null Beeld

PREMIUM

Nikwi ging op zoek naar haar Chinese ouders: “Het was helemaal niet de bedoeling dat ik geadopteerd zou worden”

Toen de Nederlandse moeder van de geadopteerde Nikwi Hoogland (27) ernstig ziek werd, besloot ze op zoek te gaan naar haar Chinese ouders. En dat bleek verrassend makkelijk.

Deborah Ligtenberg

Nikwi Hoogland (27) was acht maanden oud toen ze werd geadopteerd door een Nederlands stel dat zelf geen kinderen kon krijgen. Op dat moment woonde ze in een Chinees weeshuis. Nikwi: “Mijn Nederlandse moeder en ik waren heel close. Ik ben veel gepest en had weinig vriendinnen. Maar mijn moeder was er altijd voor mij. Ze vervulde mijn behoefte om te kunnen delen, te tutten, te roddelen, al die meidendingen te doen. Mijn examenreis was niet met vriendinnen naar Lloret de Mar, ik ging met mijn moeder naar Afrika.

Toen bij haar zeven jaar geleden uitgezaaide borstkanker werd geconstateerd en meteen duidelijk was dat ze dit niet zou overleven, was ik wanhopig. Hoe moest het dan met mij? Mijn vader heeft MS en is chronisch ziek, ik heb geen broers en zussen. De angst voor eenzaamheid overviel me.

Hoewel ik nooit eerder de behoefte had gehad, besloot ik nu mijn familie in China te zoeken. Ik hoopte dat ik daarmee de een leegte kon opvullen die mijn moeder zou achterlaten en dat het me troost en steun zou bieden. Het werd een reis naar mijn Chinese moeder en vader, naar mijn zus en broer.

Niet de bedoeling

Ik was acht maanden toen mijn Nederland-ouders – adoptie- en biologische ouders vind ik rotwoorden, ik heb het liever over mijn Nederland-ouders en China-ouders – me in een hotel in Hangzhou in hun armen sloten. Ik was het kind naar wie ze al heel lang verlangden, zelf konden ze geen kinderen krijgen.

Ik kwam uit een Chinees weeshuis en zij wilden mij een beter bestaan geven. Dat klinkt heel mooi, maar nu ik volwassen ben en meer weet over mijn afkomst, weet ik dat het helemaal niet de bedoeling was dat ik zou worden geadopteerd door Nederlanders. Na mijn geboorte brachten mijn China-ouders me naar familie, met de opdracht om goed voor mij te zorgen. Het was de tijd van de éénkindpolitiek in China. Vanwege de overbevolking kregen mensen die het bij één kind hielden een flinke premie van de overheid of een boete als ze een tweede kind kregen. Ik was de tweede dochter, wat betekende dat mijn ouders veel geldNikwi ging op zoek naar haar Chinese ouders: “Het was helemaal niet de bedoeling dat ik geadopteerd zou worden” moesten betalen. Om onder die boete uit te komen, maar toch contact met me te kunnen houden, brachten ze me naar familie. Zo is het met een andere dochter ook gegaan. Uiteindelijk hebben ze nog een jongen gekregen, die ze wel bij zich konden houden. Mijn broertje scheelde vijf jaar met mijn oudste zus, die pauze tussen twee kinderen was volgens de voorschriften lang genoeg. Voor ons Nederlanders een onbegrijpelijke regel, maar zo ging het daar toen.

Helaas brak de familie bij wie mijn ouders mij in vertrouwen hadden achtergelaten hun belofte. En zo kwam ik in Nederland terecht.

Blonde pruik

We hadden thuis Chinese kasten, kunst en mijn ouders wisten alles over de geschiedenis. Al voordat ik bij hen kwam, hielden ze van alles wat Chinees was. Ik niet. Ik vond alles uit China stom, inclusief mezelf. Ik wilde gewoon Nederlands zijn. Ik verafschuwde de vorm van mijn ogen, mijn neus en mijn haar. Het liefste scheerde ik het af en zette ik een blonde pruik op.

Ik had een enorme drang om erbij te horen. In het dorp waarin ik opgroeide woonden alleen mensen die er net zo uitzagen als mijn ouders. Ik viel ontzettend uit de toon. Spleetoog, stinkchinees, bamibal, ik heb die scheldwoorden zo vaak naar mijn hoofd geslingerd gekregen. Hoezeer mijn ouders ook hun best deden, ze waren niet Chinees. Zij, alles en iedereen was anders dan ik. Met mijn andere uiterlijk en mijn afkomst uit een vreemde cultuur, voelde ik me eenzaam.

Die eenzaamheid is een thema in mijn leven. Dat is al heel jong begonnen. Ik heb videobeelden gezien van het weeshuis waar ik woonde. Toen werd me pijnlijk duidelijk hoe ze daar met kinderen omgingen. Als een baby huilde, werd die niet opgepakt. Er was geen troost, geen bevestiging dat er iemand van je hield. Ik denk dat deze start veel invloed heeft gehad op wie ik ben. Mijn diepe eenzaamheid komt door het gevoel van er niet bij horen, de pesterijen, maar ook door mijn start in dat kille weeshuis, denk ik. Dit gevoel zorgde er uiteindelijk voor dat ik besloot mijn China-ouders te zoeken.

Mijn Nederland-ouders begrepen me heel goed. Ze moedigden me zelfs aan. Ik vond het zo fijn dat mijn moeder er nog een stukje van meekreeg. Gelukkig leefde ze nog toen ik mijn China-familie vond.

Nul aanknopingspunten

Ik ken de verhalen van Spoorloos. Van mensen die járen naar hun moeder zoeken en ze niet vinden. Ik hield er rekening mee dat mij dat ook zou gebeuren. Ik had namelijk nul aanknopingspunten. Geen naam van mijn moeder, geen geboortepapieren, helemaal niks. Toch verliep het verrassend soepel. Ik had mijn China-moeder zo gevonden, of eigenlijk eerst mijn vader. Twee weken dat ik een poster met mijn foto en verhaal had laten verspreiden door ICSA, een Nederlandse organisatie die die geadopteerden helpt bij de zoektocht naar hun biologische ouders, kreeg ik al bericht. Totaal onverwacht.

Ik was op de verjaardag van mijn schoonmoeder toen ik een bericht kreeg dat mijn biologische vader waarschijnlijk was gevonden. Ik leek op zijn vrouw, mijn moeder dus, ik was geboren op dezelfde dag als hun verloren dochter, in de stad waar ze haar waren kwijtgeraakt. Nee, ik was niet uitzinnig van geluk. Ik ben van nature vrij wantrouwend. Eerst maar eens een DNA-test. Eerst zeker weten en dan maar eens kijken wat het met me deed.

Twee weken na die test kwam de uitslag al. Ik zat toen in een werkmeeting. Mijn telefoon trilde, omdat er een mail binnenkwam. Alsof ik wist dat er nieuws was, pakte ik mijn telefoon. ‘Congratulations, it is your birth mother.’ Ik kon alleen maar gillen. Niet te geloven, ik had mijn moeder gevonden!

Daarna moest ik huilen. Ik was verdrietig dat mijn Nederland-moeder niet mee kon naar China. We hebben samen zo veel van de wereld gezien, maar deze reis konden we niet samen maken. Ze was te ziek. Ik denk dat zij dat verdriet ook voelde, maar we hadden het er niet over. Toen ze hoorde dat ik mijn ouders had gevonden, omhelsde en kuste ze me. Ze was heel blij dat het was gelukt. Een maand later overleed ze. Ze heeft nog wel een filmpje opgenomen voor mijn China-ouders, nadat zij een video hadden gestuurd om mijn ouders te bedanken dat ze zo goed voor mij hebben gezorgd. Ik kan nog steeds niet naar dat filmpje kijken. Mijn moeder doet opgewekt en blij, maar ik zie de dood in haar ogen. Ze was zó ziek.

Ultieme herkenning

Vijf maanden na haar overlijden zat ik in oktober 2019 samen met mijn vriend in het vliegtuig naar China. Mijn moeder had het ticket voor me gekocht, zodat ze er toch een beetje bij was. Ik was helemaal hyper. Het was heel druk geweest op mijn werk, ik had mijn China-familie gevonden, mijn moeder begraven, alles bij elkaar nogal veel. Pas nadat mijn vriend en ik onze bagage van de band hadden gehaald, werd ik zenuwachtig. Ik zag zo veel Chinezen, wie was mijn familie? Ik hoorde iemand roepen en herkende mijn ouders van de foto.

Het was niet alsof de bliksem insloeg, alsof ik in de spiegel keek, zoals ik van andere adoptiekinderen wel eens heb gehoord. Wel was het ontzettend fijn om ze vast te houden. Dat gevoel zou ik iedereen gunnen, zo bijzonder. Het voelde niet als thuis, want dat is in Nederland. Het voelde ook niet per se veilig, want alles was onbekend. Wel was er die ultieme herkenning, ook omdat mijn China-moeder en ik waanzinnig veel op elkaar lijken. Het gevoel dat ik erbij hoorde. Dat ik niet alleen was.

Mijn vriend en ik zijn twee weken in China geweest. Het is een prachtig land, met heel lekker eten. Die Chinese dumplings, zalig! Het klikte meteen met mijn broertje, mijn zus en haar dochter. Onbewust deed ik enorm mijn best. ‘Wacht even. Niets geks doen, straks staan ze je weer af’, dat schoot een paar keer door me heen. Niet dat ik boos op ze ben. Ik snap dat het een moeilijke situatie was, ik snap dat ze het gevoel hadden dat ze klem zaten en dat ze mij daarom afstonden. Maar het deed iets met mijn vertrouwen, ze hebben me namelijk wél weggegeven.

Was je maar hier

“Met mijn China-vader was het erg gezellig, hij lacht veel. Met mijn China-moeder bleef het wat afstandelijk. Ze voelde niet zo veilig als mijn Nederland-moeder. Ik denk ook dat ik haar niet te dichtbij liet komen omdat ik nog zo vol zat met verdriet om het overlijden van mijn moeder. Ik heb zo vaak gedacht: mama, was je maar hier, was je maar bij me om dit bijzondere moment mee te maken. Kon ik je maar even bellen om alles te vertellen.

Pas later, toen ik eenmaal thuis was, heb ik mijn China-moeder verteld waarom ik me niet helemaal kon geven. Via Google translate, want zij spreekt geen Engels en ik geen Chinees. Ik geloof dat ze het wel begreep. Ze dringt mij niets op. Ze is een geduldige, lieve vrouw. Nog steeds laat ik haar niet helemaal toe, dat moet groeien. We spreken elkaar in elk geval wekelijks, soms vaker. Daardoor groeit onze band.

Ik zou het leuk vinden om mijn familie nog een keer te zien. Dat ze bij mij komen, zodat ik ze mijn wereld kan laten zien. Hier hoor ik thuis, dat is fijn om te voelen. In China liggen mijn roots, maar in Nederland ben ik geworteld. Mijn vriend en ik zijn net verhuisd en in onze woonkamer wil ik nog een Chinees gedenkplekje maken voor mijn Nederland-moeder. Het lijkt me mooi om dat aan mijn China-moeder te laten zien. Om mijn twee moeders samen te brengen. De vrouwen die zo belangrijk zijn in mijn leven.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden