PREMIUMDIML

Stefania en Victoria (35) zijn gevlucht uit Oekraïne: “Als we eenmaal beginnen met huilen, kunnen we niet meer stoppen”

Stefania en Victoria (35) zijn gevlucht uit Oekraïne: “Als we eenmaal beginnen met huilen kunnen we niet meer stoppen” Beeld Brenda van Leeuwen
Stefania en Victoria (35) zijn gevlucht uit Oekraïne: “Als we eenmaal beginnen met huilen kunnen we niet meer stoppen”Beeld Brenda van Leeuwen

Hun mannen en ouders wonen nog in Oekraïne, maar de tweeling Stefania en Victoria (35) vluchtten met hun zoons naar Nederland toen de oorlog uitbrak. Dat is nu bijna een jaar geleden. “Papa zei: ‘Het is maar voor een paar weken.’”

Marlies jansenBrenda van Leeuwen

De telefoon in Stefania’s handen trilt en zoemt, alarmicoontjes met uitroeptekens verschijnen continu in het scherm. Ontzet staart ze naar de alerts: wéér een raket- of droneaanval in hun thuisland. De hevigheid van de aanvallen doen haar en Victoria denken aan die afschuwelijke dag waarop de oorlog begon. “We hebben vandaag al drie keer valeriaanpillen geslikt. De knoop in mijn maag verdwijnt niet.” Want hoe gaat het met hun ouders, en hun mannen – de vaders van hun zoons? Stefania heeft geen idee: haar man is beroepsmilitair. “Ik kan hem niet bereiken, maar ik bid voor hem.” Victoria appt met haar man. Gelukkig is hij in veiligheid, net als haar ouders. “Mijn man werkte vroeger in de mijnen, net als papa en zoals zo veel mannen in onze streek. Papa is 59 en met pensioen, en mijn man stopte met het werk zodra de oorlog begon. Het is te gevaarlijk, door alle bombardementen storten veel mijnen in.”

Harder vechten

Het doet de zussen pijn dat Poetin ‘de Oekraïne wil vernietigen’. “Maar hoe meer hij ons volk probeert te verscheuren, hoe sterker wij ons voelen. Oekraïners voelen zich meer dan ooit met elkaar verbonden. Onze mannen willen alleen maar harder vechten. Voor hun ouders, hun broers en zussen, hun vrouwen en hun kinderen. Ik ben trots op die houding. Wij laten ons niet klein krijgen”, zegt Victoria.

Victoria en Stefania komen uit een stadje in de Donbas. “Het is er al onrustig sinds 2014, toen een deel van de regio werd bezet door de Russen. Het stukje waar wij wonen – ieder in ons eigen huis, vlak bij elkaar – is dat gelukkig nog niet. Onze huizen zijn op nog geen 30 kilometer bij de frontlinie vandaan. Bij de aanval op 24 februari was het artilleriegeluid zó hard, dat we wisten: we moeten weg hier. Nu!”, vertelt Victoria. Huilend belde ze een tante in een stad 200 kilometer verderop: ‘De oorlog is begonnen, kunnen we komen? We zijn zó bang!’ Zij, haar man en Stefania pakten de noodzakelijke spullen: wat kleren voor de jongens en zichzelf, boeken om Engelse les te kunnen geven en hun paspoorten. Alles paste in twee koffers. “Het afscheid was een drama”, herinnert Stefania zich. “Moeder huilde. Papa zei: ‘Het is maar voor een paar weken. Overal vielen bommen.”

Gevlucht uit Oekraïne: “Zullen we elkaar ooit nog zien?” Beeld Brenda van Leeuwen
Gevlucht uit Oekraïne: “Zullen we elkaar ooit nog zien?”Beeld Brenda van Leeuwen

Gevlucht uit Oekraïne

Toen het ook bij hun tante niet meer veilig was, zei hun vader: “Ga weg, waarheen je ook maar kunt.” Victoria: “We besloten meteen naar Nederland te gaan. Naar Manon en Henk in Achterveld. Stefania heeft in 2014 een jaar als au pair bij hen gewoond. Ze hadden al geappt: ‘Kom bij ons, kies voor de veiligheid van jullie kinderen.’” Stefania: “Ik zorgde voor hun zoon, die toen zeven jaar was, en heb mijn eigen zoon heb ik naar hem genoemd. We zijn altijd contact blijven houden.” Hun ouders en ook Victoria’s man bleven achter in Oekraïne. “Mijn man wilde niet dat ik zonder hem weg zou gaan. ‘Ik kan niet zonder je, en hoe kún je zonder mij gaan?’, riep hij. Zelf mag hij het land niet meer verlaten, voor het geval het leger hem nodig heeft. En hij is een trotse patriot, hij wíl zijn land ook niet in de steek laten. Maar hij is bang dat wij elkaar nooit meer zullen zien. Wij discussieerden veel, uiteindelijk begreep hij dat vluchten veiliger was voor onze jongen.” Hun moeder wilde wél graag mee, maar zij verlaat haar land niet zonder haar man. “Onze vader is zo koppig. Ook hij wil zijn huis beschermen en zich niet laten verjagen door de Russen. Hij is de stoerste man ter wereld, maar zonder de steun van onze moeder verliest hij zijn kracht.”

In de vensterbank van hun Achterveldse driekamerappartement prijkt een afbeelding van Sint Nicholas. Het plaatje van de beschermheilige die mensen helpt die in nood verkeren, heeft de hele vlucht met ze meegereisd. Het was een behoorlijke uitdaging om weg te komen. Stefania: “Iederéén wilde vluchten en een plekje in de evacuatietrein bemachtigen. Mensen gilden, duwden elkaar weg, Victor is bijna onder de voet gelopen. En steeds als het luchtalarm afging, werd er geschreeuwd: ‘Rennen!’ Maar wij konden niet zo snel naar de schuilkelders gaan vanwege de aangeboren handicap die Victoria aan haar voet heeft, en Marco wilde dat ik hem tilde en we moesten óók onze bagage meeslepen.”

Sirenes

Aan het eind van de dag keerden ze terug naar het huis van hun tante. Bij de tweede poging hadden ze geluk: kinderen en mensen met een handicap kregen voorrang in de rij. “We waren opgelucht dat we de kans kregen te vertrekken. Maar de reis was zwaar. De trein zat propvol, iedereen huilde. Alle lichten waren uit, uit angst dat de trein gebombardeerd zou worden. Zo was het thuis ook geweest, elke avond deden we heel vroeg alle lichten uit. We leefden in het donker, zo onzichtbaar mogelijk. We durfden ook niet meer naar buiten, want minstens tien keer per dag klonken de sirenes vanwege aanvallen. We baden aan een stuk door met het prentje van Sint Nicholas in onze hand.”

De zussen worden geraakt door de behulpzaamheid van mensen in de buurt. Victoria: “We krijgen veel hulp en er wordt veel georganiseerd. Zo was er in het dorp een ‘winkeltje’ voor vluchtelingen waar we tweedehands kleding konden uitkiezen. Verder staan Jan en Margriet vaak voor ons klaar, een echtpaar uit de buurt. Jan leert ons Nederlands en Margriet gaat met mij naar het ziekenhuis of de revalidatiekliniek, waar ik behandelingen voor mijn voet krijg. Manon en Henk deden een oproep in een groepsapp: we hebben fietsen nodig voor de kinderen, speelgoed en jassen. Ongelooflijk hoe gul mensen zijn.”

Eigen plek

Drie maanden lang verbleven de vrouwen met hun zoons bij de Achterveldse familie. Ze hadden een eigen plek nodig, Manon hielp hen daarbij. Toen Oekraïense families uit het dorp terugkeerden naar huis, kwam er een driekamerappartement vrij. “Het is in een gebouw bij een woonzorgcentrum. Het staat op de nominatie om gesloopt te worden, maar wij wonen hier goed. Er wonen ook andere Oekraïense mensen en een paar Nederlanders. Ze voelen als een tweede familie voor ons. Als de een iets lekkers heeft gekookt of gebakken, wordt dat gedeeld met de buren. Gelukkig is het vlak bij Henk en Manon, die ons ook vaak uitnodigen om te komen eten.”

Het appartement is ingericht met spullen die ze hebben gekregen. Een ratjetoe aan servies, een tweezitsbankje, een boekenkast van Ikea. Op tafel staan twee bekers met prints van de traditionele borduurmotieven uit hun regio en de Oekraïense vlag – een cadeautje voor hun verjaardag afgelopen zomer. Ze staan op spiksplinternieuwe placemats. Victoria: “In het begin wilden we niets kopen voor ons huis, we zouden immers weer snel naar huis gaan. Nu schaffen we soms toch iets nieuws aan, om het onszelf wat comfortabeler te maken.”

Stefania staat voor de deur van hun slaapkamer, met daarop schema’s. Dit is namelijk ook haar werkplek. In haar thuisland was ze docent Engels op een middelbare school, nu geeft ze elke ochtend online Engelse les aan Oekraïners. Ook Victoria is docent Engels, maar zij heeft helaas minder werk dan haar zus. Het schoonmaakwerk bij een hotel in de buurt hield ze niet vol vanwege haar handicap, en om diezelfde reden stopte ze ook met werk in een fabriek. Nu probeert ze als vrijwilliger aan de slag te gaan, als docente.

Sterk zijn

De jongens gaan vijf dagen per week naar het Voila Taalcentrum in een dorp verderop, waar ze met een busje naartoe worden gebracht. Ze zitten er met vluchtelingen uit allerlei werelddelen. Dankzij hun moeders spreken de twee vloeiend Engels.

Trots vertelt Stefania dat Victor in het voorjaar meedeed met de Avondvierdaagse. En dat ze als gezin waren uitgenodigd voor het gigantische feest van de voetbalclub. “Wij hebben er een Oekraïens lied gezongen, Chervona Kalyna van Dodomu, over hoe onze mannen vechten voor thuis. We hebben er de lokale krant mee gehaald.” Ze vertelt hoe actief ze zijn. “Op de braderie in augustus verkochten wij Oekraïense hapjes om geld in te zamelen. Victoria heeft er een beschermingsbril van gekocht voor haar man, om zijn ogen te beschermen tegen het felle licht van bommen en raketten. Mijn man heb ik een speciale nachtcamera en een zaklamp cadeau gegeven.” Er klinkt een korte zucht. “We zorgen dat we altijd druk zijn. Anders gaan we te veel nadenken.” Ze moeten sterk zijn, voor de jongens. “Als we onszelf de ruimte geven om te huilen, kunnen we niet meer stoppen.”

Alarmsignalen

De jongens waren de eerste maanden in Nederland van slag. Niet alleen vanwege de oorlog, ook door de onrust vanwege die stressvolle weg hiernaartoe. Victoria: “Nog steeds merken we dat onze zoons gespannen zijn. Als er vuurwerk wordt afgestoken, schrikken ze. Marco was zindelijk, maar plaste hier weer in zijn bed. Soms vraagt hij: ‘Mama, er worden toch geen mensen gedood?’”

De telefoons van de tweeling trillen weer, alarmsignalen loeien door de kamer. Victoria: “Mama huilde gisteravond toen ik haar sprak. De bombardementen waren zó hard, ze had het idee dat de artillerie in de achtertuin stond. Onze ouders gaan elke avond slapen met de vraag of ze er de volgende ochtend nog wel zijn.” Stefania vult aan: “We hebben het hier goed, en zijn dankbaar voor alle hulp die we krijgen, maar ontspannen kunnen wij niet. Want wíj zijn hier, onze mannen en ouders zijn dáár. De situatie in Oekraïne wordt alsmaar slechter. Niemand weet wanneer de oorlog stopt. Elke dag draait om de vraag of we elkaar en het huis waarin we zijn opgegroeid, ooit nog zullen zien.”

Om veiligheidsredenen zijn de namen van de Oekraïense zussen en hun kinderen gefingeerd.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden