Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Zoek binnen:

Bernlef in Libelle

Er zijn weinig schrijvers in Nederland die zoveel boeken op hun naam hebben staan als Bernlef. Ruim zeventig titels, volgens de laatste tellingen. Vooral de romans hebben hem, met name bij vrouwen, beroemd gemaakt. Zijn nieuwe roman, De onzichtbare jongen, is het boekenclubboek van dit najaar.

Zijn bekendste boek is natuurlijk Hersenschimmen, de kaskraker uit 1984 waarin hij, voor het eerst in Nederland, de ziekte van Alzheimer beschreef vanuit de ‘patiënt’ zelf. Hersenschimmen was een goed voorbeeld van wat Bernlef (68) eigenlijk al zijn hele leven bezighoudt en wat hij ook in het daaropvolgende succes, Eclips, verder uitzocht: het raadsel van onze hersens. Hoe afhankelijk we daarvan zijn en wat er gebeurt als er in ons hoofd een draadje losraakt. Bernlef’s zoektocht bracht hem niet alleen toegewijde lezers, maar ook erkenning. De Constantijn Huygensprijs in 1984, de AKO Literatuurprijs drie jaar later, in 1994 gevolgd door de P.C. Hooftprijs.

Advertentie

Sinds een aantal maanden ligt er van Bernlef een klein boekje in de winkels, Een jongensoorlog, dat eigenlijk een herschrijving is van zijn prozadebuut uit 1965. En deze week komt er een ander boek uit: De onzichtbare jongen. Bij wijze van hoge uitzondering zijn het allebei boeken die naast het favoriete Bernlef-thema ook autobiografische trekjes hebben. Een jongensoorlog gaat over een kind dat aan het eind van de oorlog door zijn ouders op het platteland in veiligheid wordt gebracht en zijn best doet om daar overeind te blijven. In De onzichtbare jongen is het inmiddels de jaren vijftig en draait alles om Wouter, die zich fanatiek gestort heeft op een mogelijke atletiekloopbaan. En Max, zijn schoolvriend, die schema’s bijhoudt waarop de kracht van de wind is af te lezen. In beide boeken proberen de hoofdpersonen wanhopig om orde in de chaos te scheppen, om een systeem te vinden waardoor ze greep krijgen op de wereld om hen heen.
Bernlef: “Allemaal hopen we dat er een soort verklarend principe is dat overzicht en Zin geeft. Ik denk dat de meeste van ons het grootste deel van ons leven een poging doen om controle te krijgen, grip. Er zijn bijvoorbeeld veel mensen die iets verzamelen. Zij halen hun gevoel van macht en overzicht uit het compleet maken van iets: alle platen van Miles Davis, alle boeken van een geliefd schrijver. Alsof de wereld zo begrepen kan worden. Terwijl we weten dat het zo niet werkt. Als we dood gaan, wordt al die rotzooi die wij bij elkaar hebben verzameld door onze kinderen verdeeld of naar de rommelmarkt gebracht. Die tijdelijkheid van een mensenleven, die vind ik fascinerend. En het feit dat we het toch steeds weer blijven proberen. Dat we ons niet kunnen neerleggen bij de werkelijkheid, die leert dat ons bestaan voor het grootste deel door toevallige gebeurtenissen en omstandigheden bepaald wordt. We vinden het idee dat we zelf de teugels niet in handen hebben, onverdraaglijk. En dus proberen we de controle terug te krijgen door de baas te worden over onze omgeving. Die machteloze, maar moedige pogingen, die vind ik ontzettend interessant.”

Nu gaan we natuurlijk allemaal anders om met onze zucht naar zingeving. Verzamelen is nog vrij onschuldig, maar de hoofdpersonen in De onzichtbare jongen raken behoorlijk verstrikt in hun systemen. Alles houden ze bij, in cijfers. Ik heb wel eens gelezen dat er in uw familie ook zo iemand rond liep. Uw grootvader, die aan het sterfbed van zijn vrouw niets anders kon verzinnen dan het minutieus bijhouden van de temperatuur, de tijden, de weersgesteldheid.
“Dat schrift heb ik na zijn overlijden gekregen en kan ik nog steeds niet met droge ogen lezen, zo ontroerend vind ik het. De goede man was elektrotechnicus, een echte rationalist. Een intelligent mens, een uitvinder, maar wel iemand die geen idee had hoe hij met emoties moest omgaan. Vooral Max heeft trekjes van hem en ik kom ze ook nu nog regelmatig tegen, mensen die niets anders dan hun rationele denken tot hun beschikking hebben om de wereld te verklaren. Toen mijn grootmoeder ziek werd, had mijn grootvader geen andere taal om daarmee om te gaan dan die van de techniek, van het meten. En dus zat hij bij dat bed met zijn aantekenschriftje en schreef daarin alles op wat hij een cijfer kon geven. En aan het eind, toen ze dood was, maakte hij een plattegrond van de kamer, met de precieze afmetingen van het bed.”

Terwijl die arme vrouw daar lag.
“En hij beter met haar had kunnen praten, natuurlijk. Dat had hij ook moeten doen. Zeggen dat hij van haar hield, dat hij haar zou missen. Maar dat kon hij niet. En omdat hij iets moest verzinnen om de ellende te benoemen, deed hij dit. Je moet niet vergeten dat mannen van die generatie werd afgeleerd om te praten. Emoties, taal, dat was iets voor vrouwen. Zelfs bij ons thuis gold dat nog: ‘Doe niet zo raar, je lijkt wel een meisje’. Een paar jaar geleden heb ik eens een verhaal geschreven, gebaseerd op een man die ik via via had ontmoet. Een technisch tekenaar, die tijdens zijn leven duizenden foto’s van zijn gezin had gemaakt. Maar dan niet zoals we dat allemaal doen, wat gezellige kiekjes op vakantie. Maar elke dag. Zo waren er honderdvijftig foto’s van het dressoir. Hetzelfde dressoir, maar steeds op een andere dag gefotografeerd. Diezelfde behoefte tot controle als mijn grootvader: gerangschikt op jaar, met onderschriften in een begeleidend schrift. Het treurige was dat toen die man doodging, geen van de kinderen de foto’s wilde hebben. ‘Hij heeft ons nooit echt gezien’, zei een van de dochters toen haar gevraagd werd waarom niet. ‘Hij heeft altijd alleen maar door de lens naar ons gekeken.’ Dat is natuurlijk het grote risico. Dat we in onze zucht naar orde vergeten om te leven.”

Maar is dat niet een typische manneneigenschap? Het klinkt namelijk een beetje alsof ze buiten de wereld staan, niet echt deelnemen aan het sociale leven. Je zou het bijna autistisch kunnen noemen. En het nieuwe wetenschappelijke idee over mannen is toch dat ze veel autistische trekjes hebben.
“In ieder geval is dat heel lang zo geweest. Als ik kijk hoe mijn kinderen met hun kinderen omgaan en ik vergelijk dat met hoe het vroeger bij ons thuis ging: dat is een wereld van verschil. Mijn vader was ook zo’n rationalist en mijn moeder, een heel gevoelige vrouw, kwam er eigenlijk niet aan te pas. Emoties hoorde je niet te hebben of in ieder geval niet te uiten. Dat was aanstellerij. We hebben het natuurlijk wel over de jaren vijftig, toen er voor kinderen weinig anders op zat dan stil zijn, luisteren en doen wat er gezegd werd. Net als Max in dit boek fantaseerde ik dat ik onzichtbaar was. Het leek me geweldig om heel dichtbij mensen te kunnen komen, zonder dat ze je zagen. Ze bespieden, kijken wat ze echt deden, wie ze werkelijk waren. Ik denk dat daar de schrijver is geboren. Uit nieuwsgierigheid naar wat er gebeurt in het hoofd van al die mensen die wanhopig worstelen om zich te uiten. Mijn vrouw zit heel anders in elkaar dan ik. Zij heeft een grote kring mensen om zich heen. Ze werpt zich overal in, kent iedereen. Ik ben daar best jaloers op, want dat kan ik helemaal niet. Ik heb mijn werk nodig om te snappen hoe het zit, zij doet dat met haar gave voor het sociale leven.”

De meeste van uw hoofdpersonen zijn mannen. Is uw werk dan eigenlijk een soort onderzoek naar de mannelijke geest?
“Mannen lopen eerder het risico te verdwalen in een wereld waarin ze alleen nog maar zichzelf in de spiegel zien. Vrouwen zijn van huis uit veel socialer ingesteld en raken dus minder snel in de greep van het vastleggen en meten. Mannen kunnen ook maar één ding tegelijk. Net als Wouter in De onzichtbare jongen deed ik vroeger aan atletiek. Binnen de kortste keren was dat mijn obsessie. Ik dacht alleen nog maar aan seconden en afstanden en het verbeteren van mijn start. Maar op een gegeven moment raakte ik geïnteresseerd in de literatuur en bijna van de ene dag op de andere vond ik de kleedkamer stinken en kon het me eigenlijk niet meer zo erg schelen of ik de honderd meter in 10.9 of 11 seconden liep. Mijn zoon is precies hetzelfde. Al vanaf het moment dat hij een klein jongetje was, schakelde hij van de ene obsessie over op de andere. Maanden achtereen alleen bezig zijn met één ding en dan weer maanden met een ander. Met uitsluiting van al het andere. Blijkbaar zitten mannen zo in elkaar. Dat snap ik, dus daar schrijf ik over. Zo werkt het geloof ik toch in de kunst. Er zijn veel verhalen die de moeite van het vertellen waard zijn. Toch zijn er maar een handjevol waarbij een lampje gaat branden, waarvan je weet dat jíj ze moet opschrijven. Voor een schrijver is zo’n licht obsessieve instelling eigenlijk ook wel goed. Je kunt een boek niet halfslachtig beginnen. Zo van ‘ach ja, als het leuk wordt is het meegenomen, maar anders is het ook goed’. Dan wordt het niks.”

Uw manier van schrijven is bijna bedrieglijk simpel. Geen moeilijke woorden, geen ingewikkelde zinnen. Het lijkt heel helder en duidelijk, eenvoudig bijna. Maar de verhalen blijven nog lang in je hoofd rondzingen en dan blijken ze toch meer lagen te hebben dan je in het begin dacht.
“Op de middelbare school had ik een hele goede leraar Nederlands. Hij liet me Nescio lezen en Elsschot, mensen die wars zijn van literatuur met een hoofdletter. Van deftigdoenerij, krullerig taalgebruik, te veel bijvoeglijke naamwoorden. Daar heb ik veel van geleerd. Ik probeer de dingen te suggereren in plaats van uit te leggen. Zijdelings naar de wereld te kijken. Als ik bijvoorbeeld iemand wil beschrijven die eenzaam is, zal ik dat woord nooit gebruiken. Want ‘eenzaam’ is een leeg cliché geworden en roept daardoor geen enkele emotie meer op. Laatst moest ik een lezing geven. Een van de lezers in het publiek had een krantenartikel voor me meegenomen over een man die maanden dood in zijn huis had gelegen. ‘Hoe zou u dat nou opschrijven’, vroeg ze en vertelde hoe zij het zelf zou doen: die man, op de bank, met zijn laatste gedachten. Ik heb toen proberen uit te leggen dat ik het verhaal waarschijnlijk zou vertellen vanuit het perspectief van de buurvrouw. Een jonge meid, met kinderen, werk, telefoontjes en een stofzuiger. Eenzaamheid wordt pas zichtbaar als je het afzet tegen een bruisend bestaan elders. Dan ga je het als lezer pas echt voelen.”

U bent als schrijver vooral goed in details. Zoals het verhaal over de nagels van het jongetje, die vol zitten met witte puntjes. ‘Dat zijn je leugens’, zegt zijn vader, een uitspraak waar het jongetje erg van schrikt.
“Ook dat is een min of meer autobiografisch verhaal. Die uitspraak komt van mijn vader. Die verzon dat soort dingen om zijn kinderen stil te houden. Dit verhaal was al erg genoeg, maar ik kan me herinneren dat hij zo rond mijn achtste nog iets veel ergers vertelde. In die tijd was ik een enorme kletskanis, vooral aan tafel. Mijn vader, die dan net moe van zijn werk was thuisgekomen, had daar niet altijd even veel zin in. Eigenlijk was er ook een praatverbod, maar daar kon ik me niet aan houden. Toen het hem een avond te ver ging, zei hij serieus: ‘Weet je dat ieder mens van binnen een woordenpotje heeft? In het begin is dat helemaal vol, maar als jij zo doorgaat met kletsen is het leeg tegen de tijd dat je groot bent. En dan kun je niks meer zeggen.’ Ik schrok me wezenloos, dat weet ik nog wel. Drie dagen heb ik gezwegen, tot mijn moeder er achter kwam en mijn vader terechtwees. Naarmate ik ouder word, komen dit soort gebeurtenissen vaker naar boven. Vroeger was ik meer met de toekomst bezig, nu meer met het verleden. En schrijven is een goede manier om je dingen te herinneren. Als ik achter de computer zit, drijven de beelden vanzelf naar boven. Dat is natuurlijk ook wat een schrijver doet. Hij geeft zin en vorm aan de toevalligheden die zijn leven uitmaken. De literatuur zie ik als een soort koraalrif. Overal ter wereld zijn schrijvers hun eigen kleine stukje aan het bouwen. Het ene mooier dan het andere en het geheel valt door niemand te overzien. Maar het is wel belangrijk, want samen brengen we de menselijke ervaring in kaart.”

Bernlef is 75 jaar geworden.
Interview: Ingeborg van Teeseling

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Dít verrassende ingrediënt voorkomt dat je fruitsalade bruin wordt

In de lente en zomer is een fruitsalade een ideaal bijgerecht bij een picknick of barbecue. Alleen kan het fruit na een tijdje wat bruin kleuren. Gelukkig is dit probleem makkelijk op te lossen. 

Je zult het vast wel herkennen: je snijdt de appel in plakjes en de banaan, aardbeien en mango in stukjes. De verschillende soorten fruit zorgen voor een heerlijke frisse salade, maar voor je het weet begint het fruit al bruin te kleuren. Waar komt dat door?

Advertentie

Zuurstof

Het bruin worden van fruit is het gevolg van oxidatie. Ieder fruitstuk bevat bepaalde enzymen en polyfenolen die in hun eigen compartiment zitten. Wanneer je fruit in stukjes snijdt, gaat de celwand stuk en wordt het fruit blootgesteld aan zuurstof. Doordat die zuurstof erbij komt en de polyfenolen en enzymen bij elkaar komen, ontstaat die bruine kleur. Hoewel dit proces de smaak van het fruit niet echt beïnvloedt, ziet het er niet echt smakelijk uit.

Citroenzuur

Om de effecten van oxidatie te voorkomen, heeft het fruit een dosis citroenzuur nodig. De zuurgraad van citroenen helpt het bruin worden van fruit namelijk te voorkomen. Kortom: het enige wat je hoeft te doen is wat citroensap aan je fruitsalade toevoegen. Eén eetlepel sap kan de fruitsalade urenlang vers houden.

Betere smaak

En dat is niet het enige voordeel van citroen. Naast het vers houden van fruitsalade, kan citroen ook helpen de smaak te versterken. De zure bite van de citrus accentueert de zoetheid van de andere vruchten en helpt ook de smaak van hun sappen naar voren te brengen.

Houten scheplepels

Als je niet wilt dat de smaak van citroen alle andere smaken overweldigt, kun het beste één eetlepel citroensap aanhouden per twee kopjes fruit. Om de zure smaak te verminderen, kun je de sap eventueel van tevoren mengen met een theelepel suiker. Gebruik voor extra bescherming tegen oxidatie houten scheplepels om alles door elkaar te mengen, in plaats van metaal.

Dag bestrijdingsmiddelen: zo maak je fruit écht brandschoon:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Well + Good. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Dít verrassende ingrediënt voorkomt dat je fruitsalade bruin wordt

In de lente en zomer is een fruitsalade een ideaal bijgerecht bij een picknick of barbecue. Alleen kan het fruit na een tijdje wat bruin kleuren. Gelukkig is dit probleem makkelijk op te lossen. 

Je zult het vast wel herkennen: je snijdt de appel in plakjes en de banaan, aardbeien en mango in stukjes. De verschillende soorten fruit zorgen voor een heerlijke frisse salade, maar voor je het weet begint het fruit al bruin te kleuren. Waar komt dat door?

Advertentie

Zuurstof

Het bruin worden van fruit is het gevolg van oxidatie. Ieder fruitstuk bevat bepaalde enzymen en polyfenolen die in hun eigen compartiment zitten. Wanneer je fruit in stukjes snijdt, gaat de celwand stuk en wordt het fruit blootgesteld aan zuurstof. Doordat die zuurstof erbij komt en de polyfenolen en enzymen bij elkaar komen, ontstaat die bruine kleur. Hoewel dit proces de smaak van het fruit niet echt beïnvloedt, ziet het er niet echt smakelijk uit.

Citroenzuur

Om de effecten van oxidatie te voorkomen, heeft het fruit een dosis citroenzuur nodig. De zuurgraad van citroenen helpt het bruin worden van fruit namelijk te voorkomen. Kortom: het enige wat je hoeft te doen is wat citroensap aan je fruitsalade toevoegen. Eén eetlepel sap kan de fruitsalade urenlang vers houden.

Betere smaak

En dat is niet het enige voordeel van citroen. Naast het vers houden van fruitsalade, kan citroen ook helpen de smaak te versterken. De zure bite van de citrus accentueert de zoetheid van de andere vruchten en helpt ook de smaak van hun sappen naar voren te brengen.

Houten scheplepels

Als je niet wilt dat de smaak van citroen alle andere smaken overweldigt, kun het beste één eetlepel citroensap aanhouden per twee kopjes fruit. Om de zure smaak te verminderen, kun je de sap eventueel van tevoren mengen met een theelepel suiker. Gebruik voor extra bescherming tegen oxidatie houten scheplepels om alles door elkaar te mengen, in plaats van metaal.

Dag bestrijdingsmiddelen: zo maak je fruit écht brandschoon:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Well + Good. Beeld: Getty Images

Lees meer

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Persconferentie 11 mei: "Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer"

We kunnen binnenkort weer van ‘s ochtends vroeg tot acht uur ‘s avonds naar het terras. Ook mogen we weer binnen sporten en een dagje naar pretparken, dierentuinen en speeltuinen. 

Deze versoepelingen gaan in vanaf woensdag 19 mei, míts de ziekenhuisbezetting blijft dalen. Dat maakten demissionair premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge bekend tijdens de persconferentie van 11 mei. Verder zijn ze voorzichtig optimistisch over de vakanties naar het buitenland.

Advertentie

Noodrem

“Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer”, zegt Rutte tijdens de persconferentie. Het kabinet kondigt dan ook een een aantal versoepelingen aan. Maar wees niet té enthousiast, want op maandag 17 mei wordt bekeken of deze voorgenomen versoepelingen ook écht mogelijk zijn. Het kabinet vindt het namelijk nog te vroeg om daadwerkelijk te beslissing te nemen om een sprong te wagen naar de tweede fase van het het versoepelingsplan. Daarom worden de laatste puntjes later pas op de i gezet.

De nieuwe versoepelingen zijn onder voorwaarden. Ten eerste moet het aantal ziekenhuisopnames blijven dalen. Als dit tegenvalt, wil het kabinet op de “pauzeknop” drukken. Mochten de ziekenhuisopnames wél zijn gedaald? Dan zijn dít de versoepelingen van stap twee:

1. Contactberoepen

Alle contactberoepen aan de slag. Eerder mochten fysiotherapeuten, schoonheidsspecialisten en kappers hun werk weer doen, maar vanaf volgende week mogen waarschijnlijk ook de sekswerkers weer aan het werk.

2. Buitenhoreca

Nu kon je alleen van 12.00 uur tot 18.00 uur een terrasje pakken. Deze tijden worden wat verruimd, blijkt na de persconferentie. Zo kunnen terrassen voortaan vanaf ‘s ochtends 06.00 uur open voor ontbijt, tot ‘s avonds 20.00 uur voor diner. Nog steeds onder dezelfde voorwaarden. De nieuwe regels gelden ook voor de sportkantines.

3. Meer sportmogelijkheden

Sportscholen gaan weer open. Dat betekent dat er zowel buiten als binnen gesport mag worden. Voor binnen geldt een maximumaantal van 30 personen. Ook teamsport is weer toegestaan. Kleedkamers en douches blijven gesloten, met uitzondering van de kleedkamers bij zwembaden. Geen wedstrijden en geen publiek.

4. Openluchttheaters en -musea

Ook de openluchtheaters, openluchtmusea en andere culturele instellingen in de buitenlucht weer open. Binnenruimtes, waar mensen zelf aan kunst doen, gaan ook weer open, zoals muziek- en dansscholen. Ook daar geldt: maximaal dertig mensen in een ruimte, 1,5 meter afstand en registratie vooraf.

5. Recreatie buiten

De zogenoemde doorstroomlocaties, zoals (pret-)parken, dierentuinen, speeltuinen, openluchtmusea, -monumenten en -theaters mogen hun deuren weer openen. Wel moet er gereserveerd worden. Ook muziekscholen mogen ook weer leerlingen ontvangen.

Alles wat buiten is, is toegankelijk. Bij bijvoorbeeld pretparken en dierentuinen mogen dus alleen de attracties en dierenverblijven buiten open. Bij de Efteling mag de Python dus wel open, maar de Droomvlucht niet.

Voortgezet onderwijs

Er wordt gepleit om de anderhalvemetermaatregel in het onderwijs los te laten. Juist voor jongeren in het voortgezet onderwijs is contact met leeftijdsgenoten een eerste levensbehoefte. Maar het OMT waarschuwt voor het te vroeg loslaten, want dat leidt tot langdurige druk in de zorg. Daarom gaan we daar nog eens goed kijken. Uiterlijk dinsdag 25 mei hakt het kabinet daarover de knoop door.

Vakanties

Hugo de Jonge is voorzichtig optimistisch over de zomervakantie. Het algemene advies om niet naar het buitenland te reizen vervalt volgende week.

Het huidige advies is: reis alleen naar het buitenland als dat noodzakelijk is. Dit algemene advies loopt tot half mei. “Vanaf zaterdag 15 mei kijken we per land of gebied wat de situatie is en of je daar veilig naartoe kan”, zegt Hugo de Jonge. Ze gaan werken met kleurcodes per land. Staat een land op geel? Dan kun je daar in principe op vakantie. Maar corona is niet weg, dus helemaal zorgeloos kun je nog niet op reis. Zo moet je je wel aan de regels van dat land houden. Het kan zijn dat je een negatieve testuitslag moet laten zien. Houd er ook rekening mee dat andere landen Nederland als een risicoland kunnen zien, waardoor je misschien in quarantaine moet. Ga ook niet op reis als je klachten hebt of besmet bent.

Op dinsdag 1 juni is er een nieuwe persconferentie over stap drie.

Dít zijn de veelvoorkomende langdurige klachten door corona:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: Rijksoverheid. Beeld: ANP

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien

Persconferentie 11 mei: "Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer"

We kunnen binnenkort weer van ‘s ochtends vroeg tot acht uur ‘s avonds naar het terras. Ook mogen we weer binnen sporten en een dagje naar pretparken, dierentuinen en speeltuinen. 

Deze versoepelingen gaan in vanaf woensdag 19 mei, míts de ziekenhuisbezetting blijft dalen. Dat maakten demissionair premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge bekend tijdens de persconferentie van 11 mei. Verder zijn ze voorzichtig optimistisch over de vakanties naar het buitenland.

Advertentie

Noodrem

“Alles wijst erop dat we op weg zijn naar een mooie zomer”, zegt Rutte tijdens de persconferentie. Het kabinet kondigt dan ook een een aantal versoepelingen aan. Maar wees niet té enthousiast, want op maandag 17 mei wordt bekeken of deze voorgenomen versoepelingen ook écht mogelijk zijn. Het kabinet vindt het namelijk nog te vroeg om daadwerkelijk te beslissing te nemen om een sprong te wagen naar de tweede fase van het het versoepelingsplan. Daarom worden de laatste puntjes later pas op de i gezet.

De nieuwe versoepelingen zijn onder voorwaarden. Ten eerste moet het aantal ziekenhuisopnames blijven dalen. Als dit tegenvalt, wil het kabinet op de “pauzeknop” drukken. Mochten de ziekenhuisopnames wél zijn gedaald? Dan zijn dít de versoepelingen van stap twee:

1. Contactberoepen

Alle contactberoepen aan de slag. Eerder mochten fysiotherapeuten, schoonheidsspecialisten en kappers hun werk weer doen, maar vanaf volgende week mogen waarschijnlijk ook de sekswerkers weer aan het werk.

2. Buitenhoreca

Nu kon je alleen van 12.00 uur tot 18.00 uur een terrasje pakken. Deze tijden worden wat verruimd, blijkt na de persconferentie. Zo kunnen terrassen voortaan vanaf ‘s ochtends 06.00 uur open voor ontbijt, tot ‘s avonds 20.00 uur voor diner. Nog steeds onder dezelfde voorwaarden. De nieuwe regels gelden ook voor de sportkantines.

3. Meer sportmogelijkheden

Sportscholen gaan weer open. Dat betekent dat er zowel buiten als binnen gesport mag worden. Voor binnen geldt een maximumaantal van 30 personen. Ook teamsport is weer toegestaan. Kleedkamers en douches blijven gesloten, met uitzondering van de kleedkamers bij zwembaden. Geen wedstrijden en geen publiek.

4. Openluchttheaters en -musea

Ook de openluchtheaters, openluchtmusea en andere culturele instellingen in de buitenlucht weer open. Binnenruimtes, waar mensen zelf aan kunst doen, gaan ook weer open, zoals muziek- en dansscholen. Ook daar geldt: maximaal dertig mensen in een ruimte, 1,5 meter afstand en registratie vooraf.

5. Recreatie buiten

De zogenoemde doorstroomlocaties, zoals (pret-)parken, dierentuinen, speeltuinen, openluchtmusea, -monumenten en -theaters mogen hun deuren weer openen. Wel moet er gereserveerd worden. Ook muziekscholen mogen ook weer leerlingen ontvangen.

Alles wat buiten is, is toegankelijk. Bij bijvoorbeeld pretparken en dierentuinen mogen dus alleen de attracties en dierenverblijven buiten open. Bij de Efteling mag de Python dus wel open, maar de Droomvlucht niet.

Voortgezet onderwijs

Er wordt gepleit om de anderhalvemetermaatregel in het onderwijs los te laten. Juist voor jongeren in het voortgezet onderwijs is contact met leeftijdsgenoten een eerste levensbehoefte. Maar het OMT waarschuwt voor het te vroeg loslaten, want dat leidt tot langdurige druk in de zorg. Daarom gaan we daar nog eens goed kijken. Uiterlijk dinsdag 25 mei hakt het kabinet daarover de knoop door.

Vakanties

Hugo de Jonge is voorzichtig optimistisch over de zomervakantie. Het algemene advies om niet naar het buitenland te reizen vervalt volgende week.

Het huidige advies is: reis alleen naar het buitenland als dat noodzakelijk is. Dit algemene advies loopt tot half mei. “Vanaf zaterdag 15 mei kijken we per land of gebied wat de situatie is en of je daar veilig naartoe kan”, zegt Hugo de Jonge. Ze gaan werken met kleurcodes per land. Staat een land op geel? Dan kun je daar in principe op vakantie. Maar corona is niet weg, dus helemaal zorgeloos kun je nog niet op reis. Zo moet je je wel aan de regels van dat land houden. Het kan zijn dat je een negatieve testuitslag moet laten zien. Houd er ook rekening mee dat andere landen Nederland als een risicoland kunnen zien, waardoor je misschien in quarantaine moet. Ga ook niet op reis als je klachten hebt of besmet bent.

Op dinsdag 1 juni is er een nieuwe persconferentie over stap drie.

Dít zijn de veelvoorkomende langdurige klachten door corona:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

1

Bron: Rijksoverheid. Beeld: ANP

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien