We Will Rock You de musical: nu tot 50% korting!

Zoek binnen:

Eurocommissaris Neelie Kroes

In de jaren negentig was ze, na de koningin en voor Mies Bouwman, de populairste vrouw van Nederland. Nu wordt ze beschreven als de machtigste vrouw van Europa en de schrik van Microsoft en Heineken. Eurocommissaris Neelie Kroes over samenwerken in Europa én waarom we straks allemaal moeten gaan stemmen.

“Dat is de burger die de hele tijd naar ons kijkt, om te zien of wij het goed doen.” Neelie Kroes knikt naar het levensgrote witte beeld van een jonge man voor het grote glazen raam van haar werkkamer in Berlaymont, de residentie van de Europese Commissie aan het Schumanplein in Brussel. Het lijkt of de jongen van porselein het drukke verkeersplein is overgestoken en binnenwandelde om even aan haar bureau te staan. Het beeld van Anneke Eussen is een Nederlandse creatie, zoals alle kunst in de werkkamer van de eurocommissaris. Symbolisch wellicht voor het werk van Neelie Kroes in de officieuze hoofdstad van Europa. Hoewel de Europese Commissie in de eerste plaats toeziet op het belang van ‘de gemeenschap’, is Kroes voor de meeste mensen het gezicht van Nederland in Europa. Tijdelijk uitgeleend aan Brussel.”

Advertentie

‘De burger’ is niet meer weg te denken na het referendum over de Europese grondwet in 2005. Veel mensen maken zich zorgen over de identiteit van ons kikkerlandje. Is Nederland straks nog wel Nederland in de grote EU die soms over ons beslist? U vertegenwoordigt die grote Unie. Deelt u de angst?
“Europa moet het juist hebben van zijn culturele verscheidenheid. Ik vergelijk het vaak met ons land. Een Fries blijft gewoon een Fries en een Amsterdammer een Amsterdammer. Dat verandert toch ook niet doordat we in één groot Nederland leven? Maar de Amsterdammers weten dat ze het niet in hun eentje rooien. Zo is het ook in Europa. Ik ben altijd al Europeaan geweest. Als klein kind begreep ik niet waarom we grenzen hadden. Andere culturen begreep ik wel. Dat er mensen waren die een andere taal spraken. Maar de grenzen waren voor mij iets onnatuurlijks. Ik ben blij dat ze weggevallen zijn.”

Is de boodschap van het referendum eigenlijk wel aangekomen?
“Zeker. Net als in relaties en op veel andere terreinen van het leven was de EU zich er misschien niet genoeg van bewust dat je moet communiceren wat je doet. Je moet voldoende de tijd nemen om aan de ander te vertellen waarmee je bezig bent. Anders loopt het mis.”
Dat klinkt bijna als: ‘we leggen het nog eens uit.’
“Er is nog veel meer gebeurd. We hebben in de afgelopen jaren bijvoorbeeld de stofkam door een heleboel activiteiten gehaald. Op sommige punten schoten de Europese regels door. Iedereen kent de voorbeelden: de kromming van de banaan, de wipkip… We zijn ons nu veel meer bewust van de kracht van de lid­staten zelf. Ook als het Europees Parlement de Commissie oproept om ergens actie te ondernemen, zeggen we soms: dat kunnen de lidstaten beter zelf regelen, dat hoeft Europa niet te doen. Maar op mijn terrein zijn er weinig voorbeelden van activiteiten waar we de Europese bemoeienis hebben teruggeschroefd. Handel houdt niet op bij de grens. De kartels die we hebben aangepakt, hadden in veel gevallen niet door een enkel land kunnen worden opgerold. Heineken, Microsoft en al die andere bedrijven werken internationaal. Dus moet je daar ook internationale regels voor hebben. En toezicht op die regels.”

Bij die bedrijven zult u weinig fans hebben. In de afgelopen jaren legde u miljarden aan boetes op aan bedrijven of landen die de Europese concurrentieregels aan hun laars lapten.
“Ik zie mezelf als scheidsrechter in een voetbalwedstrijd. Het ene bedrijf speelt tegen het andere. De kijkers, het publiek, willen een mooie wedstrijd. Maar dat kan alleen als iedereen zich aan de regels houdt. Daar zorg ik voor. Ik fluit bij overtredingen en deel kaarten uit. De scheidsrechter is zelden de meest populaire per­soon op het veld. Boetes vind ik op zich niet iets om trots op te zijn. Maar alleen zo kunnen de prijzen voor het publiek op de tribune, voor de consumenten dus, omlaag en krijgen we betere producten.
In sommige jaren hebben we door ingrijpen meer dan een miljard euro voor de consumenten weten te besparen. Zonder kartels zijn er goedkopere roltrappen, kaasverpakkingen, bier. En de opbrengst van de boetes gaat terug naar de belastingbetaler. Het blijft hún geld. Zo doen we het ook met de banken. Veel banken krijgen nu staatssteun. Dat is op zich goed, om te voorkomen dat ze omvallen. Maar het moet wel van tijdelijke duur zijn. Alle gesteunde banken moeten met een businessplan komen om serieus te herstructureren. Anders is het oneerlijk voor andere banken die wel op eigen benen blijven staan. Bovendien moet het geld dat ze hebben gekregen terug­betaald worden. Daar zie ik op toe.”

Het bedrijfsleven, de banken: het zijn doorgaans mannenbolwerken. U bent een vurig pleitbezorger van meer vrouwen aan de top. Maakt het verschil dat u als vrouw opereert in die wereld?
“Ik ga eerlijk en voorspelbaar om met de concurrentieregels. Het maakt voor mij geen verschil uit welk land telefoontjes komen, uit welke hoofdstad. Ik laat me daardoor niet beïnvloeden. Zou een man dat ook doen? Sommige wel.”

Toen u nog staatssecretaris en minister was, was u vaak een van de weinige vrouwen. In de Kamer van Koophandel was u zelfs de eerste. In de Europese Commissie zitten nu tien vrouwen. Werkt dat anders?
“Tien van de 27 is echt heel anders. We vergaderen veel zakelijker en effectiever. Geen verhaaltjes, een open mind en veel teamwork. Ik moet er wel bij zeggen dat we dit te danken hebben aan een man. Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, zei bij zijn benoeming dat minstens eenderde van de Commissarissen onder zijn voorzitterschap vrouw moest zijn. Neder­land heeft daar gehoor aan gegeven en droeg een vrouw voor: mij. Ik ben dus een excuustruus. Ik krijg vaak de vraag of ik dat vervelend vind. ‘Nee’, zeg ik dan. Het is niet erg om er zo te komen. Anders komen er nooit vrouwen aan de top. Het zou wat anders zijn als ik er vervolgens niets van zou bakken. Je moet het wel waarmaken.”

In de gang naar uw kantoor hangen grote ingelijste foto’s van u omringd door vrouwen.
“In mijn directoraat-generaal, zeg maar mijn ministerie, heb ik precies hetzelfde gedaan als Barroso in de Commissie. Twee van de drie topmensen die ik de afgelopen jaren heb benoemd in mijn ministerie, zijn vrouw. En ook in de rangen daaronder zijn er nu meer. De foto’s in de gang laten het zien: hier is girlpower. We can do it!”

Betekent dat ook veel ruimte voor deeltijdwerk?
“Niet voor mij. En ook niet voor de topambtenaren. Ik heb heel weinig tijd voor activiteiten buiten het werk. Maar ik ben niet zielig. Ik kies hiervoor, ik vind dit de mooiste baan die er is. En de omstandigheden helpen mee: mijn kinderen zijn volwassen. Maar als je een topfunctie hebt, moet je het huishouden en de kinderen kunnen uitbesteden en goede afspraken maken met je man.”

In de Groene Amsterdammer (2003) vertelde u dat u tegen uw zoon zei: ‘Net zoals jij van spelen houdt, houd ik van werken. Als ik dat niet zou doen, word ik een vervelende moeder.’ Hoe denkt u daar nu over?
“Als er een bank gered moet worden, werken we het hele weekend door. Voor de beurs maandagochtend opent in Sydney, waar het tien uur eerder is, moet je de boel hebben geregeld. Dat betekent een heel weekend keihard doorwerken. Dan kun je geen rekening houden met deel­tijdwerk. Uiteraard werken hier ook veel mensen met een leuke baan die niet kiezen voor het werk aan de top. Dan is er veel meer ruimte.”

Bij de vorige Europese verkiezingen was de opkomst nog geen veertig procent. Onder vrouwen was de opkomst nog lager. Noemt u één reden waarom we naar de stembus zouden moeten gaan.
“Vrede. Ik weet hoe het is om te leven met de angst van de oorlog. Ik ben geboren in ’41, dus de Tweede Wereldoorlog heb ik niet bewust meegemaakt. Wel de verhalen erna. Over het verlies van hoop, van perspectief, en steeds weer de angst. Daar werden we nog vaak mee geconfronteerd. Mijn moeder ging bijvoorbeeld hamsteren ten tijde van de Korea-oorlog, de Hongaarse opstand, de Praagse Lente. En dan voelde je haar vrees. Na de Tweede Wereldoorlog is er tussen de landen van de EU geen strijd meer geweest. Dat is een groot goed. Ik weet dat vrouwen zo mogelijk nog meer anti-oorlog zijn dan mannen. Ze zijn zich denk ik meer bewust van de negatieve effecten ervan op alles van waarde. Op je dierbaren, je kinderen. Vrouwen zijn daar zuiniger op. Ze willen er meer aan doen om het te voorkomen. Alleen dat al zou een reden moeten zijn om te gaan stemmen.”

Wat is de Europese Commissie?
Op Neelie Kroes kunnen wij op 4 juni niet gaan stemmen. Leden van de Europese Commissie worden namelijk benoemd door de regering van het land dat zij vertegenwoordigen. Van elk land zit er één vertegenwoordiger in de commissie, in totaal 27. De Commissie ontwerpt voorstellen voor nieuwe Europese wetgeving en ziet erop toe dat deze wetten, wanneer ze zijn aangenomen, worden nageleefd.

Wat is het Europees Parlement?
Wij stemmen in juni op de leden voor het Europese Parlement. De 785 leden van het
Parlement zijn dan ook de spreekbuis van de Europese burgers in de Unie. Het Parlement stelt de Europese wetgeving vast op basis van de voorstellen van de Commissie. Ook zijn
ze verantwoordelijk voor het goedkeuren van de Europese begroting.

Meer over Neelie Kroes
Neelie Kroes (Rotterdam, 1941) studeerde economie. Ze was het eerste vrouwelijke lid van de Kamer van Koophandel. In 1971 kwam ze in de Tweede Kamer voor de VVD. Zes jaar later werd ze staatssecretaris en in de daarop­volgende kabinetten-Lubbers bekleedde ze het ministerschap Verkeer en Waterstaat.
Ze verzelfstandigde toen onder meer de PTT. In 1989 kwam ze in conflict met haar partij over Neerlands heiligste huisje: de auto. Lubbers II struikelde over het reiskostenforfait. Kroes stapte op, werd president van Universiteit Nyenrode en commissaris bij verschillende bedrijven. Sinds november 2004 is ze als lid van de Europese Commissie belast met mededinging. Ze heeft een zoon en een pleegzoon.

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien