bookazine voorpublicatie

Het Tristan-akkoord door Ewa Maria Wagner

null Beeld stocksy
Beeld stocksy

Na haar vertrek uit Polen heeft altvioliste Eveline een mooi leven in Nederland opgebouwd. Door een dreigend ontslag bij het orkest waar zij al jaren speelt, wordt ze gedwongen haar leven en drijfveren onder de loep te nemen. Lees hier een fragment uit het nieuwste Libelle Bookazine: Het Tristan-akkoord.

Ewa Maria Wagnerstocksy

Ze opent de deur. De stilte in de kamer lijkt een vacuüm. “Goedemiddag Eveline, ga zitten,” zegt Kees Dijkstra. “Ik zal er niet omheen draaien.” De rand van de stoel snijdt in haar dij. “We moeten inkrimpen. En dat lukt alleen nog maar door mensen te laten vertrekken. Volgens het systeem van het uwv...” Zijn stem steekt als een lemmet in haar oor. Who the hell is uwv? Ze concentreert zich op zijn woorden, waar heeft hij het over? Het woord ‘bezuiniging’ valt vijf keer. Een enkele keer zegt Kees ‘koerswijziging’. Op de klok achter hem springt de minutenwijzer op kwart voor drie. “We willen er juist niet met de botte bijl op inhakken,” zegt hij tot slot. Maar ze voelt al een koude wind in haar nek. Stilte. Ze moet reageren. Nu is het juiste moment om te zeggen dat ze het er niet mee eens is. Weg hier, ze wil opstaan, maar zodra ze beweegt vloeit er een niet te stuiten warmte door haar benen. Haar voeten schuiven traag over de grond, ze legt haar handen op tafel en staat op. Waar is Kees? Waarom ziet ze hem niet meer? Haar hart pompt tegen de zwaartekracht in. Ze draait zich om maar ze kan de deur niet vinden, ineens is het donker, donker en stil. Ze voelt een tik op haar wang en nog een. Traag opent ze haar ogen. Kees knielt naast haar. Haar oogleden vallen meteen weer dicht. De zachte klappen herhalen zich. Opnieuw kijkt ze naar Kees. Blond en breed, met een irritant lachje op zijn lippen. In plaats van naar zijn gezicht kijkt ze naar het logo van Tommy Hilfiger op zijn roze poloshirt en ze knippert met haar ogen. Nu pas merkt ze dat zijn lippen bewegen. Waarom hoort ze niets? En waarom ligt ze op de grond? Kees buigt zich nu over haar heen, zijn adem ruikt naar koffie. Hij probeert haar overeind te helpen. Snel duwt ze hem weg, ze tast naar de stoel en gaat erop zitten. De rand die meteen weer in haar dij snijdt herinnert haar aan de reden waarom ze hier is. Zijn hoofd wiebelt, ‘ja, ja’ knikt hij, nee, nee, denkt zij. Misschien kan ze hem horen als ze zelf iets zegt? “Ben ik mijn baan kwijt?” Haar tong is droog. Kees schudt nu een duidelijk ‘nee’. Maar wat zegt hij? Door het raam valt een streepje zonlicht op het bureau. Er hangt een scheurkalender op de muur achter Kees. Twaalf februari, leest ze, met daarboven een gedicht van Vasalis. Ze houdt van gedichten, van taal, van de zwarte tekens op wit papier. Ook al begrijpt ze de betekenis van het gedicht niet helemaal, de woorden prikken het luchtledige door, piepend stroomt er nu lucht door haar longen, ze hapt naar adem. De hoestbui die volgt maakt haar oren weer open. Ze hoort meteen Kees’ felle stem. “...en na meer dan drieëntwintig jaar weten we dat je een waardevolle collega bent. We gaan in de volgende vijf maanden ons uiterste best doen om je in het orkest te behouden. Mocht het desondanks niet lukken, dan gaan we gezamenlijk naar een oplossing zoeken.”

null Beeld

Kees staat op en komt op haar af. Met zijn rechterhand tilt hij haar hand op en legt zijn linkerhand erop. “Het belangrijkste is dat je weet dat we je steunen.” Wat heb ik eraan, wil ze vragen, en ze trekt haar hand weg. “Kun je me volgen? Gaat het wel goed met je?” De glimlach verdwijnt van zijn lippen. “Moet ik je naar huis brengen?” Ev trekt haar schouders op. Nee, ze wil niet naar huis gebracht worden. “Je moet me geloven.” Hij schraapt zijn keel. “Ik kan je niet verzekeren dat je je baan behoudt, maar we doen er alles aan om voor je op te komen.” Wie is ‘we’ en wie is ‘je’, denkt ze, maar ze zegt nog steeds niets. “Gaat het?” herhaalt Kees. “Jawel.” Ev staat voorzichtig op, schuifelend bereikt ze de deur. Zonder zich om te draaien verlaat ze de kamer. Buiten, op de gang, hoort ze de muziek die haar collega’s in de studio spelen. Ze wil hier zo snel mogelijk weg. Fietsen voelt goed, de frisse lucht en het mechanische benenwerk brengen het vertrouwen in haar lichaam terug. Thuis ziet ze voor het eerst hoe pront de witte krokussen al boven de grond uitsteken. Wat is de klimop snel gegroeid, de rode klinkers zijn bijna niet meer te zien. Een kleine meter per jaar, vertelde Floris haar ooit. Hij voert er oorlog tegen, dit jaar heeft hij flagrant verloren. Ze trekt een paar takken weg en veegt de stenen schoon. Als ze de bladeren weg wil gooien, ziet ze de deksel van de oudpapierbak openstaan. In een flits ziet ze een gescheurd muziekblad liggen. Het blad lijkt na het gesprek van vanmiddag tot een andere wereld te behoren. Waarom ziet ze het verscheuren van dit onschuldige muziekblad als een omen? Muziek is onlosmakelijk met haar levenspad verbonden, muziek bepaalt iedere dag haar leven, haar beslissingen, haar emoties. Zou ze zonder muziek kunnen leven? Ze kijkt weer naar de krokussen. Een paar dagen geleden waren ze niet zichtbaar. En had ze Kees nog niet gesproken. Maar zijn woorden hebben wel een zaadje in haar geplant. Morgen gaat ze gewoon naar haar werk, beslist ze, om de onrust de kop in te drukken. De volle agenda met repetities en concerten is een houvast dat het tumult in de kiem zal smoren.

null Beeld

Ze schrobt haar handen onder de warmwaterkraan in de keuken. Fjodor, die tot nu toe in zijn kattenmandje lag, is meteen bij haar. “Nu al honger?” vraagt ze en ze schuift hem zacht opzij met haar voet. Daarna pakt ze de altvioolkist en loopt ermee naar haar studeerkamer, waar op de lessenaar een partituur staat van Anton Dvořák, symfonie nummer negen, Uit de Nieuwe Wereld. Het voelt als een grap. Tientallen keren heeft ze het stuk in meerdere landen met verschillende orkesten gespeeld. Nu is het zover, haar ‘Nieuwe Wereld’ is begonnen. Dvořák komt uit Bohemen, Ev uit een gebied dat er niet ver vandaan ligt: Silezië. Speelt ze zijn muziek daarom zo graag? Of zijn de altvioolpartijen zo goed omdat hij zelf altviolist was? Toen ze op het conservatorium ontdekte dat hij naast Tsjechisch ook graag Duits sprak, was haar sympathie voor zijn werk nog groter geworden. Volgend jaar is er met het orkest een tournee naar Amerika gepland. Ze wil mee, nee, ze gáát mee, zegt ze hardop. Ineens krijgt ze zin om te spelen. Ze opent de kist, het donkerrode pluche rondom het instrument heeft kale plekken. Ze neemt de strijkstok in de hand en snuift de harsgeur op die opstijgt als ze het paardenhaar opspant. Zodra ze het instrument onder haar kin schuift ziet ze Kees weer voor zich. Snel legt ze de strijkstok op de snaren en speelt, maar de kracht vloeit uit haar armen weg. Ze legt het instrument terug en sluit de kist. Als Floris twee uur later thuiskomt, zit ze nog steeds in haar studeerkamer. Haar gezicht is opgezwollen van het huilen. Hij komt achter haar staan en legt zijn armen om haar schouders. “Dat was te verwachten toen je die uitnodiging van Dijkstra kreeg, of zit ik ernaast?” zegt hij zacht. “Kom, we gaan naar beneden.” Ze volgt hem naar de woonkamer en kijkt hoe hij de kaarsen met een lucifer aansteekt. De vlammen flakkeren en werpen gouden kringen op de lage tafel bij de sofa. Floris’ kale hoofd glimt, zijn kleine buikje, dat zijn zwak voor het goede leven verraadt, verdwijnt in de plooien van zijn geruite overhemd. “Is het alleen maar slecht bericht of misschien toch ook wel een klein beetje goed?” zegt hij na een lange stilte. “Goed? Wat kan hier goed aan zijn?” vraagt ze en ze kijkt hem aan. Een diepe frons verschijnt op zijn voorhoofd. “Verandering hoort bij het leven, kijk maar naar de natuur,” zegt hij. “Soms is het juist goed als je leven een nieuwe richting inslaat. Nu verzet je je, maar probeer het ook eens anders te bekijken.” “Ho,” zegt Ev. Natuurlijk heeft ze dat zelf ook al bedacht. “Ik zit niet op een managementcursus te wachten, oké?” Er valt een stilte, ze voelt Floris’ irritatie. In de kamer is alleen nog het zachte knetteren van de kaarsen te horen.

null Beeld

“Sorry, ik ...” zegt ze en ze glimlacht. “Ik heb gewoon pech. Er is weinig aan te doen, ik werk al zo lang in dat orkest. Ik kan niet anders... ik wil niet anders. Ik... weet gewoon niet hoe ik zonder orkest moet leven...” “Maak het nu niet moeilijker dan het al is.” Hij schuift naar het puntje van zijn stoel. “Ev, je reageert alsof je al definitief ontslagen bent, maar dat is toch niet zo.” “Dat zeg je maar...” “En trouwens, weet je nog hoe je soms aan het mopperen was? Dat je het orkest zat was? Ik hoor het je nog zeggen.” “Hou toch op, dat is nu niet relevant, ik hou van mijn werk...” Ze verslikt zich, een hoestbui volgt. Floris haalt een glas water. “Je moet je vader bellen,” zegt hij als hij het volle glas op de tafel zet. “Mijn vader?” Ze begint hardop te lachen. “Wat heeft hij hiermee te maken? Ausgerechnet mein Vater! Du spinnst...” Floris gaat weer op zijn stoel zitten, zijn woorden ergeren haar. Beseft hij wat hij zegt? “Waarom zou ik?” Maar Floris geeft geen antwoord. “Hij is de laatste persoon aan wie ik nu behoefte heb,” gaat Ev door. Floris glimlacht “Precies, dat is het.” “Wat?” “Je vader heeft de muziek in je leven gebracht, je bent musicus, hoelang wil je dat nog ontkennen?” “Ontkennen?” fluistert ze. Waarom begint hij nu over haar vader? “Weet je waarom je zo veel moeite met hem hebt? Omdat je hem nooit met de waarheid geconfronteerd hebt. Je leeft een leven dat hij voor je bedacht heeft, zonder dat je dat in de gaten hebt. Altijd die leugens dat je niet thuis bent als hij belt of dat het zo lastig voor je is een datum te prikken om hem te zien. Waarom in godsnaam?”

null Beeld

nu helemaal niet naar, ik snap eigenlijk niet waar je naartoe wilt...” Floris staat op. “In wezen komt het mooi uit, je wordt binnenkort vijftig, het perfecte moment om het verleden onder ogen te zien, vind je niet? Je moeder leeft niet meer, maar de band met je vader kun je nog herstellen.” “H-e-r-s-t-e-l-l-e-n?” Ev slikt. “Schat, je kunt je niet je hele leven achter hun opvoeding verschuilen.” “Floris, alsjeblieft!” Een sterke windvlaag rukt een los raampje los, Ev staat op en doet het raam dicht. Buiten valt het flauwe licht van de straatlantaren op hun tuin, de bewegende takken werpen lange schaduwen. “Op een dag moet je toch met je vader praten. Waarom niet nu? Zeg hem wat je mij over hem hebt verteld. Ev, dit is hét moment.” De situatie tussen haar en haar vader is haar hele leven al gespannen. De laatste jaren vraagt ze zich na iedere ruzie met hem af wanneer hij eindelijk doodgaat. Dan schaamt ze zich en voelt ze zich nog slechter. Is dit echt het juiste moment om hier iets aan te veranderen? “Dat kan ik er niet bijhebben, zeker nu niet.” Floris kijkt onopvallend op zijn horloge “Hoe dan ook, het was een rotdag voor je... mmm... wat doen we met eten? Gaan we ergens naartoe of zal ik iets halen?” Fjodor sluipt de kamer binnen, springt op de sofa en legt zijn kopje op Floris’ knie. Haar blik valt op de boekenruggen in de kast. Het liefst zou ze er nu eentje uit grissen, in een verhaal duiken en de rest vergeten. Floris staat op, pakt zijn telefoon en legt zijn hand op haar schouder. “Stel dat je niet meer in het orkest mag werken, dan verdwijnt de muziek toch niet uit je leven?” Wat moet ze daarop zeggen? Zodra Floris weer op de sofa zit, begint Fjodor met zijn broekriem te spelen die losjes uitsteekt. “Het komt goed, ook financieel, het is oké,” praat Floris verder en hij lacht even als de kat zijn buik laat zien. “Het wordt geen vetpot, maar we redden het wel, het komt goed, daar zorg ik voor.” Ze zucht, typisch Floris, meteen wil hij alles regelen en ordenen. “Waar wil je naartoe gaan om te eten?”

null Beeld

Het is kort na zessen in de ochtend, de dampende mok koffie brandt in Evs handen, maar ze is zich er nauwelijks van bewust. Ze heeft slecht geslapen. Flarden van de gesprekken met Kees en Floris smolten samen, ze had nachtmerries, haar pyjama plakte op haar rug. Haar droom leek op een grimmig verhaal van Roald Dahl, besefte ze toen ze wakker werd. Ze hoort het kattenluikje klepperen, Fjodor is binnen en bedelt meteen om eten. Op de automatische piloot vult ze zijn bakje. Terwijl hij eet, neemt ze weer een slok koffie en kijkt naar buiten, maar het is nog goed donker. Komt de zon überhaupt nog op? Haar hoofd bonkt. Paracetamol, ze drukt twee witte schijfjes uit het plastic, draait de kraan open en neemt het medicijn in. Door de vieze smaak verkrampt haar slokdarm, ze moet kokhalzen. Misschien moet ze terug naar bed gaan, naar de warmte van haar man. Maar ze blijft in de keuken staan, zet opnieuw koffie en gaat boterhammen voor Floris smeren.

Over het Tristan-akkoord

Het Tristan-akkoord gaat over Evelines persoonlijke zoektocht naar haar jeugd in het communistische, naoorlogse Polen, maar ook naar haar Duitse wortels en de moeizame relatie met haar vader. Naar-mate Eveline dieper doordringt tot haar verleden, ontrafelt ze een geheim uit de Tweede Wereldoorlog. Alles komt in een ander daglicht te staan...

Over schrijfster Ewa Maria Wagner

De Poolse altvioliste Ewa Maria Wagner (Silezië, 1964) woont sinds 1991 in Nederland en speelt bij het Radio Filharmonisch Orkest in Hilversum. Ze volgde de Schrijversvakschool en schrijft over klassieke muziek. In NRC Handelsblad heeft ze een eigen rubriek: ‘Wagner over muziek’. Op dit moment werkt ze aan een nieuwe roman.

null Beeld Hester Doove
Beeld Hester Doove

Benieuwd hoe dit verhaal afloopt? Lees het complete verhaal van Eveline in Libelle Bookazine 5, vanaf 28 april in de winkel. Neem een abonnement op Libelle Bookazine of haal het nieuwe Bookazine via Lossebladen.nl in huis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden