We Will Rock You de musical: nu tot 50% korting!

Zoek binnen:

Interview met Acda en De Munnik

Acda: “Op 10 november om tien uur ’s ochtends, in 1988 hebben we elkaar ontmoet. Toen deden we auditie.”
De Munnik: “Hier tegenover, op de Lindengracht. Thomas ging naar de Toneelschool, ik naar de Kleinkunstacademie. Later kwamen we bij elkaar in de klas, op de Kleinkunst. We waren de enige jongens, dus al vrij snel op elkaar aangewezen.”

Jullie hadden nog niet het besef: tussen ons kan het wel eens iets bijzonders worden?
De Munnik: “Nee, eigenlijk niet. Ik ging een stage in het jeugdtheater doen, Thomas had een band. We waren niet echt van plan samen iets te gaan doen. Ja, misschien ooit, in de verre toekomst.”
Acda: “We waren gewoon vrienden. Ik zat in een band, hij was op tournee, we zagen elkaar op zondag-, en maandagavond. Op een avond speelde ik met m’n band Herman en ik, en was ik  wéér niet te verstaan. Mensen kwamen naar me toe: ‘Hartstikke leuk hoor, maar ik verstond er niks van’. En toen dacht ik ineens: ik houd ermee op, dit doe ik niet meer. Morgen ga ik Paul bellen. Dus de volgende ochtend om half elf heb ik met Paul afgesproken en om half twaalf met de band. Ik legde aan Paul voor: ‘Ik stop met Herman en ik, maar ik wil graag theater maken. Doe je mee?”

Advertentie

Wat was jullie eerste goede liedje?
De Munnik: “Als het vuur gedoofd is. We hadden er heel lang aan zitten werken en aan zitten sleutelen. Op en dag zaten we in de repetitieruimte en gebeurde er iets waardoor we dachten: wooo, dit is het!”
Acda: “We zongen het steeds en waren hartstikke tevreden. Het was een van de weinige nummers die we hadden. Toen veranderden we de toonsoort en moest Paul ineens boven zijn macht zingen. Ineens werd het interessant. De urgentie werd duidelijk.”
De Munnik: “Stemmen die ineens in elkaar vallen. En in de studio bij Diederik van Vleuten kwamen we erachter dat het toch ook wel goed was om een bruggetje te maken en kwamen we muzikaal op een niveau waarvan we wisten dat we dáár naartoe moesten.”

Stemmen die in elkaar vallen – was dat de geboorte van het typische Acda en De Munnik-geluid?
De Munnik: “Ja. Als ik iets boven mijn macht zing en Thomas iets naar beneden gaat, komen we elkaar ergens tegen waardoor het ineens spannend wordt. Waardoor je één klank krijgt. Waardoor je ineens niet meer weet wie wat eigenlijk zingt. Dat is een magisch moment.”
Acda: “Luie mensen schrijven nog steeds dat ik altijd de bovenstem zing, maar dat is zelden zo.”

Jullie zeiden: onze eerste plaat was heel helder, en nu komt de helderheid weer terug. Wat is er in de tussenliggende jaren gebeurd?
Acda: “Tja, het leven. Kijk, je eerste plaat, je eerste programma is een uitkomst van wat je de vijftien jaar daarvoor bij elkaar gesprokkeld hebt. Je tweede programma gaat over het jaartje dat je hebt meegemaakt sinds je vorige programma.”
De Munnik: “We hebben eerst drie theaterprogramma’s gemaakt in dezelfde stijl en toen dachten we ineens: we moeten een rockopera maken! Te gek om te doen. Daarna weer andere muziekprogramma’s gemaakt. En nu zijn we weer op een punt dat we gewoon zin hadden om een heel precies cabaretprogramma te maken. Gewoon een vertellend programma maken. We hadden wel steeds hetzelfde trucje kunnen blijven uithalen, maar daar word je niet beter van.”

Jullie zijn nu veertigers. Heeft die leeftijd er ook mee te maken dat de teksten weer helderder worden?
De Munnik: “Volgens mij niet.
Acda: “Onze vorige show, Spelen, ging erover dat je ineens een dag in je leven meemaakt, waarop je meer te verliezen dan te winnen hebt. Omdat je kinderen hebt, een hypotheek, een huwelijk. Er zijn maar weinig mensen die daaruit kunnen stappen, die dat om kunnen gooien, die hun mooie warme huis achter zich kunnen laten om in een caravan te gaan wonen. In de periode van onze rockopera woonde ik in het American (hotel op het Leidscheplein, red.) en hadden we 28 mensen in dienst. Het is dat ik geen tijd had om in paniek te raken, maar tjongejonge, we waren begonnen als twee jongens met een piano en een gitaar. Ik vond het wel stoer, maar het was wel een enorme verantwoordelijkheid.”

Blijven jullie tot het eind van jullie dagen bij elkaar?
Acda: “We hebben geen keuze meer.”
De Munnik: “Tuurlijk hebben we wel een keuze, maar waarom zouden we uit elkaar gaan?”
Acda: “Dit is toch leuk?”

Column Thomas Acda
Lees nu de column van Thomas Acda op www.libellenieuwscafé.nl

Lees het volledige interview met Thomas Acda en Paul de Munnik in Libelle 4 op bladzijde 28.

Tekst: Gijs Groenteman. Fotografie: Esther Gebuis.

uithetblad

voor jou geselecteerd

Laat meer voor jou geselecteerd zien