Mijn moeder was nooit een prater, maar we waren toen wel heel eerlijk tegen elkaar. Ze zei dat ze in haar eigen ontwikkeling niet verder was gekomen en dat ze hoopte dat mij dat wel zou lukken. Ze zei ook: ‘Ik snap dat jij verder moet met wat je van me hebt meegekregen’. Daarmee bedoelde ze die zwaarmoedigheid. Ze zag dat ik daarin op haar leek en dat het proces zich herhaalde. Ze hoopte dat ik wat lichter in het leven zou kunnen staan dan zij. Met wat minder strijd.

Ik denk dat mij dat uiteindelijk is gelukt. Ik heb gaandeweg ook begrepen wat helen is. Dat is niet dat je terugkeert naar je oorspronkelijke staat van onbevangenheid, maar dat je leert leven met littekens. Mijn moeder trok zich terug uit de wereld, zij bleef binnen zitten, in haar cocon. Maar ik ben uiteindelijk wel naar buiten gegaan. Ik wil risico’s nemen, me kwetsbaar opstellen. En oké, dan ben je maar bang.”

Bron: Nouveau

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden